In ‘De Kampschilders’ vertelt Jan Brokken het verhaal van Willem en Maria Hofker en Rudolf Bonnet, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in hetzelfde jappenkamp terechtkwamen als zijn vader Han en moeder Olga. Ingenieus verweeft hij hun verhalen. Brokken schetst het rijke culturele leven in de jaren dertig op Bali, waar kunstenaars uit de hele wereld naartoe trokken en geïnspireerd en betoverd werden door de Balinese cultuur. Aan die wereld kwam een eind toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. De voortdurende angst in het kamp maakt hij indringend invoelbaar, maar dit verhaal laat ook zien hoe kunst in onmenselijke omstandigheden een redding kan zijn.
A well-known journalist, Jan Brokken made his debut as a writer in 1984 with the largely autobiographical novel De provincie (The Province), the story of a youth spent in the countryside, which was made into a successful film. He has published gripping travel books about, among others, Africa, Indonesia and Curaçao, and is the author of the acclaimed and bestselling novels De blinde passagiers (The Blind Passengers, 1996), De droevige kampioen (The Sad Champion, 1998) and Jungle Rudy (2006). His work, which has been translated into several languages, has been compared in the international press to that of Graham Greene and Bruce Chatwin.
Eerbetoon aan de ouders en de Balinese kunstenaars
De Kampschilders, alweer het drie-en-dertigste boek van Jan Brokken - wat een productie heeft die man! - is in zeker zin een vervolg op De tuinen van Buitenzorg. In dit boek stonden vooral Brokkens moeder Olga en de muziek centraal; haar muziek en die van haar moeder en die van componisten uit Indië en/of die door het Rijk van Insulinde geïnspireerd werden. Zijn vader blijft in dit boek niet buiten schot maar is wat minder prominent aanwezig. Brokkens ouders en zijn oudere broers hadden een tijdlang in Indië gewoond, met name op Celebes, waar zijn vader zendeling was voor de Hervormde kerk en onderzoek deed naar islamitische bewegingen, en zijn moeder een aantal inheemse talen leerde. Waar het in De tuinen van Buitenzorg ging om de muziek en de natuur, zeer aansprekend overigens, in De Kampschilders komt de beeldende kunst aan de orde. Brokken vertelt het verhaal nooit lineair. Verschillende dimensies lopen door elkaar, maar wel gestructureerd; je bent als lezer nooit in het ongewisse waar je bent in plaats en tijd. Waar Brokken eveneens een kei in is, is het leggen van de verbinding tussen het algemene, de geschiedenis, het maatschappelijke en het persoonlijke, het individuele. In zijn laatste twee boeken staan Brokkens ouders centraal, en in zekere zin zijn broers. Zij delen met zijn vieren een verleden in Indië en in de oorlog, de internering in Japanse kampen. Jan Brokken is geboren in Nederland, na de oorlog. Deze laatste boeken zijn dus ook een persoonlijke zoektocht, maar dat is het zeker niet alleen. Het koloniale verleden in al zijn complexiteit wordt eveneens onderzocht. En de kunst! Eerder was het de muziek, die troost bood en verdieping, in dit boek is het de beeldende kunst, schilder- en tekenkunst van drie mensen, die op hun beurt de Balinese kunstenaars uit het begin van de twintigste eeuw vertegenwoordigen. Die drie mensen, een vrouw, haar man en een andere Nederlandse kunstenaar waren geïnterneerd in dezelfde kampen als de moeder en vader van Brokken. Het gaat om het echtpaar Maria en Willem Hofker en Rudolf Bonnet.
Het boek is overzichtelijk ingedeeld in drie hoofdstukken. Eerst vertelt Brokken over het kamp van moeder Olga Brokken en haar twee zoontjes, en Maria Hofker, Kampili op Celebes - tegenwoordig Sulawesi-. Er werd trouwens veel gezongen on het kamp, onder andere Russische liederen. Olga bespeelde ook het orgeltje. En Olga leerde bridgen. Maar ze was niet ingenomen met een aantal vrouwen in dat kamp. Hoofdstuk twee gaat over vader Han Brokken en de mannelijke schilders in het mannenkamp, Parepare, ook op Celebes. Niet alleen waren de Japanse kampcommandanten sadisten maar met name de bombardementen van de geallieerden, willens en wetens, - ze wisten dat er vrouwen, kinderen en mannen gevangen waren maar dat was geen overweging voorzichtiger te bombarderen - zorgden voor blijvend leed bij de gevangenen. Han Brokken is daar een schrijnend voorbeeld van. Nooit heeft hij gesproken over zijn ervaringen in het jappenkamp. Moeder Olga was beter in staat om te gaan met haar nare ervaringen. Het gemeenschappelijke van tweedewereldoorlogslachtoffers is dat zij er nauwelijks over konden praten. En de kampslachtoffers uit bezet Indonesië en nazi-Duitsland (willekeurige volgorde)nog het minst.
Het laatste deel gaat over de verwarrende tijd na de overgave van Japan, het uitroepen van de republiek Indonesië en de felle gevechten van verschillende kanten en partijen. Het Nederlandse bestuur en de militairen spelen geen fraaie rol, maar ook de onderlinge gevechten van verschillende Indonesische groepen zorgden voor veel leed en slachtoffers. Zo wilden bij voorbeeld de oostelijke gebieden liever niet onder Javaans bestuur staan; meedogenloos werd de bevolking gemarteld en afgeslacht.
Het Nederlands bestuur en de regering komen er bepaald slecht af. Niet alleen waar het de politionele acties betreft maar ook aangaande de behandeling van de eigen bevolking, zoals Nederlandse dienstweigeraars of de mensen die in het kamp hadden gezeten en totaal berooid waren; ze kregen een kleine ondersteuning, maar die moesten ze later wel terugbetalen. Zoiets als de joden die na terugkeer uit de vernietigingskampen ook nog achterstallige belasting en huur moesten betalen over de periode dat zij in het kamp gezeten hadden. Daar zijn geen woorden voor!
De - koloniale - geschiedenis van Indië / Indonesië is ingewikkeld. Niet alle Nederlanders hadden slechte bedoelingen, al is het niet duidelijk in welke categorie zendelingen zouden moeten vallen. In ieder geval waren ook niet alle Nederlanders tegen een eigen Indonesisch bestuur. Han en Olga en hun kinderen en Maria en Willem Hofker keerden eerder naar Nederland terug - tegen hun zin, dat wel - dan Rudolf Bonnet, totdat ook hij moest vertrekken. Niemand kon goed wennen bij terugkeer in het vaderland.
Ik ben in de ban van Indië / Indonesië, de - koloniale - geschiedenis, de dubbelheid, het verlangen naar dat prachtige land, de ongelooflijke botheid en verkeerde aanpak van het Nederlandse bestuur, maar ook van de intense en oprechte bewondering voor dit land van mensen als de ouders van Jan Brokken of natuurlijk ook van Multatuli en dergelijke denkers en doeners. Indië / Indonesië blijft in mijn aandacht en ik blijf erover lezen.
Prachtig zijn de in dit boek afgedrukte tekeningen en schilderijen van de kunstenaars. Veel is in het oorlogsgeweld verloren gegaan. Brokken schrijft er met groot inlevingsvermogen over. De prenten hadden van mij veel groter mogen zijn. Maar daar hangt natuurlijk een prijskaart aan.
Evenzo ben ik onder de indruk van Brokkens ‘Verantwoording en bronnen’, de hoeveelheid documenten en vooral ook de vele nabestaanden die hij gesproken heeft en die zich tot hem gewend hebben. Indrukwekkend en heel empathisch. Van mij mag er nog wel een Indië-boek van Jan Brokken verschijnen maar ik weet niet of dat er wel inzit.
Over de auteur:
Wikipedia: Jan Brokken (Leiden, 10 juni 1949) is een Nederlandse schrijver.
Brokken werd op 10 juni 1949 in het Diaconessenhuis van Leiden geboren, niet zo lang na de terugkeer van zijn ouders uit Nederlands-Indië. Zijn vader, theoloog, had op Celebes en Salayer wetenschappelijk onderzoek gedaan naar islamitische bewegingen. "Mijn nieuwsgierigheid naar andere culturen en levenswijzen heb ik onmiskenbaar van mijn vader," zei Brokken in een interview, "mijn reislust en de behoefte om mijn indrukken op papier te zetten van mijn moeder." Met zijn kennis van de islam kon vader Brokken in het Nederland van de jaren vijftig weinig aan. Hij werd predikant van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Jeugd Het grootste deel van zijn jeugd bracht Brokken in het Zuid-Hollandse dorp Rhoon door, het decor van zijn romans De provincie, Mijn kleine waanzin en De Vergelding. Hij doorliep de middelbare school in Rotterdam, studeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht en aan het Institut d’Etudes Politiques van de universiteit van Bordeaux in Frankrijk. Jan was de jongste van drie kinderen. Zijn beide broers waren in Makassar geboren: "Als domineeszoon was ik een buitenstaander in het dorp. En thuis was ik ook een buitenstaander. Ik had als enige de oorlog niet meegemaakt, had als enige niet in een kamp gezeten en had als enige de tropenzon niet voelen steken." Journalist[bewerken | brontekst bewerken] In 1973 trad Brokken in dienst van dagblad Trouw. Drie jaar later stapte hij over naar weekblad Haagse Post. Voor Trouw schreef hij reportages, voor HP interviews en portretten die gebundeld werden in Het volle literaire leven (1979), Schrijven (1980), Met musici (1987) en Spiegels (1993). In Bordeaux trouwde Brokken met Marie-Claude Hamonic, die in 1972 haar studie in de Franse literatuur van de middeleeuwen afrondde. Frankrijk werd Brokkens tweede vaderland: hij maakte er tal van reportages en interviews, die uitgeverij Atlas in 2004 bijeenbracht onder de titel Zoals Frankrijk was.
Schrijver In 1984 debuteerde Brokken met de roman De provincie. In Het laatste oordeel maakt een vader samen met zijn zoon een keuze uit de boeken die hij mag meenemen naar het bejaardentehuis. Uit de veertig strekkende meter boeken moet hij één meter kiezen. Door de boeken die hij uiteindelijk meeneemt, ontstaat een portret van de man. Ieder van die boeken vertelt een episode uit zijn leven. Joost Zwagerman nam het verhaal op in zijn in 2004 verschenen bloemlezing van de beste korte verhalen uit de Nederlandse literatuur. In 1988 ontving Brokken voor zijn verhalenbundel De zee van vroeger de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Twee jaar eerder had hij de journalistiek vaarwel gezegd: "De reguliere journalistiek dan. Voor mij maakt het etiket niet veel uit. (...) Mijn eerste boek, de biografie Mata Hari, de waarheid achter de legende, schreef ik tussen de korte stukjes voor de krant door. Het verscheen in 1975, een jaar voordat ik redacteur van HP werd. Bij mijn sollicitatie speelde het een belangrijke rol. Uiteindelijk bleven nog drie kandidaten over; ik werd gekozen omdat ik een boek had geschreven: het beste bewijs dat ik werk van langere adem kon leveren. Het is dus niet zo dat de journalistiek me bij de literatuur bracht, het is andersom." Reizen[bewerken | brontekst bewerken] Voor de verhalen uit De zee van vroeger koos hij de locaties Indonesië, China en Rusland. Het was het begin van een rusteloos bestaan. Brokken woonde en reisde gedurende zes jaar in West-Afrika en schreef romans en reisverhalen die in Burkina Faso, Ivoorkust en Gabon spelen: Zaza en de president, De moordenaar van Ouagadougou, De regenvogel en Nog een nacht. Caribische tijd[bewerken | brontekst bewerken] In 1992 verhuisde Brokken naar het Caribische gebied. Hij publiceerde Goedenavond, mrs. Rhys, over de jeugd van de op Dominica geboren schrijfster Jean Rhys, de bundel Vulkanen vanaf zee, met op Guadeloupe, Martinique en Curaçao gesitueerde verhalen, de grote zeeroman De blinde passagiers en de op Curaçao spelende roman De droevige kampioen. Vanuit Curaçao ondernam hij vele reizen naar Zuid-Amerika, die resulteerden in het non-fictieboek Jungle Rudy en de fictieroman Voel maar. In De droevige kampioen beschreef Brokken met de sportheld Riki Marchena de teleurstelling van de eerste generatie zwarte opinieleiders op de Caribische eilanden. De roman werd niet genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs, maar de jury vermeldde in het perscommuniqué wel dat ze dit "razend knap vertelde verhaal" ook graag in de shortlist had opgenomen. In Nederland[bewerken | brontekst bewerken] De blinde passagiers werd genomineerd voor de Gouden Uil, Voel maar voor de Libris Literatuur Prijs. Met De blinde passagiers bereikte Brokken voor het eerst een groot publiek, ook in Duitsland. Na vijftien jaar wonen en reizen in het buitenland keerde Brokken in 2002 naar Nederland terug. In 2004 verscheen zijn autobiografische roman Mijn kleine waanzin. Vier jaar later publiceerde Brokken de even persoonlijke roman In het huis van de dichter, over zijn vriendschap met de Russische meesterpianist Youri Egorov: "Mijn kleine waanzin vertelt de jaren vijftig en zestig op het Hollandse platteland, In het huis van de dichter de jaren zeventig en tachtig in Amsterdam. Dat was de opzet: een persoonlijke tijdsgeschiedenis van pakweg een halve eeuw in verhalende vorm." Voor Mijn kleine waanzin ontving Brokken de Icodo Prijs, uitgereikt door de gezamenlijke stichtingen hulp aan oorlogsslachtoffers. Tussendoor publiceerde Brokken in 2005 Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin, een cultuurhistorische verkenning waarvoor hij tien jaar onderzoek had gedaan. Door de geschiedenis van de Caribische muziek te achterhalen, probeerde hij de wortels van de Antilliaanse samenleving bloot te leggen. Recente jaren[bewerken | brontekst bewerken] Brokken woont wisselend in Amsterdam en aan de Franse Atlantische kust, als hij niet op reis is. Toen hij In het huis van de dichter had voltooid en wachtte op de commentaren van zijn uitgever, schreef Brokken in enkele weken de novelle Feininger voorbij: "Ik had even zin in iets korts, iets bizars, iets luchtig..." In maart 2009 verscheen Feininger voorbij, een novelle over de confrontatie tussen Oost en West. De Vergelding verscheen in 2013. Dit boek behandelt de fusillade van zeven burgers door de Duitse bezetter bij de buurtschap Het Sluisje en een reconstructie van hoe het dorp met elkaar is omgegaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. In Zeedrift maakt Brokken de som op van vijfendertig jaar reizen. De eerste versie van het verhaal Woestijnkonijn schreef hij al in 1974. "De bijzondere momenten," vat Brokken Zeedrift samen. "De onverwachte ontmoetingen. De mensen en de dingen die ik me blijf herinneren van Egypte, Italië, Indonesië, China, Curaçao, Aruba, Guatemala en zoveel andere plekken." In het huis van de dichter werd door Klassiek Centraal bekroond met een Gouden Label. Ingrid Kroon noemt Zaza en de president een beginpunt van een nieuw genre in de Nederlandse literatuur, een mengeling van persoonlijk reisverslag, fictie en documentaire: "Jan Brokken is geen 'literaire' schrijver in de klassieke zin des woords, doordat hij fictie met non-fictie verenigt. Maar zijn poging om verschillende schrijfculturen met elkaar te laten versmelten is bijzonder genoeg om dit als een verdienste voor de literatuur te erkennen. Hij heeft werkelijk een nieuw genre toegevoegd aan de Nederlandse literatuur.”
Bibliografie 1975 - Mata Hari 1978 - Het volle literaire leven 1980 - Schrijven 1982 - Over F.B. Hotz (ISBN 9062910920) 1984 - De provincie 1986 - De zee van vroeger 1988 - Met musici 1988 - Zaza en de president 1989 - De moordenaar van Ouagadougou, gevolgd door Een basiliek in het regenwoud 1991 - De regenvogel 1992 - Goedenavond, mrs. Rhys 1993 - Spiegels 1993 - Vulkanen vanaf zee 1995 - De blinde passagiers (ISBN 9025414613) 1997 - De droevige kampioen 1999 - Jungle Rudy 2001 - Voel maar 2001 - Afrika (de Afrika-boeken: Zaza en de president / De moordenaar van Ouagadougou & Een basiliek in het regenwoud / De regenvogel/ Nog een nacht). Amsterdam -Antwerpen: Atlas (ISBN 9045006960) 2004 - Mijn kleine waanzin (ISBN 9789045006796) 2006 - Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin (ISBN 9045014246) 2006 - De wil en de weg (ISBN 9045700999) 2008 - In het huis van de dichter (ISBN 9789045014821) 2009 - Feininger voorbij (ISBN 9789045012001) 2009 - Zeedrift (ISBN 9789045015682) 2010 - Baltische zielen 2011 - Het hoe (ISBN 9789045705330) 2013 - De vergelding (ISBN 9789045022710) 2015 - De kozakkentuin (ISBN 9789045030173) 2016 - De gloed van Sint-Petersburg (ISBN 9789045033303) 2016 - Johnny remember me (met Petra Kersten) uitg. De GeitenPers 2018 - De rechtvaardigen (ISBN 9789045036649) 2020 - Stedevaart (ISBN 9789045040141) 2021 - De tuinen van Buitenzorg 2022 - De kampschilders
Verfilmingen Drie boeken van Brokken werden verfilmd: De provincie, speelfilm, regie Jan Bosdriesz, met in de hoofdrollen Thom Hoffman, Pierre Bokma, Gijs Scholten van Aschat en Tamar van den Dop; Goedenavond, mrs. Rhys, televisiedocumentaire, regie Jan Louter, onder de titel They destroyed all the roses, en Jungle Rudy, een door Rob Smits geregisseerde documentaire bioscoopfilm. Een vierde en vijfde boekverfilming zijn in voorbereiding: De droevige kampioen en In het huis van de dichter.
Bibliografie: Titel: De kampschilders Auteur: Jan Brokken Uitgever: Atlas-Contact Jaar van uitgave: 2022 Aantal pagina’s: 320; met platen ISBN: 9789045924
Ik vind dit een prachtig boek. Op een mooie manier verbindt Jan Brokken de kampbelevenissen van zijn ouders met allerlei wederwaardigheden van schilders en tekenaars die met hen gevangen zaten. Heel mooi geïllustreerd, zij het dat de de prenten wel wat groter hadden mogen worden afgedrukt. Een monument voor Han en Olga - die nooit goed herstelden van hun kampervaringen - en voor de kunstenaars. Ook het ongelijk van Rudy Kousbroek over Indië-kwesties wordt (ten overvloede) weer treffend getoond.
Dit vervolg bevalt me meer dan De tuinen van Buitenzorg zelf. Het eerste en naar mijn mening beste deel vertelt over de lotgevallen van de moeder van Jan Brokken en zijn twee broers, opgesloten in het Japanse oorlogskamp. De manier hoe ze behandeld werden en de voortdurende dreiging was een verschrikking. Dit deel hakte er bij mij meer op in dan deel twee, de ervaringen van onder meer Brokkens vader in het kamp voor mannen. Ook zij moesten de meest wrede behandelingen en vernederingen ondergaan. Onder de gevangenen waren er enkele kunstenaars die de schoonheid bleven zien, de “mensen met en de mensen zonder muziek”, en die ook vormgaven. Hun tekeningen worden her en der in het boek in kleur afgebeeld en zijn even prachtig als Bali is/was. Op het eind wordt pijnlijk duidelijk dat Brokkens ouders en broers het Japanse kamp nooit te boven zijn gekomen.
Hoewel de schilders die in het boek behandeld worden op zijn zachtst gezegd middelmatig zijn, weet Brokken er wel weer een voortreffelijk boek van te maken. Hij heeft veel research gedaan en het boek is met aandacht en gevoel voor de personages geschreven. Ook heeft hij op een soepele manier zijn eigen ouders in het verhaal verweven (als een soort vervolg op 'De Tuinen van Buitenzorg') en krijgt hij tijdens het schrijven van het boek meer begrip voor zijn vader en alles wat die verzwegen heeft. Al praat hij het gedrag van zijn vader tijdens zijn jeugd ook weer niet goed. Tot slot krijg je als lezer een heel duidelijk beeld van het kampleven in de Jappenkampen op Celebes (Sulawesi), voor mij persoonlijk boeiend, omdat mijn grootouders en tante ook in de Jappenkampen zaten. Ik herkende veel van wat mijn oma in haar 'familiegeschiedenis' schreef terug in het boek, ook al waren het dan andere kampen (op Java). De potloodportretten uit de kampen vond ik de mooiste in het boek.
In oktober 2022 was er een bijeenkomst in de Hillegondakerk bij ons in Hillegersberg. De Kampschilders was net verschenen en Brokken kwam voorlezen en werd geïnterviewd. Hierbij liet hij ook (plaatjes van) de werken zien waarover hij vertelde. Na afloop signeerde Brokken een hele stapel Brokkens voor ons nageslacht, waarbij we dit boek dus nieuw aanschaften. Ik heb inmiddels een behoorlijk aantal Brokkens gelezen. Ik heb er ook nog bijzonder veel te gaan zag ik. De Kampschilders is een mooi en belangrijk verhaal en meesterlijk verteld. Toch konden boeken als Mata Hari, Baltische Zielen en De Rechtvaardigen mij meer bekoren.
Een jaar of elf geleden bezochten T en ik Indonesië. In Ubud viel op hoeveel kunstenaars daar actief zijn. We hebben er zelfs een mooi schilderij gekocht waarop silhouetten van een danseres in verschillende poses staan. Dat hangt trots boven de keukentafel. We kwamen daarnaast in een galerie of expositieruimte terecht. Ik weet eerlijk gezegd niet meer of de daar aanwezige schilderijen te koop waren. Daar hingen allerlei schilderijen van schilders met Nederlandse namen. En er lagen boekjes over die schilders. Ik ben de namen vergeten, maar herinner me wel dat de schilders werden gepresenteerd als absolute grootheden. Vreemd dan dat hun faam Nederland nooit heeft bereikt. Daar heeft Brokken nu dan (hoewel vermoedelijk ook voor een zeer beperkt lezerspubliek) verandering in gebracht. Voortaan zal ik opveren als ik de namen hoor van Willem en Maria Hofker en Rudolf Bonnet. En je begrijpt dat ik nu snel weer een reisje naar Bali moet maken om te kijken of het daar getoonde werk inderdaad van deze schilders was.
Het is weer zover. Ik heb het 75 blz geprobeerd. Het thema is natuurlijk goed/belangrijk en mogelijk zijn ze kampen in Japan vaak over het hoofd gezien. Maar het is qua schrijfstijl meer een geschiedenisboek dan dat het mij als lezer trekt en meeneemt naar die tijd.
Oke het leven is geen competitie maar ik wilde de eerste zijn die een review zou achterlaten. Helaas zijn levens vol ugh. Mooi boek!!! Ik kwam wel moeilijker door het einde maar misschien was dat omdat dat einde minder als een roman las en meer als een biografie? Idk. Desondanks een goeie
Indrukwekkend, respectvol en pakkend geschreven relaas over de tijd dat de ouders van Jan Brokken, de schrijver, doorbrachten in Japanse gevangen kampen op Celebes, het huidige Sulawesi, en hoe het hun leven tekende daarna. In het verhaal zijn de lotgevallen verweven van Willem en Maria Hofker en Rudolf Bonnet, schilders die op Bali leefden en werkten, wat een mooi inkijkje geeft in hun artistieke leven. Voorbeelden van hun prachtige werk zijn als illustratie opgenomen in het boek.
Een boek met twee verhaallijnen: ten eerste de beschrijving hoe een aantal Nederlandse Balinese schilders (Willem Hofker, Maria Hofker-Rueter en Rudolf Bonnet) in de 2e Wereldoorlog door hun Japanse kamptijd gekomen zijn op het eiland Celebes (het huidige Sulawesi). Ten tweede het verblijf van de ouders en beide broers van de schrijver in dezelfde (resp. mannen- en vrouwen/kinderen-) kampen als deze schilders. Het is een hele opgave geweest om die kamptijd onder Japanse druk en daarna de onafhankelijkheidsstrijd van de Indonesiërs te overleven.
Zoals gewend van Jan Brokken heeft hij weer erg veel gedetailleerd onderzoek gedaan voordat hij dit mooie verhaal heeft kunnen opstellen. Feedback van lezers op zijn vorige boek ‘De tuinen van Buitenzorg’, waarin hij het leven van zijn ouders in Nederlands-Indië beschrijft tot aan het moment van internering, heeft hem aangezet tot het verder uitwerken van dit verhaal waar hij al een paar jaar aan bezig was. Dit boek geeft hem, en daarmee de lezer, nog meer inzicht in de achtergronden van zijn ouders en de gevolgen die deze zware periode op hun verdere leven (en dat van de na de oorlog in Nederland geboren Jan Brokken zelf) heeft gehad.
Het boek bevat een groot aantal prachtige kleine afdrukken van schilderijen en tekeningen van de kampschilders, waaronder veel aangrijpende portretten van Hofker's mede-kampbewoners. Bonnet wist na de oorlog een mooi museumcomplex in Ubud (Bali) te realiseren. Soekarno bleek een groot liefhebber van de schilderijen van Bonnet; veel grote werken van hem belandden uiteindelijk in de grote kunstverzameling van Soekarno...
Verhaal over de kampen waar Nederlanders heen werden gestuurd tijdens de Japanse overname van het toen nog Nederlands-Indië. Geschreven door de Jan brokken waarvan de moeder en broers in een kamp zaten en waarvan zijn vader in een ander kamp zat.
Er is veel aandacht voor de kunstenaars in die kampen en voornamelijk hun leven voor en na het kamp op Bali. De bewondering voor de cultuur die ze hadden en hoe externe conflicten daar tussen kwamen; Hoe ze omgingen met de situatie die op elke manier zo onverklaarbaar wreed lijkt vergeleken met het vredevolle en vrolijke Bali. Dit alles met een constante onderliggende nieuwsgierigheid en zoektocht naar antwoorden van de schrijver naar die periode in het leven van zijn ouders en broers, waar vooral zijn vader zo stil over was.
Erg interessant, al voelt het soms wel een beetje als een logboek.
Helaas viel het luisterboek mij tegen. Vooral dat het nogal saai en monotoon werd voorgelezen door Job Cohen, van wie ik andere boeken wel met plezier heb geluisterd. Het is een non-fictieboek, dus verwacht geen roman. Het bevat heel veel feiten over kunstenaars die in het kamp voornamelijk veel portretten schilderen en situaties vastlegden in hetzelfde kamp als waar de vader van Jan Brokken zat. Over beide ouders gaat ook veel in het verhaal, maar dat vind ik nogal verwarrend. Vaak haalde ik personages door elkaar, vooral omdat de ouders de ene keer wel, de andere keer niet bij hun voornaam worden genoemd. Later dacht ik dat het misschien gebeurde als hij het over hen had terwijl hijzelf nog niet geboren was. Misschien is zo’n boek ook niet geschikt om te luisteren, maar moet je kunnen bladeren en terugbladeren. Het papieren boek heb ik wel in handen gehad en ik zag dat daar afbeeldingen van de schilderijen in stonden, die je tijdens het luisteren natuurlijk moet missen. Binnenkort ga ik naar een lezing van Jan Brokken. Misschien verheldert dat veel.
Sorry, although the various [real-life] experiences described in the book of the internment camps and the couple of years afterwards are useful to hear, they are much better described in books by others. NEW to me was the horrible treatment of Dutch conscience objectors after the war, during the 'politionele acties'. See end of this review.
For me the best thing in the book is the many color illustrations of drawings and paintings made by the three artists. Willem Hofker and Rudolf Bonnet made lovely art, IMO. Maria Hofker probably did too, but nearly all of her work went up in smoke due to repeated targeted American bombing. [The US military claimed after the war that they feared Japanese weapons were stored in the camps.]
The author doesn't seem to have any goal or pathway in this book, keeps jumping from one thing to another, from one person to another. Clearly he has spent a lot of time finding out everything he can about each of his parents' experiences in the few years before he himself was born [1949], reading the memoirs and letters of others in those camps, even interviewing a few survivors. But he does not manage to make his personal search something that speaks to [other] readers.
And because there is so little known about his parents' experiences [largely because his father could never bring himself to speak about these horrible years], he expands what would have only been an essay into a book by telling everything he could find out about three artists who were in the camps together with his mother or his father. Their experiences are interesting, but are not made into a coherent story. The book just doesn't hang together, and there are so many [boring] details given that seem to add nothing at all to the telling of these people's lives.
The publisher/editor/agent really messed up on this one. Someone should have said/done something. At the very least, an editor should have alerted the author to a great number of repetitions in the book.
[p 315] "Ad van Liempt schreef de tekst bij de indringende documentaire 'Indie-weigeraars', die Andere Tijden op 25 jan 2001 uitzond. Jan Maarten Fiedeldij Dop en Yvonne Simons schreven de doctoraalscriptie 'Al weer iets groots verricht. Hoe Nederland zijn Indie-deserteurs tot de laatste man berechtte', Amsterdam 1983.
277. Author's father wanted to stay in Indonesia after the camps but was not allowed. ON return he was assigned to be 'legerpredikant....met de opdracht om geestelijke bijstand te verlenen aan DIENSTWEIGERAARS. 9 van de 10 waren jongens die weigerden om naar Indie te gaan om deel te nemen aan de politionele acties... DIENSTWEIGERAARS moesten zich voor de Krijgsraad verantwoorden...' Their answer 'uit principiele overwegingen werden weggehoond'. 'Voor de leden van de Krijgsraad waren ze 'deserteurs', 'landverraders' 'schijtebroeken... Vrijgesproken weren ze nooit...De straf bestond uit een paar jaar cel plus het ontnemen van de burgerrechten...De strafinrichting heette Detachement Nazending Indie. Door te tarten, te drillen, te vernederen en te hersenspoelen moest men de jongens er naar doen snakken om nagezonden te worden naar de kolonie. De meeste [4000 tot 6000] kwamen uit communistische of pacifistische kring. Ook leden van de pinkstergemeente... De sergeants lieten de weigeraars de zwaarste oefeningen doen, 6 dagen in de week van 7 a.m. tot 9 uur 's avonds. Week in week uit.....'
Christine says: "Dit vervolg bevalt me meer dan De tuinen van Buitenzorg zelf."
De kampschilders AuteurJan Brokken TaalNederlands UitgeverAmsterdam: Uitgeverij Atlas Contact, 2022 318 p. : ill. ISBN9789045045924 (hardback) Jan Brokken maakte van zijn boek De tuinen van Buitenzorg, een zoektocht naar de vrouw die zijn moeder was geweest voor zij hem, de jongste van haar drie zoons, in 1949 kreeg.
Vanaf 1935 woonden Brokkens ouders op Celebes, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zij waren er gelukkig. Vader Han, was een zendeling, behalve dominee was hij ook een onderzoeker van de islam moeder Olga, een levenslustige jonge vrouw, die piano speelde, paardreed en de lokale talen bestudeerde. Maar helaas spatte In 1942 hun droom uiteen.
Beiden brachten de jaren van Japanse bezetting tot de bevrijding in een kamp door, van elkaar gescheiden: Olga met haar twee zoontjes in vrouwenkamp Kampili en Han in mannenkamp Parapare, iets verderop. Brokken beschrijft zeer intens aan de hand van zijn moeder Olga en zijn vader Han wat het betekende om in een Japans interneringskamp te verblijven. Over hun gruwelijke ervaringen werd in het gezin Brokken, dat in Nederland na de oorlog een nieuw leven opbouwde, weinig gesproken. Maar de kinderen groeiden ermee op: een moeder die haar herinneringen op afstand hield en krachtig haar gezin bestuurde, en een vader die wegzonk in het moeras van zijn donkere gedachten, kettingrokend en verdoofd door drank en pillen. In dit boek volgt Brokken ook de lotgevallen van drie kunstenaars die gelijktijdig met zijn ouders in de kampen hebben gezeten, en die het leven daar, en ervoor en erna, op Celebes en Bali, hebben verbeeld in hun werk. Het zijn Willem en Maria Hofker, een schildersechtpaar, en Rudolf Bonnet, die de rijke en weelderige cultuur op Bali schilderden. Maria Hofker bleef in het vrouwenkamp tegen wil en dank de lieflijke natuur schilderen. Brokken vertelt hoe haar kamp wreed werd geleid door de sadistische kampcommandant Tadashi Yamadji, die vrouwen sloeg en angst aanjoeg en de aantrekkelijksten bij hem thuis ontbood. Maria's man Wim Hofker tekende een indrukwekkende serie portretten van medegevangenen in het mannenkamp. Van alle drie staat schitterend werk afgedrukt in dit boek.
Brokken schrijft in zijn nawoord dat hij bij de lezingen die hij hield naar aanleiding van De tuinen van Buitenzorg kennismaakte met mensen die in een jappenkamp hadden gezeten of met hun nazaten. Met enkelen voerde hij gesprekken en hij kreeg materiaal doorgespeeld: brieven, dagboeken, boeken, filmbeelden, afbeeldingen, hele archieven. Zo kreeg hij een steeds scherper beeld van hoe het leven van zijn ouders en broers in de kampen moet zijn geweest. Brokken schrijft met grote betrokkenheid en inlevingsvermogen. Dat maakt zijn boek persoonlijk, zonder dat hij enorm uitweidt over de gevolgen van het kamptrauma van zijn ouders voor zijn eigen jeugd en verdere leven.
In De kampschilders vertelt Jan Brokken over de Japanse burgerkampen (jappenkampen) waar zijn ouders verbleven tijdens de Tweede Wereldoorlog in het toenmalige Nederlands-Indië. Door dit verhaal op papier te zetten probeert de auteur zijn moeder en vader beter te begrijpen. Aan de hand van overgebleven werken, uitgebreid onderzoek en gesprekken heeft Jan Brokken een stukje familiegeschiedenis proberen te reconstrueren in drie grote hoofdstukken.
Vooral het eerste hoofdstuk, Vliegen vangen, heeft mij erg geraakt. Dit is het relaas van zijn moeder Olga. Samen met haar twee zoontjes zit ze in het vrouwenkamp Kampili (Jan wordt pas vier jaar na de oorlog geboren). De omstandigheden zijn hier vaak gruwelijk en mensonterend. Olga leert daar Maria Hofkens kennen. Door te tekenen verlegt Maria haar aandacht naar andere en mooiere zaken. Geen ellende en geweld, wel een hymne aan de natuur. Maria Hofkens mag ook tekenles aan oudere meisjes geven én ze verzorgt zelfs een tentoonstelling voor hoog Japans bezoek. Doordat Olga later aan haar zoon Jan vertelt, komt dit gedeelte zeer persoonlijk over. Ze sprak er niet graag over, maar verzwijgen deed ze ook niet.
“Zag Maria hetzelfde als zij? Ongetwijfeld, maar ze lette op andere dingen, zag het mooie in het lelijke, keek over het prikkeldraad heen.”
Het tweede hoofdstuk, Palet van wilskracht, draait rond het mannenkamp Parepare en Han, de vader van Jan Brokken. Omdat zijn vader zwijgzaam is over het kampleven en trauma’s heeft te verwerken, is er minder over deze periode geweten. Jan Brokken probeert meer inzicht te krijgen door de werken van Rudolf Bonnet en Willem Hofkens te bestuderen. Zij beelden af en toe wel de harde realiteit af in hun werk, maar vluchten er anderzijds ook vaak van weg door te schilderen. Dit hoofdstuk bevat vele namen en feiten. Wel interessant, maar minder persoonlijk. Wat vader heeft meegemaakt blijft dus grotendeels in het ongewisse.
Tenslotte wordt er ook aandacht besteed aan de periode na het kampleven, hoe ieder weer zijn eigen weg moet zoeken.
Deze verzorgde uitgave bevat vele illustraties van de kunstwerken en een landkaart om de kampen te situeren. De kampschilders geeft een aparte kijk op de geschiedenis van Nederlands-Indië, op het koloniale verleden. De situaties waren vaak gruwelijk, maar kunst en muziek hebben de oorlog toch iets draaglijker kunnen maken. Jan Brokken heeft een boeiende vertelstijl en heeft mij weer wat wijzer gemaakt.
“Hoe het precies zat was echter verdwenen in de jungle van zijn donkerste herinneringen, want zo woekert oorlog voort, je haalt gebeurtenissen door elkaar, weet niets meer zeker, wat blijft is angst die tempert en dan weer oplaait, als het janken van de wind bij een storm.”
In het boek ” De Kampschilders” wordt het verhaal vertelt van de ouders van de auteur Jan Brokken, Han en Olga. Niet alleen hun verhaal maar ook het verhaal van Willem en Maria Hofker en Rudolf Bonnet, kunstschilders van beroep.
Hun verhaal neemt ons mee naar de Tweede Wereldoorlog, voormalig Nederlands -Indië. Nadat we eerst een mooi inkijkje in hun leven krijgen op Bali van voor de Tweede Wereldoorlog. Een oorlog die op Bali de Jappenkampen doet ontstaan..
Deze persoonlijke verhalen, de verschrikkelijke omstandigheden, de brute martelingen en ga zo maar door worden breeduit verteld in dit boek. Deze gebeurtenissen maken je als lezer wel even stil. Het is niet allemaal even prettig om te lezen. Maar wel goed dat het verteld wordt, dit mag tenslotte nooit vergeten worden.
De mensen in deze kampen zochten ondanks de ontberingen afleiding en veelal gebeurde dat door o.a. te tekenen, schrijven of schilderen. In deze kampen verbleven ook kunstenaars die vele kunstwerken maakten in die tijd. Als je het boek zo leest blijkt dat vele van deze werken ook weer verloren gegaan zijn door de bombardementen bij de kampen. De kunstwerken die bewaard zijn gebleven, daarvan vinden we enkelen terug in dit boek, met een duidelijke tekst en uitleg. Dat is vaak niet nodig, de afbeelding spreekt vaak voor zich zelf…. Het doet je lezer beseffen wat een gevangenenkamp/ jappenkamp en zijn ontberingen doet met een mens die het moet ondergaan. Het is niet zo vreemd dat het een mens verandert, of dat men voor altijd getraumatiseerd is… Wat weer alle gevolgen heeft voor de gezinsleden van overlevende van zo een kamp.
De auteur Jan Brokken weet na een zo te lezen jarenlang en uitgebreid onderzoek de verhalen van de eerder genoemde personen zeer levend neer te zetten. Je maakt als het ware het zelf mee.. Respect ook naar de auteur toe die zo een uitgebreid onderzoek tot zo een boeiend en interessant verhaal weet neer te zetten. Verhalen die men moet weten en niet mag vergeten. Deze onbekende verhalen zijn vaak het interessants, geven nog niet bekende feiten etc.
” De Kampschilders” is een indrukwekkend boek, dat raakt en dat ook duidelijk maakt dat afleiding zoeken in de kunst je kan doen overleven… Echter, de kunst die we te zien krijgen in ‘De Kampschilders” vertellen zo hun eigen verhaal. Gewoon door goed te kijken naar de afbeeldingen in het boek zie je het verhaal voor je… Boek is zeker een aanrader, vooral voor de liefhebber van de Tweede Wereldoorlog en de voormalige Nederlands Koloniën.
Dit boek kon me maar matig bekoren. Het eerste hoofdstuk, over Jan Brokkens moeder en zijn broers in een Japans kamp, was nochtans veelbelovend. Je krijgt een inkijkje in hun (over-)leven daar. Het tweede deel gaat over het kamp waar zijn vader gezeten heeft, en een aantal schilders die daar ook waren. Het derde deel gaat dan weer over de tijd na de oorlog. Met elk deel verloor Jan Brokken me een beetje. Hij heeft enorm veel onderzoek gedaan, alles uitgespit, voor zover mogelijk, maar soms was het iets te veel. Te veel verschillende personages, die ik op den duur moeilijk uit elkaar kon houden, te veel details soms ook. Toch heeft hij een intrigerende schrijfstijl, weet hij de dingen mooi te verwoorden. Dit maakt zeker nieuwsgierig naar zijn andere boeken.
Ik heb dit boek geluisterd, wat zeker niet ideaal is, want daardoor zie je de tekeningen niet die in het boek staan, en die het een grote meerwaarde geven (ze stonden gelukkig ook in het e-book, dat ik ook heb, en waar ik speciaal voor die tekeningen doorheen gebladerd heb).
Kon me niet echt boeien. Gaat over de jappenkampen op Celebes waarin de ouders van Jan Brokken zich gescheiden van elkaar bevonden met hun twee kinderen ten tijde van de Japanse bezetting. Vader was dominee en zendingspredikant.Jan was toen nog niet geboren. De vreselijke omstandigheden daar worden weer eens aangehaald maar ook gaat het over iets heel anders en wel over kunstenaars die zich in die tijd in de kampen bevonden. Zij werden gespaard omdat hun kunst de Jappen beviel en het graag kochten. Voorbeelden zijn echtpaar Willen en Maria Hofker en Rudolf Bonnet (overigens prachtige schilderijen), Willem Witsen, Jan Spies en verder veel onbekende namen. Soekarno was een grote kunstverzamelaar, zijn collectie is heel uitgebreid en is tot op heden de grootste verzameling van het land.
De kaft is een zelfportret van een kampschilder. Het is een boek dat geschreven is met info uit verschillende bronnen. Een reportage uit de Nederlandse geschiedenis met info over zijn ouders tijdens die periode. Voor Vlaamse lezers iets minder belangrijk daar zij weinig of geen kennis hebben van de Japanners in WO II. Ook de schilders/kunstenaars zijn in Vlaanderen minder gekend. Voor mij meer een boek voor de Nederlandse lezers.
Een soort van vervolg op de Tuinen van Buitenzorg, over de tijd van Brokken's ouders in het Jappenkamp en een aantal van hun schilderende kampgenoten. Brokken kan heel goed schrijven, en hij combineert vele bronnen voor een interessant verhaal. Soms een tikje speculatief, maar dat benoemt hij dan. Opmerkelijk hoe verschillend de vader van de auteur (levenslang trauma) en sommige schilders (hinderlijke onderbreking van een rijk en vol leven) het kamp verwerken.
Ik heb nog niet veel gelezen over Indonesië en over de Jappenkampen. Dit boek is een mooi begin. Soms wat onsamenhangend maar het geeft een goed beeld van de verschrikkelijke dingen die zich daar voltrokken. Door de Jappen, de Hollanders en de Indonesiërs. Gelardeerd met mooie kunst is het een fijn boek om te lezen
Heel indrukwekkend boek over de kampen waar niet allen Brokkens ouders, maar ook mijn eigen vader, tante, opa en oma zaten. Bijzonder hoe je via een boek zo dicht bij hun verleden kunt komen. Jan Brokken is een verteller pur sang.
Aangrijpend verhaal over hoe Willem en Maria Hofker en Rudolf Bonnet als schilders een Japans kamp in Indonesie overleven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tevens vertelt de schrijver over zijn moeilijke relatie met zijn vader die ook in een kamp gezeten heeft, net als zijn moeder en broers.
Een mooi vervolg en verdieping op De tuinen van Buitenzorg. Tevens een mooi beeld van het kunstzinnige Bali dat ik nog maar deels kende en een schrijnend beeld van het kampleven plus de levenslange gevolgen hiervan.
Jan Brokken zoekt zijn ouders in de opbrengsten van schrijvers en tekenaars die tegelijk met z’n ouders in de jappenkampen zaten. Hij zoekt en zoekt maar vindt ze niet. Hij levert wel een caleidoscopische beschrijving van het oude Indië en het gruwelijke leven in de kampen.
Ondanks dat het een mooie weergave is van een hoofdstuk uit de geschiedenis dat we nooit mogen vergeten, wist dit boek mij niet te grijpen door de geschiedkundige manier van schrijven. Zit goed in elkaar, maar van de schrijfstijl moet je houden
Ik werd onmiddellijk in het meeslepende en tegelijk gruwelijke verhaal gezogen. Helaas ben ik mijn focus wat verloren in het tweede en vooral derde deel, al bleef Brokkens literaire schrijfstijl me overtuigen. Schrijnende verhalen, blijvende getuigenissen, ik wil nog wel boeken van hem lezen!
Indrukwekkend eerbetoon aan vader en moeder met haar twee zonen in de kampen in Indie. En zo goed geschreven: de schrijver moet het doen met soms schaarse informatie maar weet de lezer zonder trucs mee te nemen in een schrijnend verhaal