Vorig jaar zou mijn opa 100 jaar zijn geworden. Enkele maanden daarvoor ging ik samen met mijn nicht naar Kamp Amersfoort, waar hij een aantal maanden heeft vastgezeten onder erbarmelijke omstandigheden. Op aanraden kocht ik er een boek. Het verhaal van Wim Aloserij zou waarschijnlijk een goed beeld geven van zaken die mijn opa ook moet hebben meegemaakt. Afgelopen (24) december was het 25 jaar geleden dat mijn opa overleed en vond ik het een passend moment om het boek weer op te pakken.
Het boek biedt een tragisch inkijkje in hoe een willekeurige Nederlander de oorlog moet hebben ervaren. Met als kanttekening dat het verhaal van Wim Aloserij wel heel bizar en heftig wordt naarmate de oorlog vordert (moeite waard om op te zoeken of dus het boek te lezen). Het vertoont echter ook enkele overeenkomsten met wat ik weet van mijn opa’s verhaal. Het is bij vlagen matig geschreven, maar daar wil ik eigenlijk niet te veel over kwijt. Ik gebruik Goodreads graag om het verhaal van mijn opa op mijn eigen manier (mijn eigen gedachtenstroom) vast te leggen.
Soms verrast de schrijver mij trouwens toch, door juist wel een bepaalde emotie op bijzondere wijze neer te pennen. Het is geen Nederlandse Laurent Binet, maar ik ben blij dat ik het gelezen heb. De alledaagsheid van Wims leven, hoe hij richting Kamp Amersfoort vertrekt, het onbegrip in zijn verhaal… Het draagt allemaal bij aan dat ik de Tweede Wereldoorlog op een andere manier tot mij nam dan mijn (beperkte?) empathisch vermogen mij ooit eerder in staat heeft gesteld.
“Een deel van de bewakers bleef achter op het station. In het voorbijgaan drukte een van hen Wim een zakje boterhammen in zijn handen. 'Weet je wel waar je naartoe gaat?' vroeg hij. 'Ik weet helemaal niets,' zei Wim. 'Je gaat naar een vernietigingskamp.'”
Zo losstaand lijkt het citaat misschien Hannah Arendts ‘de banaliteit van het kwaad’, te bevestigen. Maar ik pikte het er eigenlijk uit om te laten zien hoe het boek toont hoe complex de menselijke aard is. Er zijn goede én slechte NSB'ers (tsja, wie bepaalt dat eigenlijk?), Nederlanders die anderen proberen te redden (soms heldhaftig, soms halfslachtig), en mensen die vooral hun eigen leven willen voortzetten (en is overleven dan opeens een vorm van verraad? – iets wat bleef hangen in mijn gedachten). Voor mij is dit wel de meerwaarde van zo'n boek, naast de intrinsieke waarde van de documentatie van dit soort individuele verhalen.
Ook mijn opa werd opgepakt, ergens ten noorden van Amsterdam (rond Heiloo wss). Ook mijn opa leefde in armoede voor, tijdens en na de oorlog - armoede als constante. Het schijnt trouwens dat hij in Kamp Amersfoort nog maar 50 kg woog. In november of december 1943 werd hij gearresteerd, na verlof van Klöckner, een wapen-/staalbedrijf in Duitsland, waar hij tewerk was gesteld. Waarschijnlijk omdat hij niet op tijd was teruggekeerd of omdat zijn papieren waren ingenomen. Na een aantal maanden in het kamp werd hij naar Osnabrück gestuurd om daar te werken. Vrij kwam hij uiteindelijk pas mid juni(!!) 1945. En hij is, al lopend (dit deel begrijp ik zelf niet goed, maar misschien hoeft dat ook niet), naar Kampen gegaan om daar de boot naar Hoorn (vermoed ik) te nemen, terug naar huis.
Gelukkig maar, want anders was ik er niet geweest (ultieme how can i make this about me ben ik hier aan het flippen!!!) Waarom vertel ik dit zo uitgebreid (naast dat ik een zwak voor bloggen krijg)? Niet alleen zodat ik mijn eigen woorden kan geven aan het persoonlijke verhaal van mijn opa en op deze manier dit er altijd weer kan bij pakken, maar ook vanwege de woede en onmacht over wat er nu in Amerika gebeurt. En de waakzaamheid die nodig is, omdat fascisme nooit echt verdwijnt. Waakzaamheid voor hoe makkelijk dat kan overwaaien naar Europa, met die Euro- en Nederfascisten. Als ze al jaren extreme taal uiten, is dat geen stijltje of een overdrijving. Als ze een nazigroet brengen, is dat geen ongelukkig juichgebaar. Als ze zeggen dat ze Guantánamo Bay willen gebruiken voor 30.000 'illegale aliens', is dat geen militaire gevangenis, maar het begin van een concentratiekamp.
En als ze zeggen dat ze landen willen binnenvallen, is dat niet per definitie een strategische onderhandelingspositie. Dat is altijd existentieel.
Maar de tijd om alleen maar te klagen is ook voor mij voorbij. En om strijdvaardig te eindigen, citeer ik graag Alexandria Ocasio-Cortez:
“One thing about me is that I will fight Nazis until I’m 6 feet in the ground.”
Ik sluit mij er graag bij aan.
-------------------------------------------
Trouwens, wat ik zelf nog van mijn opa herinner (ik was nog geen vijf toen hij overleed), zijn de fietstochten naar de moestuin. Naar de kapucijners, die tot de hemel reikten. Hij zat op zijn knieën, zijn handen zwart van een aardige, grondige bezigheid. Hij liet de peulen door zijn vingers glijden, één voor één, geduldig, als een man die altijd tijd had – behalve voor onzin. Ik dwaalde tussen de planten, verloren in een oerwoud van mijn eigen kinderlijke verbeelding.
Hij ligt daar, languit in het gras, met de lege schillen van kapucijners als vingerhoedjes op zijn vingers. Als ik naar hem toe ren, schiet hij ineens de blauwschokkers uit zijn mond, als een kinderlijke mitrailleur, recht op mij af. Ze spatten op de aarde om ons heen, terwijl zijn lach tussen de bladeren opstijgt.
Lobi voor degene die dit helemaal heeft gelezen hahaha. Maar ach je moet wat op je maandagavond. x