Een man is niet in staat zich aan te passen aan een veranderende wereld. Hij verliest zich in hunkeringen naar de geborgenheid van zijn jeugd. Tot hij er niet meer tegen kan. Leo Lenaerts sterft in de zomer van 2015 op nog geen tweehonderd meter van de plek waar ooit zijn ouderlijk huis stond. Het idyllische dorp Lillo waar hij opgroeide werd opgeslokt door de grote stad en letterlijk van de kaart geveegd. Een gedwongen leven in anonieme stedelijkheid heeft Leo getekend en ontworteld. Zijn stem werd niet gehoord, zijn verzet was nutteloos, zijn onmacht werd rancune en ten slotte redeloze woede. Met alle gevolgen van dien. In dit boek vechten wanhoop, onbehouwen vriendschap, sarcastische humor en verdrongen weemoed om voorrang. De Zwarte Brug is de schets van het leven van een onopvallend maar potentieel gevaarlijk man.
Erik Vlaminck is een Vlaamse roman- en theaterauteur. Hij is geboren op 2 juli 1954 in Kapellen (België). Hij leidde de Antwerpse SchrijversAcademie en de Vlaamse Auteursvereniging en hij is voorzitter van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Man, wat een boek. Na al die boeken te hebben gelezen geschreven of vertaald door Nederlanders doet een boek geschreven door een rasechte Vlaming toch wel iets extra's. Vlamingen formuleren en beschrijven alles toch wel wat sappiger dan Nederlanders. Ook die typisch Vlaamse onderwerpen verschillen van de Nederlandse. Dit boek beschouw ik als de volkse variant van Dit is mijn hof van Chris De Stoop. Daar ging het over de teloorgang van het gebied rond Doel, dit boek gaat over de teloorgang van het dorp Lillo. Over laatkomer Leo en zijn familie, vader, moeder, zes broers en zus met wie hij is opgegroeid. Allemaal andere karakters. Bij het volwassen worden ziet hij hen enkel nog bij begrafenissen en huwelijken. En dan staat hij met een mond vol tanden en weet hij niet wat hen te vertellen. Mooi verteld en vol cynische humor komt het ene na het andere familiegeheim naar boven. Ook over zijn echte vader en moeder. Goed gevonden zijn de lezersbrieven die her en der opduiken. Daarin gaat de al wat oudere Leo in de aanval tegen alweer een ander maatschappelijk probleem. Een gemakkelijkheidsoplossing, want zo loopt hij niet het gevaar lik op stuk te krijgen. In het echte leven is hij vooral stil tussen de mensen. Blij dit boek te hebben gelezen.
Ik denk dat dit de derde of vierde roman is dat ik van Erik Vlaminck heb gelezen en nog nooit heeft me dat gespeten. Deze schrijver weet je zo makkelijk mee te trekken in zijn oh zo Vlaams verhaal, waardoor je echt het gevoel hebt er zelf deel van uit te maken. Nog niks van hem gelezen? Awel, dan wordt het eens tijd☺️ Als je niet weet welk, begin dan met 'Suikerspin'.
Een tof verhaal. Echt typisch "Vlaams", met zijn sappige uitdrukkingen en kleurrijke personages. Tegelijkertijd mooi omschreven broer-zus relaties. En verrassende gebeurtenissen.
Heimwee naar folklore In een steeds meer globaliserende wereld vervaagt de regionale identiteit. Traditionele levenswijze verwordt tot folklore, geïdealiseerd en ingekaderd in allerhande musea. De absurde opkomst van nationalistische politieke partijen met tegelijkertijd een meedogenloos neoliberaal discours zijn tekenend voor deze evolutie. Het lijkt duidelijk, des te platter de populaire cultuur, des te groter de hang naar holle nostalgie. Het is op deze grens dat de nieuwe roman van Erik Vlaminck, ‘De zwarte brug’, zich afspeelt.
Leopold ‘Leo’ Lenaerts is letterlijk en figuurlijk een vergeten naoorlogs Vlaams product. Geboren in 1945 te Lillo, wordt zijn dorp vijftien jaar na datum van de kaart geveegd door de Antwerpse haven. De hele gemeenschap valt uiteen en leeft enkel voort in de nostalgie van de voormalige bewoners. Steeds de heimwee opkroppend, vindt Leo onmogelijk zijn plaats in de steeds verder evoluerende maatschappij van vandaag. Uiteindelijk lijkt een uitgeholde en niet onbekende politicus het gelach te zullen betalen.
Erik Vlaminck is een auteur die erin slaagt een sterke identiteit te leggen in zijn schrijfstijl. De manier waarop hij het Vlaamse erfgoed weet te vertalen naar het geschreven woord, is ronduit perfect. Dit boek is nu al uitstervend Vlaams erfgoed. Maar zijn werk gaat verder dan de sappige Vlaamse taal en het weergeven van volkse - en soms marginale - leefgewoonten. Het boek pitst sociale puisten uit, die vandaag rijper staan dan ooit.
De grote reikwijdte die dit boek weet te beslaan komt door het naadloos vervlechten van verschillende generaties, van voor 1945 tot nu. Het maakt dat Vlaminck enerzijds zijn geliefkoosde familiesaga van ‘kleine mensen’ zoals arbeiders, boeren en foorkramers kan vertellen, maar dat hij de deur open laat voor verbloemde maar snoeiharde kritiek op ons dagelijks en sociale leven.
We hebben Vlaminck op vlak van het schrijverschap niets meer te leren. Integendeel, het is net door auteurs als hem dat onze Nederlandse taal zijn rijkdom weet te bewaren en onze literatuur veelzijdig wordt. De rode draad die fascinerend doorheen zijn oeuvre loopt, kent in ‘De zwarte brug’ een synthese die de perfectie weet te benaderen.
Ja, ‘Verbrande Brug’ trekt weer een blik Vlaamsche herkenbaarheid open. Ja, de Kerk, den Oorlog en de (Antwerpse) politiek zijn nooit ver weg. Maar de capriolen van de uit poldergrond opgetrokken familie Lenaerts en de verdwijning van het dorp Lillo worden met zoveel bravoure opgevoerd dat je alleen maar kan capituleren. Vlaminck (what’s in a name) neemt je, net als bij ‘Suikerspin’, als het ware mee op een doldwaze adrenalinerit door een kermisspookhuis waar hier en daar een lijk uit de kast valt. Weergaloze portretten van dwarsliggende karakters, pezewevers, oude vrijsters en hypocriete katholieken passeren de revue in dit portret doordrenkt met genoeg geheimen om elk familiefeest te doen ontaarden in scheld- en vechtpartijen! En passant wordt de behandeling van geesteszieken ook nog es scherp op de korrel genomen! (Take that ‘Broeders van Liefde’) Tis altijd boeiend vertoeven in Vlamincks fantasie!
De Vlaamse klei en de zwijgzame, vreemde mannen die daarin gedijen... deze keer in Lillo. Ik heb er genoeg van. In dit boek staan nogal wat referenties naar het boek van wijlen Roger van de Velde, De knetterende schedels. Ik las dat zo'n kleine veertig jaar geleden. Ik meen mij te herinneren dat ik dat goed vond, beter dan de Zwarte Brug.
Erik Vlaminck heeft met ‘De Zwarte Brug’ (2016) een vertrouwen in zijn eigen verteltalent. In een cultuur waarin ‘de spoiler’ voor veel mensen het ergste is wat een vertelling kan overkomen, is het verfrissend dat de Vlaming zijn nieuwste roman durft te openen met een uitgebreide genealogie. Het levenslot van ‘die van Lenaerts’ is bij aanvang reeds in steen gehouwen. ‘Ons Moe’ zal voor haar zestigste doodgaan terwijl ‘ons Va’ daarna twaalf jaar langer op aarde rond mag lopen. Onder de nazaten halen broer Jos en zus Elsa niet de millenniumwisseling, maar de andere broers René, Jan en Robert gaan langer mee. Aan het einde zijn alleen de hoogbejaarde broers Bernard en François nog in leven. De inktzwarte toon is gezet: in deze roman gaan de voornaamste personages dood en een generatie 'die van Lenaerts' sterft uit.
Ook het hoofdpersonage, Leo Lenaerts, zal het leven laten tijdens een wanhopige aanslagpoging op de Vlaamse populistische politicus Bart de Wever. Leo is geboren als nakomeling in een gezin met vijf oudere broers en één oudere zus. Meer nog dan de leeftijdskloof speelt een latent aanwezig oorlogstrauma tussen de familieleden hem parten. Tijdens de oorlogsjaren heeft er ‘iets’ plaatsgevonden wat de verhoudingen op scherp heeft gezet, maar conform de naoorlogse schaamtecultuur wordt er niet gesproken over de pijnlijke familiekwesties van weleer. Het gevolg van de repressieve opvoeding is dat de jonge Leo opgroeit in een omgeving waarin hij zich continu ongewenst waant.
Bij 'die van Lenaerts' wordt de jongste zoon roemloos afgescheept naar kostscholen en niemand legt hem uit waarom zijn moeder hem links laat liggen, terwijl zijn zus Elsa zich moederlijker op lijkt te stellen. Aan de ene kant spreken zijn gezinsleden over het verleden als een idyllische tijd waarin alles van betekenis en relevantie plaats heeft gevonden, maar aan de andere kant is er een onbenoembaar iets - een gemeenschappelijk trauma - wat de verhoudingen tussen de verschillende gezinsleden blijft bepalen. Te midden van deze spanningen en onduidelijkheden wordt ook de jonge Leo heen en weer geslingerd tussen een nostalgie naar het verleden en een roep om zelf gehoord te worden. Een pijnlijke impasse met catastrofale gevolgen in de verre toekomst.
Het knappe aan ‘De Zwarte Brug’ (2016) is dat het impliciete en het onuitgesprokene de stuwende krachten zijn die het narratief blijven voortgaan. Het heeft het epische van een traditionele familiekroniek waarin de tijd voorbijtrekt en de verschillende personages te maken krijgen met het lichamelijke verval en de onvermijdelijke doodsstrijd. Toch weet Vlaminck het klein en intiem te maken door steeds één perspectief, dat van een buitenstaander in zijn eigen gezin, te blijven volgen. Leo verwordt tot een binnenvetter die de zwaarte van zijn getroebleerde jeugd mee blijft nemen in zijn volwassen leven. Toch leidt juist zijn eigenheid hem tot onverwachte momentjes van verbondenheid met andere eigenheimers. Zoals met de Vlaamse schrijver Roger van der Velde. In het verhaal nog niet de Vlaamse romancier die hij zou worden, maar een psychiatrisch patiënt die zijn mensonterende behandeling met galgenhumor beschouwt. Of bij zijn beste vriend, Modest Verreijcken, die hem introduceert tot de wereld van het kermisvolk waar andere normen gelden dan in de bedompte liefdeloosheid van thuis.
Ik was het meest geraakt door de enkele terzijdes waarin mensen uit Leo's nabije omgeving worden geïnterviewd: zijn overgebleven broers, Bernard en François, zijn ex-vrouw, de dochter van zijn beste vriend en zijn schoonbroer. Vlaminck zet deze andere perspectieven neer op een wrange en ironische manier, waarmee verschillende representanten van het huidige Vlaanderen geen greintje begrip of empathie kunnen tonen voor een beschadigde, vereenzaamde medemens. Iemand die tegen zijn eigen onvermogen bleef aanlopen om aansluiting te vinden bij de rest van de mensen om hem heen. Die terzijdes benadrukken hoe intens eenzaam en verlaten de mens Leo geweest moest zijn in een maatschappij waar niet altijd oog is voor de dolende zonderlingen,
Op een niet-geforceerde manier - niet prekerig of belerend- weet Vlaminck een verwordingsgeschiedenis te maken die inhaakt op actuele problematiek: de excessen die het wijdverbreide populisme oproept onder gefrustreerde, misnoegde burgers. Hoewel Vlaminck het perspectief bij 'de kleine man' neerlegt, waakt hij voor een te makkelijk geval van oorzaak en gevolg.Een slechte jeugd of een moeilijk karakter zijn maar een onderdeel van het grotere verhaal. Of hoe alles tot een giftige cocktail kan leiden waarin de gefrustreerde mens tot wanhoopsdaden wordt gedreven. Een politieke ontmanteling van een dorpsgemeenschap als Lillo; de rigide opvang en het onmenselijke behandelen van mensen die als geesteszieken worden bestempeld; de kerkelijke instanties die klassieke familiewaarden prediken en een maatschappij waar de geestelijk beschadigde mens door anderen als zwak en mislukt wordt bestempeld.
De auteur beschrijft Leo's ondergangsverhaal met oog voor het leed van 'de kleine man' maar zonder zijn hoofdpersoon romantischer of sympathieker te maken dan nodig is voor het verhaal. Het is óók een moeilijk heerschap dat zijn eigen leven moeilijker maakt door te verzanden in racisme, harde oordelen over anderen, angst voor andere seksualiteiten dan de heteroseksuele. En toch raakt zijn tragische levenslot, omdat niemand het verdient om eenzaam te verdwijnen zonder aansluiting te hebben met de omgeving. De vele levendige dialogen in Vlaams volksdialect zijn ingebed in een beklijvende, sfeervolle roman waarin als vanouds de schone taal minstens zo belangrijk is als de rest. Vlaminck brengt zijn personages en hun eigenaardigheden tot leven met onsentimenteel proza: onverwacht ontroerend en soms hilarisch, naast de intens bittere neergang die het in wezen beschrijft.
Leo Lenaerts wordt in 1945 geboren en woont met zijn familie in Lillo. Maar het dorp is geen lang leven meer beschoren. De uitbreiding van de haven krijgt voorrang op alles. Het verdwijnen van zijn dorp, maar ook de geheimen binnen zijn familie maken van Leo de man die hij is. Wat maakt ons tot wie we zijn is het grote thema van dit boek geschreven met de nodige passie, humor en weemoed.
De Zwarte Brug wordt verteld met veel Vlaamse kleur en is doordesemd van herkenbaarheid. Van ’t Mestputteke tot aan Café Wilson, van Rik Van Steenbergen tot Bart De Wever. De nieuwste van Erik Vlaminck speelt zich af op (voor mij) erg vertrouwd terrein.
In chronologische hoofdstukken van 1953 tot nu legt Vlaminck de stille wanhoop bloot van Leo Lenaerts. Leo is tafelzitter en drinker van filterkoffie, maar ook wraakterrorist in het diepst van zijn gedachten. Op bierkaartjes kribbelt hij zijn verbitterde lezersbrieven in het klad. Ontheemd denkt hij terug aan zijn kinderjaren in Lillo, een polderdorp dat inmiddels niet meer bestaat, aan zijn familie en liefde. Het verhaal wordt amusant afgewisseld met karakteristieke lezersbriefjes en interviews met de weinige overlevenden van Leo’s leven.
Erik Vlaminck schrijft in een erg herkenbare stijl. Ook qua personages en thematiek sluit De Zwarte Brug nauw aan bij zijn voorgangers. Er duikt kermisvolk op uit Suikerspin (2008), Canada stamt uit Brandlucht (2011), en ook hier staat weer een duister familiegeheim centraal. Herkenbaarheid troef dus, maar voor wie met Vlaminck vertrouwd is, is dat meteen ook de zwakte van het boek. Bovendien behoren de sleutelpassage in Canada en de ontknoping bij Bart De Wever niet meteen tot het beste dat Vlaminck geschreven heeft. Versta me niet verkeerd: De Zwarte Brug is best OK, maar ik miste de verwondering die ik bij Suikerspin wel ervoer.
Misschien is het tijd om Roger Van de Velde eens op te zoeken?
Het wegvegen van het idyllische dorpje Lillo in de Scheldebocht en het onvermogen van het verkeerd geassembleerde hoofdpersonage om zich aan te passen aan de daardoor veranderende wereld zijn zowel tragisch als komisch beschreven in dit ruw, oervlaams literair pareltje.
Doorspekt met vlaamsche waarheden als koeien, zoals daar zijn “Belangrijke zaken zijn zelden dringend en dringende zaken zijn zelden belangrijk” en “Als er geen dwarsliggers zijn, dan zakken de sporen weg en dan rijden er geen treinen.”
Vol schitterende karakterschetsen over onder andere een mens bij wie ze hadden nagelaten om er bij de fabricage een uitlaat op te zetten, vrouwen in positie en vaders die altijd spreken over peeschijven in plaats van over geld. Zo filmisch beschreven, dat het lijkt alsof je het ook echt zag.
Een (h)eerlijke familiekroniek, leest heel vlot. Zeer goed geschreven: soms teder, soms ironisch, soms humorvol en soms ellendig, maar steeds boeiend! Het echte leven zoals het in Vlaanderen was en nog steeds is. Een echte aanrader. Het boek verscheen reeds in 2016 maar ik heb het pas nu ontdekt (wat ik spijtig vind - voor mij dan).
Steeds weer weet Erik Vlaminck mij te boeien met een verhaal over 'de kleine man' en de tragiek in zijn ontworteld bestaan. En telkens doorspekt hij dit met de nodige cynische humor. Vlaamser al dit kan niet ! Heerlijk om lezen in al zijn tristesse ...
*3.5/5 stars This book started really weird and the storytelling was very original and a bit confusing. But it still was such a good (partly) historical fiction. And it was really interesting seeing someone that is not a teenager have struggles in their live.
Een boek zoals een roman van Erik Vlaminck hoort te zijn. Lichtjes ironisch, grappig, geëngageerd, hedendaags historisch, vlot leesbaar... Je hoort, bij het lezer ervan, Erik aan het woord.
Meeslepend verhaal in een bijzondere vorm. Helaas heb ik er niet volledig van kunnen genieten door een irritante voorlezer die ook nog heel vaak de klemtoon verkeerd zette.
Voorbestemd om aan het rode damast aan te schuiven was Leo Lenarts sowieso nooit, maar dat het zo triestig met hem af zou lopen, had men in het Lillo van 1945 wellicht nooit zien komen. Het joch had weliswaar een koninklijke naam en peter aangezien hij de zevende jongen op rij was in het gezin, maar omdat Leopold III toen wegens oorlogsomstandigheden verhinderd was, nam zijn oudere broer de doophonneurs waar. Men had er een voorteken in kunnen zien. Net zoals in het feit dat zijn geboortedorp in 1958 deel zou worden van Antwerpen om kort nadien te verdwijnen in de havenuitbreiding en ‘den Opel’. Leo, het hoofdpersonage uit Erik Vlamincks roman De Zwarte Brug, is een achterkomertje. Wanneer zijn moeder vroegtijdig sterft neemt oudere zus Elza de zorg over hem over. Hij wordt haar lieveling en de enige van het gezin die naar het college mag. Omdat de jongen meer oog heeft voor Betty, de zus van zijn klasgenoot Modest, een kermisgast, dan voor zijn schoolwerk, loopt dat op een mislukking uit. Dus dan maar verpleger worden en in de inrichting gaan werken waar zijn oudere broer Jos hele dagen vanuit zijn rolstoel naar het behang zit te kijken. De Jos was opgeëist in de oorlog en verloor een been en zijn ‘mannelijkheid’ tijdens de bombardementen. Nadat hij zich in een leegstaande regenput had proberen verdrinken, was hij opgenomen ‘bij de broeders’. Als was hij een salami waarvan men plakjes snijdt, verliest Leo pagina na pagina zowat alles. Niet alleen blijkt zijn Betty een losbandig wicht dat al op haar vijftiende zwanger is zonder dat ze weet van wie, mettertijd komt hij ook te weten dat zijn moeder zijn moeder niet is, en zijn vader ook niet zijn vader. Zijn illusies worden stuk voor stuk gestript tot alleen nog een schim van een mens overblijft, een schim die iedere dag een pint gaat drinken in het café rechtover de villa van burgemeester De Wever. En een schim ook die, omdat de vele lezersbrieven die hij naar kranten stuurt en waarin hij de teloorgang van onze zeden en moraal aanklaagt niets uithalen, zich uiteindelijk een geweer aanschaft en het plan opvat diezelfde burgemeester met een welgemikte kogel om te leggen omdat hij de personificatie is van het grote geld dat Lillo in een havendok heeft veranderd. Helemaal in lijn met het eerdere werk van Erik Vlaminck geeft De zwarte brug een beeld van een (Antwerpse) volkscultuur die gemarginaliseerd of zelfs uitgeroeid is. De roman staat vol couleur locale en Vlaminck probeert in zijn taalgebruik een sfeer van weleer op te roepen; de ene keer al succesvoller dan de andere. Wanneer Leo in de klas niet oplet en een paar typische streekindustrieën moet opnoemen, genre meubelen uit Mechelen en schoenen uit Izegem, komt hij niet verder dan de door Modest ingefluisterde ‘appelsienen uit Tienen’. Het deed ons onvrijwillig aan Ernest Claes denken, net zoals we opschrokken van het hoge Filiberke-gehalte van sommige dialogen. ‘Het is toch erg dat ik altijd op internaat ben. Als er iets gebeurt ben ik er niet bij’, we hoorden het hem zo zeggen. Vlaminck zou wellicht de nonkel René van Leo willen zijn, de man van: ‘Als er geen dwarsliggers zijn, dan zakken de sporen weg en dan rijden er geen treinen’. Alleen schrijft hij veel te wollig en te braaf om een echte dwarsligger te zijn, waardoor de wanhopige terrorist Leo trouwens ook niet echt overtuigt.
Leo Lenaerts wordt geboren in 1945 in Ekeren, groeit op in Lillo en sterft in Antwerpen. Zo kan je de periode mee volgen hoe na de heropbouw van hun huizen vernietigd tijdens W.O. II de inwoners van Lillo opnieuw met de ramp van de watersnood van 1953 en daarna nog eens met de onteigening van hun huizen geconfronteerd worden voor de uitbreiding van de Antwerpse haven. Aan deze drie trauma's hing de schrijver, Erik Vlaminck, de verbittering van huize Lenaerts en hun buren op dat mee ten gronde ligt aan de ontwikkeling van zijn hoofdpersonage. De kleine boerendorpen worden bedreigd in hun bestaan en de gemeenschappen vallen uit elkaar om te ontwikkelen tot een verstedelijkt residentieel Vlaanderen. Hoe deze dorpen zouden zijn ontwikkeld in 2016 als ze er nog zouden zijn, is een andere vraag. Het plotse afbreken van een dorp creëert echter een ander soort heimwee naar die tijd dan een natuurlijke evolutie uiteraard.
Niet alleen deze factor speelt natuurlijk mee: Leo is een nakomertje in een gezin van 8 kinderen, een buitenstaander en zal dat zijn hele leven blijven. Hij wordt vooral door zijn moederlijk bekommerde zus Elsa gepusht om meer te bereiken in zijn leven dan zijn broers. Hij kan niet voldoen aan deze druk en krijgt het moeilijk om een goed leven op te bouwen. Ook omdat hij twijfelt aan zijn afkomst en onzeker blijft over wie hij juist is.
Het is echter geen somber boek geworden want Leo is ook geëngageerd en gaat zelf op onderzoek, wil antwoorden weten op zijn vragen, enz. Ook al vindt hij ze uiteindelijk niet in zijn boeken, die hij uiteindelijk zal verbranden... Hij wil zich niet laten doen maar dan gaat het toch mis. Hij is niet meer mee met de moderne wereld rondom hem. Hoewel hij een verbitterde, cynische oude man is geworden, is er ook voldoende humor aanwezig om de negatieve spiraal van Leo af en toe te doorbreken.
Het boek ademt een volkse herkenbaarheid uit dat unaniem herkend wordt door de lezers van onze leesclub in Merksem, in aanwezigheid van de auteur! Het verhaal staat centraal en de verhaallijn wordt opnieuw en opnieuw uitgesteld door het steeds toevoegen van nieuwe dingen. De lezersbrieven die de volwassen verzuurde Leo schrijft naar de kranten, de interviews van de schrijver-verteller met mensen die Leo gekend hebben waaraan je merkt dat hij ondertussen gestorven is: ze geven allemaal het beeld weer hoe hij ontwikkelde doorheen dit tragische familieverhaal, en waarom er een plan rijpt in zijn brein om zijn wraak op de autoriteiten uiteindelijk vorm te geven, en dit zeer concreet wordt vertaald tot in de eindfase van dit plan.
Het is een zeer levendig boek geworden met een ijzersterke plot en kleurrijke personages waarvan je er ook kan terugvinden in de boeken Suikerspin en Miranda van Frituur Miranda (Laura en Modest toch). Wat een taalvaardigheid en vertelkunst heeft deze auteur! Lezen deze handel!
Nog maar eens een bewijs: Vlaamse literatuur is toch altijd zoveel intenser dan Nederlandse. Authentieker, krachtiger. Tragischer, boerser. Schrijnender.
Ik leerde Vlaminck pas een tijdje geleden kennen in ‘Suikerspin’, een meesterlijke roman over drie generaties foorkramers. Verschillende motieven, beelden, passages komen in dit werk terug, dat duidelijk maatschappelijk veel geëngageerder is. Een verhaal over het opdoeken van het pittoreske havendorpje Lillo en wat zoiets doet met de identiteit van een dorpsmens die zich plots plompverloren waant in een nieuwe wereld.
In de schone maar treurige en weemoedige figuur van Leo Lenaerts smokkelt De Vlaminck heel wat andere sociale thema’s in zijn roman. Forse maatschappijkritiek in op bierkaartjes neergepende lezersbrieven, hoe het vroeger toch allemaal zoveel beter was, zijn liefde voor de oprechtheid van het kermisvolk.
‘De zwarte brug’ is ook een heel mooi eerbetoon aan de even tragikomische figuur van Roger Van De Velde, de ‘vergeten’ Antwerpse cultschrijver die hierdoor hopelijk weer een stukje minder vergeten wordt.
De Vlaamse ziel in een gekraakte notendop. Effenaf schoon.
Een boek dat eigenlijk wel vrij goed geschreven is met een verhaal dat je soms bij de keel grijpt. Doch kon het boek mij jammer genoeg niet vasthouden en boeien. Het is niet direct mijn stijl van boek,denk ik.