mens zíjn in plaats van man dóén
Dit boek is een aanrader over een complex, urgent en hartstikke relevant onderwerp. Wat heb ik lang gezocht naar een boek als dit. Het is Van Tricht gelukt om helder en goed gedocumenteerd uit te leggen waar ik in veel gesprekken met vrienden en bekenden vaak jammerlijk in faal, namelijk dat vrouwenemancipatie minstens evenveel gaat over vrouwen als over mannen, en niet alleen over witte heteromannen van middelbare leeftijd als oorzaak van alle ellende in de wereld maar juist ook over mannen die zelf ook behoefte hebben aan emancipatie. Dus niet een ‘nu-zijn-wij-aan-de-beurt-om-de-baas-te-spelen (en we zullen jullie krijgen) - vrouwenemancipatie’, maar een algehele herschikking van vrouw-man-verhoudingen voor beide genders. Van Tricht beschrijft zijn eigen ontdekkingstocht in dit terrein tijdens zijn studie vrouwenstudies en daarna. Op sommige momenten voel ik ontroering bij de herkenning van zijn verhaal (de onbegrijpelijke relatie tussen zijn afwezige vader en dominante moeder, hoezo kon hij niet vrienden zijn met vrouwen én heteroseksueel zijn). De relatief geringe omvang van ongeveer 150 pagina’s is misleidend: Van Tricht schrijft compact waardoor de informatiedichtheid van dit boek hoog is. De meeste informatie zit in de eerste helft (in de tweede herhaalt Van Tricht veel), dus het zou nog dunner kunnen zijn. Als extra geeft dit boek met de noten en leestips allerlei aanleidingen om verder te lezen en te studeren.
Aantekeningen voor mezelf gemaakt. Eén grote spoiler.
Deel van het probleem en van de oplossing
Van Tricht legt aan het begin wat begrippen uit. Geen overbodige luxe vind ik, het debat over vrouwen en mannen is al complex genoeg. Zo is sekse biologisch, gender cultureel. Hij wijst op een “eeuwig terugkerende discussie”: “Zijn mannen en vrouwen ‘gewoon’ gelijk of ‘nu eenmaal’ verschillend?” Daarvan afgeleid wordt gelijk meestal gedefinieerd als ofwel identiek ofwel gelijkwaardig. Feminisme is theorie en praktijk, het analysekader, de ideologie, het perspectief; emancipatie is “de praktijk van bevrijding en het werken aan gelijkheid en rechtvaardigheid.” Patriarchaat betekent mannen en mannelijkheid als menselijke norm te zien (antropocentrisch mensbeeld) en al het andere daaraan af te meten en hiërarchisch te ordenen. Het uitgangspunt van Van Tricht is dat het feminisme erop is gericht om “ons van het patriarchaat te bevrijden zodat we ons allemaal als mens - in plaats van als man of vrouw - kunnen ontwikkelen.” Volgens Van Tricht moeten mannen en mannelijkheid bij alle feministische vraagstukken worden betrokken als deel van het probleem en als deel van de oplossing.
’Normaal’
In 1995 publiceerde het Tijdschrift voor Vrouwenstudies een themanummer over mannelijkheid. Daarin werd mannelijkheid vergeleken met een ‘alles verblindende zon’: “zelf nauwelijks te zien en te grijpen maar wel datgene wat allerlei andere categorieën als problematisch en afwijkend definieert.” Volgens Van Tricht geldt dit voor elke dominante groep (kleur, gender, seksualiteit): “De dominante groep vormt de norm, definieert al het andere als afwijkend, en lijkt zelf dus geen sekse, geen kleur en geen seksuele voorkeur te hebben.” “Als je eenmaal doorhebt hoe gender (en andere discriminerende categorieën, red.) werkt, kun je het niet meer níét zien.” Na de tweede feministische golf raakte Nederland in de ban van neoliberalisme en individualisering. Dit heeft ook effect gehad op emancipatie. Volgens Van Tricht denken veel jonge vrouwen tegenwoordig dat ze zélf verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven, dus ook voor hun emancipatie. “En dus leven we nu in een wereld waarin vrouwen weerbaar worden gemaakt tegen mannelijk geweld (in plaats van daar iets aan te doen), waarin vrouwen leren ‘nee’ zeggen tegen mannelijke seksuele grensoverschrijding (in plaats van daar iets aan te doen), waarin vrouwen worden gestimuleerd om glazen plafonds te doorbreken (idem) en homo’s mogen bestaan als ze maar ‘normaal’ doen (dito).”
Vrouwen en diversiteit
Volgens Van Tricht heeft de vrouwenbeweging moeten leren dat seksisme gerelateerd is aan andere maatschappelijke ordeningsprincipes. Binnen de beweging ontstonden interne discussies over klasse, seksualiteit en kleur. Ervaart de vrouw van de directeur dezelfde problemen als een arbeidersvrouw, een lesbische vrouw als een heteroseksuele vrouw, een witte vrouw als een vrouw van kleur? Het feminisme bleek een verzameling “van elkaar aanvullende, bekritiserende en bestrijdende facties en fracties, zoals elke beweging van betekenis.” “Het nieuwe feminisme van de eenentwintigste eeuw is ‘intersectioneel’. Het verbindt en overstijgt de traditionele scheidslijnen van sekse, etniciteit, seksualiteit en klasse.
Intersectionaliteit
“Het gaat bij intersectionaliteit over de ‘interactie tussen factoren’.” Ik zoek zelf wat meer duiding bij dit begrip want het idee van een optellijstje en dat degene met de meeste discriminatiegronden ‘wint’, geeft mij niet het gevoel van een zinvol denkkader. Het begrip blijkt ook genuanceerder in elkaar te zitten, zoals blijkt uit deze voorbeelden: een zwarte vrouw wordt anders gediscrimineerd dan een witte vrouw en weer anders dan een zwarte man, terwijl de drie ofwel geslacht/gender delen ofwel huidkleur. Het is juist de combinatie van die twee die inzicht kan geven in de aard van de discriminatie. Zo’n ‘combinatie’ is een intersectie. Als je alle denkbare of gangbare discriminatiegronden met elkaar ‘kruist’, dan krijg je een amalgaam of diversiteit aan vormen waarin mensen worden gediscrimineerd. Het bereiken van dat inzicht is wat intersectionaliteit beoogt. Dit klinkt als een zinvol denkkader maar ik zie nog wel als probleem bij dit denken het ontbreken van inzicht of consensus over de toe te passen discriminatiegronden. Over gender, huidkleur en seksuele oriëntatie is wel consensus lijkt mij, maar over sociaal-culturele achtergrond (welke onderscheiden we? Mag ik mijn eigen achtergrond definiëren?), leeftijdgroep (welke categorieën onderscheiden we?), religie (welke tellen mee, welke niet? Sektes?), andere? Zelfs over seksualiteit is bij nader inzien geen consensus, zie de + aan het eind van het ‘lhbtq+’-acroniem.
Een tweede vraag die bij mij opkomt is waarom feminisme dit begrip claimt, terwijl het volgens mij alle genders betreft. Zou intersectionaliteit niet eerder een algemeen discriminatie-begrip zijn, waar vanzelfsprekend vrouwen met allerlei intersecties een onderdeel van uitmaken?
Wat ik tegenkom is dat grondlegger van de intersectionaliteitstheorie Kimberlé Canshaw lijkt te zijn. Zijn onderscheidt in een artikel uit 1991 drie vormen:
- Structurele: discriminatie die voortvloeit uit structurele ongelijkheden;
- Politieke: hoe wordt de wisselwerking tussen discriminatiegronden politiek en institutioneel aangepakt of gecreëerd?
- Representatieve: welke intersectionele identiteiten krijgen representatieve autoriteit voor een sociale groep. Dit kan bepalend zijn voor in- of exclusie van minderheidsgroepen.
Kortom, waar de eerste twee feministische golven nodig waren voor het zichtbaar maken en aanvechten van het patriarchaat, lijkt de derde golf (die van jonge mensen in de huidige tijd) meer gericht op het blootleggen en bevechten van alle discriminerende mechanismen in samenlevingen.
Mannen en diversiteit
Mannen zijn net zo divers als vrouwen. Zo stelt de zwarte feministe Bell Hooks dat de positie van zwarte mannen in Amerika in veel opzichten problematischer is dan die van zwarte vrouwen: geweld door politie en andere mannen, gevangenis, discriminatie op de arbeidsmarkt. “Als we verschillen tussen mannen serieus nemen en gaan onderzoeken, blijkt al snel dat er geen man is die altijd en helemaal aan de dominante norm voor mannelijkheid voldoet. Verschillen tussen mannen maken duidelijk dat die norm voor de meeste mannen onhaalbaar is, en dus een probleem vormt.”
Is feminisme mannenhaat?
Er is een hard-activistische stroming die aanschurkt tegen het idee dat mannen verantwoordelijk zijn voor de grote wereldproblemen en dat dus vrouwen die moeten oplossen. Van Tricht ziet dat anders: “Het feministische streven naar gelijkheid en rechtvaardigheid betekent niet dat vrouwen alle problemen in de wereld kunnen of moeten oplossen. Zonder mannen als noodzakelijk deel van de oplossing lukt dat niet. (…) Hoewel begrijpelijk is het dus onjuist te denken dat feminisme en emancipatie uitsluitend over vrouwen gaan.” Volgens Van Tricht is emancipatie geen mannenhaat, maar is er wel sprake van stromingen met extreme standpunten: “Door extreme uitingen als norm te zien worden ze een excuus voor nietsdoen en verwaait een legitieme en belangrijke boodschap.” “Cynisch zou je kunnen concluderen dat er de afgelopen decennia vooral is bereikt dat de mannen bevestigd werden in hun positie: wat zij hebben en kunnen is het hoogst haalbare. Dat willen vrouwen ook.” De keerzijde van extreme standpunten binnen het feminisme is dat sommige mannen zo gewend zijn aan hun privileges dat gelijke behandeling voor hen als onderdrukking voelt.
Wat is een góéde man?
“De traditionele rollen en posities waar mannen zich op mogen en moeten richten, brengen weliswaar privileges en voordelen mee, maar mannen betalen er ook een flinke prijs voor in de vorm van competitie, stress, ratrace, geweld: al die kleine klachten en grote maatschappelijke problemen die iedereen aangaan, juist ook mannen.” Mannen worden vaak gezien als “een categorie kostwinners, consumenten, beslissers, beschermers en ook als daders.” Vanuit het perspectief vaderschap ook nog wel als “opvoeders en eventueel als hoofd van het gezin en autoriteit.” Wat is dan eigenlijk een góéde man, vraagt Van Tricht zich af? Toen hij het feminisme had omarmd en zich inzette voor vrouwen en vrouwelijkheid werd hij aangesproken op zijn geprivilegieerde positie van waar uit hij zich voor vrouwen kon inzetten, en dat hij zich boven hen plaatste juist door zich voor hen in te zetten. Van Tricht vond zijn weg uit dit dilemma “door de ‘vrouwelijke’ kanten in mezelf te omarmen en te bevrijden, te ontplooien en te gebruiken”. “Het gaat er niet om de verschillen te verabsoluteren en te romantiseren, het gaat erom de dynamiek tussen het mannelijke en het vrouwelijke in ieder van ons te omarmen. En ja, dan is het serieus de vraag waarom we het eigenlijk nog ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ zouden noemen…”. Van Tricht stelt dat een paradigmaverandering nodig is die niet alleen kan plaatsvinden in organisaties en systemen, maar ook beslag moet krijgen “in ons als mensen”. Voor mannen betekent dat het loslaten van de huidige normatieve mannelijkheid: “Ze moeten mens zíjn in plaats van man dóén.” Als we van mannen blijven verwachten dat het altijd winnaars zijn, maken we hun het leven onmogelijk. Zo’n nauw manbeeld voedt giftige mannelijkheid die tot maatschappelijke problemen leidt en tot persoonlijke problemen in de levens van mannen. “Mannen zijn zoals ze zijn omdat ze zichzelf niet mogen zijn. En mannen zijn ook wat ze zijn omdat ze worden gedwongen zich in allerlei bochten te wringen om toch vooral een Echte Man te zijn. Dus wat te doen? Mijn antwoord is: mannenemancipatie. We moeten mannen bevrijden uit het keurslijf van stereotype mannelijkheid. We moeten opvattingen over mannen en mannelijkheid zodanig verruimen en transformeren dat mannen zichzelf in hun volledige menselijkheid kunnen ontwikkelen.”
The Man-box
De Man-box is de verzameling van alle attributen die een samenleving toeschrijft aan ‘echte’ mannen: competitief, sterk, daadkrachtig, succesvol etc. Mannen die daarvan afwijken worden al snel slappeling genoemd, of watje, mietje, homo… Dat komt omdat in onze samenleving vrouwelijke eigenschappen inferieur worden gezien aan mannelijke. “De Man-box is een stevige gevangenis.” “Mannelijkheid is iets wat je voortdurend moet bewijzen”, jegens andere mannen. Tegenwoordig hebben veel vrouwen zich een deel van de eigenschappen uit de Man-box eigen gemaakt. Andersom niet. Dat is logisch want vrouwen willen dezelfde privileges als mannen, maar mannen willen zich niet in de ogen van andere mannen degraderen. Dit kan wat mij betreft ook verklaren waarom vrouwen massaal in mannenkleren lopen maar vrouwenkleding maar niet wil doordringen tot mannen. Een deel van de mannen voelt zich in de hoek gedreven door de opklimmende vrouwen en verzet zich hevig met overdreven ‘mannelijk’ gedrag: agressie en geweld, hooliganism, stemmen op ‘een sterke man’ in de politiek, etc. Van Tricht wijst op het Thomas-theorema: wat als werkelijk wordt ervaren, is werkelijk in zijn consequenties. Met andere woorden: zolang de samenleving gelooft in de Man-box, zullen mannen en vrouwen er naar blijven leven.
Waar kunnen mannen winst behalen?
Van Tricht benoemt 6 vormen van relaties waarin mannen winst kunnen behalen:
1. Relatie met jezelf. Mannen kunnen meer zichzelf worden door zich te bevrijden van stereotype beelden van mannelijkheid. Winst: persoonlijke groei, persoonlijke ontwikkeling, vrijheid.
2. Relatie met andere mannen. Minder ruimte voor geweld, meer voor zachtheid en verbinding.
3. Relatie met vrouwen. Vrouwen niet meer zien als potentiële partner of voor seks, als bedreiging of als hulpbehoever. Je gaat de diversiteit onder vrouwen ontdekken. En aantrekkingskracht en erotiek blijven gewoon bestaan.
4. Relatie met geliefden. Vrijheid in je liefdesrelatie. Minder angst voor afwijzing, minder stress.
5. Relatie met kinderen. Actief en aanwezig vaderschap draagt bij aan het levensgeluk van zowel vaders als kinderen.
6. Relatie met de wereld. De wereld niet meer een vijandige plek of een apenrots waarop gestreden moet worden.
Citaten
“Er is geen crisis van mánnelijkheid, het teaditionele spróókje van mannelijkheid verkeert in crisis.”
“Betrokken vaderschap en een gelijke taakverdeling worden door steeds meer mannen en vrouwen gewenst, maar zijn het best haalbaar voor degenen die het zich financieel kunnen veroorloven - om in deeltijd te werken bijvoorbeeld.”
De meeste daders zijn mannen, maar de meeste mannen zijn geen daders.
Mannen lijden zelf ook veel onder vrouw-man-problemen. “Maar dát probleem mag eigenlijk geen probleem heten; mannen hébben immers geen problemen. Als er eens iets is, lossen ze het zelf wel op.”
Joke Smit in haar baanbrekende essay uit 1967 Het onbehagen bij de vrouw dat de tweede feministische golf startte, stelt over Le deuxième sexe van Simone de Beauvoir de het “de werkelijkheid vervalst: als er al een tweede sexe is dan horen de meeste mannen er ook toe; topdogs zijn nu eenmaal dun bezaaid. Men kan zelfs stellen dat de meeste vrouwen een gemakkelijker leven hebben dan de meeste mannen”.
“Mannen dragen met feminisme bij aan een betere wereld, en feminisme draagt bij aan een beter leven voor mannen.”
Van Tricht vertelt over een spandoek tijdens een vrouwenemancipatie-demonstratie: “Ik word niet geneukt. Ik neuk!” Een beetje plat misschien, maar ik houd van de attitude.