Waarom moest Winkler Brockhaus naar een gekkenhuis? Büch beschrijft het leven van de kleine Winkler in een psychiatrische kliniek en de sporen die dit in zijn verdere leven heeft nagelaten.
Een schokkend en ontroerend boek over een jongetje dat niet gek wilde zijn, maar in handen van gekken viel.
De juiste volgorde waarin Boudewijn Büch de boeken over Winkler Brockhaus schreef heb ik niet gevolgd want eerst las ik "de bocht van Berkhey". En nu "Het dolhuis". Wat mij in deze verhalen boeit is de tragiek van de hoofdpersoon. De eenzaamheid, de pijn, de verdringing van nare gebeurtenissen. Of de auteur dit al dan niet echt zelf heeft meegemaakt doet er voor mij niet toe. Iemand kan dit allemaal meemaken en zal daar dan ongetwijfeld niet onbeschadigd uitkomen. Ik vind dat tragisch en die tragiek is in dit boek goed beschreven, met, naar mijn aanvoelen, minder humor dan in het boek dat ik eerst las.
Als ik aan Büch denk ontkom ik niet aan de gedachte van de dwangmatige fantast die hij bleek te zijn. Büch creëerde niet alleen een eigen wereld in zijn romans, hij leefde deze door hem verzonnen wereld ook in zijn werkelijkheid. Dit stoot me af en fascineert tegelijkertijd. Het was één van de redenen waarom ik dit boek wilde lezen, om wat meer te weten te komen over Büchs jeugd en achtergrond, ondanks het twijfelachtige waarheidsgehalte van ook dit verhaal en de wijze waarop hij er misschien wel mee te koop liep. Want wat een triestig boek, komisch zo nu en dan en gevoelsmatig wat aangedikt, maar ook boeiend, van begin tot eind waarin Winkler Brockhaus helderheid in zijn leven en vooral zijn kindertijd probeert te krijgen. De rode draad in dit boek is het waarom hij naar het dolhuis moest, wat er is gebeurd omdat hij niet gek is, hooguit wat nerveus. Het boek leest als een afrekening met zijn milieu, een moedig en openhartig relaas, maar met de kennis over Büchs groteske manier van verbeelden, is het ook nu een raadsel waar de waarheid precies ligt.
Met de mondelingen in zicht moet er weer gelezen worden. Had het toevallig in de kast staan. Net The queens gambit gezien op Netflix waarin een zelfde soort gekkenhuis/weeshuis wordt beschreven en zo'n zelfde creepy gevoel wordt aangeboord. Vooroorlogse praktijken als je het mij vraagt. Had niet meteen door dat de relatie met zijn vader niet pluis was. Ik vond dit dunne boekje allervermakelijkst; je hebt het zo uit.
What an awful, horrible book. The writing style is so incredibly rude, I can't even describe it. The whole book has a sad, creepy atmosphere. Some parts even gave me the chills, what a terrible book. The things that Wrinkler had to go through in the mental hospital and the sexual abuse at home, I can't imagine... Even though it was interesting to read how awful those mental hospitals were in that time, the writing style was just not at all my cup of tea.
Geschreven met meerdere verhaallijnen door elkaar. Het maakt het daardoor soms wat moeilijker leesbaar, maar geeft een compleet beeld van het verhaal over de hoofdpersoon.
De grote vraag blijft steeds waarom de hoofdpersoon in het tehuis wordt gestopt. Boeiend te ontrafelen wat in het gezin speelde... De details over t bestaan in het tehuis zijn pakkend en beeldend, de sfeer van toen ook. Zeker aan te raden.
Winkler Brockhaus is als kind een periode in een psychiatrische inrichting opgenomen geweest. Hij heeft geen idee waarom, hoewel anderen hem vreemd vinden. Vooral de relatie met vader Brockhaus is als gecompliceerd te beschouwen. Winklers ervaringen in Huize Kindervrede zijn traumatisch, met name het drama van Tommies dood. Niet eerder werd ik als lezer werkelijk boos op een geromantiseerd personage: de vreselijke zuster Makela. Als volwassene houdt zijn verblijf in het 'gekkenhuis' Winkler nog altijd bezig. Was zijn vaders affectie ongeoorloofd? Mislukken daarom zijn relaties? Is hij niet gewoon een groot geleerde? Het perspectief van ‘patiëntje Brockhaus’ is ontroerend, maar in de passages waarin de volwassene op zijn leven reflecteert, klinkt Büch zelf te veel door, die zichzelf maar al te interessant vond
Het moet meer dan 20 jaar geleden zijn dat ik nog eens een boek van Boudewijn Büch las, een jeugdheld. Al is het geen meesterwerk, toch de moeite waard.
Ja, er staan ‘verouderde’ en seksistische opmerkingen in, evenals gruwelheden die niet meer zo van de huidige tijd zijn (mag ik toch hopen), maar het verhaal sprak zich daar tegelijkertijd ook juist tegen uit. De plot - van Winkler die zich op volwassen leeftijd (nog steeds) afvraagt waarom hij als kind naar een gekkenhuis was gestuurd en waarom iedereen zo’n big deal maakt van de relatie die hij met zijn vader had voor die tijd - was meeslepend en intrigerend. Kon het boek niet wegleggen, dus toch een sterretje meer gegeven.
Ik las Winkler persoonlijk als een autisme-coded personage. Voor mij gaf dat wat meer verklaring voor zijn gedrag en waarom de neurotypische personages moeite met hem hadden. Hij had natuurlijk ook het trauma van wat zijn vader met hem had gedaan dat hij (mogelijk onbewust) wegdrukte (misschien wel zo ver dat hij het zich niet herinnerde en daarom op latere leeftijd nog moeite had dit hele gebeuren te begrijpen), maar voor de rest ervaarde hij de relatie met zijn vader eigenlijk als goed, zo stelt hij als kind. Er wordt gesuggereerd dat hij als kind altijd al ‘nerveus’, ‘fantasievol’ en ‘brutaal’ was, dus daarom lees ik hem als neurodivergent. Geeft ‘t weer ‘n extra laag enzo.
Dat de relatie tussen vader en zoon problematisch was omdat vader pedofiele tendensen had, werd duidelijk naar gehint. Dat dit ook nog eens in verband bleek te staan met sadisme, verraste me echter wel toen dat op het eind van het boek zo werd uitgelegd. Ik weet niet zo goed wat ik moet vinden van die info dump op het eind, maar ik waardeer op zich wel de schokkende wending.
Waarom Winkler nou naar dat gekkenhuis werd gestuurd, is op het eind helaas nog steeds niet helemaal duidelijk. Op zich is het niet vreemd dat men zijn ‘abnormale’ gedrag en denken wilde veranderen en hem daarom wegstuurde, maar het idee lijkt juist dat het (ook) te maken heeft met de relatie met zijn vader en dát is nu waar de onduidelijkheden zitten. Er wordt wel zoiets genoemd als dat zijn vader van hem af wilde omdat hij uitgekeken was op waar zijn zoon ‘voor diende’ (wat verklaart waarom vader bij terugkomst van zijn zoon niet meer zo genegen was naar hem) maar hoe dat dan tot de keuze van het gekkenhuis als dumpplaats leidde is een onzichtbare link.
Als je een beetje houdt van personage-psychologie, thema’s als ‘mens(elijk)heid’ en ‘dood’, en interesse hebt in de tijdsperiode, dan is dit het lezen waard.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Eentje uit de oude doos. Intrigerend verhaal over Winkler, die als elfjarige jongen in een psychiatrische opvang wordt geplaatst en daar de rest van zijn leven mee worstelt. Wat was de reden voor opname? En wat is er nu eigenlijk in het gezin voorgevallen? Een boek dat je in een avond uit kan lezen. Vlot geschreven, maar laat geen blijvende indruk achter.
Boudewijn Büch vertelt over een kind dat een tijdlang in een 'gekkenhuis' geplaatst is. De man, die hij later wordt, kan deze ervaring niet verwerken. Heftig. Schokkend. Pijnlijk af en toe. Het taalgebruik is ondertussen verouderd, maar ik kon helemaal meegaan in de hersenspinsels van een man die door de buitenwereld niet begrepen wordt.
Lekker zwelgen, dit verhaal. Geen idee hoe autobiografisch het is maar er zijn wel degelijk linken met de auteur aan te wijzen: jungen Werters, de liefde voor eilanden, getroubleerde inborst...
Niet slecht, tragedie. mooi geschreven . Ik moest steeds wel denken aan Peranesi van Susan Clarck. Ik had wel steeds een vermoeden dat Winkler wel een vorm van autisme zou hebben ?
Interessant en onverwacht verhaal. Beetje oud bollig geschreven, maar leest makkelijk weg. Echt een eenzaam leven heeft deze man, mooi om te lezen hoe hij gevormd is door alles in zijn jeugd
Beklemmend boek, goed geschreven. Je moet even uitschakelen dat het autobiografisch zou kunnen zijn, want Büch had een grote fantasie. Bijzonder hoe pas aan het eind van het boek de aap uit de mouw komt. Shockerend vond ik hoe er in die tijd met kinderen in tehuizen werd omgegaan. Ik werk met jonge kinderen en mijn hart brak… Ik vraag me af of de namen van Winkler en zijn broers verwijzen naar verschillende encyclopedieën…
Had niet verwacht dat het zo een gruwelijk boek zou zijn, vandaar de 3 sterren. Verder vond ik de schrijfstijl fijn en vlot; en hoe de hoofdstukken niet in chornologische orde zaten maakte het verhaal interessant en boeiend.
Aangrijpend verhaal en psychologisch interessant. Soms wel wat lastig om doorheen te komen omdat het verhaal niet “vermakelijk” is maar juist veel nadenken