Het schoolmeisje Liesje van Zuylen, vijftien jaar oud, krijgt van haar leraar Nederlands meneer van Dale een taak voor de paasvakantie: het interviewen van moderne schrijvers. Zij reist in haar minizjuupje van Wassenaar naar Amsterdam, en al in de trein ontmoet ze ene Cees Bakels, 'stoont als de pest', die 'gediggies' schrijft. In de hoofdstad verschijnt ze op het spreekuur van de Best Gekapte Schrijver van Nederland, die haar onderwijst in Seks als de Filosofie van het Zijn in de Praktijk. Op haar avonturentocht in luiletterland ontmoet Liesje verder nog onder meer Het Roofdier, Pim en Mien, en de schrijver in Huize Walgra.
Satire op het tijdsbeeld van eind jaren ‘60. Fonetisch taalgebruik, experimenteel, ook op het gebied van de weergave van blowen en seksuele escapades. Niet alle experimenten zijn even geslaagd. De pagina’s die aan een woordenboek doen denken hadden niet gehoeven. In het boek worden diverse schrijvers onder een bijnaam opgevoerd, maar hou t motto in de gaten: “sex is far too important a matter to be left merely to writers”. Alleraardigst.
Ik herinner mij nog goed dat mijn moeder (een heel ander tiep dan mevrouw van Zuylen) less than amused was toen zij op mijn bureau het boek Ik Jan Cremer aantrof. Dat was in de zeventiger jaren, ik zat op de middelbare school en de vrijheden die moderne schrijvers namen bij het beschrijven van intieme scenes waren nog ongewoon genoeg om opvoedkundige tongen los te maken. Toen Tjeempie uitkwam in 1968 was de seksuele revolutie nog in volle gang en dat uitte zich ook in de literatuur. Dit vormt de achtergrond voor de tirade van Liesjes moeder, mevrouw van Zuylen, over moderne schrijvers: ‘Smeerlappen! Moderne schrijvers! De viezerikken!’ … ‘Perverten! Homopielen! … Onvolwassen schuttingtaalprodusenten …’. De mevrouwen van Zuylen zouden nog jarenlang hun hart kunnen ophalen, al dan niet met steun van ‘dames van de Zedelijke Pantsering’.
Campert zet dit alles in dit satirische verhaal lekker dik aan, met hilarische resultaten. Hij voert een aantal van zijn vakgenoten op, nauwelijks vermomd: Jan Cremer (het Roofdier), Reve (de broodschrijver, ‘een moeizame ploeteraar in de wijngaard des heren’) en Mulisch (de Best Gekapte Schrijver van Nederland). De zelfverzonnen spelling past helemaal bij deze tijd en maakt het boek nog vermakelijker (tsjik, koepee, spesjaal, initietsjalen), evenals de persiflages op de schrijfstijlen van genoemde moderne schrijvers en de niet alleen geestig bedoelde uithaal naar het literaire establishment (‘uitgevers in nederland [zijn] oude zakkewassers, die de tekenen des tijts pas verstaan als ze al weer bijna uitgewist zijn’). Voeg daar nog bij de verwijzingen naar wiet, lsd (een suikerklontje dat Liesje een prachtige trip laat beleven), de love scene (luf sien) en hare krishna en je zit echt helemaal in de siksties, ha ha! Wat een feest, dit boek!
Revoluutsjonnair voor eind jaren 60. Breed interpreteerbaar, inturrezzante kijk op de seksuele revoluutsie met ruimte voor wat parodieën op de schrijvers van destijds. ‘Ondeugende’ dingen worden amusant en smaakvol omschreven. Als je eenmaal gewend bent aan de fonetische spelling, passend bij Kampurts immuts, leest het makkelijk weg.
Geinig boek, frivool, talig. Tijdgeest van de jaren zestig. Onschuldig, onwetend tienermeisje wordt prijsgegeven aan wereld van hitsige mannen. Geeft ironisch een beeld van kleinburgerlijkheid enerzijds en de lage lusten die ten grondslag liggen aan de hoge kunst anderzijds.
Herlezen, 2x in korte tijd, deze hilarische sleutelroman. Alle schrijvers die er wat toe doen in luttele pagina's meesterlijk gepersifleerd. Zouden er mensen zijn die met het (wel erg jeugdige) seksuele problemen hebben, vraag ik me af..
Een luchtig boekje dat ik meermaals heb gelezen - noem mij een pervert.
De schrijfstijl van Remco Campert heeft mij altijd aangesproken, en dit boek is geen uitzondering daarop. Het leest vluchtig, en is op meerdere manieren te lezen. De eerste keer dat ik het las, las ik het oppervlakkig en met weinig detail voor de soms dubbele betekenis van woorden. Echter, Campert is een woordkunstenaar die zorgvuldig zijn teksten schrijft en teksten op meerdere manieren te interpreteren overlaat.
Ik begrijp volkomen dat sommigen de hoofdpersoon ergerlijk naïef vinden - die neiging heb ik ook gehad. Vals naïef, bovendien, aangezien Liesje zelf heel goed het antwoord op haar vraag - wat is seks? - weet. Toch won ze mijn hart doordat het juist door haar karakter is dat het boek leest als een ontdekkingsreis. Wat was is seks nou eenmaal?
Echt een leuk boekje! Alles is zo blij en lekker luchtig. Hoewel de gekste dingen gebeuren, blijft Liesje hetzelfde meisje dat in kinderlijke verwondering om zich heen blijft kijken en zich afvraagt waar al die grote mensen het toch over hebben.
De taal is ook heel erg leuk: niet alleen Nederlandse woorden worden anders gespeld, zoals verukkuluk of giegulun, ook Engelse woorden moeten eraan geloven: sien, immuts. Dit voegt echt iets toe aan het zorgeloze, kinderlijke van het boek.
Een grappige time piece uit de 60's waarin een naief schoolmeisje erop uitgestuurd wordt met 2 opdrachten, een door haar leraar Nederlands gekozen, 'Spreek moderne schrijvers', een door zichzelf, 'Wat is seks?'. Gaandeweg het verhaal wordt het geheel een beetje flauw, maar het gegeven, naiviteit als een deur naar de tijdsgeest van eind jaren '60, is zeer amusant. De alternatieve spelling draagt hiertoe bij, evenals een aantal hieruit voortkomende taalvondsten.
Wel een beetje gedateerd boekje van Campert, dat in 1968 ongetwijfeld wenkbrauwen zal hebben doen fronsen. Nu doet het allemaal wat geforceerd aan. En ook het gebruik van een eigen spelling is niet meer dan een grappig experiment. Gelukkig heeft zich dat nooit echt doorgezet. Toch wel grappig als je er in slaagt het in de tijd te zien.
Je moet wel even wennen aan het toenmalige "kritiese nederlands", maar dan is het een mooi inzicht in een stukje Nederland 1968. En vergeet vooral het spelen van de taal van Remco Campert (Remko Kampurt in 1968!) niet.