“Berlijn, leven in een gespleten stad” begint bij de boekverbranding van de Nazi’s op de Opernplatz in 1933 en eindigt zo rond 2015. Piet De Moor kent Berlijn als zijn broekzak, heeft er gewoond en heeft heel erg veel gelezen over de stad en de context waarin ze is geëvolueerd in deze periode.
Echt veel grote nieuwe inzichten heb ik in dit boek niet geleerd tenzij dan misschien op welke manier de nieuwe DDR leiding in 1945 letterlijk vanuit Moskou geïmporteerd werd en hoe diep de kloof met de bevolking van in het begin wel was. Ook nieuw voor mij was dat de bouw van de muur in New York, Londen en Parijs wel verbaal weerwerk kreeg, maar dat ze eigenlijk blij waren dat het gedaan was met die onduidelijke toestand in Berlijn waar ze voortdurend moesten mee bezig zijn.
Natuurlijk heb ik ook wel genoten van de vele details en citaten die De Moor kwistig rondstrooit om de sfeer te tekenen. Maar verder krijgen we dus de machtsconcentratie van de Nazi’s in Berlijn, de Jodenvervolging, het bouwen van Speer, en dan de oorlog met de bombardementen, de verovering door de Russen, de verkrachtingen en de opdeling van de stad in de vier sectoren. Gevolgd door de blokkade met de luchtbrug, de bouw van de muur en de verdere gescheiden ontwikkelingen on Oost en West, politiek, cultureel en qua stadsontwikkeling tot de val van de muur in 1989.
Het was ook grappig om nog eens in detail te lezen hoe een kleine dubbelzinnigheid op een persconferentie van de DDR leiding tot een misverstand leidde dat de Oost-Berlijners het idee gaf dat ze wel onmiddellijk de toestemming kregen om de grens over te steken. Wat ze ook onmiddellijk massaal deden. En de grenswachten die de halve verspreking ook hadden gehoord stonden erbij en keken ernaar.
Nadien kon de stad beginnen om de verdeling in de fysieke ruimte en in de geesten te helen. Wie Unter den Linden met de Brandenburger Tor of de Potzdammerplatz voor en na de val van de muur heeft gezien weet dat dat een formidabele opdracht was die nog steeds niet voltooid is. We zien hoe halve “hell holes” als Kreuzberg door hippe anarchisten wordt omgetoverd met in hun zog nog hippere en kapitaalkrachtigere bewoners. De oude luchthaven Tempelhof gaat dicht en creëert initieel een grote onbestemde vlek in het stadsplan. Alles beweegt en verandert.
Dan legt De Moor ook terecht het verband met de aankomst- en vertrekstad die Berlijn altijd is geweest met Joden, Polen, Russen en Turken. Of wat Hugenoten in de zestiende eeuw.
Er is natuurlijk meer over Berlijn verteld en geschreven dan men in een mensenleven de baas kan, dus elk boek erover is een selectie. Ik heb de keuzes van De Moor gesmaakt en hij heeft voor de afgebakende tijdspanne binnen het boek mij een coherent beeld gegeven van de stad en de stukken en brokken die al in mijn hoofd zaten tot een geheel samengesmeed. Ideaal als opfrisser voor een bezoek.
De Moor schrijft helder beeldend en zonder te veel franjes. Sommige stukken verschenen als aparte reportages in tijdschriften, dat merk je wel door een stijlbreuk hier en daar.