In een wervelende vertelling brengt Johan Op de Beeck het stormachtige verhaal van de Franse Revolutie: van de bestorming van de Bastille in 1789 tot de staatsgreep van Napoleon in 1799, van het nobele devies 'vrijheid, gelijkheid, broederschap' tot de bloeddorstige terreur, van revolutionairen die naar macht grepen maar vaak zelf onder de guillotine belandden. Tegelijk greep ook in onze regio een omwenteling plaats. Zelden leest een geschiedenis zo fascinerend en meeslepend!
Johan Op de Beeck is a well-known TV face and has had a renowned career in media and journalism for 35 years. Previously, he was active as an anchor of the VRT news, documentary maker, director of Canvas, presenter and interviewer of various talk shows and editor-in-chief of various media at home and abroad. Today he is an independent communications consultant and author of a series of successful non-fiction books, which do very well in the bestseller lists and are always well received.
Dit boek is een meesterwerk, al zeg ik het zelf, door mij en de heer Op De Beeck geschreven. En vergeet nooit, zonder mijn generatie zouden jullie nog steeds in de middeleeuwen leven.
Een grote portie zoute frieten met mayonaise. Wat mij betreft kun je daar Johan Op de Beeck’s twee dikke boeken over de Franse Revolutie nog het best mee vergelijken. Je weet dat het fout is, maar ze smaken wel naar meer.
Academisch geschoolde historici zullen – terecht – veel aan te merken op deze twee kleppers. Op de Beeck kiest zonder de minste gêne voor een wel heel traditionele vorm van “evenementiële” geschiedschrijving, één die zonder schroom alle theoretische en methodologische vernieuwingen die de afgelopen eeuw de historiografie als wetenschappelijke discipline hebben gevormd naast zich neer legt. Verwacht dan ook geen door sociologische en/of economische analyses gestaafde inzichten in de oorzaken van de Revolutie of de determinanten van haar verloop. De mensen hadden honger, het brood werd almaar duurder, koning Lodewijk XVI was een zwakkeling die zich liever toelegde op sloten maken dan op regeren en de ideeën van de Verlichting vonden meer en meer weerklank. Dat is zo ongeveer alles wat je moet weten om te snappen hoe het allemaal begon.
Ook politicologisch graaft de analyse niet heel erg diep. In Op de Beeck’s relaas van de feiten wordt de moeilijk te ontwarren ideologische diversiteit van de Revolutie op een bijna simplistische manier gereduceerd tot een volstrekt lineair gegeven. De hoofdrolspelers laten zich allemaal keurig op een rijtje plaatsen: van reactionair tot gematigd royalistisch aan de rechterzijde en van gematigd revolutionaire Girondijn tot ultra-radicale Montagnard aan de linkerzijde (met Jacques-René Hébert uiterst links en Maximillien de Robespierre een tikje meer naar rechts).
Wat de territoriale complexiteit van de Revolutie betreft, die wordt haast integraal onder de mat geveegd ten voordele van een vertelling die Frankrijk reduceert tot wat er in Parijs gebeurt. Er is uiteraard ook de nodige aandacht over de ontsnapping van de Koning naar Varennes en daarnaast besteedt Op de Beeck, zijn Nederlandse en Vlaamse publiek indachtig, ook aanzienlijk wat bladzijden aan de Brabantse Omwenteling in de zogenaamde Oostenrijkse Nederlanden maar u begrijpt wat ik bedoel: naar inzichten in hoe de Revolutie gestalte kreeg in de verschillende regio’s en departementen van Frankrijk of in waarom de Revolutionairen het überhaupt nodig vonden om het grondgebied in nieuwe departementen in te delen moet u in De Franse Revolutie niet op zoek gaan. In Op de Beeck’s vertelling wordt de Revolutie herleid tot een buitenmaatse paleisintrige waar een paar tientallen grote namen hun stempel op hebben gedrukt. Uiteraard klopt het dat de “Revolutie (…) zoals alle grote maatschappelijke bewegingen niet louter een kwestie van geopolitieke schema’s of macro-economie [is]” en dat het “vooral (…) mensen [zijn] die de geschiedenis maken.” Je hoeft echter geen marxist of zelfs maar een structureel historicus zoals Febvre, Bloch of Braudel te zijn, om van een hedendaags historisch werk een ernstige poging tot socio-economische, territoriale en ideologische duiding en contextualisering te verwachten.
Ook de manier waarop Op de Beeck met het bronnenmateriaal omgaat is erg problematisch. Het hoeft allicht niet te verbazen dat hij als voormalig journalist een grote interesse heeft voor ooggetuigenverslagen in de vorm van brieven, dagboeken, mémoires, etc. Op zich is daar uiteraard niets mis mee, maar Op de Beeck neemt ze wel heel gretig voor waar aan, vooral dan wanneer ze kleur toevoegen aan zijn vertelling.
Nog een laatste kritische bemerking over de gehanteerde verteltechniek. Op de Beeck laat het verhaal van de Revolutie vertellen door één van de hoofdrolspelers: François Robert, de Luikse advocaat die het zal schoppen tot naaste medewerker van Danton. Een keuze die hij in het voorwoord verdedigt door, verwijzend naar Victor Hugo, te opperen dat die hem de kans geeft te vermijden dat de stijl van de vertelling “zo sober wordt dat hij ontoonbaar wordt van magerte.” Voor mij had het niet gemoeten, maar soit, waarom ook niet? Waar ik me dan wel aan stoorde is dat Op de Beeck het intra-diëgetische vertelperspectief van François Robert niet consequent volhoudt doorheen het boek, maar erg vaak inruilt voor een auctorieel vertelstandpunt. Neem bijvoorbeeld de twee onderstaande passages, lukraak gekozen uit vele anderen uit een boek van meer dan 500 blz.: klinken ze werkelijk alsof Robert zelf aan het woord is?
“Nog zo’n getuigenis is die van graaf de Seneffe, een Belg uit Brussel. Hij was een van de geldschieters die hadden geleend aan het failliete Franse koninkrijk. Tot op dat moment leefde Seneffe het leven van een rijke aristocraat. Hij had een chique maîtresse, bezat aandelen en vastgoed en had de allures van een welgestelde Parijse aristocraat. Maar nu dienden zich de zorgen aan. Op 7 augustus schreef de graaf vanuit Parijs aan zijn zus, de Gravin de Gontreuil in Leuven, etc. etc.”
“Zoals altijd het geval was bij een toespraak van Robespierre, was ook deze weer leerrijk. De man deed nooit lichtvaardige uitspraken. Wat hij gezegd had over de septembermoorden verried de synthese van zijn denken. Het was de inzet van de strijd tussen girondijnen en montagnards. Dat conflict raakte de essentie van wat de revolutie moest zijn, en had zeer diepe gronden. Het sproot voort uit twee fundamenteel tegenstrijdige ethische concepten. De girondijnse visie hield er rekening mee dat de mens onvolmaakt was, etc. etc.”
Mij klinkt het alvast meer alsof Op de Beeck hier de eigen verteller is vergeten en in eigen naam spreekt, niet? Ik vond het vaak ergerlijk wanneer dat gebeurde.
Laat u deze twee boeken dan beter links liggen? Dat hangt ervan af waar u naar op zoek bent. Ernstige wetenschappelijke werken zijn dit zeer zeker niet. Wil u echter, op uw vakantiebestemming of ’s avonds bij de kachel, een razend spannend en “op waar gebeurde feiten”-gebaseerd verhaal lezen over wat er zich in Parijs afspeelde tussen 1789 en 1799? Heeft u heimwee naar hoe uw voormalige geschiedenisleerkracht in de middelbare school de klas wist te boeien met sappige verhalen over echt historische figuren? In dat geval zijn dit echte aanraders. Want, net als mijn voormalige geschiedenisleraar in Anderlecht (mijnheer Nauwelaerts, als u dit leest, ik weet nog alles wat u ons leerde over Savonarola, Raspoetin en de vele anderen) weet ook Op de Beeck kleur te geven aan de geschiedenis door levendige beschrijvingen, sappige anecdotes, goedgekozen citaten en talrijke cliffhangers. Het maakt dat je als lezer door deze samen meer dan duizend pagina’s tellende turven raast en je je geen seconde verveelt.
Een mens leeft niet van havermout, quinoa en hazelnoten alleen. Af en toe een pak friet met mayonaise moet kunnen.
Je voelt dat de auteur al lang op dit intrigerende thema heeft zitten broeden. En met resultaat: al is het gedetailleerd dit boek verveelt geen moment, is niet nodeloos complex en ook niet te vereenvoudigd. De vele getuigenissen maken de soms wat moeizame geschiedenis met veel personnages begrijpbaar.m en verteerbaar. Heel fijn waren de goed uitgewerkte (dus niet zomaar als extraatje) hoofdstukken over de revolutie in België. Het hoofdpersonage François Robert is zeer intressant en werpt een nieuwe blik op de bekende geschiedenis. Maar ik begrijp niet goed de keuze om van hem het ik-figuur te maken. Ja, het maakt het lezen misschien soms wat vlotter, maar het zorgde vooral vaak voor gefrons bij mij. Want wie lees ik nu? De echte of betrouwbaar gerconstrueerde woorden van een revolutionair of een vrije interpretatie van een eenentwintigste-eeuwse auteur? Bijvoorbeeld de bedenkingen over Robespierre komen ongeloofwaardig en zelfs geforceerd over. Soit, dit was een keuze. Gelukkig blijft het boek meer dan stand houden. Het tweede deel ligt klaar!
Dit boek is een echte aanrader. Het beschrijft gedetailleerd wat er tijdens de Franse Revolutie gebeurde maar is nooit saai. Het boek helpt je de mens beter te begrijpen en helaas kun je paralellen met heden dag trekken.
Overzichtelijk verhaal van de eerste fase van de Franse Revolutie. Opvallend hoe de leidende revolutionairen zich de macht toe-eigenen door de manipulatie van het volk, door het verspreiden van geruchten en het zaaien van paranoïa... fascinerend verhaal dat helaas heel actueel aanvoelt. Nu op naar deel 2 met de terreur en de opkomst van Napoleon.
Johan Op de Beeck weet als geen ander de grote geschiedenis te vertellen als een historische roman... én alsof je ze zelf van nabij opnieuw meemaakt. In dit eerste deel over de Franse Revolutie geeft hij het woord aan François Robert, een Belgische advocaat die vanuit het prinsbisdom Luik naar Parijs afzakt om daar een belangrijke figuur te worden in de omwentelingen die zouden leiden tot de Franse Revolutie.
Door dit ooggetuigenverslag krijg je een heel doordringende inkijk in hoe de verschillende protagonisten de revolutie naar hun hand proberen zetten. Want de revolutionaire beweging was allesbehalve monolitisch. De verschillende fracties stonden elkaar zelfs letterlijk naar het leven. En, verontrustend of net niet, er zijn opvallende parellellen te trekken met de politieke zeden van vandaag. Fake news, complotdenken, media als een actieve gamechanger, en politici die via intimidatie en zelfs bruut geweld 'in naam van het volk' de macht proberen krijgen of houden. Het bestond allemaal in de late achttiende eeuw, met alleen kranten en drukpersen als massamedium.
Bij het lezen van dit boek zit je mee op de eerste rij van de gebeurtenissen, je beleeft in detail de spanningen, intriges, absurde besluiten en gewelddadigheden. Je voelt je meegetrokken in deze geschiedenis. Johan Op de Beeck is een meesterverteller. Zijn boek verveelt geen moment. Ik heb er wat uurtjes slaap voor gelaten om dit boek verder te lezen.
Door zijn standpunt voelt het wat aan als een roman, maar dat is het niet; legt helder en begrijpelijk een zeer complexe opeenvolging van gebeurtenissen uit. Leuk ook om mijn eigen streek zo prominent aan bod te zien komen.
Dit boek leest alsof het fictie is. Ik heb me tot in de late uurtjes over dit boek gebogen en kon niet wachten om er de volgende ochtend opnieuw in te vliegen. Ik kijk dus al uit naar deel twee.
Verhaal van de Franse Revolutie, verteld door de 'Luikse inwijkeling' François Robert, die in Parijs deel zal uitmaken van de Conventie, een soort volksvertegenwoordiging. Daarin vinden we twee belangrijke nstrekkingen: de Jacobijnen, of voorstanders van de republiek, en de Girondijnen, of voorstanders van een constitutionele monarchie. Beide groepen willen wel komaf maken met de absolute monarchie van Louis XVI en de voorrechten van de aristocratie. Gaandeweg zien we hoe de strijd voor 'gelijkheid, broederlijkheid en vrijheid, neergelegd in de 'Déclaration des droits de l'homme', met religieuze verdraagzaamheid, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid ( en veroordeeld door toenmalig paus Pius VI) ontaardt in een schrikbewind. Eerst wordt de aristocratie uitgeschakeld daarna de koning en zijn gemalin Marie Antoinette. Robespierre neemt steeds meer de touwtjes in handen en sticht het 'Comité de Salut Public', het comité voor algemene veiligheid, waardoor iedereen die hij een tegenstander vindt kan worden opgepakt. Het systeem berust op angst, verklikking, achterdocht. De hele Girondijnse oppositie wordt op volledig verzonnen gronden gearresteerd, onder druk van se sansculotten, die de Conventie hebben gegijzeld en bedreigd. De pers wordt slachtoffer van censuur, fake news tiert welig, er ontstaat een soort woke avant la lettre: beelden, schilderijen,symbolen, alles wat verwees naar het koningshuis moest er aan geloven. Het volstond dat men zich 'gekwetst' voelde, 'beledigd', of erger, dat 'het volk' beledigd werd geacht. Dan was standbeeld noch doek veilig. Dat 'volk' speelt btrouwens ook geen fraaie rol/ het laat zich opzwepen door volksmenners, verliest elke rationaliteit en ontaardt in nodeloos geweld. ( Het deed me denken aan de bestorming van het Capitool door Trump aanhangers niets nieuws onder de zon) Tussendoor zijn er ook nog verwijzingen naar de Brabantse Omwentelling, waar Vonck en Van der Noot streden tegen de Oostenrijkse bezetter. Daar was het, zeker bij Van der Noot, een strijd van de conservatieve katholieken tegen de progressieve Jozef II, in tegenstelling tot de Franse Revolutie, waar de strijd oorspronkelijk uitging van de progressieven die streefden naar stemrecht, persvrijheid, kortom naar Verlichte ideeën. Jammer dat het zo snel ontaardde in gruwel. Krachttoer van Johan Op de beeck en een absolute aanrader.
This first part gives a good description of what happened. The book is an easy read with short chapters and is told in such a way that the reader is fascinated. In the beginning the accent is on understanding the why of the French revolution. The third estate was clearly suffering and the bad harvests lead to much povery and the inequality became very visible. After the storming of the Bastille the first period there was a longing to the royalist time and the battle was between these royalists and the sans culottes the peoples. At dirst the royalists were taken care of. In the beginning Louis XVI was still seen as the head of state but slowly the sentiment changed towards him after his attempt to flee the he was put in prison and killed. After the teckoning with the royalists there was an struggle between the radicalist jacobins and the more moderate girondins. The radicals were in the minority but better organised, knew what they wanted, the radical revolution and extinction of all secret royalists and moderate elements and kept on telling lies (misinformation) on the girondins. Despite being the minority the jacobins gained the upper hand with their leader Robespierre and the terror could start. It is confronting to see the parallel with current times. Deliberate misinformation and consequent refusal to stick to the facts on accusations led to massive killings. Many people said they knew the will of the people and acted in conformity with that will. Exactly what we hear today. This lead in the end to more and more radicalism which lead to massive blood shed. How to stop this vicious circle. I hope to read that in the second part but in the end Napoleon as dictator and new emperor came out. The man who lead Europe in devastating war for two decades. The start of the revolution is understandable but how the get the spirit back in the bottle? The constitution which was made was good in itself but the radicals did not keep it, they felt they were above the law.
* 20 juni 1789: koning houdt de vergaderzaal dicht. Guillotine stelt voor uit te wijken naar de Salle du Jeu de Paume. Le serment: samen doorgaan totdat grondwet is vastgelegd. * juni-juli 1789: revolutionairen komen samen in cafe’s in de galerijen van Palais Royal, eigendom van Philippe d’Orleans, lid vd koninklijke familie maar zelf daar heel negatief over. Liet zelf pamfletten drukken en verzorgde voedingsbodem; politie kon niet zomaar toegang krijgen aangezien het privé-eigendom was. Later werd hij regent. * 12 juli 1789: jonge advocaat Camille Desmoulins spingt op een tafel en betoogt dat het ontslag van financienminister Necker (die wilde hervormen en door de koning vervangen werd door een hardliner) een signaal is voor de onderdrukking van de patriotten. Hij roept op tot gewapende strijd (aux armes!) om 1000 onrecht ongedaan te maken en Frankrijk te reinigen. De volgende dag begonnen zich burgermilities te organiseren, die nog dezelfde dag werden omgevormd tot de Nationale Garde. * 14 juli: gangs trokken door de straten met gestolen wapens op zoek naar munitie. Die lag in de Bastille, daarom trokken ze die binnen. * Pas in 1880 wordt besloten dit tot een nationale feestdag te maken. Van het begin af aan werd het accent gelegd op het patriottische en militaire karakter van het evenement, om zo het herstel van Frankrijk na de nederlaag van 1870 tot uiting te brengen. Elke gemeente doet mee. Het feest begint op de avond van de 13e met een fakkeloptocht. De volgende dag kondigen kerkklokken of salvo’s de parade aan, gevolgd door een lunch, voorstellingen en spelletjes. De dag wordt afgesloten met een openbaar bal en vuurwerk. * Les cordeliers (genoemd naar hun wijk, vlak bij Sorbonne) - groepje strenge revolutionairen, met oa Robespierre, Danton en Desmoulins * 1e revolutie in belangrijke mate gedreven door advocaten: Roberspierre, Danton, Desmoulins, meerderheid leden Assemblée * 5 oktober: 50.000 boze vrouwen trekken gewapend naar Versailles om brood te eisen. Mirabeau probeert hen tot bedaren te brengen, maar Robespierre kiest hun kant en legt de basis om de nieuwe leider te worden. Ze dwingen de koning de volgende mee naar Parijs te gaan om daar te wonen (in het Tuilerieenpaleis). Hij zal Versailles nooit meer terugzien. * 15 oktober: de Assemblée beslist dat mensen voortaan niet meer in de vakken van de 3 standen zitten, maar gerangschikt op politieke kleur. Links van de voorzitter de revolutionairen en rechts de koningsgezinden; dit is de oorsprong van de begrippen links en rechts in de politiek. * De sansculottes (die geen culotte of kniebroek droegen, maar gewone werkmansbroeken) werden rivalen van de Nationale Garde. * Er ontstonden fracties: de Club des Cordeliers (Danton, Desmoulins, Jacques René-Hébert), vs de Club des Jacobins (Brissot, Barnave, Roberspierre, Mirabeau). * 12 juli 1790: Assemblée besluit alle kerkelijke eigendommen te nationaliseren. * 1 december 1790: oprichting Cours de Cassation * 2 april 1791: Mirabeau overlijdt. Wordt als eerste bijgezet in het Panthéon, maar wordt in 1794 weer verwijderd toen bleek dat hij Louis XVI heeft geadviseerd tijdens de revolutie. * 20 juni 1791: koning probeert te ontsnappen maar wordt vlak bij de grens herkend, als ze stoppen om te zoeken waar hun wissel klaar zou staan. Die stond 200m verderop. Als ze even waren doorgereden, had niemand hen nog kunnen achterhalen. * 14 juli 1791: het volk pikt het niet dat de Assemblée besluit de koning vrijuit te laten gaan na zijn vluchtpoging. Lafayette en anderen scheiden zich na heftige discussies af van de Jacobijnen en vormen een nieuwe club (de feuillants) die geen republiek wil. Oo straat breken revoltes uit. * 1791: eerste grondwet aangenomen * 1791: opkomst van de Girondijnen; groep gematigde maar heel actieve politici uit de Gironde streek (bij Bordeaux), waaronder Condorcet. * 10 augustus 1792: bestorming van de Tuilerieen; onder leiding van Danton, François Robert e.a. een de sansculotten. De koning wordt gevangengenomen en geschorst. Heeft trekken van een staatsgreep. Er ontstaan spontane volksgerechten om verraders te veroordelen. Assemblée keurt nadien goed en stelt regering aan, met oa Danton. Parijs stadsbestuur werd afgezet en vervangen door het Commune insurrectionnelle, dat werd beheerst door de sansculotten. Er werd ook meteen een nieuwe kieswet ingesteld die alle mannen boven de 21 het kiesrecht gaf. * september 1792: volksgerichten en moordpartijen, waaronder van hofdame en vriendin van Marie-Antoinette Marie-Louise de Lamballe, wiens afgehakte hoofd voor het raam van Marie-Antoinette werd getoond. * Toen Nationale Conventie vervolgens gekozen moest worden, hebben aanhangers van Roberspierre en Danton monarchisten met dreiging van de stembus afgehouden. * 22 september 1792: de Nationale Conventie (wetgevende macht die de Assemblée verving van 1792-1795) schaft de monarchie af (zelfs zonder daar debat over werd gevoerd), vestigde de Eerste Franse republiek, en leidde het proces tegen Louis XVI. * 21 januari 1793: Louis XVI wordt onthoofd * Maart 1793: de 2 meeste radicale instituten worden opgericht, te weten het Comité de Salut Public (een bestuursorgaan dat almachtig werd) en het Tribunal Révolutinaire, een tribunaal van de volkswraak bedoeld om de contra-revolutionairen te straffen. * 3 juni 1793: sansculotten arresteren de girondijnen, daartoe opgehitst door Marat en Robespierre * Drie volksopstanden: bestorming Bastille (14 juli 1789), bestorming van de Tuilerieen (1792) en deze * 17 september 1793: Loi des suspects * Kort daarna wordt Danton niet herkozen in het Comité de Salut Public, en wordt Robespierre er lid van. * De schrijver van de Marseillaise en de bedenker van de kreet Liberté, Egalité, Fraternité zijn ook geëxecuteerd. * 28 juli 1794: Robespierre wordt geëxecuteerd, zonder proces op basis van een wet die hij zelf kort geleden daarvoor in werking had gesteld op basis waarvan voortvluchtigen geen recht van proces hebben (de beruchte Wet van 22 prairial; ook wel de Loi de la grande terreur). * oktober 1795: op verzoek van Barras slaagt Napoleon, die al als generaal ontslagen was, erin om een opstand tegen de Conventie neer te slaan, en wordt prompt benoemt tot hoogste militair. * 1799: Napoleon komt via een coup aan de macht, waarmee de revolutie eindigt. * 1830 - 2e Franse revolutie (Juli-revolutie)
This entire review has been hidden because of spoilers.
De manier waarop het werk geschreven is vond ik een zeer interessante keuze. Johan Op de Beeck heeft namelijk geschreven vanuit de persoon van François Robert. Hierover heb ik wel enkele bemerkingen.
De keuze om te spreken met de woorden van een persoon die stierf in 1826 zorgt ervoor dat de focus van het werk zou moeten liggen op andere dingen. Een persoon als Robert lijkt me niet meteen de persoon die de ondeugden van de Franse Revolutie zou uitdrukken, ook niet na de feiten. Daarnaast halen enkele woordkeuzes me deels uit het narratief die Op de Beeck bouwde. Zo gebruikte Robert de term holocaust. De term holocaust is in het Nederlands geïntroduceerd in de 14de eeuw, maar is zeer lang in ongebruik gevallen, tot aan de Holocaust. Ook spreekt Robert zo over gendergelijkheid. Het probleem hiermee is dat de term gender zo'n 130 jaar na de dood van François Robert pas geïntroduceerd is.
Dit soort anachronismen zorgen ervoor dat ik het werk geen vijf sterren kan geven, ook al vond ik het een zeer interessant boek. Alle belangrijke onderwerpen komen volgens mij aan bod, en de focus op brieven als bronmateriaal past perfect bij het narratief van Robert. Jammer van de anachronismen.
Description of the French Revolution till the Great Terror (in Dutch), but also includes revolutionary events in Belgium (which failed to achieve a fundamental change). It is described from the perspective of one of the participants who is reflecting on the events a number of years later and that creates a very interesting narrative style. It is interesting to learn how the revolution got so out of hand and how it was exploited by fanatics such as Robespierre. The narrator's reflections on the various characters provides a nice touch. Attempts were made to influence aspects of social life, much through violence and fear, e.g. by imposing communal street dinners, and (trying to) prescribe dress, art, and language. It is beautifully written and I look forward to reading part II.
‘Alles wat niet naar de zin was van een Conventielid, een minister, een vooraanstaand lid van een van de politieke clubs of zelfs een of andere sansculotteleider was in gevaar. Het volstond dat men zich ‘gekwetst’ voelde, ‘beledigd’, of erger: dat ‘het volk’ beledigd werd geacht. Dan was standbeeld noch doek veilig. Ik denk dat wij, de intelligentsia, toen een grote fout hebben gemaakt. Het complete patrimonium van het land was bedreigd, de fraaiste sporen van onze geschiedenis werden voorgoed uitgewist. En wij? Wij keurden het goed of hielden onze mond. Laf, medeplichtig, idioot waren wij. Maar toen leek het noodzakelijk. Een betere wereld was in onze verdwaasde ogen slechts mogelijk door de oude te vermorzelen.’ P. 475
Non fictie die leest als een roman. Johan Op De Beeck is erin geslaagd om me mee te nemen in het verhaal van de Franse Revolutie alsof het een thriller is. Van bladzijde 1 tot het einde zat ik aan dit boek gekluisterd. En ik kan niet wachten om het vervolg te lezen.
Naast de geweldige schrijfstijl en vorm van het boek mag ook de uitstekende research niet vergeten worden. Elke geciteerde passage wordt vergezeld van een voetnoot naar de bron en de uitgebreide bronnenlijst voor het geheel maakt duidelijk dat dit geen gewoon naslagwerk is.
een heel interessant boek waarbij je levendig de situaties kan voorstellen die zich in die periode hebben afgespeeld...ook een stukje geschiedenis van België komt aan bod ! Sommige passsages gingen iets te veel in detail alsook vele namen; uiteraard zijn die belangrijk geweest en zal de echt geschiedenisliefhebber daar meer aan hebben dan iemand die gewoon wat meer van de geschiedenis wil kennen.
Zeer ingewikkeld verhaal rond de Franse Revolutie, met op het zelfde moment ook een revolutie in België. Heel goed uitgelegd door het gebruik van 1 persoon (een Belg) die ter plaatse alles meemaakt omdat hij deel uitmaakt van deze Franse Revolutie.
Heel gedetailleerd uitgeschreven hoe de Franse Revolutie zich ontvouwd heeft. Boeiend verteld vanuit het perspectief van Robert François, Luikenaar die toch wel een niet onbelangrijke rol heeft gespeeld in heel dat gebeuren.
Prachtig geschreven vanuit het perspectief van een Belgische revolutionair. Nu snap ik de het verloop van de Franse revolutie een stuk beter dan dat ik dat vroeger op school deed.