Jan > Jan's Quotes

Showing 1-18 of 18
sort by

  • #1
    Louis Paul Boon
    “Ik lach er mee, maar ik vraag mij af waarom de mensen niet gebleven zijn lijk de andere dieren, waarom wij en wij alleen moesten gekruisigd worden met die hel van het verstand dat alles wil ontleden en begrijpen, en dat ons niets bijbrengt dan vloeken en tranen. Hebt ge dat ooit van een beest geweten? Ze eten en slapen, ze drinken, paren en gaan dood, en ze zijn gelukkig. Wij niet, wij hebben het verstand dat ons doet vragen: waarom? En datzelfde verstand dat ons zegt: er is geen waarom, en als er toch een waarom moest zijn dan is er geen antwoord op.”
    Louis Paul Boon, De voorstad groeit

  • #2
    W.G. Sebald
    “Op de voorgrond, dicht bij de rechterhand van het schilderij, is een dame ten val gekomen. Ze draagt en kanariegele jurk; de cavalier die zich bezorgd over haar heen buigt een rode, in het vale licht zeer opvallende broek. Als ik nu naar die rivier kijk, zei Austerlitz, en aan dat schilderij met zijn kleine figuurtjes denk, heb ik het gevoel dat het door Lucas van Valckenborch weergegeven ogenblik nooit voorbij is gegaan, dat de kanariegele dame pas zojuist is gevallen of bewusteloos geraakt, dat haar zwartfluwelen muts net pas naast haar hoofd is gerold, dat het kleine ongeluk waaraan de meeste beschouwers ongetwijfeld voorbijzien, telkens opnieuw gebeurt, dat het nooit meer ophoudt en door niets en niemand meer goed te maken valt.”
    W.G. Sebald, Austerlitz

  • #3
    David Grossman
    “Zomaar een mijmering, een pasgeboren stuiverfilosofietje:
    Dat de tranen die vloeien als de pupillen elkaar aanraken, zoals ik vroeger droomde, misschien heel anders zijn dan de tranen die de gangbare traangebruiker kent. Ik bedoel - misschien zijn het honingzoete tranen die komen uit een verborgen reservetraankliertje dat we niet eens kennen. Het enige orgaan dat geschapen is in de wetenschap dat het nooit gebruikt zou worden. Een droevige privé-grap van God, die van tevoren wist met wie hij te maken had, want de aantrekkingskracht kan kennelijk wel overwonnen worden, maar niet de afkeer en afweer van een ziel die ineens een andere ziel voor zich ziet, dichtbij en gapend, waarna dus meteen de knippering komt, die de grenswacht is.”
    David Grossman, Be My Knife

  • #4
    Louis Paul Boon
    “Waarom moet ieder mens geschokt en geslingerd worden tussen een wereld hier, een wereld van zavel en cement, bloed, zenuwen, telefoonpalen en zonde, mensen die geboren worden en mensen die sterven, en een andere wereld die in onze gedachten spookt zonder te weten of zoiets bestaat, bestaan heeft of ooit zal komen?”
    Louis Paul Boon, De voorstad groeit

  • #5
    David Grossman
    “Hoe zei jij dat ook alweer, over de wrede keuze: de woordeloosheid levend en levendig houden, of onder woorden brengen.”
    David Grossman, Be My Knife

  • #6
    Teju Cole
    “Instinctief een baby redden, een zweem van geluk; een tijdje onder Rwandezen verkeren, de overlevenden, een zweem van verdriet; het idee van onze uiteindelijke anonimiteit, weer een zweem van verdriet; seksueel verlangen dat zonder complicaties in vervulling gaat, weer een zweem van geluk, en zo ging het maar door, terwijl de ene gedachte de andere opvolgde. Hoe banaal kwam de menselijke conditie me voor, dat we onderworpen waren aan de voortdurende worsteling om ons innerlijke leefklimaat onder controle te houden, alsof we een wolk waren die eeuwig en altijd in het rond werd geslingerd. Zoals te verwachten viel, nam mijn geest ook nota van dat inzicht en gaf het een plek: een zweem van verdriet.”
    Teju Cole, Open City

  • #7
    David Grossman
    “Als dat klopt, als je je echt tussen haakjes voelt, laat mij dan tenminste ook binnen. De rest van de wereld mag buiten blijven, laat de wereld maar de factor buiten de haakjes zijn waarmee wij binnen vermenigvuldigd worden.”
    David Grossman, Be My Knife

  • #8
    Ernst Weiss
    “Ik begrijp niet hoe jij, hoe iemand die me vroeger zo imponeerde - ik lieg niet - zo in de familiepoel kan wegzinken.' Hoe moest ik hem dat uitleggen? Ik glimlachte verlegen en bracht het gesprek op zijn zus.”
    Ernst Weiss, Der arme Verschwender.

  • #9
    Florian Illies
    “Het moet trouwens toch maar eens afgelopen zijn met de 'moderniteit' in dit jaar - dat is zo'n rekbaar begrip, door tijdgenoten en latere generaties telkens anders geïnterpreteerd en door iedere generatie steeds weer in een ander tijdsgewricht geplaatst, dat het eigenlijk helemaal niet geschikt is om de ontzaglijke niet-gelijktijdige gelijktijdigheid die het jaar 1913 vooral kenmerkt naar behoren te schetsen.”
    Florian Illies, 1913: Der Sommer des Jahrhunderts

  • #10
    Florian Illies
    “Vroeg naar bed gaan - dat vonden de immer onuitgeslapen pioniers van de moderne kunst het moedigst denkbare gevecht tegen depressie, drank, zinloze verstrooiing en de voortstormdende tijd.”
    Florian Illies, 1913: Der Sommer des Jahrhunderts

  • #11
    Samuel Beckett
    “Ik dacht zwak en zonder spijt aan het verhaal dat ik had kunnen vertellen, een verhaal naar voorbeeld van mijn leven, ik bedoel zonder de moed te eindigen noch de kracht om verder te gaan.”
    Samuel Beckett, First Love and Other Novellas

  • #12
    W.G. Sebald
    “Op een gegeven moment vielen me midden in een groen veld een paar kippen op die zich, hoewel de regen nog helemaal niet zo lang geleden was opgehouden, een naar mijn idee voor die kleine witte beestjes enorm stuk hadden verwijderd van de boerderij waar ze thuishoorden. Om een reden die ik nog steeds niet helemaal kan begrijpen heeft de aanblik van dat groepje kippen dat zich zo ver het vrije veld in had gewaagd, mij toen zeer geraakt. Ik weet hoe dan ook niet wat het aan bepaalde dingen of wezens is dat mij soms zo ontroert.”
    W.G. Sebald, Schwindel. Gefühle

  • #13
    “Marcel explains that these episodes of alienation and disorientation lead him to wakeful nights spent in the long process of recollection, “remembering again all the places and people I had known, what I had actually seen of them, and what others had told me”. But beyond enabling the reflections and recollections that will inspire the novel, this opening episode initiates a pattern that will define and structure the entire three thousand pages to follow. Disruptions of habit, and the disorientation that follow them, are repeatedly figured as a painful but necessesary prerequisite to meaningful experience, be it artistic epiphany, the discovery of new love, or the appreciation of a longed-for journey.”
    Lisi Schoenbach, Pragmatic Modernism

  • #14
    Paul Auster
    “The Chicken: As I was walking down Stanton Street early one Sunday morning, I saw a chicken a few yards ahead of me. I was walking faster than the chicken, so I gradually caught up. By the time we approached Eighteenth Avenue, I was close behind. The chicken turned south on Eighteenth. At the fourth house along, it turned in at the walk, hopped up the front steps, and rapped sharply on the metal storm door with its beak. After a moment, the door opened and the chicken went in. (Linda Elegant, Portland, Oregon)”
    Paul Auster, I Thought My Father Was God and Other True Tales from NPR's National Story Project

  • #15
    Robert Walser
    “Ik beef, ik dwaal af. Het leven staat als een reus voor me. Het vel papier vliegt van me weg, het lijkt wel of ik koorts heb. De pen rent voort, ik ben bang. Ik moet de buitenlucht in, zodat ik afkoel en me een beetje neutraler voel, anders smelt ik. Wat ben ik armzalig in de zee van opwinding. Toch ben ik blij, want ik denk, dat alleen de armzalige in staat is om zijn eigen benauwde zelf de rug toe te keren, om op te gaan in iets beters, aan het zwevende, dat ons gelukkig maakt, aan de beweging die niet stokt, aan iets verhevens, dat steeds groeit, aan het dartele algemene, aan het nooit verdwijnende doodgewone, dat ons draagt, tot het ons in vrede mag begraven.”
    Robert Walser

  • #16
    Michel de Montaigne
    “Toen Socrates verteld werd dat iemand niet beter van een reis was teruggekeerd, zei hij: 'Natuurlijk niet, want die man had zichzelf meegenomen.' Waartoe gaan wij naar landen, verwarmd door een vreemde zon? Kan iemand mét zijn land ook zichzelf ontvluchten?”
    Michel de Montaigne

  • #17
    Michel de Montaigne
    “Toen ik mij onlangs terugtrok op mijn landgoed,..., kwam het mij voor dat ik mijn geest geen grotere dienst kon bewijzen dan hem, in een volstrekt nietsdoen, met zichzelf bezig te laten zijn, om hem tot rust en tot zichzelf te laten komen... Maar ik merk nu, steevast maakt nietsdoen ons warrig van zinnen, dat hij juist, als een op hol geslagen paard, zichzelf honderd keer meer te doen geeft dan hij ooit voor een ander op zich nam; en hij baart mij zoveel spooksels en gedrochten - het een na het ander, zonder zin of samenhang, dat ik, om op mijn gemak zijn dwaasheden en eigenaardigheden te bestuderen, begonnen ben ze te boek te stellen, in de hoop dat hij zich zo nog eens voor zichzelf gaat schamen.”
    Michel de Montaigne

  • #18
    Michel de Montaigne
    “Dit hier zijn mijn gedachten, en daarmee probeer ik geen kennis over de dingen maar over mijzelf te verschaffen. Misschien zal ik nog eens kennis over de dingen krijgen, of heb ik die vroeger gehad, toen ik bij toeval op passages stuitte waar ze werden opgehelderd. Maar dat herinner ik mij niet meer. Want ook al lees ik nogal wat, er zit geen bodem in dit vat.”
    Michel de Montaigne



Rss