Het grote zwijgen Quotes
Het grote zwijgen
by
Erik Menkveld133 ratings, 3.83 average rating, 31 reviews
Het grote zwijgen Quotes
Showing 1-2 of 2
“En hij voelt even de bevreemding opkomen - bevreemding over het leven in hem en over dat eigengereide lichaam waarmee een mens zichtbaar blijkt te zijn in deze onverklaarbare tijdelijke werkelijkheid.”
― Het grote zwijgen
― Het grote zwijgen
“Vermeulen schraapt de laatste kapucijners van zijn bord en merkt ineens dat er aan de andere kant van het eethuis, achter een tafel naast de ingang, onafgebroken een jongen naar hem zit te staren. Een bekend gezicht heeft die knaap. Blootshoofd, met zijn handen naast zijn bord kijkt hij maar en kijkt, zonder zijn ogen af te wenden. Erg jong is hij nog, een jaar of zestien, zeventien - een schooljongen, als hij tenminste op school zit. Aan zijn kleding te zien heeft hij het thuis niet breed. Het is het soort jongen dat je in de stad bestellingen rond ziet brengen of als hulpje met een timmerman of schoorsteenveger mee ziet lopen. Al heeft hij geen dom of volks gezicht, eerder kwetsbaar en gevoelig. En prachtige, donkere schroei-ogen.
Waar ken ik die jongen toch van? denkt hij. In de Universiteitsbibliotheek zal ik hem niet tegengekomen zijn. Misschien kwam hij ook vaak muziek luisteren achter de hagen rond de Concertgebouwtuin. Ja, dat is het. Die jongen is een 'hek-abonnee', net als ikzelf vóór ik aan 'De Tijd' kwam.”
― Het grote zwijgen
Waar ken ik die jongen toch van? denkt hij. In de Universiteitsbibliotheek zal ik hem niet tegengekomen zijn. Misschien kwam hij ook vaak muziek luisteren achter de hagen rond de Concertgebouwtuin. Ja, dat is het. Die jongen is een 'hek-abonnee', net als ikzelf vóór ik aan 'De Tijd' kwam.”
― Het grote zwijgen
