Totaal onverwacht overlijdt de moeder van Peter Verhelst. Hij is getuige van de rouw van zijn vader en probeert daarbij ook zelf een weg te vinden in een proces vol rauw-realistische, mythische, zintuiglijke, essayistische en poëtische verhalen. Haast krampachtig graaft hij naar herinneringen. Tegelijk opent Verhelst op volstrekt originele wijze nieuwe werelden waarin edelherten, vissen, kunstwerken, witte katten en Japanse tuinen huizen.
Voor het vergeten is geen moederboek, en ook geen boek over de dood, maar een hartstochtelijke ode aan ons hakkelende, tastende verzet tegen betekenisloosheid en verdriet. Verhelst probeert met handen en voeten iets vitaals te scheppen. Iets wat we ons blijvend kunnen herinneren. Om eindelijk te kunnen vergeten.
“Oh neen”, dacht ik toen ik hieraan begon, “toch niet weer een afscheidsboek van een auteur, gewijd aan een overleden verwante”. Niet dat dat in de Nederlandstalige literatuur van de afgelopen jaren geen pareltjes heeft opgeleverd. Denk maar aan A.F.Th. Vanderheijden (Tonio), Tom Lanoye (Sprakeloos), Erwin Mortier (Gestameld Liedboek), … Het genre van de elegie haalt in schrijvers vaak het beste naar boven.
Maar dit boek van Peter Verhelst (° 1962) is wel lichtelijk anders. Je kan het nog best omschrijven als een collage van fragmenten waarin rechtstreeks of onrechtstreeks de plotse dood van zijn moeder centraal staat. Ik snap niet goed waarom Verhelst zich zo verzet tegen het etiket ‘postmodernistisch’, want bij uitstek in dit boek haalt hij een ongelofelijk groot aantal klassieke teksten boven (Griekse mythen, en dan vooral dingen uit de Metamorfosen van Ovidius), maakt hij gebruik van diverse stijlgenres (proza, poëzie en theater), en schotelt hij ons een hele rist exquise besprekingen van moderne beeldende kunst voor. Hij vermengt die met absurdistisch aandoende beelden van mensen die geleidelijk aan in edelherten veranderen, haalt uit de mythologie vooral de scenes van ‘verhouting’ van figuren naar voren, en verknoopt naar het einde toe al zijn beelden op een labyrintische manier in elkaar.
Zoals gezegd, het wegvallen van zijn moeder is een terugkerend thema, en na een tijdje heb je door dat al die erg gezocht lijkende en nogal cerebraal aandoende tekstuele en beeldende verwijzingen variaties zijn op, en ook exploraties van thema’s zoals vergeten (het centrale gedicht ‘voor het vergeten’ staat letterlijk in het midden van het boek), afwezigheid (‘absence’), fragmentatie en versplintering. Met andere woorden: het is de man Peter Verhelst die we hier zien worstelen met het verdwijnen van de moeder, en dan vooral met het navrante van het rouwproces dat de dode doet opgaan in het ijle.
Ik ga niks afdingen op de intellectuele en literaire verdienste van dit boek (er staan enkele zinnen en beelden in die absoluut beklijven), maar ik had tijdens het lezen behoorlijk wat moeite om emotioneel aangesproken te worden. Na wat worstelen schoot me te binnen waarom: de persoon van de moeder, van de afwezige die zo centraal stond bij Vanderheijden, Lanoye en Mortier, ontbreekt in dit boek van Verhelst bijna volledig. We komen niet te weten wie ze echt was, wat ze precies betekende voor Verhelst, wat haar persoon was. De focus ligt exclusief op het rouwproces zelve, het proces van wegvallen, fragmenteren, versplinteren, verdwijnen en … vergeten, en de intellectuele verwerking daarvan. Paradoxaal genoeg, lijkt het daardoor wel alsof die moeder als persoon nooit bestaan heeft, alleen de leegte die ze heeft nagelaten. Ik weet niet wat ik hier mee aan moet. Ik ga me dan ook – per grote uitzondering - lafweg onthouden van het geven van een rating aan dit boek. Met respect.
****(*) Soms moet je alle verzet opgeven, moet je de wil tot (onmiddellijk) begrijpen loslaten en moet je je laten verzwelgen door de teksten van Peter Verhelst. Verzwelgen, want je gaat vaak kopje onder, komt op het einde van een hoofdstuk even boven water om naar adem te happen, om je dan opnieuw over te geven aan het volgende hoofdstuk dat op het eerste zicht kant noch wal raakt. Tot, ..., tot je de verklaringen vindt in het boek zelf, maar ten dele ook in de eigen ervaringen.
De moeder van Peter sterft, totaal onverwacht, een "mooie" dood. Voor haar is de dood misschien mooi wegens de afwezigheid van lijden, maar het is niet mooi voor wie ineens achterblijft. Het onvermogen om dit onder woorden te brengen, om de stadia van rouw en verlies te benoemen, vinden we o.a. terug in het kromme "google translate"-taalgebruik, maar de schrijver vindt een eigen weg om alles te benoemen, een taal die klaar en duidelijk is. Zoals hij zelf zegt op het einde van het boek, is er steeds een kloof tussen wat we voelen en wat we kunnen uitdrukken. Woorden zijn te klein, dus drukt hij wat hij ziet en vooral voelt uit aan de hand van kunstwerken - de vergelijkingen met die kunstwerken en zijn gevoelens en dingen die hij ziet: "dat soort huilen"; "dat soort witte bloemen"; ... Prachtig is heel deze passage. (Zelf zoek ik herkenning van mijn gevoelens in de teksten van anderen (of in muziek), Peter V. heeft mij nu geleerd dat dit ook kan door het ondergaan van kunst.) Het lijkt ook alsof de auteur vertrekt vanuit bepaald vragen die hem gesteld worden: "probeer eens om je verdriet te beschrijven", "probeer eens je moeder te beschrijven" - en dan wordt aan de hand van kunstwerken, of aan de hand van de interpretatie van mythologie een soort van antwoord gegeven. Ach, deze bespreking doet dit boek zoveel oneer aan! Ongelooflijk, bij het mooiste wat ik ooit las, is de passage over het afleggen van een dode - een afscheid van alles wat die ooit heeft meegemaakt, een afscheid van zichzelf omdat niets nog hetzelfde is na het verlies??? Mooi ook het verhaal van Orpheus en Euridice, de veerman, de boom die heel wordt, de eik en de linde, ... Er wordt veel aangereikt in dit boek en ik heb verre van alles begrepen. Ik heb mij suf gegoogeld naar kunstwerken om een glimp van de ziel van de auteur te kunnen opvangen. Een meesterwerk over verwerking.
Over herinneringsschimmel, verbeeldingsfungus en verdrietzwammen op wanhoopsbomen. Over het geluid van huid over huid. Kraanvogels. En niet de nacht doorbrengen, maar doorstaan. Ombra mai fu.
Moeilijk te beoordelen...Verhelst schrijft poëtisch en beklijft maar door al zijn sprongen naar mythes, kunstwerken raak ik het spoor vaak bijster. Voortdurend de drang om dingen op te zoeken, meer ‘kennis’ te vergaren. Knap wat hij doet maar niet voor mij. Ik wil meegezogen worden in een verhaal en dat doet dit boek, althans voor mij, te weinig.
Als grote fan van de romans van Peter Verhelst, was ik toch wat ontgoocheld in dit boek. Misschien omdat het te dicht op de huid van de schrijver plakt. Er zitten steengoede passages in, maar al te vaak kabbelt het boek op kennis die de auteur lijkt te etaleren.
Dit boek heeft werkelijk álles. Het stroomt haast over. Proza, poëzie, essay, autobiografische elementen, literaire voetnoten, mythologie, internet, hedendaagse schilderkunst, dans, muziek. Overdonderend en ongrijpbaar. Prachtige, glasheldere maar ook ijle taal die uitpuilt van verdriet en schoonheid. Over herinneren, vergeten, de lichamelijkheid van rouw en liefde. De stukken over Actaeon en het essay over dans zijn me het meest bijgebleven. Inhoudelijk kon ik er vaak niet de vinger op leggen, maar het blijft de vraag in hoeverre dat erg is; in elk geval is het een boek dat niet, eenmaal uitgelezen, weggelegd kan worden - voorlopig ben ik er nog wel even zoet mee.
"Metaforen zijn tegelijk monument (herinneringen) en ruïne (vergeten). Bouwsels van een surrogaatgeheugen. Een gesimuleerde, levensvatbare wereld."
"Alsof de tuin tot boven de ramen onder water komt / te staan en bloed, uit de grond sijpelend, tot koraal gestold, / kleine, rode geweien vormt."
"En dat stilte het geluk is waar sneeuw naar streeft - vlokken beginnen zich overal aan te hechten, zelfs tot in de keel kan de man ze voelen, zelfs tot in zijn oren dringen ze door. Zo stil dat het lijkt alsof hij eerst heel diep inademt en daarna heel traag, zichtzelf helemaal, binnenstebuiten, uitademt. Hoe het sneeuwt, schrijft hij, in die ademloze stilte, hoe het sneeuwt, sneeuwt, sneeuwt, sneeuwt, zoveel zoals er maar vanuit de hemel neer kan vallen. Schrijft hij. Houdt niet op te schrijven. En als een kameleon neemt hij de kleur aan van wat hij schrijft."
"Je loopt door het hoge gras alsof je een zee in loopt. / Bij het weggaan zul je één keer omkijken / en zijn je ogen lichtgevend. [...] Wat heb je gezien toen je daar was? // Het is goed. Het zweeft boven het riet / en het is goed / naar de glinstering te kijken."
"Wie zal de ladder uit de boom / Het dansen van vuur door de lont / Het krachtige merg van de ladder uit de boom hakken? // Wij zullen de boom weer om de ladder heen hakken."
Een goed boek, maar niet voor mij. Bij momenten zeer goed geschreven, en dan weer niet. Ik geef niet graag slechte reviews want dan lijkt het alsof ik weet wat ik doe, en alsof mijn mening ertoe doet.
dit was een unhinged postmodern rouwproces / juiste samenwerking tussen goedwerkende traanbuizen en op elke pagina minimaal één zin waarin ik zou willen wonen
“In de lichtkegel drijft een droomachtig wezen -is het een vis?- dat minutenlang met van die gigantische ogen toekijkt en dan uiterst traag wegzwemt in een halo van rood, zwart, zilver en blauw. (Het rood van het bloed dat zich in een lichaam uitstort. Het zwart van bewustzijnsverlies. Het zilver van het wit van het dode lichaam. Het blauw in de ooghoeken van mijn moeder Het blauw van haar lippen. Het blauw dat door de huid van de vingers schemert - we hebben dat de eerste dag niet opgemerkt. Heeft ze zich aan iets willen vastklampen? Derde dag: blauwe vlek op haar pols. In haar hals.)”
Verhelst stelt het on(be)grijpbare centraal en laat je verdwalen, vinden en terugkeren. Een boek waarvan de gelaagdheid overdonderend is, maar zo schoon!
Peter Verhelst schrijft een bijzonder boek na de dood van zijn moeder. Mijn enthousiasme over de originaliteit en de stijl was dan ook heel groot. De fragmenten zijn verweven met elkaar en zijn een zoektocht naar omgaan met verdriet, zijn herinneringen en vergeten. Verder in het boek werd ik minder geboeid maar ook daar vond ik prachtige poëtische fragmenten om uiteindelijk in schoonheid te eindigen.
Door school-druk snel moeten aflezen. Blijven hangen met het gevoel dat ik het beter zou waarderen als ik het nog een keer zou lezen, dus dat wordt er een voor tijdens de zomer.
Ik kwam de Limerick binnen op een late zaterdagnamiddag. Ik keek naar de toonbank waar de nieuwe romans staan en ik zag het boek blinken. "Voor het vergeten" van Peter Verhelst. Ik nam het vast en rekende af. Ik vroeg nog of ze het erg vond dat ik het laatste van de staander nam want misschien had ze nog ergens een doos waaruit ze mij kon bevoorraden. "Nee, nee, neem maar mee, ik wil vandaag uitverkopen. Het is een echte Verhelst geworden." ...
Het verlies van een ouder, het zien van het immense verdriet bij de overgebleven ouder, het gemis, en hoe literatuur en de klassieke daarbij kunnen helen. En hoe het uiteindelijk nooit overgaat maar veranderd, het gemis wordt zachter, nooit vergeten, altijd herinneren maar doorgaan en hoe liefde daarbij kan helpen.
Voor het Vergeten is een boek dat tot stand kwam in de nasleep van het overlijden van de moeder van Peter Verhelst. In deze rouwroman verwerkt hij haar dood. Dat doet hij in een stroom van metaforen, poëzie en verwijzingen naar mythologie.
Persoonlijk vind ik het moeilijk om de tekst in de diepte te bespreken. Bij momenten passeerden er prachtige passages en werd Verhelst heel persoonlijk. Even plots als deze fragmenten opdoken, konden ze ook weer verdwijnen en werd de tekst overwoekerd door referenties naar kunst en de natuur. Ik ben ervan overtuigd dat deze haast hallucinogene, ijlende literaire trip perfect het gevoel weergeeft dat ervaren wordt bij het plotse verlies van een ouder, maar inhoudelijk ging Voor Het Vergeten mijn petje te boven. Dit boek deed me een beetje dom voelen, maakte de emotie haast ongrijpbaar. Verhelst hanteert een ietwat elitaire stijl waar tijd voor genomen moet worden, die al je aandacht opeist, en waarvoor een doorwrochte culturele kennis nodig is om alles naar waarde te kunnen schatten.
Dit boek is wellicht magistraal voor sommigen, maar niet evident voor de meesten, vermoed ik.
In dit boek “vertelt” Verhelst over wat rest na de de hartaderbreuk waaraan zijn moeder onverwacht overlijdt. Met gorten en stoten komt een “verhaal” tot stand. Het werk is heel fragmentarisch en zit boordevol symboliek en talrijke verwijzingen naar andere literatuur, beeldende kunst, poëzie, schilderijen ... Het lijkt vooral alsof Verhelst de leegte na de dood van zijn moeder maar niet onder woorden kan brengen. Hij poogt betekenis te vinden en te creëren door parallellen te zoeken in bijvoorbeeld de Metamorfosen van Ovidius of werk van Tuymans, Italiaanse meesters, etc. Het boek is behoorlijk hermetisch en nogal ingewikkeld, moeilijk te begrijpen, ... Postmodern en voor interpretatie vatbaar.
'I felt happy and sad, the kind of sadness that seems to accompany joy, because joy would be meaningless without it.'
I hadn't heard of Peter Verhelst before, but given my alias on the internet is both 'Rendierman' and 'Lourendier', i couldn't help but catch the antlers on this book's dust jacket in the 75% off-pile. (the actual cover underneath is a lot better, trust me)
What i expected to find was a bundle of poetry or short stories, but what i got was so much more than that. Not always in a good way. Verhelst writes like he's putting his dreams on paper, they radiate abstraction and a seeming incoherency, while at the same time you can't help but feel that the writer knows what he's doing.
It gets pretty 'floaty'. At times the actual poetry is easier to grasp than the short stories he writes, with endless references to ancient myths, artworks, interpretations of those artworks and contemplations on top of contemplations on top of contemplations. In the end, despite reading all 352 pages of the book in no more than two days, i can't help but dislike parts of this. It's a little too all over the place, seems to drift away a little too often from its subject matter and jumps between seeming-fiction and hard realism over the span of a single page which makes the whole thing hard to grasp a little too often.
All in all, a fun read that had an interesting core to it, but a bit too 'out there' for my taste. 3.5/5 - but 4 stars for good measure.
Een boek om te lezen, te herlezen, te doorbladeren, steeds terug te doorbladeren. Om weken van te genieten. Een boek dat aanzet om steeds verder te zoeken. Over verlies, afscheid nemen, kunst, natuur... leven en dood.
'Gesprekken tussen kunstwerk en toeschouwer zijn per definitie uitwisselingen van misverstanden. De toeschouwer weet natuurlijk dat wat op het doek staat niet samenvalt met de werkelijkheid. Elk schilderij berust op het 'lost in translation' principe: altijd is de werkelijkheid onvertaalbaar.'
"Vertel nog één keer over het verdriet. En vertel over de vier windstreken waar het naartoe wordt gedragen. Om vertrappeld te worden door de mammoet en door de bosolifant, vermalen door de wolharige neushoorn, beslopen door de holenleeuw, in de grond geheid door de steppewisent, uitgelachen door de hyena, verjaagd door de oerstier, de put in gedragen op het donzige gewei van het reuzenhert."
Bij momenten kortverhalen die enigszins een betekenis hebben, bij de meeste andere gedeelten een showcase van hoogdravend intellectueel en kunstzinnig gelul. Als je zelf rouwt en troost zoekt moet je je door de flarden aan overmatig kunstzinnige hersenspinsels heenworstelen. Waarvoor je geen energie hebt.