Het ‘prachtig ryk van Insulinde dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd’. Met die woorden verheerlijkte Multatuli de kolonie Nederlands-Indië in zijn Max Havelaar (1860). In de vroege negentiende eeuw, na de ondergang van de VOC, werd Indië voor het eerst een echte kolonie van Nederland. Vanaf dat moment gingen reizigers op pad om de binnenlanden van Java, Sumatra en de ‘buitengewesten’ te verkennen: natuuronderzoekers, predikanten, zendelingen, taalgeleerden, ambtenaren, militairen en gelukszoekers, en later ook vrouwen en toeristen. Zij schreven volop reisverhalen om het ‘moederland’ te informeren over het koloniale project. Hoe reisden ze in die periode in Indië? Welke woorden gebruikten ze om uiting te geven aan hun ervaring van de tropen? Wat zagen, hoorden, roken en proefden ze? Welke onbekende planten, dieren en mensen kwamen ze tegen? En wat zeggen de publicaties van negentiende-eeuwers over hun manier van denken? De ontdekking van Insulinde laat niet alleen zien hoe Nederlanders réisden, maar ook hoe ze dáchten en de koloniale stereotypen vorm gaven die tot op heden invloed uitoefenen.
Rick Honings is Scaliger Professor Special Collections at Leiden University and a specialist in nineteenth-century Dutch and Dutch Indies literature. In 2018 he published Star Authors in the Age of Romanticism: Literary Celebrity in the Netherlands, the international edition of his monograph De dichter als idool: Literaire roem in de negentiende eeuw (2016). In 2021, he co-edited De postkoloniale spiegel: De Nederlands-Indische letteren herlezen. Currently, he works with a research team on the NWO Vidi project Voicing the Colony: Travelers in the Dutch East Indies, 1800-1900. He is editor-in-chief of the journal Indische Letteren.
De schrijver geeft een samenvatting van reisverhalen naar Indonesië van zeer uiteenlopende personen uit de 19de eeuw. Leuk om te lezen over hun ervaringen en wat ze in die tijd bezighield. De nadruk in dit boek ligt echter heel erg op het “koloniale perspectief” van de schrijvers van deze verhalen. Eigenlijk alle schrijvers komen er slecht van af vanwege hun impliciete of expliciete koloniale standpunt. Daarmee doet de schrijver van dit boek de reizigers tekort. Dat maakt dit boek uiteindelijk vervelend om te lezen.
Een mooi overzicht over de mij nog niet bekende reisliteratuur van de 19e eeuw in voormalig Nederlands Indië. Goed, duidelijk en helder geschreven. De op zich terechte vergelijking met de huidige standpunten over het kolonialisme hadden wat mij betreft wel iets minder vaak benadrukt kunnen worden.
Een roemrijke collectie reizigers naar de Oost. Voor mijn smaak net te weinig ballen in de spaghetti (of vlees in de bami?!). De publiek-wetenschappelijke methode staat voorop. Het genieten van de vaak interessante en speelse teksten van de reiziger raakt zo soms op de achtergrond. Met name de uitgebreide biografische schetsen, alhoewel belangrijk, worden langdradig wanneer je hoofdstuk na hoofdstuk over trouwen, kinderen en sterfte lees.
Een schitterend geschreven boek over een onderwerp dat nog niet vaak was belicht, het toerisme in de negentiende eeuw op de oost. De auteur heeft het onderwerp goed onderzocht EN zeer prettig geschreven. Een minpunt is echter het terugkerende thema van mensen langs de ‘de deug meetlat’ van de auteur te leggen. Mensen met hun denkbeelden uit de negentiende eeuw dachten heel anders over zaken dan mensen vandaag de dag. Volgens de auteur een doodzonde. Naar mijn mening vrij onnodig in een verder prima boek.