Toby Harrison krijgt in 1978 het financieel aanlokkelijke verzoek de officiële biografie te schrijven van Reza Sjah de Grote en de door hen gegrondveste Pahlavi-dynastie. Rustig stapt hij op het vliegtuig naar Teheran, zonder te beseffen hoezeer die stad een op scherp staande tijdbom is. De val van Sjah Mohammed Reza en de machtsovername door de sjiietische fundamentalisten zorgen ervoor dat Toby zich binnen de kortste keren in buitengewoon verwarrende en levensgevaarlijke omstandigheden bevindt.
F. Springer (15 January 1932 – 7 November 2011) was the pseudonym of Carel Jan Schneider, a Dutch foreign service diplomat and writer.
Schneider was born in Batavia, Dutch East Indies. He spent World War II in a Japanese internment camp,[1] and afterward lived and worked in New Guinea, New York, Bangkok, Brussels, Dhaka, Luanda, East Berlin (he was the next-to-last Dutch ambassador there[1]), and Tehran all of which have served as locations for the novels and stories which he has published.
His laconic style is reminiscent of F. Scott Fitzgerald or Graham Greene,[1] and he often adopts an ironic perspective on his often tragic subject matter, such as in Teheran, een zwanezang, a love story set against the background of the Iranian Revolution. Especially important in his work is the Netherlands Indies[2] and the concept of tempo doeloe, the nostalgia associated with life in the former Dutch colonies in the East.[1]
For Bougainville he received the Ferdinand Bordewijk award in 1982 and was awarded the Constantijn Huygens Prize for his entire work in 1995. He died in The Hague.
Het beste uit Springers andere werk komt hier in veelvoud via zijn onvergetelijke en scherpzinnige stijl terug. Weer een ver land in uiterst turbulente staat, Iran anno 1978, weer die eenzaamheid, dat sentiment, het diplomaten- of anderzijds ontwortelde bestaan, en het verlangen, met figuren die verbazingwekkend snel tot leven komen (de ongeneeslijk hese Alfred, Piet Hamming, en natuurlijk Turfjager als reïncarnatie (of op zijn minst geestverwant) van King Velderman uit Quissama). Springer in topvorm. Een vroeg hoogtepunt van mijn leesjaar 2020.
De heer Carel Jan Schneider (1932-2011) was diplomaat. Als F. Springer schreef hij romans. Hij heeft vaak werkervaringen verwerkt in zijn boeken. Dat gaat ook op voor ‘Teheran, een zwanezang’. Het gaat daarin over Tony Harrison, een schrijver van biografieën. Harrison gaat in op de uitnodiging een levensbeschrijving te maken van de vader van de regerende sjah. Het is 1979. Hij krijgt een secretaresse toegewezen, de Perzische Patricia Jahanbari. Zij vatten meer dan genegenheid voor elkaar op. Maar het is een revolutionaire tijd, het volk is het strenge bewind van de sjah beu en roept om Khomeiny en er wordt een islamitische staat gevestigd. In deze roman komen verschillende aspecten bijeen. De belangrijke episode in de wereldgeschiedenis wordt verteld door een ooggetuige – Springer was toen in diplomatieke dienst ter plaatse werkzaam – en dat gebeurt, niet te vergeten, met de perceptie van eind jaren ’80; de roman komt uit in 1991. Hieruit spreekt behalve een gevoel van afwijzing, een voorzichtigheid over de dramatische omwenteling op dat deel van het wereldtoneel. Op de volgende laag spelen de zakelijke gebeurtenissen van de hoofdpersonen zich af, met aandacht voor de manier waarop je het beste praktisch kunt omgaan met de zich wijzigende politieke situatie. Dan zijn er op een derde vlak de persoonlijke emotiën van het verliefde stel en hun sociale omgeving. Niet mis te verstaan met welke heftigheid de verandering van Perzië in Iran doordringt tot de persoonlijke levens van de gewone mensen; revolutie is immers niet gevoelig voor nuance. De literator achter het verhaal is daar wel gevoelig voor. En tot slot zij genoemd een beroepstrek van hen die in diplomatieke dienst staan: een taalgebruik dat doorspekt is met een soort overdreven relativering en veel humoristische spot, ja ironie. Aldus heeft de roman belang, urgentie, meeslependheid, emotie, humor. Een belangrijk en prachtig geschreven boek, dat mij vol heeft geraakt.
Laat mij hier ook mogen noemen een geheel andere benadering van het Iran van de Islamitische geestelijkheid, de effecten op de samenleving en op de persoon van een belangrijk voorvechtster van verbetering van de positie van de vrouw, Shirin Ebadi. Zij kreeg in 2003 de Nobelprijs voor de vrede. Haar non-fictieboek ‘Iran ontwaakt’ is hier te vinden: http://www.goodreads.com/book/show/75...
De verveelde diplomatieke wereld in Teheran krijgt wat ze wil, actie, revolutie en zwetst zich daar doorheen met de de nodige cynische humor, maar de observaties zijn ijzersterk.
Toby Harrison, veilig dankzij die schuilnaam, schrijft in de laatste dagen van de sjah diens biografie. Hij zit dagelijks op het ministerie te fantaseren over de hielenlikkende biografie. Ter plaatse wordt hij als een tiener bevangen van liefde voor zijn Perzische secretaresse en hij wacht de revolutie ter plaatse af om niet alleen, maar samen met haar Europa af te reizen. Ze heeft alleen tijd nodig, toch?
Het perspectief is de outsider (Hadji Baba - naar een Brits boek waarin de hoofdpersoon zo Perzisch is afgebeeld, dat men hem voor historische Pers hield) die infiltreert in de wereld van Iran, die het Iraanse observeert en ervan doordrongen raakt. Iedere gebeurtenis is absurder dan de vorige: afgezette ministers, de sjah die aan de vooravond van de revolutie 45 minuten gaat zwetsen met een schrijver van flutboekjes, het voeren van de straathonden, een zelfmoord, een pooier in dienst van de verschenen Imam,het smokkelen van twee Iraanse burgers met valse Nederlandse paspoorten. Kortom, zo compleet gestoord dat ze alleen maar realistischer worden.
F. Springer pas in 2022 ontdekt en dit was de tweede titel die ik van hem las. Bij het eerste boek was ik al onder de indruk, maar dit relaas over de Iraanse revolutie is echt geweldig. We volgen een schrijver van historische flutwerkjes vol duimzuigerij vanaf het moment dat hij de opdracht krijgt een boek te schrijven over de sjah van - toen nog - Perzië. Deze heerser van - inmiddels - Iran staat echter op het punt te worden afgezet door de baardmannen van opperengerd Khomeini. Gaat Toby Harrison zijn karwei op tijd afkrijgen? In een wederom soepele schrijfstijl boordevol ironie tekent Springer ook het wereldje van de diplomatie met het schitterende type Turfjager. Als ex-diplomaat weet Springer als geen ander hoe het er daar aan toe gaat. Waarschijnlijk wat aangedikt, hoewel mogelijk tochter bij de waarheid dan goed is. Ook de andere personages komen moeiteloos tot leven in de vaardige handen van Springer, die overduidelijk - of ik moet het verkeerd hebben begrepen - niets moest hebben van de 'gang richting Middeleeuwen' die door de fanatieke moslims is ingezet. Zoveel jaar na dato is het niet moeilijk hem daarin gelijk te geven.
F. Springer is het pseudoniem van Carel Jan Schneider, die als Nederlandse diplomaat in veel landen heeft gewerkt, waaronder in Iran tijdens de Revolutie van 1979. Als F. Springer verwerkt hij zijn ervaringen tijdens zijn werk als diplomaat in romans met fictionele hoofdrolspelers.
In 'Teheran, een zwanezang' krijgen we een realistisch, spannend en bij vlagen zeer grappig verhaal te lezen, dat speelt in de laatste dagen van de regering van sjah Mohammad Pahlavi. Springer laat geweldige karakters langskomen (met als hoogtepunt de heldhaftige en bizarre ambassadeur Turfjager) in situaties die tegelijk enorm vreemd en zeer begrijpelijk zijn.
Een boek met vaart en spanning, waar men veel van opsteekt en dat men eigenlijk achterelkaar zou willen uitlezen. Springer op z'n best - zij het met die kanttekening dat "Teheran, een Zwanezang" af en toe best wat minder jolig getoonzet had mogen worden en dat het taalgebruik van met name de Nederlandse consul ter plaatse wel erg dik is aangezet (te dier zake spreekt de ik-figuur in de roman, op p. 209, van een 'barokke spreektrant' en 'archaïsche ambtelijke tussenwerpsels' die hem steeds meer beginnen te fascineren, maar wat mij betreft is veeleer sprake van onechtheid of gemaaktheid).
Het boek schetst een interessant tijdsbeeld waarin de ene dictator, de sjah, wordt vervangen door een zo mogelijk nog ergere dictator, Khomeini. Wat echter op een zeker moment gaat irriteren is het corpsballererige toontje van de auteur en de overdreven karikaturale beschrijvingen van de Iraniërs en vooral de expats.
Herlezen ,wat een mooi verhaal is het toch- het dikste boek van F. Springer denk ik zo- een combi van historische gegevens en een liefdesverhaal geschreven met de typische Springerstijl- cynisch/humoristisch en ondertussen heel serieus
Heerlijk absurdistisch, humoristisch en "vrolijk" verhaal van het Iran ten tijde van de islamitische revolutie. Niet per se heel leerzaam wel vermakelijk.
Alleraardigst geschreven boek, maar overduidelijk geschreven vanuit het oogpunt van een diplomaat die kortstondig in Teheran verbleef. Het geeft geen duidelijk beeld van de gebeurtenissen in Teheran 1978. De beschrijvingen van Teheran vanuit het geïsoleerde diplomaten leven, waar men eigenlijk geen idee heeft wat er zich onder hun voeten afspeelt. Daar zit dan ook de charme van het boek in. In de uitvergroting van haji baba esfahani klinkt de elitaire blanke man door, die meent Iran te 'begrijpen'. Doch is het boek zo vlot en amusant geschreven, dat dit alles al gauw vergeten wordt. Als literair werk niet slecht, maar het geeft een vertekend beeld van de Iraanse revolutie en moet als historisch werk dan ook serieus genomen worden. Dit geeft de schrijver ook duidelijk aan door een hoofdpersonage te creëren die zelf zelf niet zo nauwkeurige maar wel vermakelijke historische schrijfwerkjes componeert.
Wat kan Springer zwetsen.. Ik vond het boek wel vermakelijk, maar er was geen doorkomen aan. Hij gebruikt zo veel zijwegen en insteken (+ ellenlange omschrijvingen) dat er weinig van het leesplezier over bleef. Naarmate je langer leest wordt het verhaal wel interessanter, maar er blijft een gebrek aan spanning.