M. Vasalis (13 February 1909 in The Hague – 16 October 1998 in Roden) was a Dutch poet and psychiatrist. M. Vasalis is the pseudonym of Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans. Vasalis is her Latinized maiden name.
Vasalis studied medicine and anthropology at Leiden University and in 1939 established herself as psychiatrist in Amsterdam. Later she worked in the same function in Assen.
Vasalis made her debut in 1940 with the collection 'Parken en woestijnen' (‘Parks and Deserts’). Her other poetry collections are 'De vogel Phoenix' (‘The Bird Phoenix’) from 1947 and 'Vergezichten en gezichten' (‘Views and Faces’) from 1954. Vasalis wrote some essays and a short story. Vasalis' work has been awarded multiple times.
She wrote traditional poems that were often characterized by the use of personification and anthropomorphism. Her poems often, after a series of nature impressions, end in a self-reflection.
Als ik haar zie, rechtop gezeten, zwart voor een rode achtergrond vrouw met het rustige gelaat, lijkt ieder ander mij verbeten, onzeker en te snel verwond.
Haar voorhoofd is een koopren plaat, een schild waarachter haar gedachten naakt en gehurkt liggen te wachten; boven de wallen van haar wangen de bruine ogen, onbevangen, zonder glimlach, zonder woede stil en helder op hun hoede. Van reserve en geduld is haar dichte mond gevuld.
Nog weet zij niet wat haar verraadt: zij beseft niet, dat haar hand sluimrend op haar schoot - zo smal met een bloem tussen de vingren - in extase en in haat onverwacht een dolk zal slingren naar wie zij beminnen zal.
In 1940 debuteerde Vasalis met de dichtbundel ‘Parken en woestijnen, die 21 gedichten telt, waaronder het beroemde ‘ De idioot in het bad’. Vasalis was psychiater en was dus vertrouwd met gekte en grensoverschrijdend gedrag. De strijd tussen orde en chaos komt al in de titel tot uiting, de aangeharkte parken en het woeste landschap. Achter de façade is er een andere, meer duistere wereld, waarin angsten en vertwijfeling een grote rol spelen. In het eerste gedicht, ‘ Drank, de onberekenbare’ komt dit al aan de orde.
‘ onder ‘t net en vlot gesprek, dat mijn hoofd, met bruine hoed met de gastheer voeren moet,en denkt mijn hele ziel: verrek! In mijn binnenst stampen beesten, snuiven paarden, ruisen bossen, slangen schuifelen door de mossen negerstammen vieren feesten Etc.
Een mooi en aansprekend gedicht vind ik ook ‘Afsluitdijk’. Het gaat over een sensatie die iedereen wel zal kennen. Je zit in een bus of een trein en buiten is het donker. De ruiten werken als spiegels en je ziet als je naar buiten kijkt de weerspiegeling van de passagiers. Het gedicht begint met de prachtige openingszin: ‘ De bus rijdt als een kamer door de nacht, de weg is eindeloos, links ligt de zee, getemd maar roerloos, wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.’
De gedichten zijn inmiddels meer dan tachtig jaar geleden geschreven en ze staan nog altijd recht overeind. Ze behoren tot de klassieken uit de Nederlandse literatuur. Als je de gedichten hardop leest of voorleest, voel je het ritme, de cadans. De poëzie was voor Vasalis ongetwijfeld een middel om de chaos van het leven te overwinnen.
Bundel chaotische gedichten met een prachtige cadans uit 1940. Leent zich goed om hardop te lezen. Alleen kom ik niet lekker uit de voeten met de inhoud. Ligt aan mij, blijf het af en toe proberen, heb dit bundeltje twee maal gelezen. Poëzie is niet mijn ding.
Vooraf even dit: Het is natuurlijk de vraag wanneer je een dichtbundel 'gelezen' hebt. Mijn ervaring is dat een dichtbundel die je gemakkelijk 'uit' leest, vaak niet veel goede gedichten bevat. Een goed gedicht houdt je vast: je moet het nog een keer lezen, en nog eens. Net als dat een ongeoefend oog niet alle details uit een schilderij weet op te lichten, zo moet ook een gedicht elke keer dat je het leest meer te vertellen hebben. Met goede gedichten is het volgens mij zo dat je als lezer het gevoel hebt dat je het bundelt nooit als 'gelezen' kunt bestempelen. Maar goed, dit is Goodreads, en ik wil voor mezelf toch ook even beschrijven wat een eerste keer lezen van deze gedichten met me deed. Dit doe ik dus met de noot dat ik het waarschijnlijk veel te vroeg doe.
Wat me allereerst opviel aan Vasalis' gedichten is het metrum en het rijm. Vasalis maakt veel gebruik van eindrijm, en dat verraste me. Eindrijm heeft tegenwoordig nogal een 'sinterklaas'-reputatie, en het voelt daardoor ook als een flauwe, te gemakkelijke vorm van rijm. Het is dus knap dat Vasalis aan dit gevoel (vaak) weet te ontsnappen terwijl het laatste woord van elke regel bijna altijd rijmt. Van metrum heb ik niet veel verstand, maar wat me opviel was dat het een erg gemakkelijk metrum is: veel herhaling van versvoeten op voorspelbare plekken. Al met al vond ik het eindrijm niet altijd heel mooi, maar het werkt, en was niet te storend.
Naast het 'technische' aspect van de gedichten in deze bundel, vallen mij de onderwerpen of beelden op die beschreven worden. Vasalis is een 'kijker', ze beschrijft een scène waar ze al dan niet zelf onderdeel van is. Tegelijkertijd kan ze (en wie kan dat wel?) de scene niet losmaken van wat het al met haar doet; hierdoor is de gang van haar gedichten ook vaak van een iets beschrijvende toon naar een daaropvolgende reflectie. In sommige gevallen, zoals in het eerste gedicht Drank, de onberekenbare vertelt de schets van de situatie al genoeg, en wordt reflectie overbodig of aan de lezer overgelaten. Soms voelt die reflectie geforceerd diepzinnig, maar vaak lijkt ze wel degelijk wat te maken te hebben met wat eerder beschreven is, en dat is knap. Want wat ze kiest om te beschrijven zijn aangrijpende momenten: begrafenissen, busritten, eerste lenteochtenden, een vermoedelijk demente man in bad. Deze schetsen zijn mooi door hun eerlijkheid en voelen niet te veel aangezet. Dat kan ik echter niet van elk gedicht in deze bundel zeggen. Sommige gedichten voelen pathetisch of gewoon ontoegankelijk. Het eerste gedicht getiteld Herfst en het laatste Onweer in het moeras. vindt ik daar een goed voorbeeld van. Misschien dat deze gebeurtenissen voor anderen weer precies beschrijven wat ze voelen, maar mij deden ze niets.
Goed, het grootste argument om deze bundel niet zo'n hoge waardering te geven is dat ik hem denk ik ga laten liggen. Ik denk niet dat ik hem 'gelezen' heb, maar ik stop hem zeker niet in mijn rugtas om in de lentezon deze gedichten te gaan zitten lezen: ik lees liever wat anders. Ik ben wel benieuwd naar meer van Vasalis, zeker omdat haar andere bundels steeds zeven jaar later dan de vorige gepubliceerd werden. En wat kan er allemaal wel niet veranderen in zeven jaar?
Favoriete gedichten: Voorjaar, Begrafenis van mevrouw T., De Krekels, Afsluitdijk
Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen, haast dravend en vaak hakend in de mat, lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen, gaat elke week de idioot naar 't bad.
De damp die van het warme water slaat maakt hem geruster: witte stoom ... En bij elk kledingstuk dat van hem afgaat, bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.
De zuster laat hem in het water glijden, hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst, hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst en om zijn mond gloort langzaam aan een groot verblijden.
Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden, zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen, zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden komen als berkenstammen door het groen opdoemen.
Hij is in dit groen water nog als ongeboren, hij weet nog niet dat sommige vruchten nimmer rijpen. hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.
En elke keer dat hij uit het bad gehaald wordt, en stevig met een handdoek drooggewreven en in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.
En elke week wordt hij opnieuw geboren en wreed gescheiden van het veilig water-leven, en elke week is hem het lot beschoren opnieuw een bange idiooot te zijn gebleven.
Vandaag bij boekhandel Van Someren & Ten Bosch in Zutphen de Verzamelde Gedichten van M. Vasalis gekocht. Ik had al wel een paar bundeltjes, maar dit verzamelde werk is toch wel heel makkelijk voor op school. Ik heb Parken en woestijnen gelezen tijdens mijn studie. Regelmatig lees ik in de klas een gedicht van haar voor. Veel leerlingen kiezen dit bundeltje uit om te lezen voor het onderdeel poëzie. Bij de herlezing van vandaag valt mij op dat het Vasalis het wel vaak over angst heeft. Dat kan ik me van mijn eerste lezing niet herinneren. Voor de mensen die dit boekje nog nooit gelezen hebben is mijn mijn advies: meteen doen al was het alleen maar om met het gedicht De idioot in het bad kennis te maken.
'Hij is in dit water nog als ongeboren, hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen, hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren en hoeft de dingen van den geest niet te begrijpen.'
Bundel die ik in het eerste collegejaar van de studie Nederlands gelezen heb, en na het laatste (vierde) jaar wederom (vrijwillig deze keer). Waar ik toen het eindrijm heel prettig vond, merk ik dat ik dit nu, nu ik veel meer (moderne) poëzie gelezen heb, minder waardeer. Toch blijven er erg mooie gedichten tussen staan, waardoor ik de hoge beoordeling maar in stand houd. Vasalis moet een vrouw geweest zijn bij wie alles heel hard binnenkwam, dat herken ik wel.
Dan, wat ik niet had moeten horen: / der krekels hese stroeve stemmen, / miljarden uiterst kleine remmen / schrammend de nacht... die gaat verloren. / - Er is geen rust. Er is geen nacht / oneindig en geen stilte stil. / Geen groot verlangen, geen enkele wil / kan maken dat hij even wacht, / de eenmaal aangevangen tijd. / Ondanks de schijn van eeuwigheid / in enkle stille ogenblikken / hoor ik voortaan een fijn, schor tikken, / word ik geschonden door het weten: / ook dit wordt langzaam opgesleten.
M. Vasalis spreekt in Parken en woestijnen van "onzware ernst," en als het geen paradox is dan toch zeker een utopie.
Ze spreekt van carnavelesque idioterie, van de tijd en de dood, van plaatsloze nomaden. Het lijkt dat in haar wereldbeeld de jeugd en de ouderdom, de twee levensfasen die het dichtste bij de dood - het niets voelen - liggen, het hoogst haalbare zijn.
In "Tijd", door een droom waarin ze langzaam leeft, realiseert ze ook de onmogelijkheid van ditzelfde langzame leven, de onmogelijkheid van het loskomen van de tijd, net als de onmogelijkheid van loskomen van plaats, in De trek: "Ik keek hen na; ik dacht, ik wou zo rustig zijn en nergens wonen."
Ze is "geschonden door het weten," iets dat bijna Bijbelse proporties aanneemt: de appel van wijsheid die onze idyllische jeugd verziekt. Vasalis, zoals de meesten van ons, is niet het lot beschoren "een bange idioot te blijven", en daarmee voelt ze zich al bij voorbaat verloren.
DRANK, DE ONBEREKENBARE "Hield hij niet meer van me, later, dat hij zomaar is vertrokken?"
TIJD "Hoe kan ik dat niet eerder weten, niet beter zien in vroeger tijd? Hoe moet ik het ooit weer vergeten?"
VOORJAAR "Ik had vergeten hoe het was en dat de lente niet stil bloeien, zacht dromen is, maar hevig groeien, schoon en hartstochtelijk beginnen, opspringen uit een diepe slaap, wegdansen zonder te bezinnen."
VAHINE NO TE TIRE "Haar voorhoofd is een koopren plaat, een schild waarachter haar gedachten naakt en gehurkt liggen te wachten; boven de wallen van haar wangen de bruine ogen, onbevangen, zonder glimlach, zonder woede stil en helder op hun hoede. Van reserve en geduld is haar dichte mond gevuld."
Vasalis weet me elke keer weer te raken met haar prachtige beelden en de melancholische gevoelens die deze oproepen. Ik las dit boek voor de tweede keer, maar het maakte even veel indruk als toen ik de bundel voor het eerst las.
Klassieke bundel met beroemde gedichten als 'de idioot in bad'. Met prachtige gedichten en schitterende enkele regels maar ook met gedichten die wel wat gedateerd zijn.
''Ik droomde, dat ik langzaam leefde... Langzamer dan de oudste steen. Het was verschiklijk: om mij heen schoot alles op, schokte of beefde, wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee de bomen zich uit de aarde wrongen terwijl ze hees en hortend zongen; (...) - De wanhoop en welsprekendheid in de gebaren van de dingen, die anders star zijn, en hun dringen, hun ademloze, wrede strijd...''
Vorig jaar maakte ik door middel van Vergezichten en Gezichten kennis met het werk van Vasalis, en ik was van deze bundel meteen onder de indruk vanwege haar heldere, beeldende stijl en sterke eindzinnen. In Parken en Woestijnen werd ik opnieuw en in nog hevigere mate door de scherpe verwoordingen van Vasalis geraakt. De mooie taal, maar ook vooral de openhartigheid en de zware thema's van angst, dood, verlies en vergankelijkheid maken ieder gedicht in deze bundel een voltreffer.
Ik droomde, dat ik langzaam leefde… langzamer dan de oudste steen. Het was verschrikkelijk: om mij heen schoot alles op, schokte of beefde, wat stil lijkt. 'k Zag de drang waarmee de bomen zich uit de aarde wrongen terwijl ze hees en hortend zongen; terwijl de jaargetijden vlogen verkleurende als regenbogen… Ik zag de tremor van de zee, zijn zwellen en weer haastig slinken, zoals een grote keel kan drinken. En dag en nacht van korte duur vlammen en doven: flakkrend vuur. - De wanhoop en welsprekendheid in de gebaren van de dingen, die anders star zijn, en hun dringen, hun ademloze, wrede strijd… Hoe kón ik dat niet eerder weten, niet beter zien in vroeger tijd? Hoe moet ik het weer ooit vergeten?
Vandaag zag ik de hemel door het weemlend lover / verbleken tot een doodlijk zuivere helderheid. / Ik heb mezelf nog van geen ding bevrijd / en er is haast geen tijd meer voor mij over.
"Ik had vergeten hoe het was en dat de lente niet stil bloeien, zacht dromen is, maar hevig groeien, schoon en hartstochtelijk beginnen, opspringen uit een diepe slaap, wegdansen zonder te bezinnen."
Ik lig met open oogen in het duister en de gordijnen aadmen op en neer, ik heb geen lichaam en geen zwaarte mee mijn geest is rustig en ik luister..... Rondom: het leege land met steenen, boven: de leege lucht met sterren. 't Begin, duizenden eeuwen her, heeft nimmer zoo nabij geschenen. Dan wat ik niet had moeten hooren: der krekels heesche stroeve stemmen, milliarden uiterst kleine remmen, schrammend de nacht...die gaat verloren. - Er is geen rust. Er is geen nacht oneindig en geen stilte stil. Geen groot verlangen, geen enkele wil kan maken, dat hij even wacht, de eenmaal aangevangen tijd. Ondanks de schijn van eeuwigheid in enkle stille oogenblikken hoor ik voortaan een fijn, schor tikken, word ik geschonden door het weten: ook dit wordt langzaam opgesleten.
Midden in deze woestenij van zon, stenen en droog gewas zie ik opeens mijn eigen land - onaangetast door deze brand: bleek water, mist over een wei. zie ik hoe koel en zacht dat was. IJl als de dunne, dode maan, die overdag is blijven staan, maar meer dan herinneringen, begeerlijker dan enig ding zie ik verre water blinken trachten mijn ogen het te drinken.
Ik kan niet precies uitleggen waarom maar dit vond ik hele fijne gedichten om te lezen. Vooral de combinatie van een traditionelere versvorm die toch niet te moeilijk of geforceerd overkwam in combinatie met alledaagse onderwerpen (poésie parlante heet dit, meen ik) sprak me aan. Aanrader voor wie wil beginnen met het lezen van (wat oudere) Nederlandse poëzie!
Spaarzame, scherpe, vaak wat “eenzame” gedichten. Soms ietwat archaïsch taalgebruik. Heel korte bundel ook, er is niet veel blijven hangen. ‘Afsluitduik’ springt er bovenuit, met de passage aan het einde.
"De bus rijdt als een kamer door de nacht de weg is recht, de dijk is eindeloos links ligt de zee, getemd maar rusteloos, wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.
Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken van twee matrozen, die bedwongen gapen en later, na een kort en lenig rekken onschuldig op elkanders schouder slapen.
Dan zie ik plots, als waar ´t een droom, in ´t glas ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken, soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken de geest van deze bus; het gras snijdt dwars door de matrozen heen. Daar zie ik ook mezelf. Alleen mijn hoofd deint boven het watervlak, beweegt de mond als sprak het, een verbaasde zeemeermin. Er is geen einde en geen begin aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden, alleen dit wonderlijk gespleten lange heden."
Ook de laatste strofe van 'Fanfare-corps' ontroerde me:
Een warm en onverwacht verdriet, eerbied voor de gewoonste dingen, neiging om hardop mee te zingen, en dan te huilen om dit lied ontstond in mijn verwend gemoed. Ik voelde me bedroefd en goed.
Omdat ik de hele dikke biografie van Vasalis (van Maaike Meijer) nog in de kast heb staan heb ik, als 'voorwerk', deze beroemde bundel van Vasalis herlezen (ik geloof dat ik het ook op mijn eindexamenlijst had staan). Het is niet helemaal mijn poëzie, maar het heeft overduidelijk grote kwaliteiten en raakt zeker een snaar. 'De idioot in het bad' is denk ik het bekendste gedicht, en toevallig heb ik dat in Nederlandse les ooit ontrafeld (ook al weer 45 jaar geleden...). Prikkelt wel om de andere 2 (incl. postuum 3) bundels te lezen. En de biografie.