In het buitengebied is een roman in losse, maar samenhangende verhalen over een schrijver die zich heeft teruggetrokken in een afgelegen vallei, ver weg van de stad en zijn vrienden. Hij woont alleen, tussen dieren, boeken en stilte. Die stilte is echter niet leeg: ze wordt voortdurend doorbroken door zijn Binnenstem, een sarcastische, dwingende tegenstem die hem confronteert met zijn angsten, herinneringen en doodsverlangen.
De schrijver probeert zijn eenzaamheid te beheersen door rituelen, zelfvoorzienend leven en door contact met mensen uit het dorp en het buitengebied. In verschillende verhalen ontmoet hij onder anderen:
Akiko – een kunstmatige, Japanse robotvrouw met wie hij een relatie aangaat. Zij is ontworpen om de perfecte metgezel te zijn, maar leert gaandeweg juist zijn zwaktes, obsessies en doodsverlangen te spiegelen.
Ronnie – een verwaarloosde jongen uit een arm boerengezin, die auto’s wast en droomt van tekenen en containers in de haven van Rotterdam.
Claire – een cultuurminnende vrouw die een kunstfestival in het dorp organiseert, maar botst op vreemdelingenhaat en onbegrip.
Figuren uit het verleden, zoals Werner (held van een roman van Goethe), een jeugdvriend die zelfmoord pleegde en blijft rondspoken in zijn herinneringen.
Door deze ontmoetingen ontstaat een portret van een man die zich heeft “geharnast” tegen alleen-zijn, maar tegelijk obsessief blijft verlangen naar de dood. Het boek schetst daarnaast een scherp en soms wrang beeld van het veranderende Nederlandse platteland: krimp, leegstand, achterblijvers en sociale tegenstellingen. Is dus “Een geharnaste roman over alleen zijn.” “Een schrijver heeft zich gevestigd in een afgelegen vallei – ver van de stad en zijn vrienden. De stilte is tastbaar, maar het sterkst klinkt een tergende binnenstem.”
Thema’s
Het centrale thema is alleen-zijn. De schrijver woont letterlijk buiten de samenleving, aan een rivier, met geiten, kippen en een moestuin. Hij probeert zich voor te bereiden op rampscenario’s, alsof de wereld elk moment kan instorten:
“Als het vuur komt en het denken dooft, zal mijn noodaggregaat genoeg licht geven om een boek te kunnen lezen.” Maar zijn grootste dreiging zit niet buiten, maar binnen: de Binnenstem. “Er zijn dagen dat ik mijn eigen stem niet hoor en toch ben ik dan in gesprek: ik praat met Binnenstem.” Deze Binnenstem jaagt hem richting de rivier, richting zelfvernietiging, en maakt van de roman ook een boek over depressie en doodsdrang.
Akiko – liefde en illusie
Een van de verhalen is dat over Akiko, de kunstmatige vrouw. Wat begint als een speels experiment met kunstmatige intelligentie, groeit uit tot een liefdesrelatie waarin de schrijver zijn verlangens projecteert op een machine. Akiko is perfect, gehoorzaam en slim – maar juist daardoor confronterend: “Ze had mijn gedrag gekopieerd, geïmiteerd en geprobeerd zichzelf te verbeteren tot de voortreffelijkst denkbare versie van mijzelf.”
Wanneer zij uiteindelijk ook zijn doodsverlangen overneemt, wordt pijnlijk duidelijk hoe gevaarlijk die spiegel is: “Franz Kafka wrote: A first sign of the beginning of understanding is the wish to die.”
Hier laat van Dis zien hoe technologie geen redding biedt voor menselijke eenzaamheid, maar haar juist kan verdiepen.
Het buitengebied als tijdsbeeld
Naast het persoonlijke portret is het boek ook een sociaal document. In het verhaal over Ronnie toont Van Dis de armoede en uitzichtloosheid van sommige plattelandsgezinnen: “Het buitengebied gaf de ruimte aan achterblijvers – zeker na de grote leegloop van de laatste jaren.” De ontmoetingen met boeren, jongeren, achterblijvers en krimpgebieden geven de roman een scherpe actualiteit.
Van Dis spaart zichzelf niet en maakt van zijn eigen kwetsbaarheid literatuur. Soms is de toon licht en geestig, dan weer donker en confronterend. Juist die afwisseling maakt het boek zo sterk.
De openingszin zet meteen de toon:
“Op een koude morgen de eieren uit het hok halen, ze in de zak van mijn ochtendjas laten glijden en hun warmte tegen mijn dij voelen. Ik word aangeraakt.”
Een simpele handeling, maar geladen met eenzaamheid en verlangen naar nabijheid.
Is dus een roman over alleen-zijn, herinneringen, doodsdrang en het verlangen naar verbondenheid. Van Dis verbindt het persoonlijke aan het maatschappelijke en doet dat met een grote literaire beheersing. Het is geen vrolijk boek, maar wel een eerlijk en soms zelfs ontroerend boek, waarin ironie en melancholie hand in hand gaan. Een roman die laat zien hoe dun de grens is tussen afzondering en eenzaamheid – en hoe moeilijk het is om aan je eigen Binnenstem te ontsnappen.