Toen mijn held Patrick Modiano in 2014 de Nobelprijs won kon ik een juichkreet niet onderdrukken, en ik glimlach er nog steeds om: allerlei ouder werk van hem wordt namelijk opnieuw uitgegeven, of alsnog in vertaling gepubliceerd. Dat laatste gebeurt nu met "Een jeugd", een relatief vroege Modiano uit 1981, nog niet eerder vertaald. Modiano heeft veel verschillende boeken geschreven, steeds ongeveer 150-200 bladzijden dik, die allemaal draaien om ongrijpbare mistige weemoed, om personages met een hooglijk ongedefinieerde identiteit die tastend dolen in onbepaalde werelden zonder ankerpunt, en om vergeefse dromerig- omfloerste verlangens naar een herkenbare oorsprong of een mooie toekomst. Critici vinden dan Modiano zichzelf te veel herhaalt, omdat hij in elk boek weer dezelfde thematiek oppakt en vaak bepaalde motieven of zelfs personages letterlijk herneemt. Maar ik zit daar niet mee, ten eerste omdat Modiano mij elke keer opnieuw meevoert met zijn stijl, en ook omdat de boeken als je goed kijkt onderling toch nog wel de nodige variatie blijken te bevatten.
Nou is "Een jeugd" niet de beste Modiano: latere boeken als "Zondagen in augustus" , "Kleine Bijou", "Een circus gaat voorbij" of "De horizon" zijn naar mijn smaak echt sterker. Trouwens, "Villa Triste" en "De straat van de donkere winkels" zijn dat in mijn beleving ook. Maar het is wel weer een mooie Modiano, die ook weer iets toevoegt aan het rijke totaalbeeld dat ik als verstokte fan toch al had. Eigenlijk is het hele boek een langgerekte flashback, waarin het echtpaar Louis en Odile terugdenkt aan de tijd dat zij nog als 19-jarigen als drijfhout ronddobberden door obscuur Parijs. Hun identiteit was in die jaren nog zeer ongevormd, waardoor hun dromerige dooltochten iets treurigs en onheilspellends en zelfs angstwekkends hebben, maar tegelijk ook een aantrekkelijk soort lichtheid omdat niets nog vastligt. Ze houden zich in leven door onduidelijke en soms behoorlijk illegale opdrachten uit te voeren, die zij dan krijgen van mysterieuze, behoorlijk suspecte en beduidend oudere beschermers. En die beschermers zijn dan weer doordesemd van weemoed, marginaliteit, verloren droom en verloren jeugd. Hun weemoed heeft in mijn beleving niet de lichtheid die nog te zien is bij Louis en Odile; hun weemoed is gedempte treurnis om het onomkeerbare en onherroepelijke verlies.
Het contrast tussen dolende, zoekende en weemoedige jongeren en dolende, weemoedige en gestrande ouderen komt vaker voor bij Modiano, maar is naar mijn idee in dit boek toch wat scherper aangezet dan in zijn meeste andere boeken. Ook de sfeer van criminaliteit, van illegaliteit, van niet inpasbaar zijn in de door wetten en conventies gereguleerde wereld, zie je vaker bij Modiano. Maar hier lijken de randjes wat scherper, bijvoorbeeld door de wijze waarop Odile tot prostitutie wordt gedwongen, iets wat ze dan overigens met een wel heel Modiano-eske gelatenheid ondergaat. En wat overheerst is de droeve weemoed over de vergeefsheid van alle dromen. Zie de volgende passage over de melancholieke talentenjager Bellune, die een aantal musicerende jongeren bekijkt die door hem ontdekt hopen te worden: "En hun droom was zo intens, en zo heftig hun verlangen om door middel van de muziek te ontsnappen aan wat hun vermoedelijk in het leven te wachten stond, dat Bellune dikwijls in de doordringende geluiden van de gitaren en de zich schor zingende stemmen louter hulpgeroep hoorde". Misschien hoort Bellune inderdaad de verborgen noodkreet van de vergeefs naar een muzikale carrière snakkende jongeren. Misschien hoort hij ook zijn eigen noodkreet, want al snel komen we er achter dat hij zelf niet meer tegen het leven is opgewassen. Maar dat die noodkreet wel degelijk OOK bij jongeren hoort, blijkt bladzijden later uit o.a. de volgende passage over Odile: "Haar droom is in rook opgegaan. Het is haar niet gelukt om zich te laten horen, haar stem is er niet in geslaagd boven de mist en het lawaai uit te stijgen, zoals de stem van de zangeres van wie ze het verhaal had gelezen. Ze heeft geen moed meer."
Ja, dit was toch weer een mooie, melancholieke Modiano. Zoals steeds schreef hij allerlei omfloerste treurnis zo mooi op dat hij niet alleen treurnis oproept, maar ook troost. En zoals steeds nam hij mij mee in een mistige, droevige, maar door zijn stijl ook mooie droom. Dat hij nog maar jaren moge leven, en nog vele boekjes moge schrijven. Ik zal ze allemaal lezen.