Leopold (Pol) Van Domburg verhuisde samen met zijn vrouw (De)sideria en drie dochters naar Groendal, een gehucht waarvan de inwoners arme boeren waren die hun land van de rijke graaf huurden. Naast de pastoor was Pol de enige welgestelde bewoner, wat hij te danken had aan het winkeltje dat hij met succes runde. Zijn komst zorgde echter voor een boel tumult in het dorp. Hij kreeg het aan de stok met de plaatselijke geestelijke mijnheer Kips omdat hij als enige intellectueel 'waarachtig twijfelde aan het bestaan van God' en het op een gegeven moment zelfs vertikte 's zondags de kerk nog te bezoeken. Hij was ook verre van zondenvrij. Hij ranselde zijn vrouw Sideria, liet zijn leven bepalen door het verlangen naar aardse materialen zoals grond en geld en manipuleerde de klanten in zijn winkel (die na het voorval met Kips echter maar maakten dat ze wegbleven). Zowel Pol als Kips waren te koppig uit eigen beweging een poging tot verzoening te beginnen *, tot Pol als stervende in bed plots om de pastoor riep. Maar wat op een poging leek te biechten en de geschillen bij te leggen, bleek totaal het tegenovergestelde te zijn: vlak voordat hij zelf de geest gaf doodde Pol Kips door hem een kogel door het lijf te schieten. In een tijdspanne van een paar uur waren beide opeens van elkaar 'verlost'. Zoals te verwachten heeft ook dit gebeuren heel Groendal en omstreken op stelten gezet, en Sideria heeft er zoveel onder geleden dat zij kort erna stierf. In de rest van het boek volgen we de verdere levensloop van Anna, de enige overblijvende dochter aangezien de andere twee in het klooster waren ingetreden. I.t.t. tot haar vader en net zoals haar zusjes was zij door en door katholiek, tot in het absurde toe dat ze weigerde een ongedoopt kind aan te raken voordat het gedoopt was en dat ze haar eigen geslachtsdelen niet meer durfde te wassen.
*'Pol, die den strijd reeds sedert het knakken van de netels als aangebonden beschouwde, zocht in zijn woede naar een antwoord dat alle kans op een toekomstige bijlegging onherroepelijk uitsloot'.
In mijn beleving kwam het contrast tussen man en vrouw in dit boek heel sterk naar boven. Pol wordt als centraal mannelijk personage gekenmerkt door vlagen van agressie, seksuele vergrijpingen, het verlangen naar geld en speelt doorheen het verhaal de rol van wrede dader. Anna en Sideria daarentegen, de belangrijkste vrouwelijke personages, zijn toonbeelden van vroomheid, kuisheid en gehoorzaamheid en krijgen duidelijk de slachtofferrol toegewezen.
Ik geloof, maar dat is louter een eigen invulling van de betekenis van dit gegeven, dat Elsschot de vrouw bewust als vroom en goed voorstelt vanwege de wrange gevoelens die hem nog parten moeten hebben gespeeld over de manier waarop hij zijn beminde ooit behandelde, zie Villa des Rozes. Al moeten we natuurlijk ook niet vergeten dat de onderdrukking van de vrouw in het eind van de 19e/begin van de 20ste eeuw gewoon een historisch fenomeen is.
Ook moet ik zeggen dat ik het boek voor Elsschot-begrippen nogal zwaarmoedig vond. Hoewel het humorvol is geschreven miste ik de gebruikelijke luchtigheid. Er heerste tijdens het lezen een vrij plechtige sfeer. De min of meer gelijktijdige dood van Pol en Kips vond ik bijvoorbeeld teveel drama, wat afbreuk deed aan het toch vrij realistische karakter van de rest van het boek. Grote pluspunten vond ik alle passages waarin kinderen voorkwamen. Elsschot kan meesterlijk kinderen beschrijven, en elke keer als er een kind de kop op steekt neemt het verhaal een frivole, lichtvoetige wending.
In de voorloper van 'De Verlossing', die toen nog 'De Doop' heette, speelden de gebeurtenissen zich trouwens niet te Groendal maar te Blauwdal af, een bestaande plaats in België. Hier bracht Elsschot elk jaar de zomervakantie door bij een oom die er woonde, vandaar dat in zijn eerste handschrift de personages Pol, Sideria en Anna ook werkelijk de namen van zijn oom, tante en nicht dragen. Bij het herschrijven veranderde Elsschot deze in fictieve namen, maar een aantal gebeurtenissen (met name het conflict met de plaatselijke geestelijkheid) bevatten nog een kern van waargebeurde feiten. Enkele weetjes die ik persoonlijk wel leuk vind:
-Elsschot heeft zijn pseudoniem ontleend aan het bos dat rond Blauwberg is gelegen. Dit draagt de naam 'Helsschot' en hier heeft hij naar eigen zeggen de tijd van zijn leven beleefd.
-'De Verlossing' stond in Vlaanderen op de lijst van verboden literatuur wegens 'antipapistische' inhoud.