Wendy > Wendy's Quotes

Showing 1-29 of 29
sort by

  • #1
    “Wat me vooral stoort, is dat ik een universitair diploma in de oude geschiedenis heb van een gereputeerde universiteit, maar dat ik nog nooit van die discussies had gehoord. In die vier jaar aan de universiteit heb ik niets geleerd over de Feniciërs of de Carthagers - laat staan de Perzen - want we waren te zeer bezig met de Grieken en Romeinen, die we om behoorlijk absurde redenen als onze grootouders beschouwen, terwijl we onze overgrootouders in de rest van het Middellandse Zeegebied in de zak van de slechteriken hebben gestopt.”
    Jorn De Cock, Arabische Lente - Een reis tussen revolutie en fatwa

  • #2
    Griet Op de Beeck
    “Het vervelende met gedachten is dat je ze niet kan ont-denken.”
    Griet Op de Beeck, Vele hemels boven de zevende

  • #3
    Griet Op de Beeck
    “(Hoe kun je met hetzelfde hoofd dat ongerust is jezelf kalmeren?)”
    Griet Op de Beeck, Vele hemels boven de zevende

  • #4
    Griet Op de Beeck
    “Als je lang genoeg wacht, hoef je niet te kiezen.”
    Griet Op de Beeck, Vele hemels boven de zevende

  • #5
    Griet Op de Beeck
    “Maar als je bang bent om iets in vraag te stellen, hoe kan dat dan het goeie zijn?”
    Griet Op de Beeck

  • #6
    Griet Op de Beeck
    “Ik wou dat ik iemand was, dat denk ik ondertussen, en dat ik alles kon, of toch datgene wat ze van mij wilden. Ik wou het zelfvertrouwen van dat ene kind met die grote oren. En het grapje waar die mevrouw met dat haar, daar achter dat ene raam, zo om moet lachen, ik wou stoute schoenen om aan te trekken. Ik wou glanzend geluk en onwerkelijk grote liefde. Ik wou troost voor mij en voor iedereen die dat nodig heeft. Ik wou dat ik steengoed was in wat ik deed. Ik wou dat ik hem kon geven wat hij dan verlangt. Ik wou een vader die ik meer kon helpen. Ik wou een moeder. Ik wou de mist boven de bergen, dingen om nooit meer te vergeten, en onweerstaanbaar zijn, dat ook nog.”
    Griet Op de Beeck

  • #7
    Griet Op de Beeck
    “Ik denk: ik wil begrijpen wat de liefde is, onthouden dat dat alles is, of toch bijna. Ik wil redden wat er te redden valt, mijzelf bijvoorbeeld, ik wil weten wat ik waard ben, kiezen voor wat klopt en goed is, geloven dat dat mag. Ik denk: dat is het, ik wil durven, eindelijk. Ja.”
    Griet Op de Beeck, Kom hier dat ik u kus

  • #8
    Jens Christian Grøndahl
    “De rouw is in mij. Het is een vormeloze klomp die onstuitbaar groeit. Die me vult en uit mijn lichaam verdringt totdat ik naar adem moet happen. Geen mens zal dat ooit begrijpen totdat hij zelf op een dag iemand verliest, iemand die hem dierbaar was, en die druk ervaart. Die vormeloze, rijzende massa die door het verdriet wordt gevormd. Nee, het is waar, je bent jezelf niet meer.”
    Jens Christian Grøndahl, Tit er jeg glad

  • #9
    Sándor Márai
    “Want het leven is niet te verdragen, tenzij in de wetenschap dat we berusten in alles wat we voor onszelf en de wereld betekenen. We moeten erin berusten dat we zus of zo zij , en wanneer we dat doen, moeten we weten dat we daarvoor van het leven geen compliment zullen krijgen, dat er geen medaille op onze borst gespeld zal worden als wij weten en verdragen dat we ijdel en egoïstisch zijn, of kaal en dik - nee, we moeten weten dat we nergens een beloning of lof voor krijgen. We moeten het verdragen, dat is het geheim.”
    Sándor Márai, Embers

  • #10
    Sándor Márai
    “Kennelijk houdt een mens alles vol zolang het leven zin heeft.”
    Sándor Márai, Embers

  • #11
    Sándor Márai
    “En dan wordt je lichaam oud; niet in één keer, nee, eerst worden je ogen oud, of je benen, je maag, je hart. Zo wordt een mens oud, in delen. En dan begint opeens de ziel oud te worden; want al is het lichaam gebrekkig en bederfelijk, de ziel koestert nog verlangens en herinneringen, zij zoekt blijdschap en voelt vreugde. En als dzt verlangen naar vreugde voorbij is, blijft er niets anders over dan herinneringen of ijdelheid en dan word je werkelijk oud, onherroepelijk en definitief. En op een dag word je wakker, je wrijft in je ogen en weet niet meer waarvoor je wakker geworden bent.”
    Sándor Márai, Embers

  • #12
    Jón Kalman Stefánsson
    “Tranen verzachten en ze zijn goed en toch zijn ze niet goed genoeg. Je kunt tranen niet aan elkaar rijgen, ze als een glinsterend touw in de duistere diepte laten zakken en degenen ophalen die zijn gestorven maar zouden moeten leven.”
    Jón Kalman Stefánsson, Himnaríki og helvíti

  • #13
    Jón Kalman Stefánsson
    “Wie sterft verandert ogenblikkelijk in een verleden. Het doet er niet toe hoe belangrijk een mens was, hoeveel goedheid en wilskracht hij bezat en hoe ondenkbaar het leven zonder hem is: de dood zegt tik, ik heb je, het leven verdwijnt in een fractie van een seconde en de mens verandert in een verleden. Alles wat met hem is verbonden wordt herinnering die je poogt niet te vergeten, want vergeten is verraad. Vergeten hoe hij koffie dronk. Vergeten hoe hij lachte Hoe hij opkeek En toch vergeet je. Het leven eist dat. Je vergeet onverbiddelijk en dat kan zo’n pijn doen dat je hart steekt.”
    Jón Kalman Stefánsson, Himnaríki og helvíti

  • #14
    Jón Kalman Stefánsson
    “Soms is het zalig om te slapen, je bent veilig, de wereld bereikt je niet. Je droomt kandij en zonneschijn.”
    Jón Kalman Stefánsson, Himnaríki og helvíti

  • #15
    Toon Tellegen
    “Je kunt met alles beginnen en ophouden: eten, slapen, lezen, vechten, verliefd zijn... Maar niet met denken.”
    Toon Tellegen, Ik denk

  • #16
    Toon Tellegen
    “Alleen als ik slaap denk ik niet.
    Dan krijgt iets de kans te ontsnappen.”
    Toon Tellegen, Ik denk

  • #17
    Paolo Cognetti
    “– Senti, non importa quanto tempo ci vuole. Non devi pensare troppo in là in questo lavoro, se no diventi matto.
    – Allora a cosa devo pensare?
    – A oggi. Guarda che bella giornata.”
    Paolo Cognetti, Le otto montagne

  • #18
    Paolo Cognetti
    “Da mio padre avevo imparato, molto tempo dopo avere smesso di seguirlo sui sentieri, che in certe vite esistono montagne a cui non è possibile tornare. Che nelle vite come la mia e la sua non si può tornare alla montagna che sta al centro di tutte le altre, e all'inizio della propria storia. E che non resta che vagare per le otto montagne per chi, come noi, sulla prima e più alta ha perso un amico.”
    Paolo Cognetti, Le otto montagne

  • #19
    Paolo Cognetti
    “Uno deve fare quello che la vita gli ha insegnato a fare. Forse quando è molto giovane, chissà, può ancora scegliere di cambiare la strada. Ma a un certo punto uno dovrebbe fermarsi e dire: bene, questo sono capace di farlo, quest'altro no.”
    Paolo Cognetti, Le otto montagne

  • #20
    Raynor Winn
    “On a basic level, maybe all of us on the path were the same; perhaps we were all looking for something. Looking back, looking forward, or just looking for something that was missing. Drawn to the edge, a strip of wilderness where we could be free to let the answers come, or not, to find a way of accepting life, our life, whatever that was. Were we searching this narrow margin between the land and sea for another way of being, becoming edgelanders along the way? Stuck between one world and the next. Walking a thin line between tame and wild, lost and found, life and death. At the edge of existence.”
    Raynor Winn, The Salt Path: A Memoir

  • #21
    Raynor Winn
    “Unchanged through millennia yet constantly changed by the sea and the sky, a contradiction at the western edge. Unmoved by time or man, this ancient land was draining our strength and self-will, bending us to acceptance of the shaping elements”
    Raynor Winn, The Salt Path

  • #22
    Raynor Winn
    “I wasn't living my life; I was just existing in someone else's.”
    Raynor Winn, The Salt Path

  • #23
    Raynor Winn
    “I was home, there was nothing left to search for, he was my home”
    Raynor Winn , The Salt Path

  • #24
    Raynor Winn
    “The shock of something going right is almost as powerful as when it goes wrong.”
    Raynor Winn, The Salt Path

  • #25
    Raynor Winn
    “Something in me was changing season too. I was no longer striving, fighting to change the unchangeable, not clenching in anxiety at the life we’d been unable to hold on to, or angry at an authoritarian system too bureaucratic to see the truth. A new season had crept into me, a softer season of acceptance. Burnt in by the sun, driven in by the storms. I could feel the sky, the earth, the water and revel in being part of the elements without a chasm of pain opening at the thought of the loss of our place within it all. I was a part of the whole. I didn’t need to own a patch of land to make that so. I could stand in the wind and I was the wind, the rain, the sea; it was all me, and I was nothing within it. The core of me wasn’t lost. Translucent, elusive, but there and growing stronger with every headland.”
    Raynor Winn, The Salt Path

  • #26
    Lieke Kézér
    “Als iemand sterft doet alles ertoe.”
    Lieke Kézér, De verloren berg

  • #27
    Lieke Kézér
    “Rouw was een eindeloze reeks van niet.”
    Lieke Kézér, De verloren berg

  • #28
    Lieke Kézér
    “Ik wil de hele tijd tegen iedereen zeggen dat mama dood is. [...] Is dat niet raar? Niet alleen tegen de mensen die ik ken, ik wil het ook aan vreemden vertellen. [...] Ik vind het zo raar dat niet iedereen weet dat ze er niet meer is. De hele wereld zou het moeten weten.”
    Lieke Kézér, De verloren berg

  • #29
    Bernardine Evaristo
    “For the sisters & the sistas & the sistahs & the sistren & the women & the womxn & the wimmin & the womyn & our brethren & our bredrin & our brothers & our bruvs & our men & our mandem & the LGBTQI+ members of the human family”
    Bernardine Evaristo, Girl, Woman, Other



Rss