Vos Jacobsz is een tandenjager. Hij struint de slagvelden van napoleontisch Europa af op zoek naar jonge gevallenen met nog gave gebitten, waaruit tandartsen voor rijke klanten kunstgebitten fabriceren. Wanneer Vos bij Quatre-Bras het mooiste gebit vindt dat hij ooit gezien heeft, besluit hij het in Londen in zijn eigen mond te laten transplanteren. Die wonderbaarlijke tanden helpen hem door te dringen in hogere kringen, waar hij zijn oog laat vallen op een markiezin met een al even fraai gebit. Tijdens een grimmig jaar zonder zomer wijdt zij hem in in een verborgen wereld van decadentie en uitbuiting. Maar hoeveel bloed aan je handen en je tanden kun je voor jezelf rechtvaardigen?
Tandenjager is een eigenzinnige historische roman waarin gothic horror, politiek, liefde en erotiek samenkomen in een bloedstollend en uiterst actueel verhaal over klassenverschillen, roofbouw, uitbuiting en de prijs van ambitie.
Een literaire tour de force van een van de beste stilisten in het Nederlands taalgebied.
Auke Anthony Hulst is een Nederlandse romanschrijver, journalist en muzikant.
Van zijn site: Auke Hulst (Hoogezand-Sappemeer, 1975) groeide op in het buurtschap Denemarken, boven op de gasbel van Slochteren. Zijn jeugd daar – ‘in een Pippi Langkous-huis in een bos’ – stond model voor zijn succesvolle derde roman Kinderen van het Ruige Land (2012), die genomineerd werd voor de BNG Literatuurprijs, en werd bekroond met de Cutting Edge Award 2013, de prijs voor het Beste Groninger Boek, en de Langs de Leeuw Literatuurprijs van het gelijknamige tv-programma. Eerder publiceerde hij de romans Jij en ik en alles daartussenin (2006) en Wolfskleren (2009), en maakte hij met tekenaar Raoul Deleo het literaire reisboek De eenzame snelweg, in het spoor van Jack Kerouac (2007). Dat boek werd genomineerd voor zowel de Stripschappenning als de Prix Saint-Michel. Begin 2015 zal bij Ambo|Anthos zijn roman Slaap zacht, Johnny Idaho verschijnen.
Auke is ook literatuurcriticus, reisjournalist en essayist voor onder meer NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer, De Standaard en Columbus Magazine. Daarnaast is hij muzikant. Hij maakte onder andere bij Wolfskleren het soloalbum The Hidden Shape onder de naam Sponsored by Prozac. En hij is de voorman van de Nederlandstalige band De Meisjes, die in 2012 debuteerde met het album Beter Dan Niets. In 2014 verschijnt het tweede album Dokter Toestel.
Stilistisch briljant, meeslepend, ontzettend slim geconstrueerd, memorabele decors, een wereld waar je wilt zijn en zowaar een gigantische verrassing die volstrekt logisch is en die ik helemaal niet zag aankomen. Onnederlands wat betreft zwier en brille.
Dit is een boek waarvan ik zou willen dat ik het geschreven had.
Nou deze kwam binnen hoor. De Tandenjager is een indringende roman, met een sfeer van verval en ontbinding. De hoofdpersoon wil wanhopig ontsnappen uit een donkere, koude smerige wereld waar alleen afkomst telt. Wat begint in de rauwe slagvelden bij Waterloo, mondt uit in een mythisch geladen verhaal waarin ontsnappen onmogelijk blijkt.
Langzaamaan introduceerde Auke Hulst bij mij als lezer victoriaanse elementen die, als ze eenmaal tot je doordringen, eerst ongeloof oproepen om vervolgens als heel vanzelfsprekend te worden beschouwd. Dat is de kracht van een goede schrijver.
Een roman waarbij de gevatte hoofdpersoon toch uiteindelijk het onderspit delft in zijn ongelijke strijd met zijn geliefde, die hem vele jaren zal overleven maar uiteindelijk ook haar lot vindt.
Liefhebbers van Ilja Pfeiffer kunnen ook hier hun hart ophalen.
Dat Auke Hulst kan schrijven lijdt geen twijfel. Dat hij zich een totaal ander genre en taalgebruik voor dit boek heeft eigengemaakt is heel veel werk en knap, maar werkte voor mij alsnog niet. De taal was zo gezwollen, zo gemaakt, zo gestileerd om te passen in het beoogde genre dat het voor mij de ongewenste boventoon voerde in zeker de eerste honderd bladzijden.
Best wat plotkeuzes vond ik extreem en ook nog doodlopend: ze hadden niet gemaakt hoeven worden omdat het boek ook zonder die keuzes geschreven kon. Maak van de protagonist een jongeman met een goed gebit die tot de klasse wil behoren waar hij volgens hemzelf toe behoort en het hele deel van in de leer gaan bij een tandenjager tot zelf hét gebit vergaren en laten inplanteren is overbodig. Ook een incestueuze moeder en de overvloedige seks, al dan niet met hemzelf, waren voor mij zinloze trucjes, naast extreme geweldpassages die eer doen aan het koloniale geweld in de geschiedenis maar dit is geen historische fictie dus wáárom??
Als ik al deze gekunsteldheid verwijder houd ik een gotisch Bouqueetreeksdeel over, vind ik. Héél knap geschreven, hij zou er een prijs mee kunnen winnen en het zou zomaar kunnen dat Hulst daar ook op mikt. Op driekwart van het boek heb ik nog overwogen dat het boek niet gaat waar het over gaat maar over de huidige wereld: obsceen rijke mensen die alleen met zichzelf bezig zijn en daarbij letterlijk over lijken gaan om hun hedonisme en narcisme te bevredigen. Maar ook bij zo'n moraal hoeft van mij niet zoveel aanstellerij.
Ik wilde het boek heel graag fijn vinden want ik vond eerder werk van Hulst fenomenaal, maar de verhaallijn boeide me gewoon helemaal niets, en vond ik boek uiteindelijk een aap met een gouden ring.
Voor de moeite die in de taal en de stijl zit zou ik zo 4 sterren geven, maar voor het verhaal gewoon niets. Ik laat de beoordeling maar achterwege, denk ik.
Denk The Invisible Life of Addie LaRue (V.E. Schwab) meets The Crimson Petal and the White (Michel Faber), maar dan door Nederlands meesterschrijver Auke Hulst.
Met een openingsscène als die van Saving Private Ryan. Niet op Omaha Beach in 1944, maar bijna 130 jaar eerder: de slag bij Waterloo. Op schrift, maar minstens zo filmisch. Oorverdovend beeldend.
En reflectief, met gevoel voor onze (doodnormale) duistere kant, zoals ik Hulst ken:
“Waarom heeft hij zich eigenlijk bij dit doodscarnaval aangesloten? Niet uit overtuiging of plichtsbesef, eerder uit een onbestemde walging die hemzelf betreft, en die hij - in dienst van eender welk leger - in andermans handen wil leggen, een van de talloze miljoenen die geofferd zouden worden aan de ambitie, wilskracht en eigenwaan van enkelen.”
Eenzaamheid, je doet er niks aan.
Het oorverdovend beeldende, dat enorme lawaai aan kleuren dat slechts door taal in het hoofd van de lezer wordt gebracht, herhaalt zich nog een paar keer in de fantastische sleutelscenes in dit boek. We reizen door tijd, landschappen en continenten in deze wederom weergaloze roman ‘Tandenjager’.
Heel veel meer ga ik er niet over zeggen. Zo gaaf dat Hulst zich hieraan waagt. Nieuwe, buitenissige (wrede) decors, levens, essenties. Weird, fonkelend en helaas levensecht.
Fantastisch. In de breedste zin van het woord. Het is gruwelijk, het is vuig, het is barok geschreven, zonder dat het een gimmick wordt. Het is nog gothischer dan Wuthering Heights. Hulst neemt een diepe en dappere duik in de naargeestige krochten van 's mensen ziel en ik heb er grote bewondering voor.
Ik voel me wederom GESCAMD door de Nederlandse literatuurlobby. Weer een MATIG boek dat de hemel in geprezen wordt. Bestaat er nog één editor die een auteur een beetje durft te redigeren?
Tandenjager is een verhaal met zo veel potentie. Auke Hulst is een zeer creatieve, originele en talentvolle auteur. En toch komt er in dit boek steeds niks van de grond. Alle ideeën, thema’s, plotwendingen komen en gaan. Liefde duurt maar één hoofdstuk. Hoofdpersonages worden plotseling bij het grofvuil gezet. Op tanden wordt nauwelijks gejaagd.
Mezelf een keer gehouden aan de 100-bladzijde-regel. Het kon me toen ik die bereikte nog steeds niet bekoren, dus moet het boek terug in de kast. Hulst kan prachtig schrijven, en ik vond het verhaal goed bedacht, maar ik ben nog niet genoeg met pensioen om hiervan te genieten.
“De muziek van haar vocabulaire verleende haar beweringen het soortelijk gewicht van sterren.”
Ik kan best van pocherige schrijvers houden (denk Pfeiffer), maar dit werd me teveel.
Quel vocabulaire, quels personnages, quel métier! Mijn recensie begin ik bijna vanzelfsprekend in het Frans want Auke Hulst koketteert in deze roman met de taal van Molière dat het een lieve lust is. We bevinden ons bij aanvang aan het begin van de 19e eeuw afwisselend op het Napoleontisch slagveld van Waterloo, in een kabinet van een chirugijn of bij een pint van de kastelein, in een koets op weg naar een duivels rendez-vous of fête de fourage. We kijken neer door de zolderplanken van een plantagewoning of opzij in een arme hofstede - in Londen, Amsterdam, Paramaribo of ergens in een zompig weiland aan de rand van een duister bos als het al niet in het riolennetwerk van New-York is - de tijd hopt heen en weer en schiet ver vooruit. Op meeslepende wijze wordt het levensverhaal van enerzijds Jacob Vos verteld, de tandenjager uit de titel, arm geboren maar met een rijke fantasie en een tomeloze ambitie. Hij omarmt zijn lot niet maar wil het overstijgen en zal een tijdje als tandenjager floreren en zo bescheiden fortuin maken. Vos’ bloed is warm en wellustig en zijn ontmoeting met markiezin Margaux, het tweede hoofdpersonage, brengt ongekende passies naar voor. Het is literair en bij momenten diabolisch smullen voor de brave lezer. Schrijver Auke Hulst houdt duidelijk niet van half werk: op zijn research valt niet af te dingen. Maar anderzijds stopt hij dit boek ook vol verdwenen woorden en gebruiken om de authenticiteit te verhogen. Er is bovendien iets met de taal in dit boek, ze lijkt speciaal gecomponeerd, ze zingt en zindert en voegt een extra laag liederlijkheid en kadans of decadentie toe. Chapeau monsieur l’écrivain. Maar de ‘cerise sur le gâteau’ voor mij althans is het thema van sociale rechtvaardigheid, van de determinatie van afkomst en klasse die het ganse boek aanhoudt, van onrecht en armoede en zeker van de aanklacht tegen de slavernij. Ik vond dit een bijzonder gelaagd en gedreven boek dat ik niet aan de kant kon leggen. Het was boeiend, vernieuwend en … meer dan begeesterend: het was verslavend en bedwelmend Meer dan zijn vijf sterren waard.
Bijzonder fijn boek! Een veelheid aan genres, vol van talige rijkdom. Je wordt ondergedompeld in alles wat de verbeelding van Auke Hulst behelst, in filmische en smerige scènes. Ook hier dacht ik af en toe: de roman had eerder mogen eindigen, ingedikt kunnen worden, maar toch was ik steeds blij verder te kunnen lezen. Als een 'basso ostinato' weerklinkt voortdurend de zoektocht naar identiteit, 'terwijl de essentie van jezelf zijn de mogelijkheid was een ander te worden'.
Op een blauwe maandag enkele decennia terug, durfde ook ik de vulpen nog wel eens in de inkt te dompelen om wat inspiratie neer te pennen. In de annalen van een plaatselijk studentensuffertje staan vast nog wel wat verhalen van “Elsken” bewaard. Om mijn studentenproza wat meer cachet te geven, stond het bol van wollig taalgebruik. Medestudenten aftroeven met menige woordvondst was een sport met een troffee voor een zinsnede waarbij de Van Dale eraan te pas moest komen (we spreken over pre-mobiele telefoon).
Zo voelde dit boek ook een beetje aan. En kon ik daar eerst nog wel om glimlachen en zag ik er de focalisatie van de hoofdpersonen in, op een gegeven moment irriteerde het me. Ook omdat het verhaal erdoor aan tempo verliest.
Daarnaast was de herhaling me een doorn in het oog. Waarom de uitgebreide uitwijding richting Suriname of de laatste hoofdstukken door de ogen van de markiezin die zichzelf ook nog eens ongeloofwaardig maakt met de laatste gedachten voor haar dood.
En er had zoveel in gezeten. Wel tof om te lezen was namelijk de gotische horror waarin Stocker en een vleugje De Sade in een toch wel Hollandsch verhaal de Nederlandse literatuur binnendreven. Ik heb nog geen precedent gelezen. (Mss de laatste van Gustaaf Peek, maar die ligt nog ergens op mijn to-dostapel).
Nee niet 'finished'. Het was 60 blz. ploeteren. Met het vooruitzicht dat ik er nog 300 moest ben ik er maar mee gestopt. Het is tenslotte wel vakantie.
Kan een roman in positieve zin misselijkmakend zijn? Jazeker! Tandenjager, de nieuwe roman van Auke Hulst, deed me daadwerkelijk kokhalzen. Er was één pagina die ik werkelijk niet met droge ogen, eh, mond, kon lezen. En toch wilde ik, zelfs toen, niets liever dan doorlezen. Wat een schitterende stank en een ijzingwekkende gruwel rijst er op uit Tandenjager!
Auke Hulst (1975), die naast schrijver ook recensent is voor deze krant, excelleert in de vermenging van zijn eigen invallen en fascinaties met allerlei literaire genres en tradities, wat al bleek uit eerdere boeken, zoals De Mitsukoshi Troostbaby Company (2021). Hij slaagt er met Tandenjager opnieuw in iets buitengewoons en verrassends aan zijn al zo opvallend veelzijdige oeuvre toe te voegen. Tandenjager is een uitmuntende historische roman en een ijzingwekkend ‘gothic’-griezelverhaal ineen. Bovendien kun je er evengoed een commentaar in lezen op wat de mens uitspookt, puur uit eigenbelang, tot in de huidige tijd aan toe. En op wat mensen van alle tijden elkaar aandoen.
Hoofdpersoon is de schelm Vos Jacobs, die ook wel door het leven gaat als ‘Jacobi Fox’, een onecht kind dat vastbesloten is van een dubbeltje een kwartje te worden. Deels als wraak – zijn biologische vader is (hoogstwaarschijnlijk) de baron van het landgoed waarop zijn ouders werken –, deels omdat het leven beter uit te houden is als je tot de elite behoort: „Hij wilde hun kleren dragen, in hun paleizen wonen, hun drank drinken, hij wilde bediend worden door hun bedienden en vergeten dat die bedienden zijn ouders waren, hij wilde de wereld zien vanuit hun koetsen en schepen, maar hij wilde niets van zijn binnenwereld hoeven offeren aan de dorre geestessteppe die door gewoonte en comfort wordt veroorzaakt. Zijn innerlijk leven was hem heilig.”
Na allerlei omzwervingen en baantjes wordt Vos ‘tandenjager’: hij rooft tanden van gesneuvelde soldaten waar rijke mensen in Engeland een vals gebit van laten maken. Dit bijzondere werk oefent hij op een veulenkop (een van de vele passages uit dit boek waarbij het verstandig kan zijn een emmer bij de hand te houden).
Adellijke jongeheer Zijn eigen gebit rot intussen natuurlijk ook weg. Dat verraadt zijn lage komaf. Hij laat het vervangen door een opmerkelijk gaaf, blinkend wit roofgebit. Dat behoorde toe aan een adellijke jongeheer, eveneens een belangrijk personage in de roman, die er vanwege zijn idealen voor koos van zijn titel en erfenis af te zien en in het leger dienst te nemen.
Behalve diens tanden neemt Vos van zijn dode lichaam ook een stapeltje liefdesbrieven af, die in de kleren verstopt zitten. Zo komt hij op het idee, eenmaal succesvol voorzien van de blinkende tanden, om de aanbeden markiezin uit die brieven te gaan versieren. Deze Amsterdamse aristocrate is een opmerkelijk vrijgevochten, eenogige schilderes. Zij wordt door het plebs een heks genoemd, puur vanwege haar opvattingen en uiterlijk, denk je aanvankelijk. Maar er blijkt meer aan de hand te zijn: ze heeft een groot geheim dat ik hier niet ga onthullen.
Ze is in ieder geval nauw verwant aan die andere beroemde, wat oudere literaire markiezin, de markiezin de Merteuil uit Les liasons dangereuses (1782) van Choderlos de Laclos. Maar ze is nog veel gevaarlijker. Is Vos zo sluw als hij meent te zijn, of is zij uiteindelijk toch slimmer?
Drek en drab, modder, moed en moord: je slaat vanzelf (mee) aan het allitereren met deze roman, waarin Hulst consequent vol op het orgel gaat. Hij wijdt uit over het „zompig smakken van aangestampte modder”, maar ook over de zee, de lucht, de leefwijze van mens en dier. Over licht en duister, over friemeldiertjes en vegetatie. Alles even beeldend.
Tandenjager begint op het slagveld bij Quatre Bras in 1815 daags voor de slag bij Waterloo, en neemt je vervolgens mee naar onder meer de sloppen van Londen, een suikerplantage in Suriname, de grachtengordel van Amsterdam en de woeste baren: „Regen en wind schuieren de zeilen, schuren de planken, slaan hout tot spaanders, de zee grauwt en gromt en blaft, een gulzige hond. De donder is die van het slagveld, de bliksem slaat in op de bezaanmast.”
Literaire voorbeelden Het is een meeslepend verhaal, maar vooral de stijl – overdadig, maar nergens onhandig – maakt veel indruk. Hulst tovert je van alles voor ogen en speelt intussen een spel met allerlei literaire voorbeelden: Cervantes, Dickens, Sterne en Shakespeare, om er maar een paar te noemen. Hij koos voor dit boek bovendien een idioom doorspekt met in onbruik geraakte woorden, waarbij hij er zorg voor droeg dat de context steeds afdoende duidelijk maakt wat ze betekenen. Zo weet hij geuren, kleuren, geluiden en sensaties hoogst origineel te vangen, hetgeen op zijn hoogst een beetje aan werk van Hafid Bouazza doet denken.
Heersen over, of zelfs meer dan dat: bezit nemen van, een ander is het dragende thema van Tandenjager. Wanneer is de verhouding tussen twee mensen symbiotisch, wanneer parasitair? Hulst werkt dat op allerlei manieren uit. Hoe mannen vrouwen als hun eigendom zien. En ouders hun kinderen. Maar ook veldheren hun manschappen, een landheer zijn pachters, een lid van de adel het huispersoneel en, wranger en schrijnender nog, de witte heersers de tot slaaf gemaakte zwarte mensen in Suriname.
De ander als bron misbruiken voor het eigen bestaan, het eigen gewin, is natuurlijk ook alleen al het tandenjatten. En dan speelt ook de op zijn minst deels onvrijwillige uitruil van allerlei levenssappen, tot bloed aan toe, een prominente rol in Tandenjager.
Intussen streven veel van de personages naar onafhankelijkheid. Voor Vos staat van jongs af aan als een paal boven water dat dát het hoogste goed is. Vrij te zijn. Zelfs in de liefde gelooft hij niet: „Hij heeft nooit geloofd in de mystieke verbondenheid waarover die ene opiumverslaafde dichter tegen hem had gewauweld in een Londense taveerne – geklets onder andermans zenuwen die zouden meetrillen met de jouwe, over lippen die rillen en branden met het beste bloed van je hart.”
Maar dan steekt, al gelooft hij er niet in, zijn gevoel een spaak in het wiel. Hij wordt verliefd en raakt tot zijn eigen verbazing en verdwazing, gaarne bereid zich met huid en haar uit te leveren aan de vrouw van zijn dromen, in plaats van andersom. Dat wordt een koude kermis, in een zo warmbloedig boek.
„Blijven wij tot in lengte van dagen nieuwe boeken produceren, zoals apothekers nieuwe brouwseltjes mengen, door uit het ene vaatje in het andere te tappen?” luidt op enig moment de vraag in Tandenjager. Hopelijk is het antwoord van Auke Hulst voorlopig, ook na dit zo grootse boek, weer volmondig: ja.
Wat is het altijd weer heerlijk om ondergedompeld te worden in iemands virtuositeit. Al sinds ik ‘Zoeklicht op het Gazon’ las, een vlijmscherpe karakterschets van en over Richard Nixon, heb ik Auke Hulst (1975) op de korrel en beschouw hem als één van beste schrijvers in het Nederlandse taalgebied. Wie daar nog niet van overtuigd is leze in ‘De tandenjager’ over de even wonderbaarlijke als koudbloedige strapatzen van de oplichter Vos , die zich in het Post-Napoleontische Europa een weg uit de goot bij elkaar liegt. Het verhaal begint onverholen dantesk in de buurt van het Vierarmen kruispunt, waar in de uitlopende zomermaanden van 1815 lijkenschenners en ander onzalig tuig van de richel met de handzeef door de ongelukkig nagelaten bezittingen van de gesneuvelden trekken. De vriendelijksten houden het op ringen en koperen munten , blinkende gespen of (voor de gelukkigen) een Lange und Söhne uurwerk geplukt uit de borstzak van een Brunswijkse dragonder. De meest doortrapten gaan echter een stap verder , een onzalig land betredend dat de mens ten kwade doet verschillen van eender welke diersoort. Zo’n doortrapte maar charmante schurk is de bastaard Vos, een aan laudanum verslaafde adonis met een abominabel gebit en een hang naar de ‘haute volée’, de middens waar krom Frans wordt gesproken . Bovendien is hij begiftigd met de kunst van de zelfenscenering .
Tot daar de opmaat. Over hoe deze sprankelende over de bon mots tuimelende roman zich verder ontwikkelt wil ik slechts sluiergewijs iets kwijt om het leesplezier niet te vergallen. De stijl en de uit de zinnen opdampende sfeer doet erg denken aan het werk van de Goncourtwinnaar Mathias Énard; een eendere explosie van verbeeldingskracht, gepaard aan een voelbare lust de wereld te verrijken met een aan dichtkunst palende schriftuur die soms een mate van grofheid bereikt; liefdesverdriet wordt omgezet in een olifantsvoet op het hart , domheid in het veel bekoorlijker klinkende geestelijk klein behuisd en het summum van vrouwelijkheid onwelvoeglijk in een buiksloot .
De tandenjager is een als een broeierige schelmenroman beginnend verhaal dat gaandeweg haast kameleontisch en zich per diligence voortbewegend, verschillende romanvormen aanneemt, tot gothic horror aan toe , maar nooit slaat het bressen in het verhaal omdat de schrijver domweg een vakman is .
Met ‘Hochstapler’ Vos heeft Auke Hulst een romanfiguur gecreëerd die op vleugels van welbespraaktheid zijn klasse overstijgt maar daar ook een Icarusprijs voor betaalt. Hij belandt uiteindelijk in Suriname, waar Hulst een wreed blik koloniaal verleden opentrekt en waarin Vos opgepeuzeld door insecten en uitgemergeld op de modderige oever van de Suriname rivier geneest van zijn illusionair bestaan.
Op geen enkel moment is ‘De tandenjager’ geschikt voor gevoelige lezers.
Stroef begin. Toch doorgelezen, heel erg de moeite waard! Auke Hulst heeft een totaal ander taalgebruik dan in zijn andere boeken en dat was in het begin wat lastig om in te komen, maar ik raakte er op een bepaald moment wel aan gewend. Vanaf de twist zat ik er helemaal in, het had an sich nog wel een tandje sterker gemogen van mij. Desondanks erg gaaf boek!
Enigszins gore opgewonden mannenschrijvers met een uitgebreid vocabulaire (Grand Hotel Europa) is een aardige basis voor een lollige leeservaring. Giet er een beetje een zoektocht naar verticale mobiliteit (Name of the Wind), een vreemde, lugubere ambacht met lustopwekkende bijeffecten (das Parfüm) en.. uhm.. (Twilight) overheen en je krijgt een geslaagd experiment. Ik vond de eindes vermoeiend om te lezen maar treffend in wat het wilde overbrengen. Knap!
"de essentie van jezelf zijn, is de mogelijkheid hebben een ander te worden"
En zo doet Auke Hulst het nogmaals, alsof het de glazen wat zijn die je drinkt op een benauwde zomerse dag.
Vos is een uitgesproken persoon, mooi beschreven en het is zo voor de hand liggend om voor hem te voelen, terwijl de overige personages evengoed zo uitgesproken en mooi zijn opgezet, denk aan zijn moeder, margaux, Amadeo. Daar waar het perspectief van het verhaal wisselt tussen personen, wordt er context verschaft die vaak op dat moment nodig was, hier is goed over nagedacht. Het einde van Vos was erg tragisch, maar uitermate beschreven, en in contrast met het opvolgende hoofdstuk van Margaux zet het het hele gelezen verhaal in zulk een ander daglicht, dat het hele boek nog eens wordt overdacht.
Auke Hulst, als Nederlandse literatuur schrijver, heeft een zeer goede nieuwe toevoeging gedaan aan wat misschien wel de belangrijkste literatuur van Nederland kan zijn. De symboliek met de half mensen, wat ook op andere plekken in de Nederlandse literatuur terug te vinden is. Het semi-dystopische, wat juist de hedendaagse tijd in een dystopisch daglicht zet. De typische Auke Hulst schrijfstijl, waar ik zo van kan genieten. Wat een boek Auke Hulst, een prachtige toevoeging aan de lijst.
Wat ik meeneem uit dit boek is dat, in wat voor tijd of plaats we ook wonen, ons perspectief altijd gekleurd en gelimiteerd blijft tot dat wat we in de hedendaagse mêlee meemaken. Om hieruit te stappen, moet je 200 jaar leven.
Hmm hmm hmm, soms vier, soms drie, een paar briljante passages die de volle vijf sterren waard zijn. De schrijfstijl is magnifiek, het verhaal origineel en spitsvondig. De personages zonder meer beklijvend.
Ik vond dit boek te gek, maar het duurde zeker 300 pagina’s tot ik er echt lekker in zat. Dat is me eigenlijk wat te lang. Hoe dan ook heeft Hulst, zij het soms overdreven bloemrijk, een verhaal geschreven dat blijft boeien.
Net geen 5 sterren, dus eigenlijk 4,5. 5 voor het verhaal en de bizarre plot, de opbouw van het boek, de onmogelijke karakters, de historische context en het verwerken van zoveel verwijzingen naar andere - oude- schrijvers. 4 omdat toch de archaïsche taal veel aandacht vraagt, omdat de tijdsprongen en in een enkel geval ook de sprongen tussen de karakters de vertelstroom verstoren en omdat de allegorie van de bloedzuigers toch net een beetje te veel wordt uitgelegd. Maar over het algemeen: chapeau, wat een on-Nederlands meeslepend boek.