Een mooi klein boekje, over het leven en wat er allemaal bij komt kijken, als je maar half zo groot bent als de meeste mensen. Makkelijk is het nooit, maar de een moet nog meer moed dan de ander.
Ik heb er een ezelsoortje in gezet op pagina 67/68. De zinnen daarop lieten me niet zo snel los... na de laaste pagina's te hebben gelezen, dacht ik dat Arthur Japin deze zinnen ook niet los lieten. Ze staan er misschien middenin, maar zorgen er dan toch voor dat ik het einde wellicht anders beoordeel. Al staat het niet geschreven, weet ik, diep van binnen, heel zeker, dat hij op tijd komt. Op het allerlaaste nippertje ... langzaam komt er een deuntje in mijn hoofd: Iedereen is van de wereld en de wereld van iedereen
"Hij hoorde mensen weleens zeggen dat ze woede vóelden. Dit leek hem een vergissing. Het venijn zat in zijn hoofd. Het bestond uit gedachten. Die overvielen hem van alle kanten tegelijk. Liet hij ze toe dan klonterden ze samen. Ze verstopten ieder begrip. Ze verlamden zijn zinnen en belemmerden de doorstroming naar zijn hart. Daarom juist klampte hij zich aan zijn woede vast, omdat die hem versufte. Zolang hij boos bleef, hoefde Lemmy zijn wanhoop niet toe te geven.
...
Lemmy riep zichzelf tot de orde. Nog even en zijn innerlijk zou erger misvormd zijn dan zijn uiterlijk. Hij moest zijn leven weer in handen nemen en de verantwoordelijkheid niet langer afwentelen. Met al zijn beperkingen moest hij het omarmen, of er helemaal van afzien. Met deze laaste mogelijkheid heeft hij rondgelopen, maar uiteindelijk was hij niet bereid de wereld die overwinning te gunnen."
Laten we eerlijk zijn, de wereld wil helemaal niet winnen. De wereld is apetrots op winnaars.
Gezicht in de wind, de voeten schrap en stoot je hoofd maar tegen de zon. Lemmy, je kunt het, zet hem op!
Zo, daar zit ik dan en moet om mezelf lachen. Past wel bij het boekje...
😛