Malterfoske is een meeslepende novelle over zeven generaties Groningse armoedzaaiers op de klei. Er is incest, armoede, ziekte, uitbuiting, uitzichtloosheid, alcoholisme. De bewoners van het buurtschap Malterfoske zitten vastgeklonken aan hun dna, hun geboortegrond en de tijd. Lammert Voos schildert onbarmhartig het harde leven van een geslacht van boerenarbeiders, schippers, klompenmakers, pooiers en dienstmeiden. Voos’ liefde voor het Groningse land lezen we terug in korte, poëtische natuurpassages. Malterfoske is een confronterend sprookje dat voor een (te) flink deel zijn wortels heeft in de historische werkelijkheid.
Vijf sterren voor deze prachtige, aangrijpende novelle van Lammert Voos, over het ellendige, armoedige bestaan op de Groninger klei in vroeger tijden. De tijden van rijke hereboeren en arme landarbeiders.
Rauw en donker, met af en toe een prachtig zinnetje. ‘De lente kondigt zich aan, maar de manke man deelt niet in de vreugde van de dansende hommels en bijen.’
Des te schrijnender met het hele gasschandaal in het achterhoofd. Voos weet dat godvergeten gevoel heel strak in woorden te vangen, zonder aan de huidige ellende te refereren. Malterfoske is een uit de klei getrokken juweeltje.
Een kleinood. Een klein boekje, niet dikker dan een dichtbundel, met een groot verhaal; het toont armoede, ontworteling en ongenadig harde levens op het Friese/Groningse platteland, die maar kort geleden zijn en doorwerken in het heden. Met eeuwenoude wortels. Ik heb het gevoel dat ik iets heb gezien wat ik nog nooit had gezien, in Nederland althans. De laatste regels zijn een balsem op de wond die hier wordt opengetrokken.
Heel fraai uitgevoerd boekje. Laat je niet van de wijs brengen, het ziet eruit als een kinderboek, dat is het absoluut niet. Zeven goed geschreven, rauwe verhalen over evenzovele generaties in Groningen. Hoe zwaar was (is) het leven als je aan de onderkant van de maatschappij bungelt? Armoede, incest, uitbuiting... Het komt allemaal voorbij.
In een woord: rauw. Overleven zonder kennis van de wereld. Knap hoe de schrijver in weinig woorden zoveel kan uitdrukken. Een echte Groninger, daar kunnen de Hollanders nog veel van leren.
Knap hoe een schijnbaar losse verzameling schetsen van put-diepe ellende samen blijkt te hangen. Dat vermindert de ellende echter niet. Tamelijk uniek, dit.
Voos windt er geen doekjes omheen in deze novelle en dat maakt dat het maar met één woord te omschrijven is: rauw. De verhalen schuren en op ongezouten wijze wordt een triestig mooi beeld geschetst van de plattelandscultuur, die zo ontzettend goddeloos kan zijn.