Waar mensen zijn, zijn kleren; ze omhullen ons dag en nacht. Mensen zijn voortdurend met kleren in de weer, vermaken ze, koesteren ze, geven ze door. Scheepsladingen oude kleren reizen al eeuwen over de oceanen, driekwart van de wereldbevolking draagt tweedehands – net als de meeste Nederlanders in het verleden. Oude kleren gaat over de zorg en de fantasie, het vakmanschap en de technieken die kwamen kijken bij de omgang met kleren. Ileen Montijn vertelt over de burgerij die status en chic wilde uitstralen, en de massa armen die afhankelijk was van liefdadigheid. In tijden van schaarste moest iedereen improviseren. In de jaren zestig ontdekten hippies de charmes van tweedehands; tegenwoordig wordt voor antieke haute couture goud geld betaald. Oude kleren gaat over jongensbroeken van oude meelzakken, een zijden jurk die honderd jaar is gedragen, een bebloed hemd dat een politieke relikwie werd. Verbazende verhalen over het gewoonste wat er is: oude kleren, vroeger en nu.
Ileen Montijn is geboren in Den Haag en groeide op in verschillende Europese landen - Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk. Later woonde zij ook in de VS en Groot-Brittannië. Haar grote liefde voor taal heeft misschien te maken met die omzwervingen.
Nieuwsgierigheid naar waarom dingen zijn zoals ze zijn bracht haar tot de geschiedenis. Zij verdiept zich graag in onderwerpen die andere historici als te gewoon of intiem beschouwen, zoals hygiëne en huishouden, maar bijvoorbeeld ook standsverschil en bevoogding. Zij begon haar loopbaan in de journalistiek, als redactrice buitenland bij NRC Handelsblad. Later schreef zij onder andere over kunst en literatuur; lange tijd had zij (inmiddels als free-lancer) een tweewekelijkse column op de Achterpagina van diezelfde krant. Zij droeg artikelen bij aan een reeks van tijdschriften, waaronder Hollands Maandblad, de Gids en Kunstschrift, aan tentoonstellingscatalogi, bundels en jaarboeken.
Ileen Montijn vertelt veel, over de geschiedenis van onze kleding, kledingindustrie en recycling in het naar duurzaamheid verlangende huidige tijdperk. Veel is ook interessant, al vervalt ze soms in details waarvan je je afvraagt of dit er iets toe doet, en namennoemerij waarvan je niet echt weet of het belangrijk is. Ook raakte ik af en toe de weg kwijt in het boek, omdat bij het hoofdstuk over bijvoorbeeld recycling weer naar passages in eerder hoofstukken werd verwezen. Bovendien is Montijn volgens mij geen ‘crafts person’. Maar, wel maakt zij de stromen van de textielindustrie duidelijk en dat is interessant en een grote verdienste.