Kikker is Kikker, en niet de kikker.
Prentenboeken zijn net zo gevoelig als de kleuterwereld.
Soms zijn we verbaasd, dat kleuters mopperen als er een kleinigheid niet zo zit als het hoort. De zoon van mijn neef zat in zijn eerste jaar tijdens corona vooral maar met zijn ouders thuis, en de vader heeft vrijwel altijd een pet op. Toen zijn grootvader op bezoek kwam, zette die bij het weggaan zonder nadenken zijn eigen pet op. Ineens begon de kleine vreselijk te huilen, ontrukte hem het eereteken en zette het op het hoofd van zijn vader. Die scène herhaalde merdere keer met dezelfde intensiteit; oppa mocht geen petje dragen, die was voor pappa. Ik lachte daarover hartelijk, vond het een charmant verhaaltje en dacht; we begrijpen het toch niet meer, wat zich in die toverwereld afspeelt.
Toen ik prentenboekvertalingen las, dacht ik dat niet meer.
‘Kleine Ezel’ en ‘Kikker’ zijn in mijn land vertaald als ‘DER kleine Esel’ en ‘Der Frosch’. Omdat ik ze uit Nederland kende, kreeg ik bijna een hartziekte, toen ik dat zag. Ik wil namelijk tijdens het voorlezen uit mijn huid gaan, en proberen de totale emotie en varbazing te pakken. Deze verhalen spelen zich af onder een koepel, waar alles totaal is. Het is één wereld, en in die wereld zit Kikker, Haas, Eendje, Varkentje, Rat. Niet nodig om de kinderen te onderwijsen, dat het maar ‘DE ene kikker van duizend is’, wat het artikel suggereert. ‘Guess how much I love you’ onderging hetzelfde lot; Little Nutbrown Hare werd Der kleine Hase. Ik was net zo boos als de peuter van mijn neef. Ik naam Tippex ter hand en liet alle artikelen verdwijnen.
Later zocht ik naar de originele titel van ‘Rupsje Nooitgenoeg’; in Duitsland weer met artikel ‘Die kleine Raupe Nimmersatt’. Hier zit het artikel ook in het engels (The very hungry caterpillar); en toen ik naar de stem van Eric Carle luisterde en de natuurlijke tekeningen bekeek, was ik toch verbaasd, dat het in dit geval passt. Dit is inderdaad één rupsje van miljoen en was ook zo bedoeld van de auteur: heel klein en onbeteekenend. Ook herinnerde ik me echter, dat ik Nimmersatt (=Nooitgenoeg) als kleuter niet erg spannend vond, omdat haar naam al verklapt, dat ze het één en ander eten vindt. Terwijl je bij ‘The very hungry caterpillar’ nog denkt: wow zo klein en heel erg hongerig... wat gaat ze doen?
Vertaler Laura Watkinson zei eens, dat ze de sfeer van kinderboeken bewaren wil. Ik geloof, dat prentenboeken nog iets meer hebben dan sfeer: iets dat nog ongrijpbaarder is, fantastischer, nog meer irrationeel. Ze hebben natuurwetten, en het zijn nooit twee keer dezelfden. Terwijl je een sfeer nog ongeveer treffen kan zoals een kleur, moet je een natuurwet zo precies treffen als een wachtwoord. Je komt binnen, of je blijft buiten.