Een nagelaten bekentenis Quotes
Een nagelaten bekentenis
by
Marcellus Emants1,185 ratings, 3.29 average rating, 112 reviews
Open Preview
Een nagelaten bekentenis Quotes
Showing 1-4 of 4
“Only a fool can be happy. For happiness consists of two contradictory elements: contentment and pleasure. Enjoy pleasure and you have no contentment; be content and you have no pleasure. For this reason happiness is conceivable only for those who enjoy themselves without thinking that they will always want more and thus be discontented, or for those who are content without thinking that they have no pleasure. Whoever reflects can never be happy, unless he is a fanatic and thus blinded…thus exercising control over his intelligence with his feelings, instead of the other way round”
― A Posthumous Confession
― A Posthumous Confession
“Niet om onzentwil, maar omdat vader en moeder naar een aardig speelpopje verlangen, wordt een kind de levenstaak opgelegd.”
― Een nagelaten bekentenis
― Een nagelaten bekentenis
“Wie weet, flitste 't door mijn brein, of mensen, zo gemoedloos als ik, niet altoos de gewaarwording hebben, dat elke gevoelsuiting van anderen een aanstellerij of een overdrijving is. Ja, misschien acht iedereen zijn evenmens, die hij niet begrijpt en dus niet natuurlijk kan vinden, min of meer een acteur.”
― Een nagelaten bekentenis
― Een nagelaten bekentenis
“Dus - besloot ik - hadden de mensen wel gelijk mij te minachten en te schuwen. Al begrepen zij me niet door een beredeneerde ontleding, instinctief beseften zij toch de kille holheid van mijn ziel.
Zelfs over hen, die wij maar van aanzien kennen, matigen wij ons een oordeel aan en dikwijls is dit oordeel veel juister dan zijn oorsprong zou doen vermoeden. Uit een trilling om mijn mond, een opslag van mijn ogen, de klank van mijn stem trok de kameraad die mij vermeed, de leraar, die mij wantrouwde, de voorbijganger, die een ander om inlichting aansprak, onbewust een nadelig besluit voor mijn vriendelijkheid, mijn oprechtheid, mijn hulpvaardigheid en al leidden zij daaruit een volmaakt onjuiste karakteristiek van mijn persoon af, hun antipathie was toch gegrond.”
― Een nagelaten bekentenis
Zelfs over hen, die wij maar van aanzien kennen, matigen wij ons een oordeel aan en dikwijls is dit oordeel veel juister dan zijn oorsprong zou doen vermoeden. Uit een trilling om mijn mond, een opslag van mijn ogen, de klank van mijn stem trok de kameraad die mij vermeed, de leraar, die mij wantrouwde, de voorbijganger, die een ander om inlichting aansprak, onbewust een nadelig besluit voor mijn vriendelijkheid, mijn oprechtheid, mijn hulpvaardigheid en al leidden zij daaruit een volmaakt onjuiste karakteristiek van mijn persoon af, hun antipathie was toch gegrond.”
― Een nagelaten bekentenis
