In Hallo muur praat een man letterlijk tegen een muur. Over de jaren die achter hem liggen, waarin hij een burn-out kreeg, een echtscheiding doormaakte, een vader en een aantal beste vrienden zag overlijden én een geloofwaardig antwoord moest vinden op een alcoholverslaving. De muur zegt niets terug, maar biedt de man wel nieuw perspectief.
Erik Jan Harmens (1970) is een Nederlands dichter en schrijver. Hij publiceerde vijf dichtbundels. De meest recente, kom (2019), ging over hijgen. Het gedicht ‘h h’, dat bestaat uit 56 maal één en dezelfde letter, behoort tot de klassiekers in de nederlandse poëzie. Harmens publiceerde ook twee bundels met lyrische duetten, een met Rick de Leeuw en een met Ilja Leonard Pfeijffer. Hij was in 2002 de eerste poetry slam-kampioen van Nederland.
Er verschenen zes romans. Eind 2021 kwam Rigolettohof uit, de grote Alphense roman, over hoe een man opgroeit in de jaren zeventig en tachtig in de nabijheid van een winkelcentrum (de Ridderhof) dat later, op 9 april 2011, in een plaats delict zou veranderen. Hallo muur (2015) werd Boek van de Maand bij De Wereld Draait Door en werd talloze malen herdrukt.
Zelden heb ik het me meer aangetrokken wat er aan negatieve commentaar over een boek staat op Goodreads. Puberaal? Te fragmentarisch? Lees dan aub gewoon verder in je Dan Brown en Paolo Coelho. Dit werk is een hart onder de riem voor al wie mens is. Het is doodeerlijk, moedig, lelijk en bloedmooi. Het heeft een makkelijke, bijna alledaagse taal met op de juiste momenten metaforen als kopstoten. Het is een levensverhaal dat onze menselijke -al te menselijke- aard aanklaagt en ons erna vergeeft. Het is als een verduisterde kamer waarin kinderen heldhaftige verhalen zitten te vertellen, totdat er eentje fluistert: 'ik ben bang' en de rest deze woorden opgelucht herhaalt, waarna het licht terug aangaat. Voor mij was Hallo muur dit eerste kindje: moedig in zijn zwakte. Erik Jan Harmens steekt de handen in de lucht om dan weer voort te schrijven. Hij is een vriend geworden, zonder hem ooit te ontmoeten. Ik ga hem een brief schrijven.
Het was een tijd geleden dat ik een boek zo episch kut vond. Chapeau, Erik Jan Harmens. Chapeau.
Ik ben halverwege gestopt. Ongelofelijk, wat leverde dit boek veel haat op. En op zoveel vlakken! Ook dat is een verdienste, zullen we maar zeggen, dus daar krijgt Harmens die ene ster voor. Maar ook omdat je geen nul sterren mag geven.
Voor de goede orde: ik zal nooit weten hoe dit boek afloopt. Misschien gebeurt er nog iets fenomenaals. Maar ik vermoed van niet. Gezien de niet aflatende stroom interviews en essays die er van de hand van Erik Jan Harmens verschijnen over zijn stoppen-met-drinken, ben ik er tamelijk zeker van dat hij nog leeft. Dus hij komt aan het einde van het boek niet te overlijden. Dat is fijn voor Erik Jan Harmens en zijn geliefden, maar dat is zonde voor het boek. De dood leek me een prima, zo niet de enige bevredigende afronding van deze deceptie in boekformaat.
Ik gok dat hij richting einde boek vertelt over zijn nieuwe liefde. Ongetwijfeld zo'n bloemenjurk-filosofie-meisje van rond de 25, x-benen, te zachte stem, lang zwart haar, net te dun, alles. Veel te jong voor hem, hij weet het, maar goed, stampende seks, samen flessen en flessen biologische appelsap opzuipen, en ze is zo speciaal en tabula rasa en alles! Hij zal ook veinzen dat hij snapt dat het niet voor eeuwig is (dat schrijft hij enkel om nog iets van reliëf aan zijn literaire bestaan te geven), en dan eindigen met een zonsop- of ondergang waar hij een triviaal inzicht aan verbindt.
Afijn. Het interesseert me ook niet. Na veel te veel hoofdstukken over neuspulken, haartrimmen, masturberen, jeugdverhalen, Amsterdamse incrowdscenes en ander totaal irrelevante materie van een hoogst inwisselbaar leven, blijft enkel de vraag over: waarom heeft Erik Jan Harmens dit boek geschreven? Wat gaf hem het idee dat het ook maar op enige manier relevant zou zijn dat hij zijn zielenroerselen zou delen met de mensheid?
Ik denk dat het vooral financieel gewin is (van het dichten, hij benoemt het zelf ook expliciet, word je niet rijk), plus een onvermijdelijke drang om zichzelf nog enige significantie aan het eigen bestaan toe te bedelen in dit ondermaanse leven.
Doodzonde. Ik zou zeggen: Erik Jan Harmens, knap dat je gestopt bent met drinken, tel je zegeningen, en hou het daarbij. Je jeugdverhalen, je falende relaties, je observaties van je eigen lichaam en gedrag, je gemijmer over Amsterdam, je prozaïsche pogingen tot literair schrijven: hou dat voor je dagboek, doe er een slot op, en probeer vooral nuchter te blijven. Dat is voor iedereen het beste.
"Na afloop feliciteert mijn vader me en wijst me erop dat ik me ergens in mijn voordracht heb versproken, en ik weet waar en zeg: ‘Ja, stom, ik las eroverheen, ik was er even niet bij met mijn hoofd.’ Mijn vader knikt en zo wordt de etterende wond zichtbaar die ons het plezier in het leven ontneemt, omdat we bij elk groot succes er ons geen raad mee weten en onszelf dan maar weer de grond in boren, omdat we wéten hoe het daar is, in de grond."
Na het uitlezen kan ik je alleen maar feliciteren met je eerlijke, scherpgeschreven roman, Erik Jan Harmens. Op naar een zeer fel, maar vooral mooi leven zonder drank.
In dit boek staan ongeveer net zo veel taalvondsten als Westmalle Trippels.
...En dat zijn er heel erg veel. Toch was het op 3/4 van het boek voor mij wel klaar. Als een luchtbed waar de stop uit is getrokken liep de spanning uit het verhaal. Voordat alle lucht eruit is ligt het al lang niet meer comfortabel.
Met de titel van het boek verwijst Harmens naar Hello walls een liedje uit 1962 van de Amerikaanse countrylegende Willie Nelson (de cowboy-met-vlechten die samen met de Spaanse smartlappenkoning/ damesslipjesjager Julio Iglesias in 1984 een wereldwijde hit scoorde met een ode aan alle meisjes waar ze ooit van hadden gehouden).
Hello walls, How'd things go for you today? Don't you miss her. Since she up and walked away? And I'll bet you dread to spend another lonely night with me, But lonely walls, I'll keep you company (fragment Hello walls)
Grappig, pijnlijk en mooi tegelijk, zoals deze zin. 'Ik trek kleren aan met een stuk op de knie of rond de elleboog, en sportschoenen waar een streep vanaf is gepulkt zodat het Adidassen zijn.'
Goed geschreven verslag van een leven dat door drank in duigen valt. Zou het toch niet aanraden, daarvoor is het te eentonig. Hoeveel drank kan het menselijk lichaam verstouwen zonder (meteen) kapot te gaan! Om onpasselijk van te worden. Af en toe ontroerend als het gaat over zijn kinderen, soms in herhaling vervallend bijvoorbeeld als hij voor de tweede keer zijn gezin verlaat en voor de tweede keer afkickt of met hardlopen begint. Door de fragmentarische opzet is het soms lastig te bepalen in welke periode je zit.
Eine weitere #actuallyautistic Lektüre, obwohl hier noch vor der (eigenen) Diagnose, mit der der Autor erst 2019 an die Öffentlichkeit gegangen ist, eine Situation, die inzwischen sehr häufig vorkommt, seitdem sich herumgesprochen hat, dass ASS zwischen 50% und 80% erblich ist. Ähnelt inhaltlich sehr stark Die Welt im Rücken. Manche nennen also bipolar, was andere offenbar als ASS bescheinigt bekommen. Der Bonus für "Authentizität" im Literatur- und Kulturbetrieb ist wohl leider ident mit "semi-voyeuristischer Faszination für soziale Emporkömmlinge" und deren erhöhte psychische Verwundbarkeit infolge von "social scarcity" (Bourdieu™), was der Autor offen kritisiert. Die abgrundtiefe Traurigkeit dieses Buches ist nicht von der Sorte Die Beschissenheit der Dinge, bei der man noch das Gefühl vermittelt bekommt, dass die Beschreibung eines beschissenen Lebens in den Dienst eines zukünftigen Filmskriptes gestellt werden kann. (Die meisten Filme über toxische Männlichkeit lassen durchschimmern, dass sie eigentlich auf eine Schnappsidee gröhlender Männer zurückgehen.) Stärkstes Zitat:
"Sommige mensen zeggen, als ze horen over Lucs autisme, dat het voorbestemd is en dat wij perfecte ouders zijn die hem alle veiligheid kunnen geven die hij nodig heeft. Ik heb altijd zin om zo iemand dan heel hard op zijn bek te slaan. Sowieso heb ik voortdurend zin om iemand heel hard op zijn bek te slaan. Omdat wij voor de rest van ons leven met de taak worden opgezadeld om een kind met autisme groot te brengen, terwijl anderen kerngezonde kleutertjes hebben, die niet uit je handen glijden alsof ze zijn ingesmeerd en niet steeds een andere kant op kijken als je ze aankijkt. Ik ben ook blij dat we nu weten waaróm Luc zich niet laat knuffelen en oogcontact niet beantwoordt. En ik hou zoveel van deze jongen, dat wordt echt niet minder als dat niet op de gebruikelijke manier wordt beantwoord. Misschien gaat hij later alleen ‘Ik hou van jou, papa’ zeggen als ik ’m dat aanleer. Maar betekent dat dan ook dat hij het niet meent? Bovendien: hoeveel niet-autistische mensen zeggen elke dag niet ‘ik hou van jou’ op de automatische piloot? Ik ga net zo blij zijn met een aangeleerd ‘ik hou van jou, papa’, besluit ik, en als hij het helemaal niet gaat zeggen is het ook goed. Dan moet Sara maar dubbel zo vaak zeggen dat ze van papa houdt. En als niemand het zegt, moet ik het zelf maar doen, of het helemaal laten."
Mooi geschreven autobiografie, met hier en daar een quote om in te lijsten. Ik wist alleen niet goed of ik nu moest lachen of moest huilen. Een triest verhaal - soms moest ik echt even stoppen met lezen omdat het me te veel werd. Mijn complete recensie lees je op Boekvinder.be
"…maar het is weg. Alles is weg. Niet mijn toekomst is een onbeschreven blad, maar mijn verleden".
Krachtig. Gedurfd. Origineel. Emotioneel. Rauw. Puur. Gewoon ronduit sterk, dit boek "Hallo muur" van Erik Jan Harmens. Een autobiografisch verhaal waarin de auteur een monoloog houdt tegen… een muur. In fragmentarische stukken verhaalt hij over het leven dat hij heeft geleid, van een al dan niet beloftevolle auteurscarrière, over een drank- en nicotineverslaving, een stukgelopen huwelijk tot zelfs een burn-out. Toegegeven, vrolijk wordt een mens er niet van. En toch is dit werk alles behalve deprimerend. Integendeel. Het boeit. Het opent ogen. Het geeft ook perspectief, want voor elke situatie, hoe uitzichtloos ook, komt er uiteindelijk een oplossing. Helaas ook soms pijnlijk herkenbare dingen, de kleine onhebbelijke kantjes van de mens die Harmens bijzonder treffend omschrijft. In 228 bladzijden sleurt Harmens je mee door zijn leven, een tocht die een ontdekking bleek.
Chapeau voor de auteur want toch vrij gedurfd om dit zo te verhalen.
"… ik begon met hardlopen… ik dacht met hardlopen misschien voor de dood uit te kunnen lopen. Aan 'm ontsnappen zou niet lukken. Maar voor 'm uitlopen was misschien een mogelijkheid".
"… daarnaast verricht ik representatieve werkzaamheden. Dan is er een borrel ter gelegenheid van iets en zeggen ze "ga jij daar maar eens even je gezicht laten zien". Ik ken daar niemand, maar precies dat is de reden waarom ik er naartoe moet. Om mensen te leren kennen en een netwerk op te bouwen. "Een netwerk opbouwen" klinkt mij net zo onaangenaam in de oren als varkensbloed drinken of kleuters vergassen. Vooral omdat ik weet wat er komt na het "netwerk opbouwen": een netwerk onderhouden….."
Ik twijfelde tussen 4 en 5 sterren maar dacht wat doe ik moeilijk? Heb het 'in 2 rukken' uitgelezen, gevangen door de stijl en gegrepen door de strijd van de schrijver/hoofdpersoon met zijn heftige alcoholverslaving. Geloofwaardig hoe hij het voor het voetlicht brengt.
En ook weer verwonderd hoe vrienden tegen hem zeiden, toen hij een keer een half jaar niet had gedronken 'blij dat je weer drinkt, man!' Zo dom. Wat kennen mensen elkaar vaak toch slecht echt...
Mooi citaat aan het eind: 'Soms verdraag ik de helderheid even niet. Dan is alles hard en scherp en wil ik een hand voor mijn ogen, of twee handen voor mijn oren, om het licht tegen te houden of de geluiden te verzachten. Na zeven Westmalle Tripel, of zelfs al drie, is de wereld veel zachter. Mensen staan niet ineens voor je, maar doemen langzaam op vanuit de mist. Als ze praten, komt wat ze zeggen niet ineens binnen: je hebt echt even de tijd om de woorden tot je te laten doordringen. De hand van een vrouw kun je beantwoorden, door een hand ergens op haar lichaam te leggen, of door jouw hand op de hare te leggen, in plaats van op te schrikken van de aanraking alsof iemand je een stroomstoot toedient.'
Een mateloos schaamteloos boek. Niet alleen het allesverslindende alcoholisme wordt door de molen gehaald, maar ook neuspeuteren - en wat daarna te doen met die klodder op je vinger - mag naast andere schaamtevolle menselijke daden de revue passeren. Werkelijk alle walgelijke details van de gevolgen van alcoholmisbruik voor je lichaam worden beschreven, maar dit op zo'n verrukkelijk vrolijke manier dat je bijna vergeet hoe gruwelijk het is. Zeker ook voor de familie. Een echte ziekte, maar toch ook een persoonlijkheidstrek waar de 5de hoofzonde Gulzigheid een ontzettend grote rol speelt. Het mateloze tot zich nemen (die hoeveelheden!), grenzeloos trachten de leegte in je leven te vergeten, jezelf vullen (of zeg maar gerust volkappen) om de leegte (op) te vullen en vol van lucht en walging wakker worden... om opnieuw hetzelfde te doen. Ik hoop écht van harte dat het de schrijver gelukt is nuchter, naakt en vol besef - maar daardoor ook des te rijker - door het leven te gaan.
Ik vond het in het begin lastig om mijn interesse te behouden voor het verhaal. Ik vond het lastig om me te identificeren met de hoofdpersoon, totdat ik voor mezelf bedacht dat ik dat helemaal niet hoefde. Toen werd het interessanter. Het einde vond ik mooi.
Hij heeft een kort maar krachtige schrijfstijl. Voordat ik het wist, was ik 70 bladzijden verder in één uur tijd. Is wel prettig als je al een tijdje uit de running bent geweest met lezen. Het verhaal is enigszins naar om te lezen, wat positief is omdat dat het juist goed maakt. Soms miste ik wel het meevoelen van de emoties. Aanvankelijk wilde ik het drie sterren geven. In de laatste 2 a 3 hoofdstukken werden dat 4 sterren. Ik vond het laatste hoofdstuk mooi. Wel grappig, want het voelde eerder alsof hij tegen de lezer sprak dan de muur. Meer een nawoord. Ja, aanraden zou ik het boek wel.
Kennelijk ben ik niet de enige die dacht dat de muur-metafoor in 'Hallo Muur' (2015) veel letterlijker zou zijn. Ik ben 't boek zelfs gaan lezen omdat de tragikomische premisse me aansprak van een eenzame ziel die ellenlange conversaties houdt met een muur. Subtiele beschrijvingen rond afbladderend behang en kleurverschillen op plekken waar ooit foto's en schilderijen hebben gehangen. Een meelijwekkende ziel die dan z'n eigen vergankelijkheid en innerlijke leegte projecteert op het ooit zo stevige fundament van zijn huis. Spoiler: zo'n muur zit er dus niet in. De muur in 'Hallo Muur' (2015) is abstracter als een ingebeelde scheiding tussen de ik-verteller en de mensen voor wie hij probeert zijn alcoholverslaving te verbergen. Hij spreekt deze ingebeelde muur aan om mildheid te tonen naar zichzelf en zijn eigen onvermogen om veiligheid te vinden of diepere connecties aan te gaan. Eerst als een probleemdrinker die de pijn niet wil voelen van afwijzende ouders, daarna als een ex-alcoholist die weinig plezier ervaart wanneer dezelfde verdrongen pijn opnieuw naar boven komt. Nuchter zijn maakt immers eenzamer dan verdwijnen in het moment.
Ik ben geen enorme fan van therapeutische literatuur. Van die open bekentenissen waar je predicaten als 'rauw', 'dapper' en 'intiem' op kan plakken, simpelweg omdat de auteur zijn/haar/hen eigen fragiele zelf openbaart en dingen durft neer te pennen die anderen ongezegd laten. Wat je in een privésetting aan een psycholoog zou kunnen vertellen, hoeft niet automatisch literaire waarde te hebben. Erik Jan Harmens (zónder streepje!) schurkt met 'Hallo Muur' (2015) gevaarlijk dicht tegen zulke ontboezemingsliteratuur, maar weet met tijdssprongen en fragmentarische observaties weg te blijven van een te rechtlijnige opzet. Het is niet simpelweg zo dat de vroegere alcoholist zijn verslaving 'overwint' en eindigt als een beter mens. Maar ogenschijnlijk losse observaties meanderen langs verschillende tijden en schetsen de existentiële mijmeringen van iemand die steeds opnieuw geconfronteerd wordt met zichzelf. Zo verschillend zijn de twijfels niet van de vroegere alcoholist en de tegenwoordige geheelonthouder. Gedisciplineerd probeert hij weg te blijven van iets, maar tegelijkertijd is er geen alcohol meer om de pijn te dempen.
Als 't al mogelijk is om de persoon Erik Jan Harmens écht te leren kennen door zijn werk, dan toch vooral omdat hij stilistisch vaardig genoeg is om van zichzelf geen karikatuur te maken. Zoveel discrepanties en dubbele lagen in één mens. Het maakt 'Hallo Muur' (2015) een ontroerend boek waarin je als enige lesje meekrijgt dat iemands wens tot zelfverbetering misschien nog eenzamer maakt dan zelfdestructief gedrag. De worsteling met het leven blijft doorgaan.
Zodra zich een gelegenheid voordoet waarbij ik zou kunnen huilen en de tranen al beginnen met aandringen, ben ik me van dat aandringen bewust en dan komen de tranen al niet meer, omdat voelen wordt overstemd door denken.
zo persoonlijk, en zo makkelijk om te lezen, en toch heeft het een grote impact op me gelaten. ik ben heel anders dan deze man in zijn veertigen en toch resoneerde ik me met bepaalde stukken uit het boek! heel erg rauw en eerlijk
tijdens het lezen dacht ik té vaak: hopen dat de schrijver zijn autobio nu zwaar overdrijft. Zo veel drank, zo veel misere. De bladzijdes vlogen om omdat ik zo graag wilde weten of Erik Jan de bodem al bereikt had. Je wilt toch juigen voor je hoofdrolspeler, ik wel.
Een boek dat ik met zeer gemengde gevoelens heb gelezen en waarvan ik uiteindelijk nog niet echt weet wat ik ervan vind, behalve dat ik er niet zo weg van ben als degene die het me heeft aangeraden (Eline). Ik vond het niet slecht, dus ik zal proberen uit te leggen waarom.
Om te beginnen boeide het boek me genoeg om door te lezen. (Ik schreef aanvankelijk leven in plaats van lezen, hetgeen een Freudiaanse typfout was). Ik zie de menselijkheid ervan, de eerlijkheid ook, maar ik vroeg me daar ook regelmatig het nut van af. Wanneer wéér werd beschreven hoe een slok brandt in je keel en hoe lekker dat is, dacht ik: ik weet al dat je dit keer op keer denkt. Daarom ben je dus verslaafd. Het maakt je moedeloos, lezen wat er allemaal op iemand afkomt en dat diegene daar ofwel niets mee kan of aan kan doen, ofwel gewoon niets mee doet. Dat frustreert en dat is goed, want dat betekent dat het goed is geschreven. Maar het maakte voor mij ook dat ik er ook af en toe klaar mee was en onverschillig verder las. Dat ik dacht: je hebt hier zelf ook nog een keuze in. Er zijn genoeg mensen die veel shit in hun leven meemaken, die ook onzeker zijn, bij wie dit anders gaat. Of die er op een andere manier over denken. Het voelde soms zo oppervlakkig en tegelijkertijd vond ik dat er óók goed aan.
Tijdens het schrijven van deze review moest ik ineens denken aan The Sun Also Rises en weet ik waar mijn dubbele gevoel vandaan komt: van de leegte die evengoed ontstaat door, als gevuld wordt met zoveel drank. Het is die leegte die ik tegelijk wel en helemaal niet begrijp, afhankelijk van hoe ik ernaar besluit te kijken. Ik vind het goed beschreven, maar niet per se intrigerend.
Citaat : Ik ga je een verhaal vertellen. Over hoe het een tijd niet zo goed met me ging, hoe ik heel veel ben gaan drinken totdat het zo donker werd dat ik geen hand voor ogen meer zag en hoe het heel veel later weer licht werd, nadat ik stopte met drinken. Review : Harmens (1970) publiceerde eerder diverse dichtbundels en romans en was in 2002 Nederlands kampioen ‘poetry slam’. In Hallo muur praat een man letterlijk tegen een muur. In korte monologen gericht tot de muur tegenover hem kijkt de hoofdpersoon in dit boek terug op zijn jeugd in een gebroken gezin en zijn latere leven dat lange door een burn-out, een echtscheiding en een alcoholverslaving. Anderhalf jaar nadat hij met drinken is gestopt, vertelt hij zijn verhaal. Fanatiek hardlopen is zijn nieuwe verslaving geworden, eenzaamheid, het verlangen naar een geliefde vormt nog wel een probleem. Hallo muur is een eerlijk, ontroerend en zeker ook grappig verslag over dwalen, falen en blijven ademhalen, en een hart onder de riem voor mensen die een nieuw leven proberen op te bouwen nadat ze de bodem hebben bereikt. De roman is opgebouwd uit vierenzeventig columnachtige stukken waarvan de langste een pagina of drie, vier beslaan. Niettegenstaande de niet alledaagse opbouw is Hallo muur een eenheid wel een harmonieus geheel dat zowel humor als immens verdriet herbergt. Het autobiografische karakter van de tekst zorgt wel voor een beklemmende sfeer.
In Hallo Muur maakt Erik Jan Harmens - vader, schrijver, (ex-)verslaafde - de balans op van zijn leven (tot dan, op 44-jarige leeftijd). Hij praat tegen een muur, en de muur luistert; stil, onbewogen, zonder oordeel. Harmens biecht op, legt bloot, snijdt zijn ziel open, en de lezer (deze althans) luistert; stil, bewogen, zonder oordeel. Harmens' uitgeklede stijl hakt erin als een beitel. Het beeld is het verhaal van een man die worstelt met een alcoholverslaving, of eigenlijk: met het licht van de wereld. De beitel vormt ook de lezer zelf die, zodra hij begint met lezen, het boek eigenlijk pas weg kan leggen als het kunstwerk - een grillig beeld van licht en duisternis en een afgrond met randen waar bloed aan kleeft - voltooid is. Het is een beeld van nietsontziende eerlijkheid; kwetsbaar, soms bikkelhard, en met een onderliggende zachtheid die altijd voelbaar is. De beitel blijkt uiteindelijk ook een penseel. En een veer. En een verband. Sommige boeken slepen je dusdanig mee de diepte in, dat je pas weer adem kunt halen als je boven komt in een wereld die niet helemaal dezelfde is. Hallo Muur is zo'n boek. De lezer heeft een (half) leven meegeleefd, en weet: er is iets veranderd.
Gaaf is misschien niet helemaal juist, maar de hoeveelheid rauw en triest greep me wel! Ik mag het wel dat de schrijver redelijk recht toe recht aan is, en dat het ook gewoon eerlijk aanvoelde. Bij vlagen tegen het deprimerende aan, maar door het kort te houden bleef ik ook lezen, en je wilt toch ook wel weten wat zijn drijfveren zijn.