Als je een poëziebundel in één keer uitleest, ondanks dat je regelmatig moet stoppen om de woorden even na te proeven; als je jezelf moet inhouden om niet luidop 'yes' te sissen en het blad te overladen met goedkeurend vingergeknip; als je dacht ik neem een foto van de beste gedichten en moet stoppen omdat anders je cloud storage plan over capaciteit zal gaan...
Tja, dan moet je vijf sterren geven.
Poëtische stadsstillevens? Surreële ultrakortverhalen die met warrige wol aan mekaar gebreid zijn? Geen idee wat dit is, maar het is schitterend.
Je lijkt een berg te beklimmen. Alles wordt beter naarmate je meer leest van Maud. Je staat al snel op de top en geniet mee met iedere zin als een frisse adem, de bries die je nodig hebt, onbewust, om een geslaagde dag te leven. Misschien zijn die eerste gedichten (die verantwoordelijk zijn voor een ster minder) toch ook wel even geweldig mooi wanneer ik ze herlees, maar vandaag hebben ze mij niet zo geraakt als de resterende 90%van dit prachtwerk.
Zelden een boek of dichtbundel gelezen waar de beschrijving op de achterflap zo adequaat blijkt
"U kan dit boek lezen als een bundel gedichten, als een bochtig verhaal of als een kleurrijke optocht van droevige moppen."
"Wij zijn evenwijdig' bestaat uit vele kleine gedichtjes die het verdienen om elk een brede pagina te krijgen. Na er een paar te hebben gelezen wil je verder, je wil verder in het bochtig verhaal dat vaak even herkenbaar als absurd overkomt. Maud Van Hauwaert kneedt ervaring en fictie tot een kleurrijke optocht van droevige moppen. Deze bundel lees je met een grijns, diepe concentratie of een ietwat geniepige grimas.
"Zullen we wachten? Zullen we wachten tot de kinderen groot zijn en de aardbeien rood, ze zijn te bleek nog, te klein, te hard. Zullen we wachten tot de avond valt en de nacht waarover wij nog een keer willen slapen. Zullen we wachten op een eerste stap zo reusachtig dat je makkelijk een tent tussen onze benen spant waarin nieuwe kinderen kamperen, aardbeien rijpen en niemand nog buiten de zomer kan." (Eén van mijn vele favorieten)
Een goed en geslaagd idee! Hier en daar voelde het een beetje te gekunsteld en het leek soms iets te veel om de woordspelingen te draaien, maar andere stukken waren dan weer van een plotse, verrassende schoonheid, alsof je tijdens het lezen telkens een hoek omslaat en dan getrakteerd wordt op onverwachte vergezichten.
De pagina's zijn niet genummerd dus ik kan niet naar de juiste plek verwijzen maar ergens halverwege passeert de langste (en mooiste) zin uit de bundel (die eindeloos mocht blijven duren wat mij betreft) die zo zintuiglijk is dat ik er kippenvel van kreeg, een krop in de keel en een hartslag die even een spurtje inzette. Het mooiste stukje uit die mooiste zin:
"(...) en zij werd breder haar bedding sleet zich steeds dieper uit in het begin kon ik nog haar bodem raken en hier daar glinsterden korrels goud uit verweerde aders maar terwijl we stroomden loom langs bomen zonk haar bodem weg haar rijkdom en geheimen sloot zij in zij woelde als een onrustige slaper en ik draaide met haar mee soms dacht ik ik ga terug aan land maar tussen mijn tenen groeiden al vliezen en mijn wangen kwamen los van het bot ze openden zich als kieuwen en al stromend werd ik week mijn vingertoppen rimpelden kleine gleufjes sleten zich in een begin van een vertakking stroom met mij mee stromen is lopen zonder stap in mij kan je doorgaan en ik beloof je we stromen naar mijn mond toe en daar kom ik als een droom helemaal uit."
Min één voor de lelijke kaft. Een boek hoort een totaalbeleving te zijn. Soms geniaal, soms was het alsof ik in iemands hoofd ronddwaalde en spinsels hoorde die op niks sloegen. Maar dat maakte uiteindelijk niks uit.
Ik heb dit vandaag gekocht en gelezen en nu weet ik niet eens waar ik moet beginnen. Ik zat er echt zo erg in en daarom eindigde het superabrupt voor mijn gevoel, maar er staat onwijs veel moois in. Het voelde alsof iemand me aan het lachen maakte terwijl ik eigenlijk heel graag wilde huilen.
“Ik ben iemand die op wacht staat zonder fort achter de brug - ik ben iemand die wacht met open mond tot iemand er een steentje in gooit en de seconden telt tot het valt.”
Wij zijn evenwijdig is een interessante bundel omwille van de boeiende mengvorm tussen poëzie en proza die erin gehanteerd wordt. Hoewel het werk kan gelezen worden als een verzameling losse stukjes of gedichten, is er ook een horizontale verhaallijn die doorheen de verschillende poëtische beschouwingen loopt. Die verhaallijn is wel niet transparant of eenduidig, maar dat maakt het nu net poëtisch proza, denk ik dan maar. Sterker nog: de verschillende blokjes tekst lenen zich ertoe om in een andere volgorde gelezen te worden dan ze staan afgedrukt. Zo kan je als lezer zelf je gedicht/verhaal bij elkaar samplen!
Die vrijheid en ongebondenheid maakt Wij zijn evenwijdig tot lekker leesvoer, al kan de al dan niet vrijblijvende meerduidigheid sommige lezers misschien frustreren. Zelf zegt ze: 'Soms wou ik dat iemand mij aan stampte zodat a wat uit mij groeit steviger blijft staan_'
Poëtisch verhaal dat je mee op stap neemt. Met verassende, accurate metaforen en absurde wendingen. Rake zinnen. Heel menselijk geschreven, voldoende absurd om de mens niet te snel te confronteren en realistisch, zelfs rebels.
De passages kun je inderdaad lezen op die manieren die op de achterkant zijn beschreven. Toch voelt het voor mij alsof ik dit te horen moet krijgen in plaats van dat ik het lees.
"U kan dit boek lezen als een bundel gedichten, als een bochtig verhaal of als een kleurrijke optocht van droevige moppen." Aldus de achterzijde. Mooi, heel mooi geschreven droevige moppen. En ook een bochtig verhaal waar zo nu en dan een hint van plot in doorschemert.
Toen ik dit boekje in de boekhandel vasthad en er in bladerde, intrigeerde het mij: mooie observaties, korte, maar rake zinnen, maar ook heel bizarre teksten, die op het eerste zicht op weinig lijken te slaan. Ik nam het mee en besefte later pas dat dit de bundel was die de meest recente publieksprijs van de Herman De Coninckprijs won. Terecht wat mij betreft, want wat was dit de moeite! Je kan de bundel lezen als één doorlopend verhaal, maar ook als losse fragmenten, die bij momenten zeer eigenaardig blijven, maar tegelijk vaak diep in de ziel snijden. Ongelooflijk mooi, een boekje waar ik nog vaker in zal bladeren.
Zowaar lag er maanden lang poëzie op mijn nachtkast. Een zalig boek met teksten als snapshots. Een zalig boek omdat je op eender welke pagina kan beginnen lezen. Een zalig boek omdat het me zo dikwijls deed glimlachen in mijn bed. Een zalig boek omdat er zoveel kleine dingen in zitten. Een zalig boek om te herlezen. Vandaar dat het maanden bleef liggen.
Maud, dat spreekt u vanaf nu niet meer uit als 'mout' want dat is maar droge gerst. Moot is een stuk, en haar stukjes vormen een boek, en dat boek zal deel zijn van een heel oeuvre.
Meer dan verdiende winnaar van de Herman De Coninckprijs