What do you think?
Rate this book


204 pages, ebook
First published January 1, 1911
‘Met eefer Georgine is hij toch nog heel anders, heel anders,’ hield Trientje vol, als een blinde dat mes in Marie’s hart omdraaiend, maar om haar meesteres, goedig, ook enige voldoening te gunnen of niet bepaald te weerspreken, gaf zij de verklaring: ‘Ge weet immers wel dat wie ergens te vrijen gaat, zelfs de hond van ’t hof gaarne ziet, ge zijt de hond van ’t hof en daarom…’
Aldus brengt de grond, tot rijke wasdom bestemd, een giftige paddenstoel voort. Op de plaats, waar zijn voorgangers zijn afgeschopt of weggeroffeld, pronkt hij bij ’t eerste morgenkrieken in triomferende, vermetele, schroomwekkende heerlijkheid.
Opeens is hij ontstaan: in het geheim van de nacht heeft zich met een verbazende spoed zijn dikke scherm ontwikkeld… en toch, welke lange voorbereiding is daartoe niet nodig geweest? Welke gassen, welke oude bestanddelen vormen hem? In welke luchtkring, met welke graad van droogte of vochtigheid of warmte alleen kan hij uit zijn kruipende worteltjes als wangedrocht van ’t plantenrijk, als akelig toverheksbrood gewekt worden?