Ik vind het altijd knap als academici proberen de voortschrijdende inzichten in hun studiedomein ter beschikking te stellen van een groot publiek. En het is dus des te meer lovenswaardig dat de stichting Ons Erfdeel dat aanmoedigt voor wat de geschiedenis van onze contreien betreft. Terecht kreeg dit boek de ondertitel “een geschiedenis voor vandaag”, want als je het leest, merk je hoe inzichten en kennis blijven verschuiven.
Verwacht van een boek van iets meer dan 200 bladzijden zeker geen volledige geschiedenis van België en Nederland. De focus van de auteurs ligt duidelijk op de evolutie van burgerschap en gevoelsgemeenschap: ze schetsen hoe vanaf de late Middeleeuwen de burgers in de verschillende gewesten van de Lage Landen zich hebben verhouden ten aanzien van de overheid, zowel de eigen overheid (maar ja, wat/wie is dat dan precies?) als de vreemde bezetter. Opvallend is dat het mode-woord ‘identiteit’ amper valt, het is alsof de auteurs dat bewust vermeden hebben, wellicht omdat het op dit moment een te beladen term is geworden (maar was dit geen “geschiedenis voor vandaag”?).
Hoeft het te verwonderen dat dit boek eigenlijk vooral in de verf zet hoe verschillend dat burgerschap en die gevoelsgemeenschap geëvolueerd zijn in Noord en Zuid, in Nederland en België? Voortdurend beklemtonen de auteurs hoe in het Noorden een traditie van conformering aan het overheidsgezag de boventoon had (middelpuntzoekend) met een sterke neiging tot technocratische beleid, terwijl in het zuiden net het wantrouwen ten aanzien van de (dikwijls vreemde) overheid ingebakken zat en er een (chaotische) beleidstraditie groeide die alles politiseerde (middelpuntvliedend). Met andere woorden, wie vandaag nog warme gevoelens krijgt bij de Grootnederlandse idee, die is er na de lectuur van dit boek aan voor de moeite.
Dat neemt niet weg dat de conclusie van dit boek merkwaardig genoeg toch is dat zeker na de Tweede Wereldoorlog bleek dat de burgerschaps-invulling in beide landen erg grote overeenkomsten vertoonde (vrijheid gaat altijd voor op macht, meningsverschillen worden structureel erkend als onderdeel van het politieke en maatschappelijke systeem, enz) en dat zelfs het overheidsbeleid als zodanig min of meer in eenzelfde stroom kwam. Naar mijn persoonlijk aanvoelen beklemtonen de auteurs net iets te weinig hoe belangrijk Europa daarbij was.
Dit is absoluut een verdienstelijk boek. Persoonlijk schrok ik vooral van de nieuwe visie en benadering die in de hoofdstukken over het uiteenvallen van de Nederlanden (16de en 17de eeuw) aan bod komt. En dan merk je dat je toch wel een beetje bronverwijzingen mist, om op die nieuwe inzichten verder door te kunnen gaan.