Ira woont in Dierenriem, een wijk waar het stil is op straat en alles gekmakend ordelijk verloopt. Maar dan kan haar zoon Chris om onduidelijke redenen de slaap niet meer vatten. Het keurige Nederland krijgt ondertussen te kampen met ‘de veranderingen’: mensen verdwijnen, een technocratische orde genaamd de engelen trekt achter de schermen aan de touwtjes en op parkeerterreinen ontstaan nieuwe allianties. Geesten uit oude verhalen laten zich niet meer verjagen, vage kennissen dwalen door stad en land en verborgen boodschappen in vertrouwde technologie roepen de vraag op hoe het ooit was – of misschien nooit is geweest?
Van der Graaff beschrijft een recent gedeeld verleden en een ongrijpbare toekomst, waar we ons al middenin bevinden. Dit is zijn tweede roman, een volstrekt origineel verhaal en de overdonderende opvolger van zijn veelgeprezen debuut Wormen en engelen.
--
Het is 1999. Op een zomeravond, rond de klok van tien, verdwijnen alle snelwegen. Modderige vlaktes blijven achter en er duiken schimmige figuren op die zichzelf de engelen noemen. Alina en Sinem, Shirley en Julian, Lennard en Simon, Raziël en Jeremiël: allemaal doorkruisen ze deze nieuwe wereld, op zoek naar antwoorden.
Het is 2068. Ira woont in Dierenriem, een wijk in de Buitenste Randstad. Ze wantrouwt het gelijkmatige leven daar al langer, maar door de mysterieuze aandoening van haar moeder en de vondst van een bak vol oude systeemkaarten, lijkt niets meer te kloppen. Deze gebeurtenissen lokken haar steeds maar weer naar de snelweg, waar ze zich overgeeft aan het onbekende.
Onder asfalt is de tweede roman van Maarten van der Graaff, een volstrekt origineel verhaal en de overdonderende opvolger van zijn debuut Wormen en engelen.
Maarten van der Graaff (1987) debuteerde in 2013 met de bundel Vluchtautogedichten bij uitgeverij Atlas Contact. In 2014 werd deze bundel met de C. Buddingh’-prijs bekroond. Dood werk, zijn tweede bundel, verscheen in 2015 en werd twee jaar later bekroond met de J.C. Bloem-poëzieprijs. In 2017 verscheen zijn debuutroman Wormen en engelen, die werd genomineerd voor de Anton Wachterprijs. In 2020 publiceerde hij de dichtbundel Nederland in stukken bij uitgeverij Pluim. Hij is redacteur en medeoprichter van het online literair tijdschrift Samplekanon.
Hoe maak je van een geniaal idee een matig boek? Door Maarten van der Graaff te zijn en ‘Onder asfalt’ te maken. De gedichten van Van der Graaff bewonder ik, zijn proza heeft iets van een goed gecomponeerde maar heel erg slechte zondagspreek.
"Ik mis het waas van die oranje lampen, de industriële weemoed, een schijnsel uit het einde van de twintigste eeuw (...)"
'Onder asfalt' is een voortzetting in romanvorm van 'Residuen', het laatste gedicht uit Van der Graaffs dichtbundel "Nederland in stukken", dat ook was te lezen als een in stukken geknipt en genummerd science fiction verhaal. Zowel in het gedicht als in de roman, die zich in 2068 afspeelt, bladeren mensen in velden in plaats van te denken of te herinneren, omdat hun geest is geïntegreerd met (geïmplanteerde) computertechnologie. Het landschap is ingericht met architecturale monsters genaamd "de spelonken", "de corridors" (in het gedicht) en "de Verticalen" (in de roman). In het gedicht dwalen "residuen" rond, de digitale overblijfselen van gestorven mensen, terwijl in de roman mensen in (schijnbaar) lege, willoze poppen veranderen als hun digital velden instorten. In het gedicht Residuen zoekt een oudere vrouw, Renate, naar haar dochter die een beroemde architect is. In de roman Onder asfalt is Ira van de Burgt (dochter van Renate, werkzaam bij architectenbureau "Structures of feeling" - haha, fijn sarcasme) de hoofdpersoon die zoekt naar wat over is van haar moeder.
Dat zij de centrale personages in het boek zijn, wordt na een pagina of 110 pas echt duidelijk. Raziël, Gabriël, Sinem, Aline, Lesley, Lara, Simon, Lennard, Can, Esther, Koen, Jasper, Julie, Leon, Shirley, Daap, Kai, Julian, Chris, Ira, Rolf, Fin, de barones, Renate, Kira, Emmy, Jeremiël, Frits van Egteren (een verwijzing naar Frits Egters uit De Avonden - ik weet niet precies waarom), Uriël, Jens, Mina, Ben, Joan, Rahul, Ellen, een stoet aan personages komt voorbij.
De versnippering van "Nederland in stukken" wordt in de roman voortgezet, dat maakt het lezen niet makkelijk. Een scene met een groepje mensen die op pg 33 eindigt, wordt op pg 156 weer vervolgd, en zo gaat het met meerdere verhaallijnen. De puzzel (wie overlapt met wie, wat is "echt" en wat is droom of vervalste geschiedenis) lijkt maar deels oplosbaar. De verhoudingen tussen de personages deed me sterk denken aan de verhalenbundel Constellaties van Roelof ten Napel, waar personen telkens lijken te morfen tot andere personen. De interacties tussen de vriendengroepjes hebben een soortgelijke sfeer.
Inhoudelijk verbindt het boek allerlei thema's en verhaallijnen: nostalgische herinneringen aan vriendengroepjes uit de jeugd en het eind van de 20e eeuw, een vriend die gek wordt, een vriend die zoekraakt, surreële snelwegmystiek; een science fiction dystopie die in bepaalde opzichten angstwekkend dicht bij het heden ligt en er een extrapolatie van is, de politieke ontwikkelingen rond 2000, een verhaal over het verlies van een moeder aan dementie dan wel het instorten van velden; een behoorlijke dosis Matrix of Black Mirror; een apocalyps met "engelen" als huurmoordenaars. Verder schijnt ook het Nederland van de Corona-pandemie erin door - het boek is grotendeels tijdens de Corona-tijd geschreven.
De kern is, denk ik, de botsing tussen herinneringen aan een wereld van het intermenselijke, van gemeenschap, tegenover een wereld waarin allerlei beelden van de werkelijkheid (technologisch, menselijk en bovenmenselijke) over elkaar heen zijn gaan schuiven, hopeloos vermengd zijn geraakt, en waarin grote onzichtbare machtsstructuren (die zich weerspiegelen in de inrichting van het landschap en waar het individu geen enkele grip op heeft) de gang der dingen bepalen. De geschiedenis van snelwegen in de 20e eeuw die ook voorbijkomt, laat echter zien dat die verborgen grootschalige ideeën onder het landschap, onder de inrichting van de wereld, onder het asfalt, er altijd al geweest zijn, en dat er altijd al duistere kantjes aan hebben gezeten. Het is een weemoedig en angstaanjagend boek.
Wat mij er het meest in aanspreekt, zijn de beelden van het landschap, de poëtische observaties en beschrijvingen: de natriumlampen, het plots verdwijnen van de snelwegen (snel weg), de nachtmerrieachtige stadsplanning van de 21e eeuw. Wat ik miste was een centraal personage dat me echt meenam. Er zijn veel personages, ze zijn geloofwaardig, de groepsinteracties zijn geloofwaardig en herkenbaar, maar ze springen niet van de pagina's af. Dat kan goed aan mij liggen. Door de versnippering in verhaallijnen blijven veel personages voorbijgangers. Maar ook hierin sluit het boek aan op de dichtbundel "Nederland in stukken", waarin de auteur "afscheid neemt van wat tot dan toe karakter heette". In "Wormen en engelen" was meer klassieke personage-ontwikkeling.
Ik heb tot nu toe een duidelijke voorliefde voor de poëzie van Van der Graaff, die ik vanaf de eerste bundel m.o.m. geniaal en uniek vind. De romans zijn verdienstelijk, maar (nog) niet oogverblindend. Dat tussen de eerste en tweede roman grote verschillen zitten, doet me vermoeden dat het grote meesterwerk nog kan komen.
‘Net als de grauwe muur van de Efteling. Die muur deed me denken aan bassins en namaakrotsen in zwembaden en dolfinaria. Voor mij was die muur eigenlijk ‘De Efteling’, meer dan het pretpark zelf. Soms zag ik dat ziekelijke grijsgeel in andere muren, in begroeide geluidswallen, en dacht ik bij het pretpark in de buurt te zijn, maar het dook ook op in de bakstenen van huizen van familieleden, in woningen met verkleurde luxaflex voor de ramen.’
2.75/5 het is echt n heel verwarrend boek. Uiteindelijk wordt het wel duidelijker en het idee was wel cool. Maar de schrijfstijl pakte me niet en wat heeft Maarten van der Graaff een slaapwekkende voorleesstem.
Ik kwam hier gewoon niet in. Tijd wisselingen, personage wisselingen, wie is wie en wanneer. Wat is fictie en wat werkelijkheid. Gekocht omdat het een mooi gegeven was: opeens alle asfalt weg. Dat zal een hoop chaos opleveren, maar dat is geen reden van het boek zo'n chaos te maken.
Als audioboek geluisterd, maar ik denk dat het zich beter leent om gewoon te lezen vanwege de hoeveelheid aan perspectiefwisselingen. Wel heel erg mooi!!
Ingenieus gecomponeerde dystopische roman opgebouwd rond twee tijdsblokken: 1999 en 2068.
De hoofdstukken in 1999 focussen op 1 bepaald scharniermoment: het zonder enige aanleiding verdwijnen van alle wegen in Nederland. Terwijl alle ordening wegvalt en de wereld wegzinkt in chaos, volgen we het wel en wee van geïsoleerde groepjes mensen: de collega's Alina en Sinem, en twee vriendengroepjes die op zoek gaan naar een verloren metgezel. Er waren ook engelen rond in deze chaos, die een nieuwe orde op aarde willen bepalen en daarvoor technologie injecteren bij de juiste mensen. Klinkt vergezocht? Misschien, maar van der Graaff maakt het maar al te aannemelijk.
De hoofdstukken met als titel 'Dierenriem' gunnen ons een blik in de toekomst. Het is 2068, en mensen hebben 'implantaten': velden in het hoofd waarmee ze alle info kunnen opzoeken. Het maakt hen kwetsbaar: de velden kunnen instorten en hebben een zekere dood tot gevolg. Het overkomt Ira, wier moeder Renate is opgenomen in het veldhuis. Ira kan door middel van een ervaringsruimte kennismaken met wat haar moeder ziet in de ingestorte velden. Wat blijkt? Renate beleeft de wereld van 1999. Alina en Sinem en alle anderen zijn ontsproten aan haar verbeelding. Nadat ze thuis enkele ouderwetse systeemkaarten vindt van haar moeder, raakt Ira helemaal in de ban van de ingestorte velden van haar moeder, met alle gevolgen van dien.
Maarten van der Graaff schept een angstaanjagende toekomstwereld en werkt deze geniaal (en soms pijnlijk herkenbaar) uit: er bestaat zoiets als veldintegriteit, mensen kunnen hun velden verhuren voor commerciële doeleinden. Er bestaan actiegroepen die het 'on shore'-bestaan (het beleven van de échte realiteit) verdedigen. De velden/mensen worden bij het oversteken van de grens gecontroleerd door de staat ('Stabiliteit').
Kortom: Onder asfalt is een verbluffende roman die er een ongenadig verteltempo op nahoudt. Van der Graaff is een jonge stem om rekening mee te houden.
Bij het zien van de schitterende cover van Onder asfalt van Maarten van der Graaff vraag je je af waarom de wegen zo op elkaar liggen en alle kanten op lijkt te gaan. De titel maakt nieuwsgierig, je wilt weten wat er zich onder het asfalt afspeelt. Onder asfalt van Maarten van der Graaff speelt zich af in twee verschillende jaren. In 1999, waar in de zomer alle wegen in Nederland op een magische manier zijn verdwenen. Wat er dan achter blijft, is nog enigszins voor te stellen, maar dan duiken er schimmige figuren op die zichzelf engelen noemen. Diverse personen doorkruisen deze nieuwe wereld op zoek naar antwoorden en sommigen zijn ook op zoek naar een vermist persoon. De vraag is of ze antwoorden op hun vragen krijgen en of de vermiste personen gevonden worden en wat er met ze is gebeurd op het moment dat alle wegen in Nederland prompt verdwenen. Dan speelt er zich ook nog een verhaal af in de toekomst, in 2068. Nederland ziet er totaal anders uit en de mensen leven voor een groot gedeelte anders. Ira woont in Dierenriem, een wijk in de Buitenste Randstad. Ze heeft aldoor het gevoel dat het leven dat zij en de mensen in Nederland leiden, niet helemaal klopt.
Despite the good layout and simple wording, the overall feeling was rather boring and more unreadable the further you went. Maybe it is because of the many characters that are introduced with unnecessary background information, or maybe it is because of the absence of dialogue that makes this feel more like a non-fiction work. Or maybe it is my ignorance. I really like surreal and weird stories but this story didn't resonate with me.
vreemd concept, fijne, toegepaste, 'volgbare' uitwerking. Tijd geleden gelezen, nu begrijp ik niet helemaal meer waar het zombie-aspect vandaan kwam & waar het toe diende. Het concept van verdwenen snelwegen is hetgeen dat me het meest is bijgebleven.