Ontroerend, grappig, lief, wijs, filosofisch en soms snap je er niks van maar wordt je er toch blij van. Gewoon heel veel liefde voor Toon en zijn dieren; zo'n boek dat een mooi plaatsje in je kast verdient.
Een van mijn lievelings:
'De verjaardag van de lepelaar werd grootser gevierd dan ooit, ook al wist niemand waarom. Er was meer honing en eikensap en notendrank dan op een gewone verjaardag. De lepelaar zat aan het hoofdeinde van de tafel en schepte zelf de borden en bekers vol met telkens nieuwe gerechten, en telkens klonken er weer kreten als Ah en O en Hm, daar op de open plek in het bos op een warme avond in het zachte licht van de halve maan. Iedereen zat naast wie hij het liefste zat, zodat alles het beste smaakte. Toen iedereen meer dan de helft van wat hij op zijn hoogst kon eten op had, tikte de lepelaar op zijn bord. 'Vrienden,' zei hij. Langzaam kwam het gekauw en geslurp tot rust. 'Vanavond is er een bijzondere opvoering,' ging hij verder. 'Een opvoering zonder woorden. De tor zal dansen met de mier.' 'Maar dat is geen opvoering,' riep de brasem uit zijn waterkom. 'Zij zullen niet zomaar dansen,' zei de lepelaar. 'Zij zullen ontroeren.' 'Ontroeren?' riep de kikker. 'Is dat als je je lepel stilhoudt? Ha ha!' Maar niemand lachte en de kikker zweeg beschaamd. De gloeiworm doofde zich en daar, op een verhoging onder de eik, verlicht door de vuurvlieg die van een takje naar beneden hing, verschenen plotseling de tor en de mier. Ze glommen meer dan ooit. De tor was geheel in het zwart, maar de mier had hier en daar iets wits op zich gestrooid, stippeltjes die glinsterden in het schijnsel van de vuurvlieg. 'O,' riep iedereen. Toen werd het stil en begon de nachtegaal in de struik naast de eik te zingen. De tor sloeg zijn arm om het middel van de mier en ze zweefden over de verhoging. Nooit hadden twee dieren zo mooi gedanst, en nooit hadden zoveel tranen tegelijkertijd geblonken. Maar het meest ontroerd was wel de eekhoorn, want af en toe keek de mier even naar hem. En dan dacht de eekhoorn aan de reis die ze zouden gaan maken en hoe gezellig die zou worden, en dan wist hij niet waarom, maar dan stroomden de tranen over zijn wangen. Ze dansten lang, die twee. Toen de nachtegaal ten slotte zijn laatste noot had laten weerklinken stonden ze stil. Niemand bewoog of zei iets of klapte, totdat de lepelaar, na een hele tijd, fluisterde: 'Ontroerd?' Iedereen knikte, zelfs de kikker die wit was geworden van ontroering, en de brasem die in zijn eigen tranen zwom. De tor liet zijn ogen fonkelen, terwijl de mier knikte en zijn lippen op een eigenaardige manier tuitte. Toen liet de lepelaar een taart tevoorschijn komen die zo luchtig was dat je hem alleen maar kon vermoeden, maar niet kon proeven of zien. 'Zonde,' riep de beer. Maar de andere dieren riepen 'O' en besloten de verjaardag van de lepelaar nooit te vergeten.'