“Hoe gaat het? vroeg de jongeman, hoe is het thuis?
Heel slecht, zei Frits op een opgewerkte toon, heel slecht, Viktor. Laten we de dingen bij hun naam noemen. Laat ons, als het slecht is, zeggen: slecht.
Juist, zei Viktor, slecht dus. En met je ouders? Een heel schrandere vraag, antwoorde Frits, dat is zoiets als te vragen, als het onweert: hoe is het weer op het ogenblik? Ach nee, dat is weer een flauwe vergelijking. In elk geval rot.”
―
Gerard Reve,
De avonden