'Elke gelijkenis van figuren in dit boek met bestaande personen berust op toeval, behalve in het geval van de ijscoman aan het begin van de Leidse Hout.' De disclaimer aan het begin van Terug naar Oegstgeest geeft met een knipoog aan dat het hier om een roman gaat, ook al heet de ikfiguur Jan Wolkers en deelt hij een groot aantal autobiografische ervaringen met zijn schepper: de steil-christelijke vader met een verpieterende kruidenierszaak; de bewonderde oudere broer die in het laatste oorlogsjaar overlijdt; de inwisseling van het geloof der vaderen voor het communisme; de wording tot kunstenaar. Terug naar Oegstgeest is de elegantste sleutel tot Wolkers' vroege werk. Verval en dood, seks en wreedheid, Onze Vader en des schrijvers vader, broederliefde en eenzaamheid - het zit er allemaal in; verpakt in hoofdstukken die afwisselend in het verleden en in het heden spelen, en geschreven in een plastische taal die de hand van de beeldhouwer (die Wolkers óók is) verraadt. Tegelijkertijd is het door de aandacht voor de Tweede Wereldoorlog en het in de huiskamer uitgevochten (religieuze) generatieconflict een klein compendium van de naoorlogse Nederlandse literatuur. Zelfs het hedendaagse 'autobiografisme', waarom schrijvers als Palmen en Van Dis verketterd zijn, wordt in Terug naar Oegstgeest al aangekondigd.
Jan Hendrik Wolkers was a Dutch author, sculptor and painter.
Wolkers is considered one of the "Great Four" writers of post-World War II Dutch literature, along with Willem Frederik Hermans, Harry Mulisch and Gerard Reve (the latter authors are also known as the "Great Three"). He became noted in the 1960s mainly for his strikingly direct descriptions of sex.
His 1969 novel Turks Fruit was translated into ten different languages and published in English as Turkish Delight. It was also made into a highly successful movie, the Paul Verhoeven-directed Turks Fruit (1972) which was nominated for an Academy Award for Best Foreign Language Film and in 1999 won the award for Best Dutch Film of the Century.
From 1980 until his death, Wolkers resided on the Dutch island of Texel. He died on October 19, 2007, age 81, at his Texel home and was cremated in Amsterdam at De Nieuwe Ooster cemetery.
A number of his outdoor sculptures in the Netherlands have been subject to vandalism, presumably due to his use of glass as a construction material. Some examples are the Auschwitz-monument in Amsterdam and the monument on the dike at Ceres on Texel. In reaction to the destruction of the monument in 2003, Wolkers announced that he would use less glass and more steel for such monuments in future. The Jac. P. Thijsse monument in the water at Elemert on Texel does contain more steel, but glass is still a substantial part of the artwork.
Wolkers refused to accept several literary awards. In 1982 he refused the Constantijn Huygensprijs, and in 1989 he refused the P.C. Hooftprijs.
Hollanda Edebiyatı hakkında bilgim yok, ancak bu kitap iyi bir başlangıç oldu. Oegstgeest küçük bir kasaba, Leiden’in kenarında. Yazarın koyu bir dini baskı içinde çocukluğunu, işgal ve direniş ardından savaş yıllarını (II. Dünya Savaşı) geçirdiği ergenlik ve gençlik yıllarını anlatan tam bir otobiyografik roman. Kurgusu ilginç, belirtilen yıllarda yaşadıklarını bir bölümde hatırlatıp ardından kitaba adını veren erişkinlikte şehre yaptığı ziyaretleri anlatan yeni bir bölüm açması ve kitabın bu geri dönüşlerle örülmesi ilginç geldi bana. Dili çok etkileyici, sade ama hüzünlü, cümleleri kısa ve net. Bazı cümleler acımasız ve sarsıcı, akıcı olduğunu söyleyemem ama sıkıcı değil. Küçük bir kasabada, dar bir çevrede, katı Kalvinist kurallar ve baskıcı bir baba ile büyüyen bir çocuğun, yoksullukla beraber savaş yıllarının kasfetini, kendi varoluşuyla sorgulamasının yanısıra tanrıya isyan etmesinin ve küsmesinin hikayesini, geçmişin izlerini arayarak hatırlayan yazar Jan Wolkers favorilerim arasına girdi. Sadece kitabın başında yer alan “Bu kitaptaki karakterlerle gerçek hayattaki kişiler arasındaki her türlü benzerlik tesadüftür. Leidse Hout’un girişindeki dondurmacı Blanchard dışında” cümlesini anlamadım. Çünkü tam tersi geçerli gibi görülüyor. Neden böyle bir şey yazdı acaba?
Ik denk dat 'Terug naar Oegstgeest' het beste boek is dat Wolkers schreef, Het is een sterk autobiografisch boek. Het bestaat uit zestien hoofdstukken waarvan er acht als titel hebben 'terug naar Oegstgeest'. In deze stukken beschrijft hij hoe hij als bijna veertigjarige het dorp van zijn jeugd regelmatig bezoekt en het spoor terug probeert te volgen. Zijn ouders leefden toen nog. In de andere acht hoofdstukken staan de herinneringen voorop, in chronologische volgorde, van zijn vroege jeugd tot het einde van de oorlog. Hij werd geboren in oktober 1925. De ouders van Jan waren streng gereformeerd, Jan ontwikkelde zich tot een vrijgevochten beeldend kunstenaar, die in Amsterdam woonde en daarna zich meer op schrijven toelegde. Zijn ouders hadden moeite met zijn taalgebruik en zijn afstand tot hun geloof. Toch houden ze contact met elkaar. Je leert Wolkers beter kennen, zijn fascinatie voor dieren, zijn leergierigheid, zijn liefde voor zijn oudere broer die jong overleed. Die fascinatie voor dieren had ook een duistere kant, hij beschrijft dat hij ook dieren mishandelde en zich daarover ook weer schaamde. Later poseerde hij als liefhebber van dieren en natuur, maar uit zijn jeugdherinneringen komt een meer negatief beeld naar voren. Het boek eindigt met het overlijden van zijn oudere broer, die zijn eigen volwassenwording markeert. Hij is dan een jaar of achttien en gaat zijn ouderlijk huis en Oegstgeest verlaten. Voor dit boek komt hij er weer terug. Zelf heb ik veel herinneringen aan kasteel Oud Poelgeest, waar Wolkers vader ook heeft gewerkt. Hij moest sappelen om een groot gezin te onderhouden. Het boek leest vlot, er zit vaart in. Het is nergens langdradig. De scenes met dieren stuiten me hier en daar tegen de borst. De ouders worden mild beschreven.
? Eigenlijk naar aanleiding van een interview dat ik zag met Marieke Lucas Rijneveld, waarbij zij vertelde dat ze zo'n fan was van Jan Wolkers en waarbij zij de nieuwe Jan Wolkers genoemd werd... 🤔 Voor mij was dit boek ook nostalgie, want op de middelbare school had ik geen boek van de grote Drie (Mülisch, Reve, Hermans), maar wel van Wolkers en niet zoals iedereen Turks Fruit, maar dit autobiografische boek dus. Toen wist ik niet eens waar Oegstgeest lag ( zat op een middelbare school in Veenendaal), maar later ben ik er vooral bij een tafeltennisvereniging veel geweest...Maar goed, wat vond ik van het boek??? Tja, ik herkende wel de stijl van Rijneveld: zo in een adem veel zinnen na elkaar en soms een beetje van de hak op de tak maar toch klopte alles... Na 40 jaar herinnerde ik mij toch weer wat details uit het boek (het dierensadisme en ook juist houden van dieren), de verschillende baantjes en een beetje de opbouw: het terugblikken via de hoofdstukken "Terug naar Oegstgeest", maar of ik dat op het mondeling ook paraat had... waarschijnlijk niet ;-) Nou ja, de boeken van de grote 3 (volgens literatuurcriticus Kees Fens), die ik nu wel gelezen heb, vond ik mooier, maar dit boek vond ik toch wel prettiger lezen dan van te voren verwacht. Al moet ik wel zeggen dat het natuurlijk veel over heel vroeger gaat en ik mij afvraag of iemand die geboren is in deze eeuw en weinig met de 60-er, 70-er jaren heeft, hier toch van kan genieten, behalve Marieke Lucas Rijneveld natuurlijk ;-) => Tja, Kort Amerikaans is ook zo sterk autobiografisch over de dood van zijn broer, van Turks Fruit heb ik vorig jaar de film gezien...misschien ga ik nog eens Een roos van vlees lezen, maar waarschijnlijk daarvoor eerst nog De avond is ongemak maar dat zal zeker wel volgend jaar gaan worden.... MW 19/7/22 Dit jaar heb ik toch nog eerder Zomerhitte met veel plezier gelezen ;-) MW19/7/24
Omdat nieuwe, vaak de hemel ingeprezen boeken mij nogal eens tegenvallen heb ik nu maar een klassieker uitgekozen. Omdat ik nog nooit iets van Jan Wolkers had gelezen en geen zin had in "Turks Fruit" koos ik maar een ander mij bekende titel, het in 1965 verschenen boek "Terug naar Oegstgeest". Ik dacht dat het een autobiografie was maar blijkbaar is dat slechts gedeeltelijk zo. De verteller, in ik-vorm, kijkt terug op zijn jeugd in een streng gelovig gezin en dit in 16 hoofdstukken die zich afwisselend in het verleden en inhet heden (jaren 60) afspelen. De stijl vond ik niet erg goed, wat chaotisch. Maar het verhaal in zijn geheel raakte me wel, in het bijzonder de afwisselende afkeer en dan weer liefde en medelijden die de hoofdpersoon voelt voor zijn ouders. Hij kan zich niet losmaken van hen zonder hen te kwetsen, maar het is nodig dit te doen opdat hij een leven kan leiden van zijn eigen keuze. Ontroerend vond ik dit. De passages waarin wreedheden tegen dieren worden begaan heb ik wel snel en diagonaal gelezen.
Çok güzel bir otobiyografik roman Oegstgeest’e Dönüş. Kitabın ilk sayfasında yazarın kısa biyografisini okuyarak başlayınca anlıyorsunuz; sanki bu biyografide merak ettiğiniz tüm detayları anlatıyor kitapta da, boşlukları dolduruyor Jan Wolkers. Oldukça da filtresiz ve samimi bir şekilde yapıyor bunu.
Küçük bir Hollanda kasabasında, oldukça dindar ve yoksul bir ailenin pek çok çocuğundan biri yazar. Babası, kalabalık ailesini geçindirebilmek için küçük bir bakkal dükkanı işletiyor. Büyük Buhran ve ardından İkinci Dünya Savaşı yılları nedeniyle bir yandan dünya değişiyor ve bunlar ne kadar küçük de olsa kasabalarına da yansıyor, diğer yandan ekonomik açıdan zor bir süreçten geçiliyor. Bu sancılı ve hızla değişen süreçte çok güzel, çok içten bir büyüme hikayesi okuyoruz. Çok çocuklu bir ailede yaşam, dünya görüşünün ve inançlarının oturması, cinsel olgunlaşma, yetenek ve yatkınlıkların keşfi ve bunlar için verilen mücadele gibi önemli dönüm noktaları eşliğinde yazarın hayatına tanıklık ediyoruz. Okuru alıp yirminci yüzyılın ikinci çeyreğinde küçük bir Hollanda kasabasına götürürken çocukluk, büyümek, hatıralar ve aile olmakla ilgili etkileyici bir hikayeyi anlatıyor Wolkers ya da bizzat kendi hayat hikayesini kurguya döküyor.
Eski bir aile fotoğrafıyla açılıyor roman, ruhuna çok uygun olarak. Sonra yazar, bir koldan geçmişi anlatırken birkaç yerde de bu hikayeyi bölüyor ve yıllar sonra kasabasına dönüp, geçmişinin peşine düşüp, bir yetişkin gözüyle çocukluk ve gençlik yıllarının geçtiği evine, okuluna, sokağına, babasının dükkanına bakışını, bunların kendisinde uyandırdığı hisleri paylaşıyor.
Otobiyografik romanlar ilginizi çekiyorsa mutlaka bir bakın bence. Ben çok sevdim.
Sterk autobiografisch getinte jeugdherinneringen van de schrijver aan zijn jeugdjaren in het bedompte protestante vooroorlogse milieu in Oegstgeest, gelardeerd met fragmenten van ervaringen van een recente terugkeer van de verteller in zijn geboortedorp. Uit deze terugkeer blijkt dat al een luttele twintig jaar later de opgeroepen wereld voorgoed en lang voorbij is.
In dit boek herkauwt Wolkers enkele gebeurtenissen uit 'Serpentina's Petticoat' (Oom Louis, de opname van de zwakzinnige, het wrede onderzoek op muizen en ratten), waarvan sommige minder, andere juist meer uitgewerkt worden. Typische Wolkers-ingrediënten als kunst, liefde voor de natuur en erotiek ontbreken niet, maar Wolkers' stijl is opvallend veel milder en minder ruw dan in zijn andere boeken en doordrenkt van melancholie.
Een roman is het echter niet, daarvoor blijft het boek te vrijblijvend in het ophalen van herinneringen hangen. 'Terug naar Oegstgeest' is een mooi nostalgisch boek, maar moeilijk Wolkers' beste.
Eindelijk uit. 'Een klassieker die je gelezen moet hebben, zeker als je in Leiden gaat wonen', dat dacht ik. Maar tijdens het lezen dacht ik: waarom word ik eigenlijk met de hele jeugd van Jan Wolkers opgezadeld? Wat bezielde al die Nederlandse schrijvers na de oorlog überhaupt om hun hele jeugd tot in detail op te schrijven? Waarom dachten zij zó interessant te zijn?
Egy művész hazatér szülőfalujába, és emlékezni kezd. Innentől kezdve megy a szörfölgetés a jelenkor és a múlt eseményei között: az egyes csatornán a mélyen vallásos család életéből láthatunk jeleneteket, a kettesen jelenidőben császkál az elbeszélő Oegstgeest utcáin, a hármason iskolai megaláztatás, a négyesen (18-as karika! na jó, sajnos csak 16-os…) a szexuális ébredés folyamata, a Historyn meg a német megszállásról tudunk meg ezt-azt. Formai értelemben akár hibátlannak is nevezném, és akadnak benne olyan jelenetek, amik talán még akkor is beugranak majd, amikor már magára a könyvre aligha emlékszem. Csak éppen az van, hogy még a saját emlékeim között se bóklásznék 250 oldalon keresztül, máséban meg pláne nem. Nagyon jónak kell lenni az írónak ahhoz, hogy ilyesmire rávegyen. Szóval a hibátlan ebben a műfajban már nem elég – annál kicsit többre van szükség.
Hayli otobiyografik olduğunu düşündüğüm Oestgeest'e Dönüş'te anlatılan, incinmiş ve dolayısıyla incitmeye meyilli bir çocuğun öyküsü. Jan, büyüyüp de döndüğü kasabada çocukluğunu, anılarını, taşranın dünyanın neresinde olursa olsun kıyıcı olan taraflarını hatırlıyor, hatırladıklarıyla ailesi, tanrıya küsüşü, seçimleri, kısacası kim olduğu aklında yeniden şekilleniyor. Okuduklarımı yaşantımla ilişkilendirme eğiliminde olduğum için bu kitaba doğum günümde başlamıştım, bittiğinde 'iyi ki de öyle yapmışım' dedim.
Jakob von Gunten ile Şeker Portakalı arasında bir tadı vardı bence. Çeviriyi başarılı bulmakla beraber, kitabın dilinin çok akıcı olmadığını söylemeliyim.
Na de violen van Siebelink wilde ik weer eens de klassieker over ‘afkomst uit een armoedig en zeer gelovig gezin’ herlezen. De sfeer is in die twee boeken is toch heel anders. Wolkers lijkt het beter verwerkt te hebben en er boven t staan: er helemaal in te zijn geweest, en nu erop terug te kunnen kijken met een zeker erbarmen. Geloofwaardiger is het ook. Knap hoe hij zo heel precies met kleine details een beeld weet te scheppen.
Dit boek leest een beetje alsof de punten ontbreken. Het ratelt maar door en opeens ben je een relevant stukje aan het lezen en moet je je even herpakken en concentreren. Desondanks vind ik het tijdsbeeld dat wordt neergezet om van te smullen.
Deze tweede roman van Wolkers heeft een hechte compositie: vertellingen van episoden uit zijn jeugd, afgewisseld met hoofdstukken die vanuit het vertelde heden (1965) terugkijken op mensen uit zijn jonge jaren, en dat allemaal zo autobiografisch als maar kan. Enkele scenes komen ook voor in zijn eerste roman, Kort Amerikaans. Wat Wolkers vertelt, is oneerbiedig gezegd een aaneengeschakeld samenraapsel van fragmenten. Hier en daar is wel een ontwikkelingslijn te ontdekken. Diverse thema’s en motieven komen aan bod, zoals zijn verhouding tot zijn vader, zijn moeder, zijn op jonge leeftijd overleden broer, zijn gereformeerde opvoeding en zijn aandacht voor de natuur, welke laatste overigens een ambivalent karakter heeft. Materiële zaken, zoals beschreven voorwerpen, zijn voor lezers die ze hebben gekend, herkenbaar, nu (2013) met een vleugje nostalgie; in beschreven situaties zitten vele rake observaties. Ik vind het wel een mooi boek, maar geen meesterwerk. JM
One of those books that was a "must" to read in school. A Dutch classic. I recently got rid of my copy (trying to save some space), but before I took it to the Little Free Library I browed through it and got transported back to the times I needed to be forced to read. I think I would like it more now, because reading is no longer a chore to me. (I never read books for fun until I was about 25!) Maybe this deserves a re-visit.
Wollig sfeerloos ploeterboek. Ik had hiervoor niks met Oegstgeest en ik hoef er nu al helemaal niet meer te komen. Onnodig veel grafische scènes waarin de hoofdpersoon dieren martelt (muizen, katten, vogels, insecten etc), een hele aanwezige God die voor m’n gevoel om de 3 pagina’s weer even genamedropt moest worden en oorlog misère. De hoofdpersoon is onsympathiek en oninteressant.
"Misschien is het allemaal niet waar. Misschien had niets een betekenis, had alles net zo goed anders kunnen gaan. Zijn het maar lijnen die ik trek van de ene gebeurtenis naar de andere om de zin ervan te begrijpen" (Terug naar Oegstgeest, p. 228).
de annalen van onze viezerik des vaderlands. hoewel jan zijn jeugd uitermate statig bespreekt, komt het over alsof deze man de meest onwaarschijnlijke figuren heeft gekend en gejend en de raarste frasten uit de sloot heeft uitgehaald.
"als [meneer hercules] broos, met zijn doorschijnende gezicht en zijn spierwitte walrussnor langs ons huis kwam zei mijn vader hoofdschuddend dat die stumper geloofde dat hij na de dood in een aap zou veranderen. toen ik een keer in het hertenkamp de herten krantepapier voerde, dat ze heerlijk vonden, kwam hij kwaad op me af en zei dat ik het ritme van de natuur verstoorde. ik dacht toen, hij is natuurlijk bang dat als hij een aap is er ook jongens zijn die papier door de tralies steken. "
doordrenkt van godsliefde en zelfoordeel, dan.
" mijn vader keek nog een keer om naar die prachtige goudgele door god geschapen beuk."
ook licht hij het tipje van de sluier hoe en wat voor een romanticus het zal gaan worden: op een eerste afspraakje neemt hij de gelukkige dame mee naar de toren van een kerkhof en peutert een uileballetje voor haar open.
goed aantal dieren die ofwel hopeloos afgeknald worden, of gered van hun voorlopige ondergang. god het einde, de overgroeide en overwoekerde tuin vol bederflijkheid en verderfelijkheid. wat een smeerboel.
Terug naar Oegstgeest is een autobiografische roman van Jan Wolkers, voor het eerst gepubliceerd in 1965. Het boek is een van de meest bekende werken van Wolkers en beschrijft zijn jeugd in het dorp Oegstgeest, gelegen in de buurt van Leiden.
De roman is opgebouwd uit herinneringen van de hoofdpersoon aan zijn jeugd in Oegstgeest. Het boek biedt een inkijkje in het leven van een jongen die opgroeit in een streng religieus gezin tijdens de jaren 30 en 40. Door middel van een reeks terugblikken vertelt de hoofdpersoon over zijn familie, zijn schooltijd, zijn ontdekking van de natuur, zijn eerste liefdes en de moeilijkheden die hij ervaart met de strenge opvoeding van zijn vader.
Na 30 jaar terug (blz. 71) Na dertig jaar keert de verteller terug naar Oegstgeest. Hij reflecteert op hoe de plaats veranderd is en hoe zijn eigen perceptie ervan is geëvolueerd met de tijd. Dit bezoek roept een mengeling van nostalgie en vervreemding op.
Misantroop (blz. 27) De verteller beschrijft zijn vader als een misantroop, iemand die mensen wantrouwt en zich vaak terugtrekt uit sociale situaties. Dit heeft een diepe invloed op de sfeer in het gezin en op de ontwikkeling van de verteller zelf.
Oom de Turk noemen (blz. 122) Oom Arie wordt door de kinderen "de Turk" genoemd vanwege zijn donkere uiterlijk en temperament. Zijn bijnaam wekt verwondering en fascinatie bij de verteller, die reflecteert op de benaming en de kenmerken van zijn oom.
Een donker meisje op een diertje leek (blz. 64) De verteller herinnert zich een donkere meisje op. Deze herinnering roept beelden bij hem op en de indrukken die sommige mensen op hem maakten in zijn jeugd.
Een neger (blz. 151) De verteller herinnert zich hoe hij als kind een zwarte man zag. Dit incident laat zien dat de verteller in aanraking kwam met mensen van andere culturen in zijn jeugd.
God heeft dat zo gezegd dat misschien symbolisch bedoeld is (blz. 255) De verteller reflecteert op religieuze uitspraken die hij in zijn jeugd hoorde. Hij overweegt dat deze misschien symbolisch bedoeld waren en niet letterlijk genomen moesten worden, wat zijn kijk op religie en opvoeding beïnvloedt.
Typemachine de kleine piano van mijn ziel (blz. 258) De typemachine wordt door de verteller omschreven als de "kleine piano van mijn ziel". Dit benadrukt het belang van schrijven in zijn leven, vergelijkbaar met hoe muziek een uitlaatklep kan zijn voor emoties en creativiteit.
Het calvinistische karakter van Nederland beschrijft (blz. 259) De verteller beschrijft het calvinistische karakter van Nederland, met nadruk op soberheid, discipline en een zekere strengheid. Dit heeft een grote invloed gehad op de cultuur en opvoeding in zijn jeugd.
Schutting woord en taal is scheldwoord (blz. 260) Er wordt gesproken over de kracht van woorden en hoe taal soms als scheldwoord kan worden gebruikt. Dit thema onderzoekt de manier waarop taal kan kwetsen of macht kan uitoefenen.
Alles in Oegstgeest wekt herinneringen op van vroeger (blz. 152) Alles in Oegstgeest roept herinneringen op aan het verleden voor de verteller. Elke plek en elk object lijkt beladen met betekenis en roept beelden van zijn jeugd op.
Robinson Crusoe (blz. 152) De verteller verwijst naar "Robinson Crusoe" als een symbool voor eenzaamheid en avontuur. Dit boek heeft een diepe indruk op hem gemaakt en is verbonden met zijn eigen ervaringen van isolatie en ontdekking.
De bezetting gaf mij in het begin een gevoel van bevrijding. De armoede werd een beetje gelijk verdeeld (blz. 179). Tijdens de Duitse bezetting ervoer de verteller een paradoxaal gevoel van bevrijding omdat de armoede gelijk werd verdeeld. Dit benadrukt de complexiteit van zijn gevoelens tijdens de oorlog.
Alles wat wij samen hadden gezien en meegemaakt niet meer bestond (blz. 266) De verteller beseft dat alles wat hij samen met anderen heeft meegemaakt nu verleden tijd is en niet meer bestaat. Dit besef roept gevoelens van verlies en melancholie op.
Ik besefte dat alles wat wij samen hadden gezien en meegemaakt niet meer bestond. Dat het met hem voorgoed verdwenen was (blz. 238) De verteller komt tot het pijnlijke inzicht dat zijn gedeelde ervaringen met een belangrijke persoon in zijn leven voorgoed verdwenen zijn. Dit moment markeert een diep gevoel van verlies en het verstrijken van de tijd.
Had alles net zo goed anders kunnen gaan (blz. 240) De verteller overweegt hoe gebeurtenissen in zijn leven anders hadden kunnen verlopen. Deze reflectie benadrukt het gevoel van gemiste kansen en de willekeur van het lot.
Deze passages waarin herinneringen, verlies, en reflectie op het verleden centraal staan.
Belangrijke thema's 1. Religie en opvoeding Een terugkerend thema in het boek is de strenge, vaak benauwende religieuze opvoeding die de hoofdpersoon ontvangt van zijn vader. Dit leidt tot conflicten en een gevoel van isolement.
2. Natuur en vrijheid De natuur speelt een belangrijke rol in de roman. Voor de hoofdpersoon is de natuur een ontsnapping uit de benauwende sfeer thuis en een bron van vrijheid en ontdekking.
3. Jeugdherinneringen Het boek is een mozaïek van jeugdherinneringen die mij als lezer een intiem portret biedt van de hoofdpersoon en zijn ontwikkeling van kind naar volwassene.
4. Verlies en rouw Het verlies van geliefden, zoals de dood van zijn broer, is een terugkerend element dat de melancholie en de diepte van de herinneringen versterkt.
Wolkers' schrijfstijl in Terug naar Oegstgeest is beschrijvend, met aandacht voor sfeer. De structuur van het boek is niet-lineair. De gebeurtenissen zijn niet in chronologische volgorde worden verteld maar als fragmentarische herinneringen worden gepresenteerd.
Terug naar Oegstgeest is een persoonlijk en introspectief boek dat een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandse literatuur. Het biedt een venster naar het verleden van de auteur, maar ook naar de universele thema's van opgroeien, vrijheid, en de zoektocht naar identiteit.
'If seven maids with seven mops Swept it for half a year, Do you suppose,' the Walrus said, 'That they could get it clear?' 'I doubt it,' said the Carpenter, And shed a bitter tear. LEWIS CARROLL, Through the Looking-glass (motto)
“Ik zat met mijn gezicht vlak tegen de voorruit en staarde in die wereld van gelatine waarin alles leek te deinen.” “Ik denk vanwege de heidenen die in korte broeken joelend op hun fietsen langstrokken. De brede weg die naar het verderf leidde. Toch kwam je langs allebei aan dezelfde eindeloze zee.” -p.29
“Een maand ervoor had ik ruzie gehad met mij broer. Hij had mijn tekeningen bespot en gezegd dat ik een nietsnut was. Uit wraak had ik een vrijgezellenknoop in de stof van zijn zondagse broek vastgemaakt. Maar daar lachte hij om want kleren konden hem niets schelen en hij vond het wel gek. Alleen mijn moeder had het erg gevonden. Toen had ik al zijn foto's uit zijn portefeuille genomen en die in de tuin achter de schuur verbrand. Ik zie nog zijn gezicht omkrullen, bruin worden, dan sloeg de vlam erdoor. Er bleef alleen maar een bergje zwart over waarop ik soms nog als een zilverachtige schijn zijn gezicht meende te zien. Ik stampte het zolang in de aarde tot het er helemaal mee vermengd was. Toen mijn broer doodging was er geen foto meer van hem. Hij was helemaal van de aardbodem verdwenen.” -p.30
“De man keek mij ineens als een roofvogel aan en zij heel stellig: 'Jij gaat vroeg dood.' (...) Even leek het of die man er nog stond. Dan rijd ik hem te barsten, dacht ik.” “Dat ze hier beneden al kleine stukjes paradijs op voorhand hadden afgebakend. Wat een bevrijding als je later merkt dat ze gewoon allemaal op de mesthoop gaan. Dat ze stront worden waar nog geen worm doorheen wil kruipen.” -p.31
“Achter haar kwam mijn vader de gang in. –Zo, kon je ons huis nog vinden, zei hij. (…) –Kom je weer inspiratie opdoen, vroeg hij.” -p.32|33
“–Ja, dient den Here, Romeinen 12 vers 11, zei hij afwezig. Daar hebben wij ons altijd aan gehouden, hè vrouw, zei hij tegen mijn moeder die met een dienblad met glazen binnenkwam en het op tafel zette. –Wat is er man, vroeg ze. Hij keek haar even onwillig aan alsof hij niet kon begrijpen dat ze hem niet door de muur heen gehoord had. Toen keek hij weer naar mij en schudde zijn hoofd.” -p.33
“Eigenlijk verviel ik van het ene uiterste in het andere. Ik was een duivel die de hele sfeer in huis verpestte door wrokkige eenzelvigheid. Of ik was een engel. (…) En als er een feestdag of een verjaardag voorbij ging zonder dat er een kwaad woord gevallen was, dan was ik zo blij dat ik voor het naar bed gaan mijn vader en moeder bij de avondzoen omhelsde en zei: 'Heerlijke dag gehad.' Wel bleef ik dan nog even achter de deur luisteren of ze iets over mij zeiden.” -p.128
“Ik bleef staan met doodsangst maar zonder paniek, omdat het onmogelijk was te ontsnappen. En zo werd ik ook wakker, op mijn rug, met mijn gezicht naar het plafond. De dekens recht en ordelijk, ik had niet gewoeld.” -p.165
“En de angst dat ik zelf daar omgekeerd in de schuur zou komen te hangen als een bloederig gevild konijn. Want mijn vader zei, toen hij uit de bijbel voorgelezen had van Abraham die zijn zoon Izaäk moet offeren, dat als hij van God het bevel zou krijgen om mij te offeren, hij dat zeker zou doen. Als hij met bakstenen de tuin inkwam dacht ik dat hij van God bevel had gekregen om mij te offeren, en een altaar in de tuin ging bouwen.” -p.172
“Dan was de buitenkast weer blikspinaziegroen of de gang van een betreurenswaardig roodbruin alsof er bietenstront tegenaan gekwakt zat. (…) Hij mengde uit armoede restjes verf, maar hij vond het nog mooi ook. Want hij riep er altijd mijn moeder bij als het af was, die er dan, met haar onderlip een beetje naar binnen gezogen, peinzend naar keek, maar toch zei dat het er nu weer ooglijk uitzag.” -p.176
“Later hoorde ik dat ze met Duitsers omging en toen ik haar in 1944 weer tegenkwam en haar vroeg of dat waar was, zei ze, en haar stom klonk wraakzuchtig en verwijtend: 'Als je eens wist wat die met me doen.'” -p.209
“Misschien was het wel uit angst dat (…) de goden een al te menselijk gezicht zouden hebben.” -p.225
“(...) op de grond lag een tot een prop geknepen blaadje uit een schrift waarop stond: BESTE JETTIE, MAG IK JE UITKLEDEN EN WASSEN. HERMAN. Ik schreef er in een klein meisjeshandschrift onder: JA GRAAG, en stak het aan een roestige spijker in een balk.” -p.228
“Misschien is het allemaal niet waar. Misschien had niets een betekenis, had alles net zo goed anders kunnen gaan. Zijn het maar lijnen die ik trek van de ene gebeurtenis naar de andere om de zin ervan te begrijpen.” -p.243
“(...) toen er gemeentewerklieden kwamen om die boom, die de voorbijgangers hinderde, om te hakken, had ze gezegd dat ze er eerst haar man over moest bellen. De opzichter had gezegd dat haar man toch al jaren dood was. Daarom juist, had ze geantwoord. En toen zagen ze haar achter het raam een lang telefoongesprek voeren. Daarna kwam ze buiten en zei: 'Mijn man zegt nee.'” -p.248
“Met een paar wilde slagen van zijn scherpe snavel sloeg hij hem aan flarden en vloog fladderend omhoog. De jas was zo kapot dat ik hem niet meer opraapte. Het was het enige dat ik van mijn broer had. Ik heb hem daar op de bosgrond laten liggen.” -p.251|252
Korte, duidelijke zinnen in alledaagse taal. Onderwerpen recht voor de raap, volkomen eerlijk en vaak leuk vunzig|raar, als bij het dieren martelen. Stukjes uit Serpentina's Petticoat komen letterlijk terug, zoals zijn broer's spiegelbeeld die barst als de oorlog uitbreekt. Beetje aan de saaie kant, als de laatste paar regels niet zo fenomenaal waren geweest had ik het boek 2 van de 5 sterren gegeven.
Ik had gehoopt dat ik iets meer herkennen zou vinden in dit boek als ik het las op mijn reis terug naar oegstgeest, maar ik kom hier in de trein vanuit noord Noorwegen toch te weinig godvrezende mensen tegen om me echt in te hebben kunnen leven..
Desalniettemin!
Tussen al het goedgelovige volk weet onze Jan het toch voor mekaar te krijgen allerlei vreemde snuiters tegen het lijf te lopen en een heel mooi jongemensenleven bij elkaar te ervaren! Leuk om te merken dat dat zoiets universeels is, mensen zoeken ongeacht de omstandigheden wel een invulling voor hun leven. Hij had van mij alleen wel iets minder dieren mogen martelen, maar hè, noem het groeipijnen
Mooi! Fijne schrijfstijl en interessant personage. Leuk hoe we telkens tussen heden en verleden wisselden. Mooi contrast er tussen en hij laat mooi de link tussen verleden gebeurtenissen en gevolg ervan in t heden zien. Om mooi dat hij die oude tuin liet zien waar die had gewerkt wat nu zo goed als dood is. Laat mooi het vergaan van de dingen zien ofzo.
Jan keert als volwassene terug naar zijn geboortedorp, en deelt zijn herinneringen aan zijn kindertijd met ons. Hij schuwt hierbij geen enkel detail, hoe gruwelijk of persoonlijk ook. (Zo lijkt het toch; elke schrijver is natuurlijk vrij zijn eigen grenzen te trekken voor het vrijgeven van vertrouwelijkheden, en dingen achter te houden.) Scènes als die waarin hij insecten of later laboratoriumdieren systematisch mishandelt waren iets té realistisch weergegeven, om nog maar te zwijgen van de seksscène in het groen met een klasgenootje… Opmerkelijk hoe hij alles weet te omkaderen met de huidige realiteit: het kasteel waar hij werkte als tuinman is nu vervallen; zijn vroegere huis wordt verbouwd; en in elk hoekje komt hij een herinnering aan vroeger tegen. Jammer dat het boek uit was; ik had het gevoel dat er nog veel meer herinneringen konden volgen. Misschien moet ik daarvoor zijn andere werk maar lezen?
Vanaf het moment van verschijnen is gediscussieerd over verhouding fictie en autobiografie in dit boek. Ik heb er geen mening over, weet dat niet maar las ergens: ‘Wolkers laat de verbeelding los op z’n geheugen’, vind dat wel een passende uitspraak.
Het verhaal kent een aantal terugkerende elementen: de dood van de oudere broer, het ouderlijk gezin en vooral de armoede in het gezin en de ontwikkeling van de verteller zelf. Wat ik opvallend vond was de tegenstelling tussen de liefde voor dieren en het regelmatig kwellen en martelen van dieren. Dat begreep ik niet zo…. Ben niet echt een Wolkersfan maar dit boek was wel te doen ;)
Vijftig jaar geleden verschenen en nog steeds fris, alsof het gister pas gepubliceerd was. Wolkers is hier veel milder dan ik me voorstelde, een lieve en bangige jongen, zonder echte haat of wrok ten opzichte van zijn strenggelovige vader. Rake observaties. Alleen de structuur met afwisselend herinneringen en stukjes over het bezoek aan Oegstgeest 17 jaar later is niet overtuigend: de laatste stukjes bevatten ook veel herinneringen. Ook werkt het boek niet echt toe naar een allesbepalende of overheersende gebeurtenis, afgezien van de dood van zijn broer. Het is vooral een verzameling grappige of ontroerende anekdotes.
Nostalgie is een heel menselijke eigenschap, en dan zeker in de "overgangsjaren". Wolkers bezoekt de plaatsen waar hij opgroeide en evoceert zijn armoedige jeugd, en vooral zijn streng-protestantse vader. Maar hij doet dit op zo'n droge, bijna registrerende manier dat het nauwelijks boeit. Pas helemaal op het eind, als hij het over de dood van zijn oudere broer heeft, merk je dat er echt bloed stroomt door de aderen van de auteur. Geef mij dan maar het rauwe rebelse van Jan Cremer!
Goed geschreven. Aangenaam om te lezen en interessante schets van de maatschappij in Nederland (Oegstgeest was een voorstad van Leiden) tijdens het interbellum. De strenge scheiding en wederzijdse afkeuring tussen diverse religies en politieke overtuigingen wekte mijn verbazing tot ik me realiseerde dat die nu (2018) misschien wel terug is.
In elk geval is het verschil tussen een 'radencommunist' en een 'spartacuscommunist' me nu wel duidelijk.
“Misschien is het allemaal niet waar. Misschien had niets een betekenis, had alles net zo goed anders kunnen gaan. Zijn het maar lijnen die ik trek van de ene gebeurtenis naar de andere om de zin ervan te begrijpen.”
Dit boek laat je nostalgisch voelen over je eigen jeugd en ik ben geen eens in Oegstgeest geweest.
Oh ja de scène dat jan zijn erectie na ging tekenen was ook erg leuk.