“Hij probeerde aan haar lichaam te denken zoals hij veronderstelde dat het was, maar zag haar steeds van haar buik tot aan haar halskuil geopend. Rood en bloederig, vol met kleine tentakels, slurfjes, zuigende mondjes. Maar haar gezicht bleef onbeschadigd, wit en mooi, met donkere smachtende ogen, die zijn blik probeerden op te zuigen, weg van de verschrikking van haar buik. Een vrouw is een vleesetende plant, dacht hij.”