Stefan Zweig kwam uit een welgestelde, niet-religieuze Joodse familie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij als oorlogscorrespondent, wat hem een grote afkeer van die oorlog bezorgde. Hij werd uiteindelijk dan ook ontslagen. Als geëngageerde intellectueel keerde Zweig zich tegen het nationalisme en bracht hij zijn idee van een geestelijk verenigd Europa naar voren. Hij schreef verhalen, drama’s, novellen en historische romans en was in de jaren twintig een van de meest succesvolle en bestverkopende Duitstalige schrijvers.
Zweig is een meester in het genre van de korte verhalen en novellen, waaraan hij dan ook zijn grote roem dankt. Geheel in de geest van zijn tijd spitste zijn belangstelling zich toe op de psyche van de mens, en dan vooral op de meer aberratieve aspecten daarvan.
In deze grote bundeling, schitterend vertaald door Ria van Hengel, zijn maar liefst achttien hoogtepunten opgenomen, waaronder De onzichtbare verzameling, Brandend geheim, Fantastische nacht, Angst, Boekenmendel, Brief van een onbekende en uiteraard zijn wereldberoemde Schaaknovelle.
Stefan Zweig was one of the world's most famous writers during the 1920s and 1930s, especially in the U.S., South America, and Europe. He produced novels, plays, biographies, and journalist pieces. Among his most famous works are Beware of Pity, Letter from an Unknown Woman, and Mary, Queen of Scotland and the Isles. He and his second wife committed suicide in 1942. Zweig studied in Austria, France, and Germany before settling in Salzburg in 1913. In 1934, driven into exile by the Nazis, he emigrated to England and then, in 1940, to Brazil by way of New York. Finding only growing loneliness and disillusionment in their new surroundings, he and his second wife committed suicide. Zweig's interest in psychology and the teachings of Sigmund Freud led to his most characteristic work, the subtle portrayal of character. Zweig's essays include studies of Honoré de Balzac, Charles Dickens, and Fyodor Dostoevsky (Drei Meister, 1920; Three Masters) and of Friedrich Hölderlin, Heinrich von Kleist, and Friedrich Nietzsche (Der Kampf mit dem Dämon, 1925; Master Builders). He achieved popularity with Sternstunden der Menschheit (1928; The Tide of Fortune), five historical portraits in miniature. He wrote full-scale, intuitive rather than objective, biographies of the French statesman Joseph Fouché (1929), Mary Stuart (1935), and others. His stories include those in Verwirrung der Gefühle (1925; Conflicts). He also wrote a psychological novel, Ungeduld des Herzens (1938; Beware of Pity), and translated works of Charles Baudelaire, Paul Verlaine, and Emile Verhaeren. Most recently, his works provided the inspiration for 2014 film The Grand Budapest Hotel.
Stefan Zweig was een meesterverteller. Alle verhalen en novellen in dit boek zijn prachtig, levensecht. Je ziet het allemaal zo voor je ogen gebeuren. Schaaknovelle had ik al eerder gelezen en heb ik nu herlezen. Nog beter dan Schaaknovelle vond ik "De onzichtbare verzameling", "Brief van een onbekende", "Brandend geheim", "Boekenmendel", "De dwang", "Vierentwintig uur uit het leven van een vrouw" en "Onverwachte kennismaking met een ambacht". Het gaat meestal over de hogere klasse, mensen die nooit moeten werken (de wereld van Zweig zelf dus), maar de uiterlijke levensomstandigheden hebben minder belang; het gaat uiteindelijk altijd over de psyche van de mens. Zweig had een enorme mensenkennis en kon het dan ook nog op een fijne manier vertellen, vaak met meerdere onverwachte wendingen. Prachtig.
Vier sterren voor de meeste van de verhalen in de bundel, maar minstens vijf voor Schaaknovelle en vooral ook voor het idee (en de uitgeversdurf) om dat onbetwiste meesterwerk met al die andere verhalen in zo’n dikke turf te bundelen. Ten eerste omdat je daarmee met zo’n grote verzameling interessante verhalen kunt kennismaken. Ten tweede omdat sommige van die verhalen zeer de moeite waard zijn, en allemaal op zijn minst onderhoudend. Ten derde omdat Schaaknovelle hierdoor iets minder in isolatie komt te staan: ingebed in de rest van deze bundel zie je dat het één verhaal is in een lange reeks vertellingen die bijna allemaal op een bepaalde manier gaan over obsessie en bezetenheid. Het werk komt niet uit het niets vallen, het komt ergens uit voort.
Daarbij komt de triomf van vertelkunst in Schaaknovelle op deze manier volgens mij nog sterker naar voren dan in een afzonderlijke uitgave het geval zou zijn. De andere verhalen getuigen net zo goed van Zweigs vertelkunst, maar hebben soms ook zwakkere kanten. Neem het voorlaatste verhaal in de bundel, ‘Angst’, dat direct aan Schaaknovelle voorafgaat: over een vrouw die vreemdgaat, vervolgens wordt afgeperst en steeds dieper verstrikt raakt in haar wanhopige zoeken naar een uitweg. Een heel sterk en meeslepend verhaal, maar ook voorzien van een uiteindelijk wat al te kunstmatige ontknoping, die bovendien van een vrij truttige burgermansmoraal getuigt: vrouwtje overstuur, mannetje schiet haar te hulp. (Al zal diezelfde moraal in zijn vrije en toegeeflijke huwelijksopvatting voor zijn tijd nog best liberaal zijn geweest, en is ze in ieder geval verre van victoriaans.)
Maar toen ik na lezing van de rest van de verhalen na lange tijd ook Schaaknovelle eindelijk weer eens kon herlezen, trof me dat als een klein meesterwerkje waarin werkelijk geen woord verkeerd staat. Perfect van spanningsopbouw ook; waarin het me doet denken aan heel andere, maar om dezelfde reden klassiek geworden vertellingen zoals Conrads Heart of Darkness of Thomas Hardy’s The Withered Arm.
Dat het zo’n gedenkwaardige novelle is, heeft er m.i. ook mee te maken dat de politieke realiteit van de nazistaat, die veelal afwezig is in de andere verhalen (merendeels ook stammend van vóór 1933), in dit verhaal juist wel een grote rol speelt; terwijl anderzijds het centrale gegeven (het tegen zichzelf strijdende ik-zwart tegen ik-wit) een krachtige en aansprekende metafoor oplevert die niet alleen terugslaat op die politiek realiteit, maar ook een soort algemene geldigheid heeft die het verhaal een veel bredere, om niet te zeggen universele draagkracht geeft.
Hoe dat ook zij, ik was in ieder geval weer diep onder de indruk. Ook van de vertaling, die voortreffelijk is.
(Dat wil zeggen: de vertaling is bijzonder aangenaam om te lezen; en ik weet uit ervaring, omdat ik ooit eens enkele citaten moest opzoeken in een door deze vertaler vertaalde tekst, dat haar vertalingen bijzonder nauwkeurig zijn.)
Betreft de in 2019 bij Van Oorschot verschenen bundel Fantastische nacht en andere verhalen (654 p.) (en dus niet een van de andere uitgaven met Fantastische nacht als (onderdeel van de) titel.
Op de valreep van leesjaar 2020 gelezen en wat ben ik daar blij mee: het hier gebundelde werk van Zweig vormt een absoluut literair hoogtepunt. Een meesterlijk schrijver zoals je ze zelden tegenkomt. Verplichte kost.
De gouvernante: **** De onzichtbare verzameling: ***** De gelijk-ongelijke zusters: **** Dwang: **** 1/2 Brief van een onbekende: **** De Mondscheingasse: **** Boekenmendel: ***** Leporella: *** 1/2 Brandend geheim: **** Vergeten dromen: *** Verhaal in de schemering: *** 1/2 Het landschap en de vrouw: *** Fantastische nacht: ***** Ondergang van een hart: **** Vierentwintig uur uit het leven van een vrouw **** Onverwachte kennismaking met een ambacht **** Angst ***** Schaaknovelle *****
Stefan Zweig herinnerde ik me tot voor een jaar of wat geleden vooral van zijn portretfoto in het lesboek Duits dat we op de middelbare school gebruikten (dat is inmiddels 45 jaar geleden). De sombere, chagrijnig kijkende tronie van deze schrijver vond ik geen aanbeveling en ik las dus niets van zijn werk. Maar toen ik eenmaal aan zijn beroemdste werk, de Schaaknovelle, begon, was ik aangenaam verrast: een helder, boeiend en in prachtige volzinnen verteld verhaal. Ik begreep dat Zweig begin 1900 een belangrijke culturele figuur was, en in vriendschappelijk contact stond met de door mij bewonderde Joseph Roth (van de weergaloze roman De Radetzkymars). Dat maakte hem extra interessant en een paar maanden waagde ik me daarom aan zijn belangrijkste roman Ongeduld. Ondanks de wat ouderwetse stijl met lange en overvloedige beschrijvingen van de gevoelens van de personages wist Zweig mij toch mee te slepen in de geschiedenis van de hopeloze liefde van een kreupel meisje voor de hoofdpersoon. Een geweldig boek!
De beste verhalen in de bundel Fantastische Nacht van Stefan Zweig benaderen de kwaliteit van de genoemde roman. In de mindere verhalen, die vooral uit Zweigs vroegere periode dateren, overheersen de soms vermoeiende, overdadige gevoelsbeschrijvingen, al zijn de volzinnen bewonderenswaardig (zo schrijven ze ze tegenwoordig niet meer!). In de beste verhalen, zoals de Schaaknovelle die ook in deze bundel is opgenomen, is het de concrete actie die de vertelling voortstuwt. Geheel volgens de mode van de tijd (Freud had nog maar pas het irrationele onbewuste van de mens ontdekt) weidt Zweig vooral uit over de psychologie van de personages, hun hevige angsten, oncontroleerbare driften en irrationele, instinctieve handelingen. Ze zijn voortdurend nerveus, onrustig, gespannen en worden geplaagd door visioenen, angstdromen, koortsachtige rillingen en dergelijke en doen als het ware dwangmatig dingen zonder zelf te begrijpen waarom. Anders dan in zijn stijl is Zweig soms modern in zijn ideeën, zoals in het verhaal De dwang waarin de hoofdpersoon aan de dienstplicht en daarmee verbonden oorlogshandelingen te ontkomen. Hij voelt zich geen nationalist maar Europeaan en vindt het doden van zoveel mensen volkomen zinloos. Toch dreigt de hoofdpersoon te bezwijken door zijn sociale angst voor de maatschappelijke druk: „Soms probeerde iets verlorens in hem nog voorzichtig na te denken en vanuit een diepte als in een droom te mompelen: ‘Keer om! Je bent nog vrij! Je hoeft immers niet.’ Maar de machine in zijn bloed, die niet sprak maar toch krachtig zijn zenuwen en zijn ledematen bewoog, duwde hem onverzettelijk vooruit met zijn onzichtbare ‘je moet’.” Een van de interessantere verhalen is dat van het tragische lot van Boekenmendel, de oude jood die dag in dag uit in het Weense Café Gluck zat te lezen en een encyclopedische kennis over boeken bezat: „Alleen door de twee ronde gaten van zijn bril, door die twee fonkelende, zuigende lenzen werden de miljarden zwarte wimperdiertjes van letters in zijn hersenen gefilterd, alles wat er verder gebeurde stroomde als hol lawaai langs hem heen.” Hetzelfde geldt voor het verhaal van de lelijke Leporella die verliefd wordt op haar werkgever, een gebeurtenis die alleen maar slecht kan aflopen. Zweig toont zich hier een meester van de persoonsbeschrijving: „...ze had iets onmiskenbaar paardachtigs met haar zware onderlip, het lange, harde ovaal van haar gebruinde gezicht, haar doffe, wimperloze blik en vooral haar viltige, dikke, vettig op haar voorhoofd plakkende piekhaar. Ook haar manier van lopen vertoonde de weerspannigheid, het koppige ezelachtige van zo’n alpenknol die daar ’s zomers en ’s winters in steeds hetzelfde sukkeldrafje steeds dezelfde houten draagmanden over stenige muilezelpaden knorrig bergop en bergaf zeult.” In Brandend Geheim lezen we de volgende speelse natuurbeschrijving: „Aan de hemel fladderden de witte, onrustige wolken die je alleen in mei en juni ziet, die witte, zelf nog jonge, dartele kameraadjes die spelend over de blauwe baan rennen, om zich plotseling te verstoppen achter hoge bergen, die elkaar omhelzen en ontvluchten, zich nu eens als een zakdoek in elkaar frommelen en dan weer in stroken uiteenrafelen en ten slotte voor de grap de bergen witte mutsen opzetten.” Ook prachtig: „Hoog in de lucht moesten winden waaien met reusachtige vleugels, want de hemel, daarstraks nog schoon en maanhelder, werd nu donker. Zwarte doeken, door onzichtbare handen geworpen, wikkelden zich soms om de maan, en dan werd de nacht zo ondoordringbaar dat je de weg nauwelijks meer kon zien, om kort daarna weer helder te glanzen als de maan zich bevrijdde. Zilver stroomde koel over het landschap. Geheimzinnig was dit spel tussen licht en schaduw en opwindend als het spel van een vrouw met naaktheid en verhullingen.”
In de bundel Fantastische Nacht valt veel te genieten voor wie oog heeft voor prachtige beschrijvingen en soepele volzinnen, ook in de soms wat wijdlopige en van emoties overlopende verhalen. Het is wat mij betreft een goede aanloop tot Zweigs meesterlijke roman Ongeduld.
De beroemde schaaknovelle, en dan nog eens heel veel meer novellen van hem. Heb de verhalen achter elkaar kunnen uitlezen. Dat zegt voor mij dat ze blijven verrassen. Met als samenvatting wellicht dit citaat uit Fantastische nacht: "Maar nooit heb ik het leven vuriger liefgehad, en ik weet nu dat het altijd een misdaad is (de enige misdaad die er is!) om onverschillig te staan tegenover welke vorm en gedaante van het leven ook
Zweig geeft het leven in al haar hartstocht en grilligheid graag weer. Zijn ingesteldheid is daarbij: "Het doet mij persoonlijk meer plezier om mensen te begrijpen dan over hen te oordelen", citaat uit 24 uur uit het leven van een vrouw.
Mijn kennismaking met Zweig was teleurstellend. Ik kreeg dit boek niet uit. Mijns inziens mist hij de kracht nodig om een pakkend kortverhaal te schrijven, het momentum, de scherpte. Daardoor vind ik hem hier larpourlartistisch te langdradig, met een goede maar niet zeer goede schrijfstijl, onnodig hoogdravend, lang en -anders dan ik in vele stukken over hem gelezen heb- onvoldoende psychologisch uitgediept.
Not something to read in one sitting, several short stories deserve attention. Several stories I really enjoyed and I liked the glimp into bourgeois life early twentieth century.
De gouvernante **** De onzichtbare verzameling ***** De gelijk-ongelijke zusters ** Dwang ***** Brief van een onbekende *** De Mondscheingasse **** Boekenmendel ***** Leporella ** Brandend geheim **** Vergeten dromen ** Verhaal in de schemering ** Het landschap en de vrouw ** Fantastische nacht *** Ondergang van een hart **** Vierentwintig uur uit het leven van een vrouw *** Onverwachte kennismaking met een ambacht **** Angst **** Schaaknovelle *****
Super goede vertaling! Ongeveer de helft van de verhalen gelezen, tot asn Verhaal van de schemering. Bijzondere en sprookjesachtige vertertrant. De gelijk-ongelijke zusters bijvoorbeeld. De meeste indruk maakte Brief van een onbekende. Dit boek krijgt een speciaal plekje, net als Bulgakov en Montaigne.
A collection of novellas of Stefan Zweig, translated in Dutch. The translation is done exceptionally well in a style that hopefully mimics the style of Zweig's wonderful prose. Several memorable stories with in several a storyteller or letter figures to tell the history.