“Vreselijk, zoals het stormde. Zelfs de vissen waren zeeziek en wilden aan land gaan. Ik zag een haai die helemaal groen was in zijn gezicht, en een inktvis die zijn kop vasthield met al zijn armen tegelijk. Och, och, wat een storm was dat!” - Pippi (blz. 125)
“‘Is het leuk om op een onbewoond eiland te zijn?’ Vroeg Tommy. ‘Dat zou ik ook best wel eens willen.’
‘Dat kan toch,’ zei Pippi. ‘Zulke eilanden heb je overal.’
‘En ik weet er een helemaal niet ver hiervandaan,’ zei Tommy.
‘Ligt het in een meer? Vroeg Pippi.
‘Ja,’ zei Tommy.
‘Mooi,’ zei Pippi. ‘Want als het midden in het land lag, ging het niet.’” (Blz. 127)
Hoe kun je nou niet van Pippi houden? Met haar eigen wonderlijke redenaties, opgewekte spirit, ongekende kracht, haar grote gevoel voor rechtvaardigheid, haar paard Witje en haar aapje.
Knap geschreven. Opnieuw van genoten.