Hoewel niet het krachtigste werk wat ik van hem gelezen heb, is In Weerwil van de Woorden typisch Verhulst: cynisch, boos, grappig, en schitterend en, allerbelangrijkst, vanuit een plek van liefde en medeleven geschreven. Hij heeft te doen met de mens die de dupe is van de ziekte die het systeem is, en waarvan de post het uitgebraakte gal is. Hij wil ook niet dat dit alles zijn hoofdpersoon overkomt, maar Verhulst lijkt zichzelf net zo als slachtoffer te zien, vandaar dat de naam van de protagonist zo op die van Verhulst lijkt, vermoed ik.
De vibe is als een passievere en minder agressieve Spoo-Pee-Doo, maar daardoor niet minder snijdend en raak. De klappen die uitgedeeld worden, ditmaal onder andere aan het “kakapipitalisme” en “pissologen” komen hard aan en voort uit wanhoop van de hoofdpersoon, een uitzichtloze situatie die hij maar op één manier ziet eindigen.
Over het penwerk kan ik niets dan lovend zijn, maar anders had ik niet verwacht van een werk van Dimitri Verhulst. Het Nederlands danst, zoals het altijd doet bij hem.
Ja, het boek is kort, maar goed gevuld; een bitter koekje met een flinke nasmaak.