What do you think?
Rate this book


143 pages, Paperback
First published January 1, 1930
Vannacht zal ik het horen, het eind van het lied. De aarde zal het mij zingen. De aarde zal mij haar geheim uitleveren, maar mij meteen tot zich nemen voorgoed.De broeders van het klooster zingen elke nacht – hun geluid is het ultieme geluid, hun klanken de ultieme klanken. Maar de litanie stokt op haar hoogtepunt, “het geluid stortte ineen als een ondermijnd paleis.” Ze weten het einde van het lied niet, en toch proberen ze het elke nacht opnieuw. Waarom? “Omdat er een nacht kan komen dat het zichzelf verder zingt.” En, natuurlijk, hoe manifesteert zich in de speeltuin van Slauerhoff het ultieme geluid, de ultieme klank, de ultieme waarheid; hoe manifesteert zich, met andere woorden, wat zovelen God plachten te noemen? Juist: in feminiene schoonheid. Eerder in het verhaal noemt Slauerhoff haar Leucotheia, een zeenymfe in de Griekse mythologie die orakelde van net onder het wateroppervlak, die de waarheid sprak door een immer vertroebelende spiegel. Het zij gezegd: de enige weg naar verheldering is om te verdrinken, de enige weg naar verheldering is aankomen op je eindbestemming. Het einde van het lied, het einde van de wereld.