Amsterdam 1910. Het Paleis voor Volksvlijt. Tijdens een voorstelling raakt een beginnende recensent volledig buiten zichzelf door de muziek. 'Waarom nodig je hem niet eens uit?' zegt de vrouw van de componist, als ze een dag later de lyrische bespreking leest. 'Je kent hem wel, het is die grappige schuwe jongen die we wel eens in het Concertgebouw zien.'
Zo begint het verhaal van een turbulente vriendschap die zeven jaar later dramatisch zal eindigen. De vriendschap tussen een leermeester en een leerling, die aanvankelijk alles met elkaar delen: hun ideeën over maatschappij en kunst, nieuwe muziek, hun afkeer van Duitsland en hun angst voor oorlog. Matthijs Vermeulen is aan het begin van zijn leven al muziekrecensent en componist. Alphons Diepenbrock is bijna vijftig en op het hoogtepunt van zijn carrière, bevriend met Gustav Mahler en dirigent Willem Mengelberg.
De vrouw die een wig drijft tussen de twee mannen is Elisabeth, Diepenbrocks vrouw. Bij Vermeulen herkent zij de strijdbare ambities en idealen die haar man heeft verloren, en denkt zij de liefde te vinden die in haar huwelijk ontbreekt. En dan breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Om geld te verdienen vertrekt Vermeulen als oorlogscorrespondent naar het front in België. Bij terugkeer brengen zijn schokkende ervaringen de vriendschap met Diepenbrock en zijn echtgenote in een ongekende stroomversnelling.
Breed opgezet en filmisch vertelt Het grote zwijgen het verhaal van een tragische vriendschap die wortelt in bewondering en verheven idealen, en die strandt op de banale en meedogenloze realiteit van oorlog, overspel en verraad. 'En boven dat alles het grote onverschillige zwijgen van het firmament.'
Erik Menkveld (1959-2014) debuteerde in 1997 met de dichtbundel De karpersimulator. Er volgden er nog twee: Schapen nu! (2001) en Prime time (2005). In 2006 verscheen Met de meeste hoogachting, een brievenboek.
Het grote zwijgen zijn romandebuut. Hiervoor heeft Erik Menkveld de Academica Literatuurprijs 2012 gewonnen.
Erik Menkveld (1959-2014) werkte van 1987 tot 1998 als fondsvormend redacteur voor Uitgeverij De Bezige Bij. Van 1998 tot 2002 was hij programmamaker voor het Rotterdamse Poetry International Festival. Hij was redacteur van het literaire tijdschrift Tirade en wijdde zich sinds 2002 geheel aan het schrijven van poëzie en proza.
Als dichter debuteerde Menkveld in 1997 met De karpersimulator, een bundel die genomineerd werd voor de VSB Poëzieprijs en bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de C. Buddingh’-prijs. In 2001 verscheen zijn tweede bundel Schapen nu!, die genomineerd werd voor de Hughes C. Pernathprijs en de J.C. Bloemprijs. Zijn derde bundel Prime time verscheen in januari 2005. In het najaar van 2006 verscheen Met de meeste hoogachting, een brievenboek, geïnspireerd op het voorbeeld van Petrarca, die brieven aan zijn klassieke voorgangers Cicero en Seneca schreef.
In 2011 verscheen zijn romandebuut Het grote zwijgen. Hiervoor ontving Erik Menkveld de Academica Literatuurprijs 2012. Het boek werd tot dusver al zes keer herdrukt.
In order to enable non-Dutch GR-readers to take notice of the novel ‘Het grote zwijgen’ of Erik Menkveld (1959-2014) I edited a machine-translation in English of my review. First the English, after that the Dutch review-text of 2015. JM 23-01-23
ENGLISH For me, as a lover of classical music, I am fairly well versed in the repertoire. And one of my preferences is precisely the period (1910-1921) described in Erik Menkveld’s only novel, ‘Het grote zwijgen’ (‘The big silence’). As far as the gentlemen protagonists are concerned, it does strike me as a striking trio: Diepenbrock the ultimate classicist, Mahler as a hinge between Romanticism and the moderns, Vermeulen the misunderstood modernist who mostly no longer writes tonally. Behold, three sources of discussions that can be had at a high intellectual level as far as the first two are concerned, with a kind of glaring discrepancy compared to the self-made man or angry young man Vermeulen. In terms of personalities, there are also contrasts: Diepenbrock had a tendency towards the contemplative, while Vermeulen was a hot-tempered fellow. We learn this from respectively the 'Collected writings of Alphons Diepenbrock' collected by Eduard Reeser, and the biography of Vermeulen 'By the violence of his desire' written by Ton Braas. And if, in the book, the ladies make their appearance almost immediately, there is not only, or not so much, material for an essayistic writing, but also space soon arises to pour various themes into the novel form. Therefore, I am very curious about what will (further) take place ín the book. I wrote the previous text after reaching page 42. I briefly chuckled at Vermeulen's remark there about Mahler: "But what is a symphonist worth if he writes banal melodies?" We are introduced to the developments of friendships and loves, rather 'cross over'. And even though the historical essentials are neatly in order, the book has no documentary character; Erik Menkveld has managed to turn it into an exemplary novel. Lovely to read, with enough variety in the storylines. Less philosophical than I had suspected, but that does help the progression. Feelings are touchingly characterised; perhaps the lyrical slant is evident here from Menkveld in his quality as a poet. There are some contrasts built into the history, in terms of religion (Roman Catholic versus Protestant), politics (how does one feel about expansionist Germany, Mengelberg pro, many anti), the relativisation of Art vis-à-vis war horrors especially in Belgium and finally the battle of directions within music (tonal versus atonal composing). Some of these contrasts are reasonably elaborated, some slightly less so. Mahler does not feature much quantitatively in the novel. However, it does become somewhat clear in the novel that Mahler was a figure who exercised a significant influence on both the other composers in a qualitative sense. To me, it invites to further reading and listening. As for listening, I can draw from my own CD cabinet for the symphonic works by Diepenbrock and Vermeulen. As for reading, I have the literature mentioned earlier and five more of the works in the bibliography at the back of the novel. Anyway, the whole thing is an extraordinarily carefully composed psychological novel of persons and the close relationship between the deep sense of high art and the intensity of loves. What I find particularly unfortunate is that it is no longer given to the author to continue on the path of novel art; Erik Menkveld died on 30 March 2014. JM
DUTCH Voor mij geldt, dat ik als liefhebber van klassieke muziek redelijk thuis ben in het repertoire. En een van mijn voorkeuren is juist de periode die in de roman van Erik Menkveld: Het grote zwijgen, wordt beschreven. Het is me, wat betreft de heren hoofdpersonen, wel een markant trio: Diepenbrock de ultieme classicus en classicist, Mahler als een scharnier tussen de Romantiek en de modernen, Vermeulen de onbegrepen modernist die veelal niet meer tonaal schrijft. Ziedaar, drie bronnen van discussies die op hoog intellectueel niveau wat betreft de eerste twee, met een soort schrijnende discrepantie ten opzichte van de self made man or angry young man Vermeulen, gevoerd kan worden. Qua persoonlijkheden zijn er ook contrasten: Diepenbrock had een neiging tot het contemplatieve, terwijl Vermeulen een opvliegend manneke was. We leren dat uit respectievelijk de ‘Verzamelde geschriften van Alphons Diepenbrock’ bijeengebracht door Eduard Reeser, en de biografie van Vermeulen ‘Door het geweld van zijn verlangen’ geschreven door Ton Braas. En als in het boek vrijwel onmiddellijk de dames hun intrede doen, is er niet alleen, of niet zozeer, stof voor een essayistisch geschrift, maar ontstaat tevens alras ruimte om diverse thematieken in de romanvorm te gieten. Daarom ben ik zeer benieuwd naar wat zich (verder) ín het boek gaat afspelen. De voorgaande tekst schreef ik nadat ik op pagina 42 was aanbeland. Ik heb even gegrinnikt over de opmerking die Vermeulen daar over Mahler maakt: “Maar wat is een symfonicus waard als hij banale melodieën schrijft?” Nu ik terugdenk aan het ‘uitgelezen’ boek, geldt dat bijvoeglijk naamwoord in twee betekenissen. We maken kennis van de ontwikkelingen van vriendschappen en liefdes, nogal ‘cross over’. En ook al zijn de geschiedkundige hoofdzaken keurig in orde, heeft het boek geen documentair karakter; Erik Menkveld heeft er een voorbeeldige roman van weten te maken. Heerlijk om te lezen, met voldoende afwisseling in de verhaallijnen. Minder filosofisch dan ik had vermoed, maar dat komt de voortgang wel ten goede. Gevoelens worden raak getypeerd; wellicht is hier de lyrische inslag kenbaar van Menkveld in zijn kwaliteit als dichter. Er zijn enkele contrasten in de geschiedenis ingebouwd, op het gebied van de religie (rooms katholiek versus protestant), politiek (hoe staat men tegenover het expansiedriftige Duitsland, Mengelberg pro, velen anti), de relativering van de Kunst ten opzichte van oorlogsgruwelen met name in België en tenslotte de richtingenstrijd binnen de muziek (tonaal versus atonaal componeren). Een aantal van deze contrasten wordt redelijk uitgewerkt, enkele iets minder. Mahler komt kwantitatief weinig voor in de roman. Wel wordt in de roman enigszins duidelijk dat Mahler een figuur is geweest die in kwalitatieve zin op de beide andere componisten een significante invloed heeft uitgeoefend. Mij nodigt het uit tot verder lezen en luisteren. Wat betreft het luisteren, kan ik uit eigen cd-kast putten voor het symfonisch werk van Diepenbrock en Vermeulen. Wat betreft het lezen, beschik ik over eerder genoemde literatuur en nog vijf van de werken in de bibliografie achterin de roman. Enfin, het geheel is een buitengewoon zorgvuldig gecomponeerde psychologische roman van personen en de nauwe relatie tussen het diepe gevoel voor de hoge kunst en de intensiteit van liefdes. Wat ik bijzonder jammer vind, is dat het de auteur niet meer gegeven is, voort te gaan op het pad van de romankunst; Erik Menkveld overleed op 30 maart 2014. JM
Ik had het gevoel dat ik een roman uit de tijd van Louis Couperus las, bij ‘Het grote zwijgen’ van Erik Menkveld. Het zat hem in de stijl, de natuurbeschrijvingen en natuurlijk ook in het tijdsbeeld. Het boek gaat over de bijzondere vriendschap tussen muziekrecensent Matthijs Vermeulen en componist Alphons Diepenbrock, aan het begin van de twintigste eeuw.
Het boek is gebaseerd op werkelijke personen en gebeurtenissen. De verschillen tussen Diepenbrock en Vermeulen zijn groot en de vriendschap verloopt met hoogte- en dieptepunten. Maar de uitzinnige liefde voor muziek verbindt hen. Uiteindelijk is het een andere liefde die de mannen uit elkaar drijft.
Het grote zwijgen van Erik Menkveld speelt begin twintigste eeuw, tussen 1910 en 1920. De twee hoofdpersonages zijn componist Alphons Diepenbrock en recensent/componist Matthijs Vermeulen. De hoofdstukken zijn afwisselend vanuit het perspectief van een van beide geschreven wat een sterk inlevingsvermogen geeft. Hun overeenkomsten, passie voor muziek, maar ook hun verschil in leeftijd (25 jaar). De jonge Vermeulen is vol bevlogenheid, Diepenbrock reeds aan het uitdoven, maar de band en vriendschap blijft.
Als Vermeulen oorlogsslaggever wordt in de eerste Wereldoorlog en ontdaan van illusies volwassen terugkomt, is Diepenbrock door de oorlog en het verlies van zijn grote liefde verbitterd geworden. Vermeulen stort zich in een verhouding met Elsa, Diepenbrocks vrouw. Dit maakt uiteindelijk de vriendschap kapot, zoals Jany (Adriaan Roland) Holst voorspelde.
Aan de hand van de feiten schreef Menkveld dit boeiende tijdsbeeld, met rijke (soms iets gekunstelde) aanvullingen van de zintuigen, (zurige ochtendgeur, de haargeur, de geur van buiten, pittige okselgeur) maar ook veel Hollandse luchten. In de laatste honderd bladzijden was de spanningsboog een beetje zoek en verloor ik mijn aandacht soms. Maar om op deze manier de mens achter de muziek van Diepenbrock en Vermeulen te leren kennen was bijzonder aangenaam. Overigens is het leuk om na het lezen van het boek op internet nog wat meer over het leven van Matthijs Vermeulen te weten te komen.
Raar om dit boek uit te lezen op de dag dat het overlijden van de auteur naar buiten wordt gebracht.
Omdat ik weinig van muziek af weet en ook de componisten Diepenbrock en Vermeulen niet kende voorafgaande aan dit boek was ik benieuwd of dit boek iets voor mij zou zijn. Mijn gebrek aan muziekkennis heeft me tijdens het lezen niet in de weg gezeten. Het verhaal gaat over de vriendschap tussen een leerling en zijn meester en speelt zich af aan het begin van de 20e eeuw in Nederland. Menkveld schetst een geloofwaardig en boeiend decor waarin de verschillende gebeurtenissen plaats vinden. Het wisselende perspectief van de verteller is interessant en maakt nieuwsgierig naar meer.
Ik vond het een prachtig boek en zou het iedereen willen aanraden.
“Het grote zwijgen” is gebaseerd op waar gebeurde feiten uit het leven van Alphons Diepenbrock en van Matthijs Vermeulen. Het is echter geen biografie, maar een geromantiseerd verhaal. In het nawoord legt de auteur verantwoording af en vermeldt hij welke personages fictief zijn en voor welke er historische figuren model stonden. Voor wie wil nagaan waar en in hoeverre zijn roman-werkelijkheid afwijkt van de historische, vermeldt hij een lijst met te raadplegen bronnen.
Het is een historische roman, die zich afspeelt in het Amsterdamse muzikale leven in de jaren tien van de vorige eeuw.
Alphonse (Fons) Diepenbrock groeide op in een streng katholiek gezin, werd doctor in de klassieke letteren en autodidactisch componist. Hij huwde de protestantse Elsa (Elisabeth) de Jong van Beek, een begaafd pianiste die later koos voor een actief bestaan als feministe en spraaktherapeute.
Ter gelegenheid van een concert in het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt ontmoeten Elsa en Fons de beginnende recensent Matthijs Van der Meulen (Vermeulen). Deze is muziekcriticus bij het katholieke dagblad De Tijd. Hij schrijft niet enkel over muziek, hij componeert zelf ook.
De kennismaking met Diepenbrock is het begin van een langdurige relatie. De 26 jaar oudere componist wordt Vermeulens mentor. Hij leent hem boeken en partituren, becommentarieert zijn artikelen, geeft adviezen en bronaanwijzingen voor het voeren van polemieken.
Op aanbeveling van Diepenbrock neemt ook het weekblad De Amsterdammer (De Groene) Vermeulen in oktober 1910 in dienst. Dat seizoen schrijft Vermeulen in drie bladen, omdat ook de NRC hem als correspondent aanstelt. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldt Vermeulen zich bij de redactie van De Tijd als oorlogscorrespondent om verslag te doen vanaf het front. Gedetailleerd beschrijft hij de verwoestingen in België en Noord-Frankrijk. Het aanschouwen van de zinloze, stelselmatige vernietiging van mensenlevens en cultuurbezit bevestigt hem in de anti-Duitse gevoelens die eerder in gesprekken met Diepenbrock waren gewekt.
Tot daar de feiten waarop Erik Menkvelt zijn roman baseert. Wat de auteur ervan maakt en hoe hij het verhaal brengt, is subliem en ademt de stijlvolle sfeer van de belle époque. De eerste wereldoorlog overschaduwt de gebeurtenissen in het boek. Vanuit Luik en Leuven rapporteert Vermeulen over de gruwelen die de Duitsers onder de Belgische bevolking aanrichten. En ook al is Nederland neutraal, toch brengt de oorlog een diepe verdeeldheid teweeg, ook in culturele kringen. Men is beducht de goede betrekkingen met Duitsland te schaden. Daarom wordt Mengelberg, de dirigent van het Concertgebouworkest, zijn pro-Duitse houding niet verweten, terwijl Diepenbrock vanwege zijn kritiek op de Duitsers zowel sociaal als artistiek in een isolement raakt. Zijn idealen en prestige zijn na de oorlog verbleekt.
Met “Het Grote Zwijgen” brengt Menkveld een indringend beeld van het Amsterdamse artistieke en sociale leven in de jaren tien van de twintigste eeuw, vol kleurrijke details over het alledaagse leven en de toen vigerende omgangsnormen en sociale verhoudingen. De liefde voor de muziek is allesoverheersend.
Maar bovenal is het een intrigerende en spannende roman die van begin tot einde weet te boeien.
Als je van klassieke muziek houdt en weleens naar concerten gaat in het Concertgebouw in Amsterdam, dan is dit boek een aanrader. Maar ook wanneer je niet zoveel van klassieke muziek weet, is het Grote zwijgen interessant. Niet alleen omdat het een spannend verhaal is (en nu denk je misschien: ‘een spannend verhaal over klassieke muziek??) maar dat is het toch echt. Misschien omdat de hoofdpersonen Alphons Diepenbrock en Matthijs Vermeulen zo’n fascinerende band met elkaar hebben of omdat hun liefde voor muziek en hun soms verborgen passie voor mensen om wie ze heimelijk zijn gaan geven onder je huid gaan zitten. Het begin van Het Grote zwijgen gaat wat langzaam, maar daarna wordt het verhaal op zo’n meeslepende manier beschreven dat je het boek steeds beter gaat vinden en het niet meer weg wilt leggen. Daarnaast speelt het verhaal in het begin van de 20e eeuw en weet de auteur het Amsterdam in die tijd zo helder te omschrijven dat de lezer het voor zich ziet. Kortom: aanrader.
Het duurde even voordat ik echt gegrepen werd door het boek. De schrijfstijl heeft iets plechtstatigs, iets formeels dat weliswaar goed bij de personen en het tijdvak past, maar het ook iets stroever laat lezen. Dat wordt verstrekt door uitgebreide beschrijvingen van muziek, de vaart wordt dan goed uit de roman gehaald, jammer.
Verhaal zit goed in elkaar maar de echte dramatische ontwikkelingen hadden iets eerder mogen komen van me. Desondanks blij dat ik het gelezen heb, heeft me naast de persoonlijke verhalen ook meer inzicht gegeven in de muziek scène van die tijd en dat was interessant.
Een boek waarvan ik pas op de helft wist dat ik het mooi vond. Een boek waarin mensen voorbij komen die echt geleefd hebben in het Amsterdam van rond 1920. Een aangenaam, kabbelend verhaal wat nergens echt overstroomt, en alleen op sommige momenten tegen de kade aanslaat.
Zeer vlot en mooi geschreven roman gebaseerd op reëele personen en hun leven. Geeft een goed beeld van de muziek in het begin der twintigste eeuw in Nederland, trekt zeker de aandacht op de muziek van Diepenbrock en laat een weinig bekende Matthys Vermeulen kennen en ontdekken! Een mooie roman die ook veel inzicht brengt op zowel persoonlijke levenssituaties als de aandacht trekt op muziek. Het lezen waard!
uitstekende roman." Alles wat in deze roman gebeurt is gebaseerd op historische documenten, en dus waar." Menkveld heeft een paar niet-bestaande figuren ingevoerd-en die ook met name aangeduid.Maar omdat hij de figuren sprekend en denkend opvoert, schrijft hij natuurlijk een roman, gebaseerd op eigen verbeelding.Maar verder: een waargebeurd verhaal over twee componisten die bevriend raken in een ware meester-leerling verhouding, plus de daarbij komende intermenselijke verhoudingen, die behoorlijk ingewikkeld, of beter: grote gevolgen kennen.En dan nog een portret door het boek heen van Willem mengelberg, de befaamde dirigent van het Concertgebouworkest.Boek speelt tussen 1910-1918, grotendeels in Amsterdam, maar ook in Brussel en Laren. Voortreffelijk geschreven en een hoop om over na te denken.
Soms sla je een roman dicht en merk je bewust op dat je door het lezen rijker bent geworden. Je hebt een tijdlang meegeleefd met een aantal personages die door hun belevenissen of door de tijd waarin ze leefden jou als lezer iets hebben geleerd. Dat is absoluut het geval als je Het grote zwijgen van Erik Menkveld hebt gelezen. Alleen al vanwege de rijke historie en de poëtische taal die Menkveld bezigt ben ik van dit boek gaan houden. Dit was Menkveld’s debuutroman en het is dan ook verschrikkelijk jammer dat hij in maart van dit jaar overleden is. Ik had nog veel meer van hem willen lezen.
Interessant om een boek te lezen over de periode 1905-1920 tegen achtergrond van WO 1. Je wordt als lezer goed meegevoerd in hoe Amsterdam toen was; hoe mensen gesprekken met elkaar voerden, gingen wandelen, naar het Concertgebouw gingen voor een concert, een pontje op de ij namen enzovoorts. De relaties (en levens van) tussen de componisten Diepenbrock, Vermeulen en Mengelberg staan centraal. Prikkelend geschreven, opnieuw met de tijdgeest erdoorheen vervlochten. Mooi boek dat geschiedenis doet laten leven.
Het grote zwijgen is echt prachtig geschreven. De relaties tussen de personages worden op een mooie manier uitgediept. Het (voor een groot deel) waargebeurde verhaal bevat de nodige intriges, zonder dat alles te hysterisch wordt.
Neem de tijd voor dit boek en laat je meevoeren! Het verdient een groter publiek.
Breed opgezette roman tegen de achtergrond van de 1e wereldoorlog. Non-fictie met historische figuren uit het muziekleven: Mengelberg, Diepenbrock. Erg lange, zo niet langdradige discussies over muziek, componeren, concerten waardoor de historische setting wat tegenvalt. Het einde van het verhaal is ronduit slecht, afgeraffeld.
3.5. Goes somewhat over the top with its parallels and its mirroring of particular events, but there are beautiful beautiful metaphors and similes here. First half stronger than the second, where it starts to drag a bit.
Onmodieus, onhollands, ingetogen portret van componisten Diepenbrock en Vermeulen aan het begin van de 20ste eeuw in Amsterdam. Prachtige portretten van tragische figuren. Er wordt de tijd genomen om het drama uit te werken.
Boeiende historische roman over de vriendschap tussen Alphons Diepenbrock en Matthijs Vermeulen. Het begin is een beetje moeizaam, maar naarmate het boek vordert wordt het steeds meeslepender.
Bijzondere historische roman over de vriendschap tussen twee nederlandse componisten tegen de achtergrond van de eerste wereldoorlog. Zeer pakkend geschreven, ontroerend.