De laatkomer Quotes

Rate this book
Clear rating
De laatkomer De laatkomer by Dimitri Verhulst
5,832 ratings, 3.69 average rating, 573 reviews
De laatkomer Quotes Showing 1-10 of 10
“… En ook’, ging hij verder: ‘ik had er behoefte aan om nog eens alleen te zijn met mezelf. Buiten dit tehuis ligt een wereld waarin je niets anders moet doen dan praten. Praten, praten, praten en nog eens praten. En luisteren of op z’n minst toch doen alsof, naar mensen die praten, praten, praten. En die kriskras door elkaar heen praten, praten, praten. Je hebt familiale en andere verplichtingen, wat vaak weer neerkomt op praten en luisteren, en ik had er gewoon geen zin meer in, in die hele sociale pantomime. Ik wou eindelijk stilte voor mezelf en alleen zijn met mijn gedachten. Hier kan ik dat min of meer. Het is de enige plaats waar wordt geaccepteerd dat ik volledig in mezelf ben gekeerd. Het was mijn laatste kans.”
Dimitri Verhulst, De laatkomer
“Alle mogelijke kanten die ik die dag met mijn leven op kon, heb ik in gedachten al genomen. Maar het is een denkoefening zonder oplossing, en de gevaren om gemankeerde lotsbestemmingen te verheerlijken zijn groter dan wij voor lief houden.”
Dimitri Verhulst, De laatkomer
“De ijskoningin van de pose liet zich het liefst van al portretteren in een decor van bloemen of struiken. Ze had ook de eigenaardige tic deze bloemen of struiken te moeten aanraken voor de camera. Heel lullige foto’s levert dat op, een vrouw die stokstijf met een bevroren tandpastareclameglimlach de lens aangaapt en onderwijl in een mimosa knijpt.”
Dimitri Verhulst, De laatkomer
“Kun jij voor één keer niet normaal doen gelijk iedereen? Je zal er heus niet dood van gaan van eens een stukje vlees te eten!”
Dimitri Verhulst, De laatkomer
“Het is zelden een cadeau om je jeugd een tweede keer te moeten beleven.”
Dimitri Verhulst, De laatkomer
“Ik liet mijn eigen, convenabele kleren hangen aan de kapstok en verliet als een treurige carnavalsfiguur (pleonasme!) het pashok.”
Dimitri Verhulst, De laatkomer
“Wel, en zeer tot mijn ontgoocheling: niemand hield mij tegen. Wat kon het de burger schelen dat die winkel met babyartikelen voor adolescenten werd beroofd van een paar afzichtelijke meters stof. Geen groot verlies, toch? En uiteindelijk wist niemand wie ik was, misschien had ik wel een wapen op zak. Er moest in dit wereldgedeelte iets gortigers gebeuren om civisme los te weken. Miraculeus eigenlijk, dat er überhaupt nog auto- en andere alarmen werden verkocht als je zag hoe werkelijk niemand zich een snars van hun kabaal aantrok.”
Dimitri Verhulst, De laatkomer
“Gelukkig liet ik veel eerder al, en buiten het medeweten van Moniek, testamentair vastleggen dat het mij waarlijk worst zal wezen waar mijn stoffelijk overschot belandt. Zolang het maar niet naast mijn vrouw in de grond wordt gestopt! Moniek en ik hebben meer dan nachten genoeg als lijken naast elkaar gelegen, dat we het niet ook nog eens hoeven te doen in een familiegraf.”
Dimitri Verhulst, De laatkomer
“Ne jamais cesser de s'habiller, se déshabiller, s'habiller, se déshabiller : c'est le triste travail de Sisyphe de ceux dans l'esprit desquels les années ont creusé un petit trou, et qui pense constamment devoir se rendre quelque part. La ligne septante-sept sait exactement où les conduire, toujours. ("Comment ma femme m'a rendu fou", p.132)”
Dimitri Verhulst, De laatkomer
“L'occupation principale d'un malade mental consiste à fuir. Il veut, doit, constamment partir. À cet effet, il y a, dans le jardin du home Lumière d'Hiver, un arrêt de bus. Tout à fait fictif naturellement. Je veux dire: jamais un bus ne s'arrêtera ou ne démarrera dans ce jardin. Mais il s'agit d'un arrêt de bus parfaitement imité, avec un abri et un banc, des horaires clairement affichés, et diverses "informations aux voyageurs" auxquelles pas un seul patient ne s'intéresse, mais qui rendent tout particulièrement crédible: "Travaux rue Haute, veuillez tenir compte de probable retards. Nous vous remercions pour votre compréhension." On a même construit un petit morceau de route, six ou sept mètres au total, coulé dans ce bel asphalte lisse que le cycliste aime sentir sous ses roues, avec une plaque indiquant une ville qui n'existe pas et où doit se rendre le bus. Ligne 77. ("Comment ma femme m'a rendu fou", p.62)”
Dimitri Verhulst, De laatkomer