Weinig auteurs schrijven zó in het hier en nu als Joost de Vries. Je kunt het gerust zijn signatuur noemen: hippe, kosmopolitische mensen die meegesleurd worden door alles wat het leven tegen hen aan smijt. Het leven overkomt ze, de 'dingen' lopen nu eenmaal zoals ze lopen. Ze lijken soms zelf niet te beseffen dat het hun eigen acties zijn die hun levenskoers bepalen. Alsof ze toeschouwers van hun eigen levens zijn.
Er spreekt een bepaalde nostalgie uit de verhalen in deze bundel, wellicht heeft het met De Vries' verteltrant te maken. Vaak hanteert hij namelijk de 'je'-vertelling: het verhaal wordt aan jou, de lezer, verteld als ware jijzelf de hoofdpersoon die het verhaal in ontvangst mag nemen. Niet verwonderlijk heten twee van de (mijns inziens) beste korte verhalen Brief uit Menorca I en Brief uit Menorca II, vrij naar Cees Nooteboom. In het verhaal Smile wordt hoofdpersoon Holtzer aangeklaagd door een klimaattribunaal: weer lezen we wat anderen over de hoofdpersoon denken en zeggen. De Vries wekt hiermee de indruk dat zijn personages meer bezig zijn met wat anderen over hen denken dan wat zij van zichzelf vinden. Very much kosmopolitisch, inderdaad.
De Vries zou momenteel bezig zijn aan zijn magnum opus, zoals iedere schrijver aan zijn of haar beste werk tot nu toe hoopt te schrijven. Toen kwam Rustig aan, tijger tussendoor getijgerd. Ergens koesterde ik de hoop dat deze bundel De Vries' beste werk tot nu toe zou zijn – dat is het niet – maar dit is alleszins een verdienstelijke verhalenbundel. Een bundel waarin De Vries laat zien dat hij een meester is in het off the cuff opdissen van hedendaagse besognes die worden afgezet tegen grotere historische en literaire gebeurtenissen. Op die manier worden ze geladen met betekenis, of pogen zijn personages er tenminste achteraf betekenis aan te verbinden. Niets menselijks is hen vreemd, want: doen we dat in zekere zin allemaal niet?
Een citaat ter illustratie:
"Ik ging de dansvloer op, zocht de kern van het veld, tot ik volledig ingesloten was. De mens bestaat in zijn afstand tot andere mensen, dat is iets wat je moet leren. Het huis waarin je jezelf en bezittingen opsluit, de functie die je bekleedt, de rang die je nastreeft – alles bestendigt die afstand. Een hogere rang betekent niet een grotere bewegingsvrijheid, in je afstand verstar je en je kunt jezelf niet bevrijden, want de afstand is niet enkelvoudig, elk mens bewaart die afstand. Van die afstand kun je alleen bevrijd worden als iedereen zichzelf tegelijk bevrijdt, als de massa zo dicht wordt dat afstand niet meer zichtbaar is, wanneer lichaam tegen lichaam perst en de ander even nabij is als jezelf. Het is de grootste ontlading die bestaat en ik onderging haar zoals het me nooit was gelukt." (p. 135-136)
Canetti in het hier en nu. De Vries is gezegend met een enorme leesdrift, wat zich laat gelden in zijn schrijven. Als een spons zuigt hij alles in zich op en herdistribueert het op een volstrekt idiosyncratische manier. Het zal op smaak aankomen of dat etaleren gewaardeerd wordt. Mij grijpt het in elk geval wel. Laat dat magnum opus maar komen.