Ik heb Soldaat van Oranje uit gelezen. Als ik naar een aantal van de reviews hier kijk wordt er flink afgegeven op de schrijfstijl. Zelf vond ik de schrijfstijl juist prima. Recht voor zijn raap. Soms wat grof. Vooral rauw. En dat, vond ik, kwam het verhaal ten goede.
Erik Hazelhoff Roelfzema was student in Leiden toen de oorlog begon. En hij laat zien hoe ver volhardendheid je kan schoppen. Ja, in het begin gaat het leven nog even door. Maar uiteindelijk weet Erik de bezetting te ontsnappen en vanuit Londen het project Contact Holland te starten.
En het sterkste punt van Erik? Volhardendheid.
Zonder de volharding om na elke gefaalde poging een nieuwe te wagen, zou het niet gelukt zijn, dit geldt voor zowel de ontsnapping als de nachtelijke tochten om spionnen en apparatuur in Nederland te krijgen. Dit is wat voor mij het verschil maakt tussen een fictieve held als Captain America of een echte. Een fictieve held heeft superkrachten en komt misschien één of twee tegenslagen tegen. Een echte held komt er misschien wel twintig tegenslagen tegen, en de enige superkracht zit hem in volhouden. Doorgaan. Blijven proberen.
Tot uiteindelijk de netten zich sluiten in Londen en hij door het politieke gedoe toch uiteindelijk de handdoek in de ring gooit.
Maar, ook dan geeft hij zich niet gewonnen. En het derde deel van het verhaal richt zich dan ook op vliegen. Ja, Erik gaat vanuit de lucht verder de strijd aan tegen de moffen.
Leuk vond ik dat Erik iemand is die liever lui is dan moe. Hij gaat graag de strijd aan, maar doet liever niet meer dan noodzakelijk is, en vindt het ook niet erg om te sjoemelen. Zo start hij letterlijk een sekte om onder ochtendgym uit te komen (lol) en sjoemelt hij met de oogtest. Hier kon ik toch hartelijk om lachen. Maar ondanks dat, heeft hij heldhaftig zijn leven keer op keer gewaagd.
En daarin merk je misschien wel de grootste omslag. Een uitschakeling aan emoties. Waar hij in het begin nog zich zorgen maakte om het lot van mensen en het juist het onrecht is wat hem in het verzet heeft gedreven, vecht hij nu vooral om de vijand te verslaan. Anderen die sterven in hun Mosquitoes? Sja, je overleeft of je sterft, het doet hem niks meer. Het meest kenmerkend is wel wanneer hij bij koningin Wilhelmina komt en hij niks ermee lijkt te kunnen dat zij helemaal van slag is omdat in Nederland de hongerwinter is uitgebroken en haar het nieuws ter ore is gekomen dat mensen in de straten dood neervallen. Hij aanschouwt haar terwijl de tranen vloeien, maar voor hem voelt het ver weg.
Ook wanneer het einde van de oorlog dan eindelijk daar is en hij als adjudant aan de zijde van de koningin terug keert, beschrijft hij goed hoe hij het land in puin aan treft, de mensen mager, maar ook hoe hij zich een buitenstaander voelt. Het weerzien met zijn ouders? Ze zijn vreemden voor elkaar.
Dat is het schrijnende aan oorlog. Zij die keihard vechten voor vrijheid, moeten minimaal een stukje van hunzelf op geven, zo niet hun leven.
En toch... Toch ben ik mensen als Erik tot in het diepst van mijn hart dankbaar. Ik ben in vrijheid geboren. Maar in tegenstelling tot zovelen, ben ik mij er scherp van bewust dat hier een flinke strijd voor is geleverd. Dat mijn vrijheid niet vanzelfsprekend is. Voor hetzelfde geld had Hitler de oorlog gewonnen, en was ik geboren in het Derde Rijk, had ik geen vrijheid van meningsuiting, was ik misschien wel gedood omdat ik niet blond genoeg ben met mijn donkerblonde kop.
Ik ben vrij. En dit boek heeft mij een rakend beeld gegeven van de prijs voor mijn vrijheid. Mensen die hun leven op hebben moeten offeren, mensen die hun menselijkheid hebben moeten opofferen. Een zware prijs. Waarvoor ik op 4 mei om 20:00 uur nog altijd 2 minuten stil ben.