"Een visje bij de thee" is een bundeling van 23 verhalen en 68 gedichten van de gevierde Nederlandse auteur Annie M.G. Schmidt, met wie iedereen van mijn generatie opgroeide, zelfs hier in Vlaanderen. En mensen als ik geven graag het stokje door aan de volgende generatie. Toen mijn kinderen klein waren, las ik voor uit de grote gedichtenbundel van haar, 's avonds voor het slapengaan. Willekeurige bladzijden werden gekozen en ik las voor, af en toe dezelfde gedichten (diegene die het meest succes hadden). "Jip en Janneke" en "Pluk van de Petteflet", ook grote voorleesfavorieten in veel gezinnen, heb ik hen nooit gedeclameerd. Maar ik heb nog steeds dierbare herinneringen, zowel uit mijn eigen kindertijd als uit de hunne, aan die leuke gedichten.
Het was dus nostalgie die me dit boek in Nederland tweedehands liet kopen en nu het boek uit is, kan ik alleen maar eerlijk bekennen dat ik nog steeds enorm genoot van de losse verhaaltjes en de gedichten die in deze bloemlezing zijn samengebracht. Want hoewel ze voor kinderen bedoeld zijn, weten ze ook de volwassenen te bekoren. Er is natuurlijk die mooie speelse taal die Schmidt hanteert, vol grappige rijmen en hier en daar zelf verzonnen woorden. Maar inhoudelijk blijven de verhaaltjes die intussen ruim een halve eeuw oud zijn vaak verrassend fris. Zo vertelt "Het fornuis moet weg!" over een meisje dat timmervrouw wil worden en een jongentje huisman. Ze bevragen heel wat volwassenen en de één roept dat het niet kan omdat God het niet wil en de ander dat het niet kan omdat het tegen de natuur is, maar door samen met een volwassene logisch na te denken, komen ze tot het besluit dat iedereen best datgene doet wat hij of zij het liefste wil. Annie M.G. Schmidt schotelt die wijsheid niet zomaar voor, nee, ze beschrijft het denkproces van de kinderen en de volwassenen waarmee ze overleggen, en zo wordt het besluit ook voor kinderen goed en helder onderbouwd.
Annie M.G. Schmidt laat in al haar gedichten en haar verhaaltjes een grote liefde voor kinderen zien, waarbij ze soms de heersende normen (over braaf en stout, in die tijd) laat vertegenwoordigen door menselijke en dierlijke personages, maar soms ook gewoon het ondeugende dat in elk kind zit, ook ruimte geeft.
Soms hebben kinderen en zelfs volwassenen iemand nodig die beide polen in zulke mooie taal een plaats geeft, vroeger, vandaag en in de toekomst.