De wereld staat op z’n kop. De coronacrisis raakt iedereen en we moeten ons allemaal aanpassen aan een samenleving die we nog niet kenden. Dit brengt een onvermijdelijk besef met zich mee: de ongebreidelde groei waar we eeuwenlang naar streefden is niet langer verdedigbaar. Paul Verhaeghe betoogt dat we deze crisis moeten aangrijpen om ingrijpend andere keuzes te gaan maken. Welke kant willen we op met onze economie? Hoe moeten we ons verhouden tot elkaar, en tot het milieu? Tegelijkertijd analyseert hij de impact van deze crisis op individueel niveau. Welk effect heeft dit ‘nieuwe normaal’ op ons welbevinden? Hoe kunnen we omgaan met eenzaamheid en onzekerheid, en is het vol te houden om niet te worden aangeraakt? Als geen ander is Paul Verhaeghe in staat om de maatschappij en het individu met elkaar in verband te brengen. Hij toont wat we weten, wat we moeten vrezen, waarop we kunnen hopen en wat we kunnen doen – om sterker uit dit tijdperk te komen dan we erin gingen.
Houd me vast raak me aan van Paul Verhaeghe is een dun politiek pamflet over corona en wat te doen na corona en vooral welke keuzes we moeten maken na corona. Zo pleit Verhaeghe om de arbeidsduur te verminderen en pleit hij voor een minimumloon om toch alle werklozen die zullen vallen door corona aan het werk te houden. Ook dat we meer moeten investeren in onderwijs en opvoeding, want alles valt of staat daarmee. Groei op alle vlakken moet duurzaam zijn. We moeten opnieuw economisch leren denken en handelen, in de oorspronkelijke betekenis van het woord: spaarzaam, niet te veel, niet te weinig. Economisch omgaan met onze tijd en ruimte, met grondstoffen en mensen.
Houd me vast raak me aan is een klein intrigerend boekje met een hoopvol besluit op de coronacrisis: we moeten onze aanpak veranderen! Soms zijn zijn voorstellen misschien wel wat idealistisch en kan men vragen stellen bij de haalbaarheid van zijn ideeën. Er moet volgens mij eerst een verandering in bestuursvorm komen om een nieuwe weg in te slaan, want de huidige politiek biedt weinig toekomstvisie, aangezien die er zelf nog niet aan uit geraken hoe ze België moeten besturen. Er is nood aan nieuw en jong bruisend talent dat België weer op de rails kan krijgen!
Dit was het eerste boekje dat ik las van Paul Verhaeghe, en dat had ik beter niet gedaan. Verhaeghe heeft een behoorlijke reputatie vanwege zijn gedegen, kritische analyses van onze maatschappij, politiek en economie en de negatieve effecten die die hebben op onze psychologische huishouding. Dit boekje, amper 130 pagina’s heeft alles van een pamflet, geschreven in juni 2020, dus nog tamelijk in het begin van de corona-pandemie. Net als het boekje van Paolo Giordano (In tijden van besmetting ) lijdt het dus aan kortademigheid. Er staan zeker interessante, pertinente opmerkingen in, zoals de waarschuwing om voorzichtig te zijn met het vergelijken van corona-cijfers. Maar Verhaeghe ontpopt zich vrij vlug tot een nogal drammerige zwartkijker, met een erg neomarxistisch aandoende analyse van onze kapitalistische economie. Het is niet dat zijn redenering helemaal geen hout snijdt, ik hou gewoon niet van dat betweterig toontje dat vooral arrogantie uitademt, alsof elk woord dat hij uitkraamt onweerlegbaar is. Het helpt ook niet dat er regelmatig taalfouten opduiken of factueel verkeerde informatie (zoals de kleine IJstijd die hij in de 15de eeuw situeert). Wellicht had ik er beter aan gedaan eerst de andere boeken van Verhaeghe, waar hij zich op eigen terrein houdt, te lezen.
Grappig hoe een boek over de coronapandemie al zo snel zo gedateerd kon worden. Verhaeghe schreef zijn slotwoord in juni 2020, maar dit boek was niet hetzelfde geweest als hij een paar maanden had gewacht. Bijvoorbeeld, het schrikbeeld van langdurige, noodgedwongen, onnatuurlijke afstand tussen mensen was die eerste zomer al vervlogen door de volle stranden en parken. Deze titel laat zien hoe ons voorstellingsvermogen een flinke optater had gekregen, en je merkt dat in het boek. We moesten elke paar dagen, weken - en op een gegeven moment -maanden, ons opnieuw tot de pandemie verhouden, zowel persoonlijk als maatschappelijk. Deze tekst is geschreven voordat we beseften dat zowel de situatie als onze houding niet stabiel zou blijven, maar mee zou deinen met de golfbewegingen van de pandemie. Dat maakt deze titel zowel (achteraf gezien) prematuur als een document uit een soort interessant tijdvak.
Het boek gaat verder over vanalles, maar vooral over het extreme van onze westerse maatschappij in dit laatkapitalistische tijdperk. De boodschap is bekend: we willen te veel in het westen, dat maakt ons en de aarde ziek, maar met minder zouden we eigenlijk gelukkiger zijn. Het is moeilijk om het met deze boodschap oneens te zijn, want de excessen die Verhaeghe benoemt zijn overal zichtbaar. Ik vraag me echter af wat hij met dit boek toevoegt aan deze gedachtestroom. Er is eigenlijk niets wat hij zegt dat ik niet al ergens anders heb gehoord. Maar wellicht is dat de functie van dit boek: weer onderstrepen wat we al (zouden moeten) weten. Ik zou dat echter meer met stevige onderbouwing zien dan met veel losse-pols-uitspraken.
Nuttig essay maar voor mij iets té eenzijdig. Als je je economische inzichten baseert op slechts één of een beperkt aantal bronnen, dan is het resultaat te ongenuanceerd. De roep om meer vrouwelijk leiderschap, de vraag om na deze Coronacrisis niet te snel over te gaan naar business-as-usual (en de vrees dat dat wel zal gebeuren), deel ik, maar het betoog in zijn geheel vind ik te makkelijk en te gratuit. Met name aan de (macro-)economische analyse (en het antwoord op hoe het dan volgens de schrijver wél moet) mangelt het voor mij.
By far één van Verhaeghe zijn mooiste pleidooien (maar minder psychoanalytisch, meer economisch-politiek). Dit toont hoe een crisis een kantelpunt kan vormen voor een maatschappij. I sure hope it does! Review na de congé op de blog ploppers! 💕
Met deze titel verwachtte ik een boek rond het belang van aanraken en menselijk contact. Maar ik kreeg iets anders - weet: ik lees quasi nooit de achterflap van een boek. Meer dan over aanraken en individuele noden, gaat het boek over de brede samenleving en wat er nu speelt en op de helling staat én wat er volgens hem mag komen. Ik kwam het boek tegen in de 'nieuwe boekenstal' van mijn lokale bib. En als fan van Pauls pen, ging ik direct aan het lezen.
Waarom dit essay lezen? (Eigenlijk zou iedereen het moeten lezen) Het essay - want het is eigenlijk geen boek - gaat vooral over de oorzaak en de mogelijke gevolgen van de pandemie. Eén van de scherpste stukken gaat over het over de shift van de continue economische groei naar duurzaamheid. Hoe zou zijn als we dat als individu, als bedrijf, als maatschappij nog meer en continu kunnen vooropstellen? Verre van evident en dat beseft en beschrijft hij ook. En ook hoef je het niet met al zijn oplossingen eens te zijn, hij brengt een vlot en scherp overzicht van tendensen die spelen en om verandering schreeuwen.
Het goede leven is .. zo eenvoudig als Aristoteles het beschrijft Verder gaat het essay de filosofische toer op. Wat is het goede leven dan? Volgens Verhaeghe, gaat het om 'het goede midden vinden'. Het doet me sterk denken aan de voor mij belangrijke Zweedse LAGOM levenswijze (staat voor: niet te veel, niet te weinig).
Verbouwen moeten we doen Hij vergelijkt de brede, maatschappelijke, economische en politieke transformatie die nodig is met een 'verbouwing'. Verbouwing zijn nodig, lastig, tijdsrovend altijd duurder én ze brengen makkelijk spanning bij het bouwkoppel. Maar ze zal de moeite waard zijn. Waarom precies? Lees het maar.
Lijst alle linkse fixaties op, gooi ze in een blender, sausje van corona erbovenop, druk op "start". Het resultaat is dit boek.
Dit boek is een aaneenschakeling van tien dozijn onderwerpen, halfbakken gevolgtrekkingen, speculaties, bedenkelijke referenties en simpelweg zaken die niet kloppen. Zelden zoveel met mijn ogen gerold als tijdens dit boek.
Verhaeghe wilt zoveel vertellen maar het moest duidelijk af zijn na de eerste lockdown waardoor elke nuance ontbreekt. Voor een essay te zijn is het echt niet scherp genoeg en ontbreekt alle focus.
Klimaatverandering, pandemieën en de eindfase van het neoliberalisme: volgens Verhaeghe de drie ruiters van onze Apocalyps. Verhaeghe nodigt uit tot bezinning en matiging in ons verlangen naar meer, beter en verder. Hij breekt een lans voor arbeidsduurvermindering, een basisinkomen en een economisch model gebaseerd op duurzaamheid. Op zich bevat dit pleidooi (voor mij) weinig nieuwe elementen, anderen hebben het grondiger en met meer kennis van zaken uitgelegd. Voor iedereen die begint aan te voelen dat het fout zit met dit tijdsgewricht kan het boek wel een prima introductie zijn.
Het belangrijkste dat we op dit moment moeten vrezen, is dat er niets zal veranderen, dat we verder zullen blijven gaan zoals we bezig waren en geen rekening zullen houden met wat de wetenschap ons al geruime tijd voorhoudt: dat we onszelf aan het elimineren zijn. - Onze economie heeft de periode van gezonde groei reeds lang achter zich, maar weigert de overstap te maken naar duurzaamheid. - Zodra iemand ongelijkheid aanklaagt en wetenschappelijk onderzoek citeert dat de gevolgen aantoont, wordt hij of zij beschuldigt 'links' te zijn, of 'communistisch', wat verdere kritische discussie onmogelijk maakt.
Verhaeghe lijkt zichzelf te verliezen in dit boek waarin 1% psychologie is en de gevolgen van de pandemie, en 99% over hoe de wereld eruit zou moeten zien volgens hem. In dat laatste opzicht een prima boek, echter rijst de vraag of Verhaeghe hier de juiste persoon voor is. Een psycholoog die een politiek pamflet schrijft voelt als een politicus die de psyche uitlegt, het is het steeds net niet.
Zeer interessant boek. PV schetst een duidelijk beeld van de problematieken in onze samenleving die door de lockdown nog duidelijker worden (alsmaar meer consumeren, constant economische groei nastreven, shoppen dat het gene naam heeft, klimaatverandering, het feit dat velen leven om te werken en niet werken om te leven, onze regering die onvoldoende stappen onderneemt naar duurzaamheid toe, de zeer gebrekkige opvoeding die vele jonge kinderen krijgen, etc.). Met zijn uitgebreide kennis over economische, politieke, sociale, historische, psychologische en filosofische aangelegenheden leert hij de lezer veel bij. Een mogelijk verbeterpuntje is voor mij dat hij nog iets dieper had kunnen ingaan op wat we als maatschappij (onze regering) en vooral ook als individu kunnen (en moeten) doen om onze kapitalistische en consumptiemaatschappij (asap) te verduurzamen. PV is duidelijk een man met veel antwoorden maar blijft naar mijn mening soms iets te oppervlakkig over de mogelijke oplossingen voor de beschreven problematieken. Wat mij betreft zou hij dus nog meer concreet advies mogen geven over wat we nu al kunnen en moeten doen.
Paul Verhaeghe schreef dit essay toen we nog volop in corona-tijden zaten, vlak na de eerste lockdown. Wat meteen opvalt, is dan ook dat het minder goed onderbouwd is dan we van zijn boeken gewend zijn en bovendien is het met de inzichten van vandaag ook wel deels gedateerd. Vooral het voorzichtig optimisme dat hij vooropstelt over hoe we uit de pandemie zouden leren, is vandaag helemaal geloochenstraft. Verder komen wel de bekende thema's uit zijn boeken sterk naar voren (waaronder zelfs al een glimps van wat hij later in "Wijsheid" zou schrijven), zij het hier toch vooral toegespitst op de specifieke situatie van wat de pandemie met onze wereld op dat moment deed. Het blijft natuurlijk aangename en interessante lectuur maar had hij dit essay met wat meer afstand (ook in de tijd) geschreven, het had wellicht beter geweest (en realistischer).
in een heldere, superconcrete taal beschrijft Paul Verhaeghe wat er volgens hem aan de hand is met de mens en onze samenleving in deze coronatijden. Zoals steeds legt hij schuld bij het neo-liberaal kapitalisme, zonder daar al te veel uitleg over te geven. Het merkwaardige is dat de feiten die hij beschrijft zo herkenbaar zijn dat zijn pleidooi voor 'minder' en vooral voor 'vertragen' wel erg overtuigend klinkt. In het debat tussen de geweldenaars van de politieke, economische en virologische propagandisten een gezaghebbende en vooral rustbrengende stem.
Interessante essay over de maatschappij, ons huidig economische stelsel, politiek, educatie en een beetje over corona. Verhaeghe spreekt kritisch over de huidige samenleving en onze constante drive naar "meer".
Op zich ben ik het wel met veel eens, maar de manier waarop sommige dingen geschreven zijn, voelt soms wat neerbuigend/minder serieus genomen.
Inspirerend boek over de impact van COVID-19 op onze samenleving en de ongebreidelde groei van onze economie met zeer nefaste effecten op ons eigen welbevinden en al helemaal op het milieu. Dit omkeren vraagt meer kritische geesten zoals Paul Verhaeghe. Nu nog de politieke moed van onze overheid die dringend moet stoppen met ons te behandelen als een bende kleuters! Het is nog niet te laat maar toch al 5 voor 12!
Een terugblik op de voorbije periode en een vooruitblik aan de hand van vier duidelijke vragen. Inspirerend om verder te gaan lezen, herkenbare inzichten
Beschouwend, weinig verrassende inzichten. Aangereikte voorstelling (omtrent basisinkomen etc) amper onderbouwd. Cf basisinkomen, onderzoek geeft net aan dat herverdelende effecten minimaal zijn en niet de juiste groepen treft en wijst op perverse effecten omtrent arbeidsmarktparticipatie van vrouwen bij tweeverdieners. Filosofisch gezien is het ook geen 'eerlijker' concept, want waarom zou je - in een zoektocht naar overheidsefficiëntie - geld geven aan mensen die het niet nodig hebben? De auteur poneert dit geromantiseerde concept zonder context of financieel realisme.
Nogal teleurstellend, na het voortreffelijke ‘Intimiteit’. Nauwelijks analyse en diepgang met betrekking tot de Corona-crisis. Veel pamflettisme voor een groene politiek waarbij notabene extreem links en extreem rechts op één hoop worden geveegd. Waar is de analyticus gebleven?
In Vlaanderen zijn er echt weinig originele filosofen of denkers die buiten de lijntjes van het huidige systeem durven of kunnen denken. Wat ik zie in dit boekje is een verzamelde lijn uit cliche's van de Vlaamse media verzameld in een bundel. De ideeen zijn weinig origineel en liggen, toevallig?, geheel in de lijn die de politiek ons dagelijks inlepelt. Veel van de beschreven ideeen kwam ik toevallig een paar maanden geleden ook tegen in het boek 'the great reset' van klaus schwab. Dan weet je wel zeker dat je weinig controversiele of nieuwe gedachten zult lezen.
Paul geeft terecht aan dat het huidige financiele systeem op zijn einde loopt, en dat we gelukkig minder Co2 aan het uitstoten zijn door de corona crisis. Echter, op dit moment tref je voornamelijk de onderste 2 miljard mensen met een financiele of duurzaamheids omwenteling. In de afgelopen 40 jaar zijn er een miljard mensen uit extreme armoede gekomen, juist door een betrouwbare en goedkope vormen van fossiele brandstoffen. Die trend moeten we niet afremmen, maar voortzetten. Het alternatief is 200.000 jaar menselijke miserie en honger, koude en gigantisch erbarmelijke leefomstandigheden. Afgelopen week valt voor een 15 miljoen mensen de electriciteit uit voor de Texanen door extreme koude en het uitvallen van windenergie. Met als gevolg direct tientallen doden.
Een ander punt: mensen zijn niet weerbaar genoeg voor virussen, en hij schrijft 'dat komt door de gigantische opschaling van de bioindustrie, dat lijdt voor een mono-cultuur en een toename van ziekten'. Juist punt, maar wederom: waar vergelijk je het mee? In Gent droomt iedereen van kleine bio-boerderijen met kleinschalige VZW's die biogroenten naar de winkel brengen. Dat is wat we de afgelopen 1000 jaar gedaan hebben: toen hadden we ook monoculturen. (Irish Potato Famine), Kleine Ijstijden, en direct grote sterftes daardoor. Nu door goedkoop, betrouwbaar transport importeren we direct groente en fruit van een andere plek van de wereld. Dat geldt natuurlijk ook voor Afrika. En mag ik hem erop wijzen dat mensen vroeger vrijwel met hun vee in huis woonden? De badkamer in oude Brabantse boerderijen was temidden de koeienstal: gratis warmte van uw vee. Als dat geen 'bio' is. En gratis resistentie, en minder astma.
De conclusie die Paul had moeten trekken is dat we meer vrijheid nodig hebben, vrijheid om onze eigen keuzes te maken, en minder experten en doemdenkers zoals in dit boekje. Idealisten willen altijd de macht van de staat gebruiken om volgens hun wereldvisie in te grijpen op het leven van anderen: het Westen heeft een obsessie om het klimaat te redden, heeft dat miljoenen doden tot gevolg, ondanks de corona crisis: dan zijn dat acceptabele offers. Wel, mij is aangeleerd: een beter milieu begint bij uzelf.
Als we in vrijheid hadden mogen kiezen wat voor ons acceptabele risico's waren, tijdens de corona crisis, dan hadden veel mensen wel hun stervende oma bezocht. Of terminale mensen hadden wel nog het beste gemaakt van het laatste jaar van hun leven. Een cafe eigenaar had zijn terrasjes wel opengehouden voor klanten die geen angst hebben. De jongeren hadden wel zonder depressie de winter in gegaan omdat ze op het strand in de zon hebben gelegen.
Ander punt: het anti consumentisme en kapitalisme komt altijd van de rijkste deel van de bevolking. Wel ik kan niet in de portemonee van Paul Verhaeghe kijken, maar ik kan wel een schatting maken. Hoogleraar, 50+, dan ben je boven modaal. Dan ben je dus rijker dan dat 99.9% van de wereldbevolking ooit geweest is. Wij gaan nu Afrikanen, of Azie vertellen dat ze minder grondstoffen mogen gebruiken? Landen als China en India hebben de afgelopen 50 jaar de meest spectaculaire sprong uit armoede gemaakt op een nooit eerder geziene schaal: inderdaad door kapitalisme en, helaas, door intensieve landbouw. Of 'Primark' kleding, en Alibaba producten, net zoals de Japanners voor hen, en de Britten en de Vlamingen. Maar nu wij op het gewenste niveau zitten, lezen we de rest van de wereld hun lesje voor. Dat zijn vragen waar we antwoord op nodig hebben, niet 'consuminderen', dat roept iedere bakfietsmoeder in Gent.
Ja de economie is op 'groei' gebaseerd, maar dat is ook omdat andere gaten gedicht zijn: de loonkost is gigantisch, evenals de inflatie door ondemocratische instanties eindeloos gedrukt geld. De Amerikaanse grondwet verbied het oprichten van een centrale bank of geld te gebruiken dat geen goud of zilver is, om die reden. Als arbeid betaalbaar is, en waardevol, dan hoef je je economie niet op groei te baseren. En beurzen kunnen niet eindeloos stijgen als het volk NIET KIEST voor meer geld te drukken.
Enfin, ik kan nog eindeloos doorgaan. Maar de denkers die ons op het juiste pad kunnen zetten zijn een Thomas Sowell, Steven Pinker, Yaron Brook, Alex Epstein, Friedrich Hayek, niet mensen die op zoek zijn naar nog meer centralisatie van macht.
Verhaeghe verlaat met dit essay meer dan ooit zijn eigen vakgebied. En dat is altijd risicovol voor een wetenschapper. Met een licht-psychoanalytische bril kijkt hij naar onze maatschappij en de maatschappelijke gevolgen van covid. Verhaeghe is zeker een groot denker, dat blijkt uit dit essay eens te meer. Echter gaat hij op meerdere punten sociaal-economisch te kort door de bocht.
Verhaeghe geeft een goede en onderbouwde richting voor de toekomst aan met dit schrijven, echter gaat hij helaas voorbij aan het feit waardoor het gekomen is dat wij zo onderworpen zijn geworden aan de genoemde 1% mensen. Dus wat zit er psychoanalytisch ‘fout’ bij deze 1% mensen en hun destructieve gedrag. Of anders beredeneerd, waarom dansen de 99% naar de pijpen van deze 1%. Wellicht dat hij daarin een inzicht had kunnen geven. Wat een aanvulling had geweest voor zijn, overigens mooie, richting voor een goede toekomst is.
Overigens zette de titel mij wel op een verkeerd been. Ik had een psychoanalytisch boek verwacht over de steeds meer voorkomende paradox van aantrekken en afstoten in lichamelijk contact bij steeds meer mensen. En wat de oorzaak en het gevolg daarvan zijn. Maar niets van dat alles.
Het is overigens wel een goed boek, dat dan weer wel.
Essay dat Verhaeghe schreef in de kern van de Corona pandemie. Hij kiest de ruime context om de rol van de mens in de wereld te duiden en betoogt dat we de crisis moeten aangrijpen om andere keuzes te maken.
De ongebreidelde groei is niet langer verdedigbaar. Welke kant willen we op met onze economie? Verduurzamen! Hoe moeten we ons verhouden tot elkaar en tot het milieu? En welk effect heeft dit nieuwe normaal op ons welbevinden?
Zware kost want beetje deprimerende visie maar gelukkig eindigt hij hoopvol. Er is iets wat we kunnen doen.
Als haptonoom in opleiding zie ik ook echt een taak voor mij in deze samenleving. Meer affectiviteit en samen-leven begint met écht contact. Je laten raken. In zijn slot de woorden:
'Ons leven is een verhaal van gelukte en mislukte aanrakingen, en onze huis is het meest onderschatte, meest vergeten zintuiglijke orgaan'
'Contact en contagion (besmetting) delen dezelfde Latijnse oorsprong (contangere; samen aanraken) - we raken elkaar voortdurend aan, ik besmet jou met mij, jij besmet mij met jou, in een onafgebroken uitwisselingstraktaat van woorden, geuren, lichaamsvochten, emoties, waardoor we leven. Neem dat weg en we gaan dood.'