What do you think?


Spring Night
First published in Norway in 1954, this lyrical novel is about an abrupt change from childish dreams and safety to grown-up responsibilities and happiness. On the surface it deals with what happens to two youngsters left for a night alone on their parents’ farm, but like The Ice Palace and other great novels by Vesaas, the themes are far How difficult the road is from I to you or we , even when love is involved.
200 pages, Paperback
First published January 1, 1954
About the author
Tarjei Vesaas
86 books445 followersTarjei Vesaas was a Norwegian poet and novelist. Written in Nynorsk, his work is characterized by simple, terse, and symbolic prose. His stories often cover simple rural people that undergo a severe psychological drama and who according to critics are described with immense psychological insight. Commonly dealing with themes such as death, guilt, angst, and other deep and intractable human emotions, the Norwegian natural landscape is a prevalent feature in his works. His debut was in 1923 with Children of Humans (Menneskebonn), but he had his breakthrough in 1934 with The Great Cycle (Det store spelet). His mastery of the nynorsk language, landsmål (see Norwegian language), has contributed to its acceptance as a medium of world class literature.
Ratings & Reviews
Friends & Following
Create a free account to discover what your friends think of this book!
Community Reviews
Displaying 1 - 8 of 8 reviews
February 23, 2026
Wanneer Hallstein en Sissel voor de eerste keer door hun ouders een nacht alleen thuis gelaten worden, verandert die idylle geleidelijk aan in iets veel dreigenders als er in de vroege avond enkele vreemden met autopech dringend onderdak vragen: één van hen is hoogzwanger en kan elk moment bevallen. Toch blijkt al gauw dat ze niet enkel een slaapplaats nodig hebben, maar ook hulp; vooral Hallstein krijgt verantwoordelijkheden toegeschoven die zijn veertien jaren ver te boven gaan. En dan herkent hij in de dochter van het gezin ook nog eens zijn imaginair vriendinnetje...
"Lentenacht" is een goede roman die zoals Vesaas' ander interessant werk ("De vogels", "Het ijspaleis") veel suggereert en onbenoemd laat. Spijtig dat de mysterieuze magie van die andere twee boeken hier wat minder aanwezig is.
"Moest hij haar ergens aan herinneren? Dat ze die nacht hun armlengtes hadden vergeleken?"
"Ik zal nooit vergeten hoe je haar hebt gedragen en boete hebt gedaan."
"Hij was magerder geworden die nacht. Elke keer dat je naar hem keek werd hij magerder."
"Dit was de nacht dat in dit huis niemand sliep."
"[...] nu elke kamer was ingenomen door iets vreemds en onverwachts."
"Lentenacht" is een goede roman die zoals Vesaas' ander interessant werk ("De vogels", "Het ijspaleis") veel suggereert en onbenoemd laat. Spijtig dat de mysterieuze magie van die andere twee boeken hier wat minder aanwezig is.
"Moest hij haar ergens aan herinneren? Dat ze die nacht hun armlengtes hadden vergeleken?"
"Ik zal nooit vergeten hoe je haar hebt gedragen en boete hebt gedaan."
"Hij was magerder geworden die nacht. Elke keer dat je naar hem keek werd hij magerder."
"Dit was de nacht dat in dit huis niemand sliep."
"[...] nu elke kamer was ingenomen door iets vreemds en onverwachts."
March 1, 2026
Signalement, Proza
Wanorde, met zacht penseel geschilderd
Lentenacht is een tweehonderd pagina’s tellende wervelwind waarin wij lezers zijn meegezogen voor we erg in hebben. Maar tussen de raadselachtige dialogen en koortsachtige ondernemingen waar we deelgenoot van worden, steekt in het verhaal de Tarjei Vesaas zo kenmerkende tederheid telkens weer de kop op. Het is die tederheid die al Vesaas’ boeken uiteindelijk bovenal diep ontroerend maakt.
Sissel en Hallstein zijn alleen thuis. Vader en moeder zijn bij een begrafenis van hun oom, en zullen de nacht elders doorbrengen. Broer en zus maken zich op voor een vrije avond zonder hun ouders. Zij liggen samen in alle rust in het gras op een heuvel in de buurt van hun huis naar een kolonie slakken te kijken, wanneer hun sereniteit ruw wordt verstoord: het begint te regenen, en Hallstein en Sissel worden bezocht door een obscuur en verontrustend gezelschap.
Het gezelschap – dat bestaat uit de ietwat labiele Hjalmar, zijn kinderen Gudrun en Karl, Hjalmars jongere vriendin Kristine en Karls vrouw Grete – heeft autopech, en zoekt een onderkomen voor de nacht. En het is dringend, want Grete is hoogzwanger en kan elk moment bevallen. Over het feit dat hun avondje samen daarmee in het water valt, lijkt Hallstein noch Sissel al te rouwig te zijn. Vooral Hallstein, vanuit wiens perspectief het verhaal wordt verteld, stelt zich zonder meer dienstbaar op tegenover de ongenode gasten en stort zich vol hartstocht in het avontuur waarin hij onverhoopt verwikkeld is geraakt.
Een doorwaakte nacht
Vanaf het moment dat het gezin bij Hallstein en Sissel op de stoep staat, is het heisa dat de klok slaat. Hallstein spoedt zich met Karl naar een nabijgelegen dorp om een vroedvrouw te halen, en voor Gretes bevalling goed en wel achter de rug is, dringt het volgende drama zich alweer op: Kristine, de vrouw van Hjalmar, raakt in toenemende mate overstuur omdat zij vlak voor aankomst bij het huis een fikse ruzie met haar man heeft gehad, en zij raakt verstrikt in het web van haar eigen wrok. De gasten krijgen kamers toegewezen, maar geslapen wordt er weinig. Hallstein en Sissel worden in de loop van de nacht dan weer door de ene, dan weer door de andere gast ontboden; zij krijgen opdrachten en boodschappen om naar anderen in het huis over te brengen, en Kristines toestand verslechtert zodanig dat zij bij het ochtendgloren naar het ziekenhuis moet worden gebracht.
Hallstein en Sissel laten zich alles wat er gebeurt welgevallen: ze vinden het ook allemaal wel erg opwindend. De gasten maken zonder veel dankbaarheid gebruik van de verregaande bereidwilligheid die Sissel en Hallstein tegenover hen betonen; ziende dat er zich geen ouders in het huis bevinden, nemen zij zonder pardon het huishouden over en zij zijn te zeer met zichzelf bezig om zich er rekenschap van te geven met wat voor vreemde situatie zij de kinderen opzadelen.
Turbulent, daardoor afstandelijker
Het plot raast voorwaarts in Lentenacht. Lentenacht draait om korte, vaak nogal merkwaardige interacties tussen de personages en om de tamelijk bizarre gebeurtenissen waarbij zij betrokken zijn. Door de veelheid aan personen, locaties en bewegingen tussen die locaties, zit de lezer niet zo dicht op de huid van de hoofdpersonages. De lezer leert de drijfveren van, bijvoorbeeld, Hallstein in maar weinig detail kennen. Ook de precieze aard van de banden tussen de gezinsleden, zoals tussen Hjalmar en Karl of tussen Hjalmar en Kristine, blijven wat ongrijpbaar: wat er precies allemaal tussen hen speelt, leren wij niet.
In die opzichten is er een duidelijk verschil zichtbaar tussen Lentenacht enerzijds en twee andere boeken van Tarjei Vesaas, Het ijspaleis en De vogels, anderzijds: de laatstgenoemde twee boeken stellen immers ieder slechts een enkel personage centraal, dat uitvoerig wordt geportretteerd in interactie met een keur aan omgevingsfactoren, zoals mensen in diens nabijheid, maar ook de natuur, het landschap en de wisselende weersomstandigheden (thema’s waarvoor in Lentenacht een beduidend kleinere rol is weggelegd). Het verteltempo ligt lager, waardoor de nadruk komt te liggen op de binnenwereld van het hoofdpersonage. Lentenacht lijkt, gelet op alle bovengenoemde kenmerken, meer op het in 2022 bij Uitgeverij Oevers verschenen De kiem, waarin ook veel personages en locaties voorkomen.
Genade voor de herrieschoppers
Deze opvallende tweespalt in Vesaas’ oeuvre ten spijt, is er één duidelijk stijlkenmerk dat alle boeken van deze schrijver met elkaar verbindt: de oer-oprechtheid waarmee Vesaas over de belevingswereld van zijn personages rapporteert. Die oprechtheid is zo intuïtief dat de angsten, wensen en vermoedens van de karakters onmiddellijk en op haast griezelige wijze met de lezer resoneren, alsof je gekieteld wordt aan een lichaamsdeel waarvan je nooit wist dat je het had. Doordat de lezer de sentimenten van de personages haast instinctmatig begrijpt, wordt elke rationele uitleg of rechtvaardiging van de belevingswereld van de personages overbodig en het zal niet in de lezer opkomen om die belevingswereld in twijfel te trekken. Vesaas dringt schijnbaar moeiteloos door tot de diepere lagen van het mens-zijn; de kernachtige en treffende eerlijkheid waarmee Vesaas zijn personages uitwerkt, verleent zijn teksten een zachtheid en een tederheid die ontroert en die soepel leest, maar die tegelijkertijd geen tegenspraak duldt: de lezer twijfelt er geen seconde aan of wat de personages doen, laten, zeggen en denken, wel in de werkelijkheid kan bestaan. Vesaas’ personages worden daardoor op ongeëvenaarde wijze tot leven gebracht.
Lentenacht heeft een absurde, onheilspellende verteltrant. De lezer vraagt zich voortdurend af in hoeverre het gezin het geduld en de gastvrijheid van Hallstein en Sissel op de proef zal stellen. Op het eerste gezicht, en oppervlakkig bezien, lijken de afzonderlijke gezinsleden onaangepaste, egocentrische en onsympathieke lieden. Maar Tarjei Vesaas laat zien dat elk personage gebukt gaat onder de eigen omstandigheden – de eigen menselijkheid, de eigen ervaringen, het eigen karakter – en dat die onderworpenheid aan de basis ligt van het menselijke gedrag in al haar toonaarden. Die visie op de menselijke conditie, die Vesaas in al zijn werk tentoonspreidt, maakt in Lentenacht dat de lezer zelfs tegenover de barse Karl en de verwarde Hjalmar – een personage dat bij een andere schrijver het bloed bij de lezer onder de nagels vandaan had kunnen halen – geen echte antipathie voelt. Al Vesaas’ personages zijn immers allemaal slechts het slachtoffer van hun eigen mens-zijn, en zij gaan daar naar hun beste kunnen mee om.
Wanorde, met zacht penseel geschilderd
Lentenacht is een tweehonderd pagina’s tellende wervelwind waarin wij lezers zijn meegezogen voor we erg in hebben. Maar tussen de raadselachtige dialogen en koortsachtige ondernemingen waar we deelgenoot van worden, steekt in het verhaal de Tarjei Vesaas zo kenmerkende tederheid telkens weer de kop op. Het is die tederheid die al Vesaas’ boeken uiteindelijk bovenal diep ontroerend maakt.
Sissel en Hallstein zijn alleen thuis. Vader en moeder zijn bij een begrafenis van hun oom, en zullen de nacht elders doorbrengen. Broer en zus maken zich op voor een vrije avond zonder hun ouders. Zij liggen samen in alle rust in het gras op een heuvel in de buurt van hun huis naar een kolonie slakken te kijken, wanneer hun sereniteit ruw wordt verstoord: het begint te regenen, en Hallstein en Sissel worden bezocht door een obscuur en verontrustend gezelschap.
Het gezelschap – dat bestaat uit de ietwat labiele Hjalmar, zijn kinderen Gudrun en Karl, Hjalmars jongere vriendin Kristine en Karls vrouw Grete – heeft autopech, en zoekt een onderkomen voor de nacht. En het is dringend, want Grete is hoogzwanger en kan elk moment bevallen. Over het feit dat hun avondje samen daarmee in het water valt, lijkt Hallstein noch Sissel al te rouwig te zijn. Vooral Hallstein, vanuit wiens perspectief het verhaal wordt verteld, stelt zich zonder meer dienstbaar op tegenover de ongenode gasten en stort zich vol hartstocht in het avontuur waarin hij onverhoopt verwikkeld is geraakt.
Een doorwaakte nacht
Vanaf het moment dat het gezin bij Hallstein en Sissel op de stoep staat, is het heisa dat de klok slaat. Hallstein spoedt zich met Karl naar een nabijgelegen dorp om een vroedvrouw te halen, en voor Gretes bevalling goed en wel achter de rug is, dringt het volgende drama zich alweer op: Kristine, de vrouw van Hjalmar, raakt in toenemende mate overstuur omdat zij vlak voor aankomst bij het huis een fikse ruzie met haar man heeft gehad, en zij raakt verstrikt in het web van haar eigen wrok. De gasten krijgen kamers toegewezen, maar geslapen wordt er weinig. Hallstein en Sissel worden in de loop van de nacht dan weer door de ene, dan weer door de andere gast ontboden; zij krijgen opdrachten en boodschappen om naar anderen in het huis over te brengen, en Kristines toestand verslechtert zodanig dat zij bij het ochtendgloren naar het ziekenhuis moet worden gebracht.
Hallstein en Sissel laten zich alles wat er gebeurt welgevallen: ze vinden het ook allemaal wel erg opwindend. De gasten maken zonder veel dankbaarheid gebruik van de verregaande bereidwilligheid die Sissel en Hallstein tegenover hen betonen; ziende dat er zich geen ouders in het huis bevinden, nemen zij zonder pardon het huishouden over en zij zijn te zeer met zichzelf bezig om zich er rekenschap van te geven met wat voor vreemde situatie zij de kinderen opzadelen.
Turbulent, daardoor afstandelijker
Het plot raast voorwaarts in Lentenacht. Lentenacht draait om korte, vaak nogal merkwaardige interacties tussen de personages en om de tamelijk bizarre gebeurtenissen waarbij zij betrokken zijn. Door de veelheid aan personen, locaties en bewegingen tussen die locaties, zit de lezer niet zo dicht op de huid van de hoofdpersonages. De lezer leert de drijfveren van, bijvoorbeeld, Hallstein in maar weinig detail kennen. Ook de precieze aard van de banden tussen de gezinsleden, zoals tussen Hjalmar en Karl of tussen Hjalmar en Kristine, blijven wat ongrijpbaar: wat er precies allemaal tussen hen speelt, leren wij niet.
In die opzichten is er een duidelijk verschil zichtbaar tussen Lentenacht enerzijds en twee andere boeken van Tarjei Vesaas, Het ijspaleis en De vogels, anderzijds: de laatstgenoemde twee boeken stellen immers ieder slechts een enkel personage centraal, dat uitvoerig wordt geportretteerd in interactie met een keur aan omgevingsfactoren, zoals mensen in diens nabijheid, maar ook de natuur, het landschap en de wisselende weersomstandigheden (thema’s waarvoor in Lentenacht een beduidend kleinere rol is weggelegd). Het verteltempo ligt lager, waardoor de nadruk komt te liggen op de binnenwereld van het hoofdpersonage. Lentenacht lijkt, gelet op alle bovengenoemde kenmerken, meer op het in 2022 bij Uitgeverij Oevers verschenen De kiem, waarin ook veel personages en locaties voorkomen.
Genade voor de herrieschoppers
Deze opvallende tweespalt in Vesaas’ oeuvre ten spijt, is er één duidelijk stijlkenmerk dat alle boeken van deze schrijver met elkaar verbindt: de oer-oprechtheid waarmee Vesaas over de belevingswereld van zijn personages rapporteert. Die oprechtheid is zo intuïtief dat de angsten, wensen en vermoedens van de karakters onmiddellijk en op haast griezelige wijze met de lezer resoneren, alsof je gekieteld wordt aan een lichaamsdeel waarvan je nooit wist dat je het had. Doordat de lezer de sentimenten van de personages haast instinctmatig begrijpt, wordt elke rationele uitleg of rechtvaardiging van de belevingswereld van de personages overbodig en het zal niet in de lezer opkomen om die belevingswereld in twijfel te trekken. Vesaas dringt schijnbaar moeiteloos door tot de diepere lagen van het mens-zijn; de kernachtige en treffende eerlijkheid waarmee Vesaas zijn personages uitwerkt, verleent zijn teksten een zachtheid en een tederheid die ontroert en die soepel leest, maar die tegelijkertijd geen tegenspraak duldt: de lezer twijfelt er geen seconde aan of wat de personages doen, laten, zeggen en denken, wel in de werkelijkheid kan bestaan. Vesaas’ personages worden daardoor op ongeëvenaarde wijze tot leven gebracht.
Lentenacht heeft een absurde, onheilspellende verteltrant. De lezer vraagt zich voortdurend af in hoeverre het gezin het geduld en de gastvrijheid van Hallstein en Sissel op de proef zal stellen. Op het eerste gezicht, en oppervlakkig bezien, lijken de afzonderlijke gezinsleden onaangepaste, egocentrische en onsympathieke lieden. Maar Tarjei Vesaas laat zien dat elk personage gebukt gaat onder de eigen omstandigheden – de eigen menselijkheid, de eigen ervaringen, het eigen karakter – en dat die onderworpenheid aan de basis ligt van het menselijke gedrag in al haar toonaarden. Die visie op de menselijke conditie, die Vesaas in al zijn werk tentoonspreidt, maakt in Lentenacht dat de lezer zelfs tegenover de barse Karl en de verwarde Hjalmar – een personage dat bij een andere schrijver het bloed bij de lezer onder de nagels vandaan had kunnen halen – geen echte antipathie voelt. Al Vesaas’ personages zijn immers allemaal slechts het slachtoffer van hun eigen mens-zijn, en zij gaan daar naar hun beste kunnen mee om.
March 29, 2026
De vogels, de kiem, het ijspaleis. Het zijn 3 boeken die ik koester en goed bewaar om ooit - als het god belieft - nog eens te lezen. 3 pareltjes van een magische schrijver, Tarjei Vesaas. Kleine tekeningen, de natuur in een hoofdrol, onderhuidse dreiging en de menselijke kern steeds in bedrieglijk eenvoudig proza gevat.
Ik was dan ook “getictacced” om ook deze te lezen, vers uit het Noors vertaald door Marin Mars. Lentenacht, het verhaal van 2 tieners een broer (Hallstein) en zus (Sissel) die een bijzondere nacht meemaken wanneer een vreemd gezin bij hen thuis strandt. Maar op een of andere manier kon het hoofdverhaal me minder boeien deze keer. Te veel plots, snel snel, weinig diepgang. Althans ik vond ze niet, de lagen, de symboliek.
En toch. De eerste 38 pagina’s, (de tijd dat broer en zus nog alleen in het huis zijn, voor het gezin arriveert) zijn wonderbaarlijk. Bv. de passage Hoe Hallstein met zijn oudere zus liggend in het hoge gras naar de slakken gaat kijken is zinderend, betoverend, … met zo weinig woorden. Vesaas op zijn best. En alleen hiervoor al meer dan het lezen waard.
Maar als je moet kiezen: De vogels, de kiem, het ijspaleis. 3 keer prijs.
Ik was dan ook “getictacced” om ook deze te lezen, vers uit het Noors vertaald door Marin Mars. Lentenacht, het verhaal van 2 tieners een broer (Hallstein) en zus (Sissel) die een bijzondere nacht meemaken wanneer een vreemd gezin bij hen thuis strandt. Maar op een of andere manier kon het hoofdverhaal me minder boeien deze keer. Te veel plots, snel snel, weinig diepgang. Althans ik vond ze niet, de lagen, de symboliek.
En toch. De eerste 38 pagina’s, (de tijd dat broer en zus nog alleen in het huis zijn, voor het gezin arriveert) zijn wonderbaarlijk. Bv. de passage Hoe Hallstein met zijn oudere zus liggend in het hoge gras naar de slakken gaat kijken is zinderend, betoverend, … met zo weinig woorden. Vesaas op zijn best. En alleen hiervoor al meer dan het lezen waard.
Maar als je moet kiezen: De vogels, de kiem, het ijspaleis. 3 keer prijs.
This entire review has been hidden because of spoilers.
September 13, 2026
Wat een origineel verhaal. Vanuit het perspectief van Hallstein (14-jarige jongen) geschreven. Je wordt meegenomen in zijn magische manier van kijken naar zijn omgeving, in zijn bewondering voor zijn zus Sissel, in zijn zoeken naar volwassen worden, in zijn beginnende verliefdheid, in zijn bereidheid om van betekenis te zijn voor de leden van het vreemde gezin dat ‘s avonds aan de voordeur staat en die ieder voor zich proberen hem op een lelijke manier voor hun karretje te spannen. Onbewust maakt Hallstein kennis met het gedrag van een door oorlog getraumatiseerde Karl, ouders met een problematische relatie (de fladderende Hjalmar en Kristine), de dood van een van hen, en ook met Gudrun, het meisje met de mooie haarlok dat tot die tijd alleen in zijn fantasie bestond, nu opeens voor hem staat en voor wie hij liefde voelt.
Mooie beeldspraak ook. Voorbeeld:
Gudrun keek Hallstein stralend aan. ‘En nu ga ik naar binnen’, zei hij, gedragen door deze golf die hem moed gaf.
Mooie beeldspraak ook. Voorbeeld:
Gudrun keek Hallstein stralend aan. ‘En nu ga ik naar binnen’, zei hij, gedragen door deze golf die hem moed gaf.
March 15, 2026
Dat kantelpunt. Dat je voelt als kind, alles is ineens zo anders. Je kijkt naar de wereld om je heen en je emoties vliegen heen en weer. Je verlangt naar de beloftevolle morgen, terug naar het onbevangen kind dat je gisteren nog was en deze lentenacht voel je ongemak.
Tijdens het lezen had ik dat grote gevoel van ongrijpbaarheid, die late lentenacht met dat onbestemde licht, het duister dat niet meer valt, de merkwaardige mensen die de veertienjarige Hallsteins pad kruisen. Vesaas legt nergens iets uit, maar ik voelde en herkende alles wat hier plaats vond diep vanbinnen. Knap staaltje literatuur dit!
Tijdens het lezen had ik dat grote gevoel van ongrijpbaarheid, die late lentenacht met dat onbestemde licht, het duister dat niet meer valt, de merkwaardige mensen die de veertienjarige Hallsteins pad kruisen. Vesaas legt nergens iets uit, maar ik voelde en herkende alles wat hier plaats vond diep vanbinnen. Knap staaltje literatuur dit!
'Kind,' zei de man. 'Niemand kan kiezen wat er op zijn pad komt.'
August 18, 2026
Lentenacht gaat over een puberjongen, Hallstein. Hij woont in een vrij afgelegen huis met zijn ouders en zijn oudere zus Sissel. Hallstein leeft in zijn fantasiewereld en heeft hoge verwachtingen van het leven dat nog moet komen. Als op een avond, waarop zijn ouders er niet zijn, een familie met autopech bij hen aan klopt om onderdak te vragen denkt hij dat het echte leven, het avontuur, zich eindelijk aandienen. Maar het loopt toch niet allemaal zo als Hallstein verwachtte.
May 30, 2026
Vesaas wordt meer en meer een van mijn lievelingsschrijvers. In dit boek doet hij het weer. Enkel hij kan met zo weinig woorden een situatie schetsen. Het Noorse landschap de ontluikende liefde tussen een jongen en een meisje. Een boek om te koesteren en te herlezen.
May 31, 2026
Met een eerste verliefdheid, een geboorte, een trauma, een scheut fantasie.
Mysterieus, broeierig, dreigend, onheilspellend, betoverend, dromerig, absurd. Een verhaal dat je niet loslaat. Past perfect bij de warme mei- en junidagen, met de onweersdreiging die in de lucht hangt.
Mysterieus, broeierig, dreigend, onheilspellend, betoverend, dromerig, absurd. Een verhaal dat je niet loslaat. Past perfect bij de warme mei- en junidagen, met de onweersdreiging die in de lucht hangt.
Displaying 1 - 8 of 8 reviews






