Jump to ratings and reviews
Rate this book

Nederlands Gouden Eeuw

Rate this book

376 pages, Paperback

Published August 31, 2020

2 people are currently reading
27 people want to read

About the author

Maarten Prak

31 books14 followers
Professor of Social and Economic History at Utrecht University.

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
5 (18%)
4 stars
12 (44%)
3 stars
8 (29%)
2 stars
2 (7%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 6 of 6 reviews
Profile Image for Pieter.
388 reviews65 followers
December 16, 2020
Wie het heeft over Nederland's Gouden Eeuw, denkt aan Rembrandt, VOC en Willem van Oranje. Maar wie een grondiger overzicht wil van deze periode komt met dit boek van Maarten Prak al een eind weg.

Het is niet overbodig te onderstrepen dat de Nederlanden of Lage Landen zoals we deze nu kennen (ruwweg Benelux) een proces zijn geweest van huwelijken en veroveringen. Voor de vorming van het Bourgondische hertogdom verwijs ik graag naar het boek 'De Bourgondiërs' van Bart Van Loo of werk van Edward De Maesschalk. In 1384 kwam Vlaanderen dankzij het huwelijk van Filips De Stoute en Margaretha Van Male in handen van Dijon. Pas in 1548 zouden op een Rijksdag van het Heilig Roomse Rijk de Nederlanden als één Kreits worden beschouwd. In die anderhalve eeuw had Habsburg intussen ook de scalp van Friesland, Utrecht en Groningen aan zijn gordel hangen.

Er kwam een haar in de boter in 1566 toen het Spaanse leger zich in onze contreien misdroeg. De unie van Atrecht (Spanje) kwam tegenover de unie van Utrecht (Oranje) te staan. Onder het motto 'verdeel en heers' konden de opstandelingen eerst op hulp vanuit Frankrijk en daarna uit Engeland rekenen. In 1585 verloor het Antwerpen, maar amper drie jaar later leed de Spaanse Armada een smadelijke nederlaag. Dit nam wat (maritieme) druk weg op de rebellie.

In 1609 werd Noord-Nederland de facto onafhankelijk na het tekenen van een bestand met Spanje. Wel ontstond er een twist tussen de voorstanders van regionale autonomie en zij die een staat naar Habsburgs model voorstonden. In 1621 zou de oorlog met Spanje terug uitbreken. Ondanks de politieke geschillen ging het onze noorderburen demografisch en economisch voor de wind. Toen in 1648 de wapens zwegen, kende Europa drie grootmachten: Frankrijk, Engeland en Holland. Intussen was deze laatste een republiek geworden, waarbij ieder gewest zijn eigen stadhouder aanduidde. De vrede met Spanje betekende echter niet dat de militaire zorgen voorbij waren. Op handelsvlak kwam Holland in het vaarwater met Engeland waarmee het kort achtereen driemaal in oorlog op zee kwam. Op het continent had het te vrezen van het Franse leger van de Zonnekoning. Deze trok door de poreuze Spaanse Nederlanden om slechts ternauwernood bij de Hollandse Waterlinie tot staan gebracht te worden. Het Franse begrotingsdeficit, de Engelse angst voor Franse dominantie en een groeiende alliantie van Spanje, Oostenrijk en Brandenburg bracht redding. Op zee had admiraal Michiel de Ruijter al zijn heldenstatus bevestigd door een verzamelde Engels-Franse vloot af te houden. De vrede van Nijmegen (1678) was een feit.

Maar stadhouder Willem III hield nog een grote troefkaart in handen. Via zijn huwelijk met Mary maakte hij aanspraak op de troon, gezien zijn schoonvader Jacobus II als katholiek door het Engels parlement met argusogen werd bekeken. Willem vreesde dat zonder actie Lodewijk XIV en Jacobus II als katholieken zouden samenspannen tegen het protestantse Holland. De Anglo-Hollandse alliantie kwam handig van pas tijdens de Spaanse Successie-oorlog (1700-1713), maar de zware militaire inspanningen konden niet verhinderen dat Holland als overwinnaar toch een rij naar achter zou opschuiven. Militair gezien had de Republiek dan al een metamorfose ondergaan. Oorspronkelijk lag het militaire zwaartepunt op de sterke marine die werd aangestuurd door decentrale admiraliteiten. Die dienden om aanvallen vanop zee af te weren en haar handelsvloot te beschermen. Na 1648 besliste Engeland onder Cromwell om schepen met meer en zwaarder geschut te bouwen, wat het Hollandse overwicht deed kantelen. Intussen zette Willem III wel zwaarder in op een landleger (tot 95.000 manschappen) om de Franse inval te keren.

De Republiek haalde haar rijkdom voornamelijk uit de handel. Het was logisch dat iemand als Grotius in zijn werk 'Mare Liberum' die vrijheid van handel zo absoluut mogelijk zag. Daarvoor appelleerde hij aan de Bataafse Claudius Civilis die zijn huid duur verkocht aan de Romeinen. In de maritieme organisatie was de Hollandse vloot vooral gericht op Azië, de Zeeuwse op Amerika en de Friese op de Oostzee. De Aziatische is de bekendste (via de Vereenigde Oostindische Compagnie of VOC) met nederzettingen in Java (Batavia), Formosa en Ceylon vanwaaruit nootmuskaat en peper werden ingevoerd. Als men weet dat twee op drie opvarenden de vaart niet overleefden omwille van natuurlijke of menselijke vijanden (kapers, zeerovers,...) dan ziet men het enorme gevaar in van deze expedities. Om die reden organiseerde men verscheidene expedities om het risico te spreiden en bestond er ook een militaire arm binnen de VOC. Op zijn hoogtepunt liep de helft van de Europese handel met Azië via de VOC. De ontwikkeling van de cartografie en het Delfts blauw zijn twee concrete culturele gevolgen van die Euro-Aziatische handel.

Nochtans was de Oostzee goed voor ruim de helft van de overzeese handel. Voornamelijk graan vond zijn weg via de Sont in ruil voor kaas, haring en boter. Handige kooplui als De Geer wisten hun rijkdom uit te breiden door in Scandinavië handel te drijven in metaal. De West-Indische Compagnie had dan weer zijn hoofdzetel op Curaçao en verzorgde de link naar Brazilië en Suriname en bracht suiker en tabak mee die in Holland werd verwerkt. Het was in de Caraïben dat Piet Hein zijn faam verdiende.

De demografische stimulans vanuit de Zuidelijke Nederlanden gaf de Republiek de nodige commerciële zuurstof. Oorspronkelijk was Brugge en daarna Antwerpen het belangrijkste handelscentrum van Noord-Europa. Met de val van de stad aan de Schelde brachten de vliedende Brabanders niet enkel hun kennis, maar ook kapitaal mee. Aangevuld met de Hollandse vloot vormde dit een ideale combinatie om in sneltempo marktaandeel te verwerven. De immigratie bestond voor een deel uit religieus vervolgden zoals de Hugenoten en protestantse Vlamingen en Brabanders. Maar er waren ook textielarbeiders uit Hondschote, Duitse bakkers en Scandinavische scheepsgasten met economische motieven.

Zeker Holland was sterk verstedelijkt. Zoals in Vlaanderen en Brabant kenden die steden een grote mate van autonomie (vooral in het recent veroverde noorden en oosten van het land) en was de burgerij sterk politiek vertegenwoordigd. Ze inden hun eigen belastingen, kenden vormen van armenzorg. De burgerij organiseerde via de schutterijen de politionele taken, ook 's nachts (cf. Rembrandt's "Nachtwacht"). De bestuurlijke leiding van deze steden kwam na verloop van tijd in handen van juristen uit de burgerij. Het bijzondere is dat de Republiek haar middeleeuwse economie aanvulde met kapitalistische trekken. Er waren de traditionele gilden, maar de handel maakte dat ook innoverende initiatieven werden genomen, zoals het opzetten van vennootschappen. Het financieel-economische en politieke zwaartepunt kwam meer en meer in Holland te liggen. Ondanks de gouden periode mogen we de economische groei ook niet overschatten. Jaarlijks groeide die met 1 tot 1,5% wat laag is vergeleken met de klim sinds de Industriële Revolutie.

Het politiek bestuur van de jonge staat was niet zo stabiel als misschien verwacht. We zagen al dat de stadhouder van Oranje ook het militaire opperbevel voerde. Politiek gezien lag hij lang in de clinch met de raadspensionaris. Die was een soort van eerste minister en minister van buitenlandse zaken in één persoon. Als raadspensionaris en dus adviseur van de Staten-Generaal hadden Oldenbarnevelt en De Witt het lastig om de verdeeldheid van de steden en godsdiensten te overstijgen. Zolang het belastinggeld binnenstroomde en er externe militaire druk was, leek dit nog te lukken. Maar de conflicten met de orangisten brachten uiteindelijk beide raadspensionarissen ten val, zo letterlijk dat beiden het leven erbij lieten.

De vrije geest die in de Republiek waarde moedigde denkers als Descartes en Spinoza om er te publiceren. Dankzij een hoge alfabetiseringsgraad, vele uitgevers en vele hoogstaande auteurs (Hooft, Bredero, Vondel) werd er door de burgerij gretig gelezen. Ook de universiteiten schoten als paddenstoelen uit de grond. De beoefende wetenschap was vooral gebaseerd op experimenten en praktisch van aard. Microscopen en telescopen werden in Zeeland en Holland ontworpen. Op Rembrandt na (die vooral antieke en Bijbelse taferelen uitbeeldde) typeert de Hollandse cultuur zich door meer wereldlijke thema's: portretten (Hals), landschappen (Van Ruisdael) en dagelijkse taferelen (Vermeer). Schilderijen werd door de burgerij druk ingekocht tot de markt na 1672 ineenklapte. De kapitalistische economie had tot zijn eigen scha en schande reeds bij de tulpenmanie geleerd dat veel geld en dalende rentes tot allerhande zeepbellen leidden.

Prak situeert het verval ergens tussen 1673 en 1715. Het uitblijven van de terugbetaling op openbare schuld schokte de financiële markt. De economie had immers sinds de Act of Navigation te lijden onder Engels protectionisme. Bovendien liepen de kosten voor de oorlogsvoering hoog op. De noodzakelijke inkrimping van het leger na de vrede met Engeland en Frankrijk bracht werkloosheid. Toch zou het land tot eind 19e eeuw het rijkste land van Europa blijven. Een louter economische verklaring voldoet echter niet om tegelijk ook vast te stellen dat Nederland op cultureel en wetenschappelijk vlak stagneerde en terrein verloor ten opzichte van Frankrijk, Engeland en het opkomende Pruisen.
54 reviews6 followers
December 27, 2020
In de jaren tachtig van de vorige eeuw ontstond er een merkwaardig taboe rond het vak geschiedenis en dan vooral de geschiedenis van Nederland. Interesse in het verleden van je eigen land en leefomgeving werd weggezet als kleinburgerlijk en provinciaal. Gelukkig zijn we langzamerhand aan het terugkomen op dergelijke merkwaardige opvattingen, hoewel er wel een nieuw soort druk ontstaat op schurend gebruik van begrippen zoals ‘De Gouden Eeuw’. Die periode uit de Nederlandse geschiedenis, die voor het grootste deel samenviel met de 17e eeuw, was voor veel mensen namelijk geen gouden tijd. Denk aan de armoede waarin veel mensen leefden, de sociale achterstelling van vrouwen en de meest zwarte bladzijde uit die periode: de slavernij.
Historicus Maarten Prak kiest er bewust voor de term “Gouden Eeuw” wel te gebruiken, ook in de titel van zijn boek “Nederlands Gouden Eeuw”. De terminologie maakt het voor historici mogelijk perioden in de geschiedenis aan te wijzen en te duiden, maar ook vanwege het bijzondere karakter van die periode in de Nederlandse geschiedenis. Het doel van Praks boek is ook om een verklaring te vinden voor het feit dat een klein land met destijds slechts een paar miljoen inwoners erin slaagde zich te ontwikkelen tot een wereldmacht waar zelfs landen als Engeland ren Frankrijk tegenop keken. Je vraagt je inderdaad af hoe het kan, vooral omdat de bestuursstructuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, zoals Nederland toen heette, eigenlijk een grote chaos was. Prak ziet de verklaring in een aantal factoren, waarvan de ligging van het land op een zo’n gunstige plek in Europa er zeker een was, maar vooral in het feit dat de decentrale bestuursstructuur van het land met een grote macht voor de steden en de gewesten de economische ontwikkeling een enorme impuls gaf. Gemeenschappelijke vijanden zorgden daarbij voor de noodzaak in het buitenlands beleid en de defensie toch snel tot besluiten te komen. Het boek maakt in ieder geval duidelijk hoe ver Nederland in die 17e eeuw ontwikkeld was; op het terrein van geletterdheid, wetenschap en zelfs godsdienstvrijheid, maar ook dat die gouden periode gepaard ging met heel veel wantoestanden en misdaden.
‘Nederlands Gouden Eeuw’ is een goedgeschreven boek waarvan je ook nog eens heel veel leert.
Profile Image for Jordy.
166 reviews14 followers
March 10, 2022
Een erg fijn en toegankelijk boek om te lezen.

Prak duikt in de Gouden eeuw en probeert vanuit verschillende factoren uit te leggen hoe de unieke situatie van de Republiek in de zeventiende eeuw kon ontstaan. De unieke 'mengeling' van oud en nieuw - van de middeleeuwen en de wereld van industrie en democratie - kon volgens Prak leiden tot een verbond van verschillende 'stedensamenlevingen'.

Het boek is verdeeld in vier delen, Oorlog/Economie en maatschappij/Politiek en bestuur/Stadse cultuur, van waaruit Prak zijn 'chemische reactie' van de Gouden Eeuw uiteen zet.

Bij elk deel lijkt de Gouden Eeuw, de zeventiende eeuw, vanuit een ander perspectief te worden bekeken en begint de zeventiende eeuw dus ook weer opnieuw met andere jaartallen dan in het deel daarvoor.

Opvallend aan dit boek is de nadruk op de persoonlijke verhalen van mensen die leefden in deze Gouden Eeuw en het boek ook tot leven brengen (familie Slackebaarts, Hugo de Groot etc.). Prak geeft graag levensbeschrijvingen en plaatst deze dan in de context van de tijd om de lezer bij het grote plaatje te blijven betrekken; hierdoor is het boek voor een historische leek ook nog wel te volgen. Ook de vermakelijke feitjes tussendoor helpen om betrokken te blijven; de Haarlemse loterij van 52 dagen met alle rijmpjes, is mij wel bij gebleven.

Het boek mist wel een beetje een conclusie aan het einde, Prak kiest er namelijk voor om na de schilderijen af te sluiten met een neergang van de Gouden Eeuw. Wellicht een gemiste kans om terug te haken op die 'moderniteit' waar het een tijdje om ging in de inleiding.

Niettemin is het boek wel een aanrader voor ieder die een aardig compleet beeld wil krijgen van onze 'Gouden Eeuw'.
15 reviews1 follower
November 22, 2020
Overzichtelijk en makkelijk leesbaar ook voor historische leken
Profile Image for Bertus Kortus.
34 reviews3 followers
May 15, 2022
Nederlands Gouden eeuw was pragmatischer dan idealistisch.
Displaying 1 - 6 of 6 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.