Op zoek naar het verhaal achter een familiedrama verliest Pauline Broekema zich in het archief van haar grootvader. Grenzen van tijd en plaats vervagen en niet alleen een familie, maar een heel tijdperk komt tot leven. Het Boschhuis is de geschiedenis van rauwe tabakspioniers op Sumatra, een boerenleven aan de Zuiderzee, wereldverbeteraars in een lommerrijk Utrechts villadorp en het gewelddadige einde van een naïeve droom: oom Pieter ter Beek wordt in 1944, zes maanden voor de bevrijding, door de Duitsers gefusilleerd.
Pauline Broekema werd in 1954 geboren in de stad Groningen. Ze groeide op in een huis vol boeken. Dagelijks werden tenminste vijf kranten gelezen. Een opvoeding in de traditie “onderzoekt alles en behoudt het goede”, legde de basis voor een brede belangstelling. “Ik wil nog steeds alles weten.”
Na het eindexamen havo ging ze de journalistiek in. Werkte bij Boom Pers, het Noordhollands Dagblad en Hier en Nu radio van de NCRV. In december 2018 nam ze afscheid van de NOS waar ze vierendertig jaar werkte als verslaggever bij het NOS Journaal. Ze zegt: “Ik vond dat het tijd was te stoppen. En wel op een moment dat ik het werk nog met hart en ziel deed. Het is en blijft de leukste baan denkbaar. Door vervroegd uit te treden wilde ik meer tijd krijgen om te schrijven maar ik had mezelf beloofd het eerst wat rustig aan te doen. Maar eigenlijk kwam meteen al een nieuw project op mijn pad. Een geweldige opdracht. Han Steenbruggen van Museum Belvédère vroeg me om onderzoek te doen naar het leven van Edith Auerbach (Keulen 1899- Parijs 1994). Dat onderzoek resulteerde in een boek en een biografische schets bij de tentoonstelling Contre l’Oubli in het museum in Oranjewoud.”
Pauline is getrouwd, moeder van drie kinderen en woont in het Gooi.
Het is een boek over de familie van de schrijfster: Pauline Broekema bekend als verslaggeefster bij de Nos. Zij vertelt het verhaal van haar familie beginnend bij haar overgrootouders. Haar overgrootvader is tabaksplanter in het toenmalige Indië en is op verlof in Nederland waar hij de vrouw, die hij al voor zijn vertrek naar Indië uitgezocht heeft ten huwelijk vraagt. Zij is een boerendochter en weet niets van zijn plannen maar besluit met hem te trouwen. Hij vertrekt al snel nadat hij haar gevraagd heeft en zij volgt later nadat ze met de handschoen getrouwd is. In Indië is het leven zwaar en de overgrootvader is al verzwakt in zijn tijd op de tabaksvelden. Kort na de aankomst van zijn vrouw wordt hij ziek en ze vertrekken weer naar Nederland, waar hij in 1894 overlijdt nadat het echtpaar vier kinderen heeft gekregen Dan begint het tweede deel en dat gaat over de jongste zoon Julius, die zich vestigt in het Boschhuis, een woning in Bilthoven rond de kring van Kees Boeke: een Engelse vrijdenker, die hij helpt met de financiën. Julius voelt zich erg betrokken rond de groep van vrijdenkers en steekt daar al zijn tijd in, terwijl hij daarnaast nog een baan heeft bij de Gero-fabriek. Er volgt een uitgebreid verhaal over wat er allemaal in het Boschhuis gebeurt en wie hij daar ontmoet. Dan komt de tweede wereldoorlog en de tweede zoon: Pieter van Julius en Jane gaat in het verzet. Er volgt er een hele rits van namen van mensen, die een rol in de oorlog spelen, vaak NSB"ers of landverraders en verzetsmensen. Dat deel vind ik erg saai, want er verschijnen ineens namen van personen, die beschreven worden en dan weer verdwijnen. De hoeveelheid van personen maakt dat het verwarrend wordt, want wat hebben die mensen met elkaar te maken. Af en toe is het omdat landverraders en verzetsmensen elkaar tegenkomen. Pieter wordt gevangen genomen en geëxecuteerd en zijn ouders moeten onderduiken en wordt alles uit het Boschhuis geroofd. Na de oorlog komen de ouders weer terug en gaan er weer wonen en doen veel moeite om hun zoon in Bilthoven begraven te krijgen en hun geroofde spullen vergoed te krijgen. Dan is het verhaal snel afgelopen en in een paar zinnen wordt iets over de ouders van Pauline verteld.
Het begin van het boek is interessant, het is een duidelijk beeld over het leven in die tijd en in Indië, daarna wordt het chaotisch en krijg je het idee, dat de schrijfster heel veel wil vertellen waardoor ik de draad van het verhaal ging verliezen. Dat ik het toch uitgelezen heb, komt omdat ik wilde weten hoe het de familie verging maar daar ben ik in teleurgesteld. Na de oorlog is het verhaal snel afgelopen terwijl de moeder van de schrijfster in 2002 is overleden. Het huis: Het Boschhuis speelt eigenlijk alleen in het tweede deel een rol en dan nog niet eens een prominente. Ik vond het interessant genoeg om te lezen omdat ik die omgeving ken en omdat ik zelf in Indië ben geboren.
Erg interessant om deze geschiedenis te lezen, vooral omdat er raakvlakken zijn met mijn eigen familiegeschiedenis. Wim ter Beek-van Ophoven is een oudtante van me en mijn grootvader (haar zwager) was ook planter op Sumatra namens de Deli-maatschappij. Hij was er wat later dan Frans-Jan ter Beek, namelijk van 1898 tot 1920.
Interessant boek waarin Pauline Broekema schrijft over haar familieverleden. Ik vond de gedeeltes over Indië en de Tweede Wereldoorlog het interessants. Door dit boek ontdekte ik dat er in de negentiende eeuw inde buurt van Veenendaal tabaksakkers waren. Leuk weetje over mijn voormalige woonplaats.
Over een enorme bruine koffer boordevol brieven, documenten en foto’s zei de moeder van NOS-verslaggeefster Pauline Broekema: ‘Daar moet jij later iets mee doen. Ik kom uit een bijzondere familie.’ Pas na haar moeders overlijden opende Pauline Broekema deze koffer en ging ze het familiearchief onderzoeken. Het werd een ontdekkingsreis én een zoektocht naar haar moeder. In ‘Het Boschhuis’ komen verschillende tijdperken tot leven. Zoals het verhaal achter Broekema’s oom Pieter, die in november 1944 op 23-jarige leeftijd door de bezetter werd gefusilleerd. En verder de geschiedenis in: het levensverhaal van overgrootvader Frans Jan ter Beek, tabaksplanter in Indië, die in 1873 boerendochter Jannetje ‘met de handschoen trouwde’. Hoe waren zijn pioniersjaren in Deli? En hoe zag hij Amsterdam opbloeien toen hij teruggekeerd was naar Holland? Juul, de opa van Broekema, was een idealistische fabrikant die leefde in de jaren dertig van de vorige eeuw. Hoe zag zijn leven eruit? En hoe vierde hij vakantie op Vlieland? Deze familiekroniek neemt de lezer op aangename wijze mee in verschillende periodes van de Nederlandse geschiedenis en leert ons veel over hoe mensen handelen. Broekema schrijft beeldend en indringend en houdt de lezer ruim 400 pagina’s in haar greep!
Die inleiding had me meteen te pakken! Wat een liefde voor haar moeder en haar familie spreekt daaruit! Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik het boek nooit uit mezelf was gaan lezen. Maar ik ben blij dat ik het wel gedaan heb. Grappig om te lezen en te leren dat hoe Pampus is ontstaan, om op een ondiepte een fort te bouwen dat een versterking moet vormen voor Amsterdam. Dat op 19 januari 1883een kruitfabriek in Muiden ontploft is, en te moeten concluderen dat we er niets van geleerd hebben. getuige de vuurwerkramp zaterdag 13 mei 2000 in Enschede.
Het is een leuk verhaal, maar soms wat heel veel details. En daar zat hem bij mij de kneep. Hoewel ik het een leuk en intressant boek vind en ik echt benieuwd naar de rest van het verhaal en de familie was, begonnen de vele details in deel 2 mij op te breken. Boek weggelegd en het meerdere malen opnieuw geprobeerd, maar ….. voor mij was het klaar. Jammer want het is een goed familieverhaal.
Juul luisterde na een lange werkdag, die gevuld was geweest met besprekingen over bestek, roomstellen, vingerdoekringen, theezeven met lekbakjes, serviesringen met bijpassende dienbladen, sigarettentrommels, en vloeidrukkers. Van tin, van zilver.
Er worden onlogische uitstapjes gemaakt naar personen die via via via misschien wel een connectie hebben met de hoofdpersonen die vaak volledig uit het oog worden verloren. Het lijkt meer of de schrijfster alle data en informatie die ze vond in het boek wilde zetten en zo hele gekke connecties gaat leggen, puur om de informatie maar te vertellen. Dit maakt het boek slecht leesbaar en zorgt dat een verhaallijn ontbreekt.
2,5 sterren. Een persoonlijke geschiedenis met heel veel details is voor een buitenstaander niet altijd interessant. Pauline Boekema spreekt gedragen en zo schrijft ze ook.
Eerste helft interessant en ondanks de overdaad aan informatie goed leesbaar. maar de overdaad brak mijn leesplezier op de helft op. In het laatste deel ellenlange omschrijvingen van nsb mensen en bewakers van 5 pagina's voegde voor mij niets toe. Het eerste deel was ook veel verhalender het tweede meer een opsomming van feiten wat de vaart eruit haalde.