What do you think?


Science: A History
ISBNs for 2003 edition re-used for this one
Science: A History is the enthralling story of the men and women who changed the way we see the world, and the turbulent times they lived in: from Galileo, tried by the Inquisition for his ideas, to Newton, who wrote his rivals out of the history books; from Marie Curie, forced to work apart from male students for fear that she might excite them, to Louis Agassiz, who marched his colleagues up a mountain to prove that ice ages had occurred. Filled with pioneers, visionaries, eccentrics and madmen, this is the history of science as it has never been told before.
Science: A History is the enthralling story of the men and women who changed the way we see the world, and the turbulent times they lived in: from Galileo, tried by the Inquisition for his ideas, to Newton, who wrote his rivals out of the history books; from Marie Curie, forced to work apart from male students for fear that she might excite them, to Louis Agassiz, who marched his colleagues up a mountain to prove that ice ages had occurred. Filled with pioneers, visionaries, eccentrics and madmen, this is the history of science as it has never been told before.
672 pages, Paperback
First published September 15, 1998
About the author
John Gribbin
295 books884 followersJohn R. Gribbin is a British science writer, an astrophysicist, and a visiting fellow in astronomy at the University of Sussex. His writings include quantum physics, human evolution, climate change, global warming, the origins of the universe, and biographies of famous scientists. He also writes science fiction.
Ratings & Reviews
Friends & Following
Create a free account to discover what your friends think of this book!
Community Reviews
Displaying 1 - 1 of 1 review
June 15, 2013
Er bestaan verschillende opvattingen over het nut van wetenschapspopularisatie, maar wat vooral belangrijk is, is dat wetenschapspopularisering iemand opwarmt, lekker maakt voor wetenschap. Het basisboek van de wetenschap doet niet meer en niet minder dan precies dat. In zes hoofdstukken krijgt de lezer alle basisinformatie aangereikt die ten grondslag ligt aan de huidige natuurwetenschappen, voorafgegaan door een uitgebreid voorwoord van Richard Dawkins, die nog eens haarfijn uitlegt waarom wetenschap zo uitermate belangrijk is.
In het eerste hoofdstuk beschrijft Ian Stewart de geschiedenis en verdiensten van de wiskunde, waarbij hij duidelijk maakt dat hoewel de wiskunde een abstracte wetenschap is, ze zich uiteindelijk heeft ontwikkeld in nauwe samenwerking met de empirische wetenschappen. In hoofdstuk twee beschrijft John Gribbin de natuurkunde als “koningin van de wetenschappen, de rots waarop alle andere wetenschappen gebouwd zijn” (51), van de wetten van de mechanica, tot de aard van licht, elektromagnetisme, relativiteits- en kwantumtheorie.
Nick Flowers blijft in zijn hoofdstuk over astronomie betrekkelijk dicht bij huis. Geen oerknaltheorie of beschouwingen over de geschiedenis en toekomst van ons universum (dat is dus een gemis), maar een beschouwing over de structuur van sterren en hun levensloop, onze zon en de planeten van ons zonnestelsel. Uit dit hoofdstuk wordt het meest duidelijk dat het boek verantwoord bewerkt is. De oorspronkelijk Engelstalige editie verscheen in 1998; toen was Pluto nog een planeet. In de Nederlandse uitgave wordt vermeld dat Pluto (sinds 2005) geen officiële planeet meer is.
David Bradley gaat in hoofdstuk vier in op de scheikunde, vanaf het tijdperk van astrologie en alchemie, via de geboorte van de proefondervindelijke methoden, tot Mendelejevs ‘periodieke systeem’ en zijn uitbreidingen. Ook maakt hij duidelijk hoe invloedrijk computers geweest zijn in het scheikundig onderzoek, zoals bij de ontwikkeling van moleculaire computers en nanotechnologie (waar natuurkunde en scheikunde met elkaar versmelten). Dit hoofdstuk is duidelijk abstracter dan de overige, en minder tot de verbeelding sprekend. De aardwetenschappen staan centraal in hoofdstuk vijf, geschreven door Peter Ward. Hij behandelt de wetenschappen van geologie, plaattektoniek, en paleontologie. Zijn hoofdstuk maakt duidelijk dat we de geschiedenis van onze thuisplaneet pas grotendeels in de twintigste eeuw hebben leren kennen. Tenslotte bespreken Jerold Lowenstein en Adrienne Zihlman de biologie: evolutie van soorten door natuurlijke selectie, moleculaire biologie en DNA, moleculaire klokken, de gemeenschappelijke oorsprong van mens en aap, en de oorsprong en herkomst van de menselijke soort.
In het boek kom je ogen tekort. Veel plaatjes en diagrammen, veel kadertjes met extra informatie, samenvattende tijdlijnen aan het eind van elk hoofdstuk – het is een schitterend boek, prachtig duurzaam ingebonden met harde kaft, voorzien van verklarende woordenlijst en index. De teksten zijn toegankelijk geschreven zodat ook jongeren er veel van kunnen leren; het boek zal zeer bruikbaar zijn voor werkstukken op scholen. Voor wie elders kennis van de wetenschap heeft opgedaan, zal dit boek niet veel nieuws brengen. Voor wie snel betrouwbare kennis van het huidige wetenschappelijke wereldbeeld wil vergaren, is dit boek een aanrader.
In het eerste hoofdstuk beschrijft Ian Stewart de geschiedenis en verdiensten van de wiskunde, waarbij hij duidelijk maakt dat hoewel de wiskunde een abstracte wetenschap is, ze zich uiteindelijk heeft ontwikkeld in nauwe samenwerking met de empirische wetenschappen. In hoofdstuk twee beschrijft John Gribbin de natuurkunde als “koningin van de wetenschappen, de rots waarop alle andere wetenschappen gebouwd zijn” (51), van de wetten van de mechanica, tot de aard van licht, elektromagnetisme, relativiteits- en kwantumtheorie.
Nick Flowers blijft in zijn hoofdstuk over astronomie betrekkelijk dicht bij huis. Geen oerknaltheorie of beschouwingen over de geschiedenis en toekomst van ons universum (dat is dus een gemis), maar een beschouwing over de structuur van sterren en hun levensloop, onze zon en de planeten van ons zonnestelsel. Uit dit hoofdstuk wordt het meest duidelijk dat het boek verantwoord bewerkt is. De oorspronkelijk Engelstalige editie verscheen in 1998; toen was Pluto nog een planeet. In de Nederlandse uitgave wordt vermeld dat Pluto (sinds 2005) geen officiële planeet meer is.
David Bradley gaat in hoofdstuk vier in op de scheikunde, vanaf het tijdperk van astrologie en alchemie, via de geboorte van de proefondervindelijke methoden, tot Mendelejevs ‘periodieke systeem’ en zijn uitbreidingen. Ook maakt hij duidelijk hoe invloedrijk computers geweest zijn in het scheikundig onderzoek, zoals bij de ontwikkeling van moleculaire computers en nanotechnologie (waar natuurkunde en scheikunde met elkaar versmelten). Dit hoofdstuk is duidelijk abstracter dan de overige, en minder tot de verbeelding sprekend. De aardwetenschappen staan centraal in hoofdstuk vijf, geschreven door Peter Ward. Hij behandelt de wetenschappen van geologie, plaattektoniek, en paleontologie. Zijn hoofdstuk maakt duidelijk dat we de geschiedenis van onze thuisplaneet pas grotendeels in de twintigste eeuw hebben leren kennen. Tenslotte bespreken Jerold Lowenstein en Adrienne Zihlman de biologie: evolutie van soorten door natuurlijke selectie, moleculaire biologie en DNA, moleculaire klokken, de gemeenschappelijke oorsprong van mens en aap, en de oorsprong en herkomst van de menselijke soort.
In het boek kom je ogen tekort. Veel plaatjes en diagrammen, veel kadertjes met extra informatie, samenvattende tijdlijnen aan het eind van elk hoofdstuk – het is een schitterend boek, prachtig duurzaam ingebonden met harde kaft, voorzien van verklarende woordenlijst en index. De teksten zijn toegankelijk geschreven zodat ook jongeren er veel van kunnen leren; het boek zal zeer bruikbaar zijn voor werkstukken op scholen. Voor wie elders kennis van de wetenschap heeft opgedaan, zal dit boek niet veel nieuws brengen. Voor wie snel betrouwbare kennis van het huidige wetenschappelijke wereldbeeld wil vergaren, is dit boek een aanrader.
Displaying 1 - 1 of 1 review


