Drie vrouwen: grootmoeder Mina, dochter Elly en kleindochter Linda. De eerste is naar Canada geëmigreerd toen ze in Nederland niemand meer had, trouwde daar met een Belg en bracht haar leven al zeurend en klagend door tot haar man op de vlucht sloeg, terug richting België. (Je zou voor minder, echt, ik kreeg hoofdpijn en vervolgens moordneigingen in zijn plaats en ik kan enkel hopen dat ik nooit zo'n zaag word met roze pomponpantoffels.) De tweede werd genoemd naar de Belgische echtgenote van haar vader, groeide op met serieuze daddy issues en belandt uiteindelijk daar waar haar vader zelf opgroeide: in de psychiatrische hulp. De derde weet de destructiecirkel te doorbreken en groeit redelijk normaal op. Elly's vader zelf was een onbeschaamde bigamist, die zijn tijd verdeelde tussen zijn Canadese en zijn Belgische gezin.
Erik Vlaminck is zelf een Vlaming (ha! de woordspeling!) die een tijd in het Canada van de Nederlandstalige emigranten heeft verbleven. Er zijn daar daadwerkelijk duivenkoten en cafés met Stella. Hij vertelt zijn verhaal vanuit de standpunten van de drie vrouwen en ook de vader mag even aan bod komen, op het moment dat hij zijn einde voelt naderen en aan zijn in de steek gelaten dochter aan de andere kant van de oceaan denkt. Hoofdpersonage is voor mij Elly, in wiens gevoelswereld je als eerste onderduikt. Daardoor raakt de eerste indruk die ik krijg van de diepgelovige Mina maar moeilijk uitgewist; ook al lijkt ze op het einde van haar leven kalmer geworden, vriendelijker, ik begrijp Elly. Mina heeft haar dochter haar ganse jeugd lang ingeprent wat voor een nietsnut en een gek haar vader niet is, terwijl hij voor Elly niet minder dan een god was. Om de pijn in haar binnenste niet te voelen, verminkt ze zichzelf.
"Het is vijf uur in de morgen.
Ik sta in de badkamer en knip mijn teennagels.
Tot bloedens toe.
Mijn tenen kan ik verbergen, mijn vingers niet.
De pijn doet me denken aan een sjofele hotelkamer in de buurt van het station van Antwerpen.
Ik voel en ik besta."
Elly ondertekent haar eigen noodlot als ze haar vader in België gaat zoeken, en hem vindt met de vrouw naar wie zijzelf is genoemd. En een duivenkot, waarmee ze haar wraak kan vervolmaken.
"Ik hoor mijn eigen jachtige ademhaling. Ik hoor mijn eigen hart kloppen.
Ik voel dat ik besta.
En ik denk eraan hoe ik, tien jaar geleden, samen met hem naar de brand van het Queens Hotel in Talbot Street stond te kijken. Mijn kleine hand in zijn grote hand.
"Als iets niet meer leefbaar is, dan is het beter dat het afbrandt."
Hij heeft het zelf gezocht."
Je voelt doorheen het boek Elly's fatale afloop aankomen. De brandlucht hangt overal tussen de bladzijden. Tot de cirkel rond is.
*** 3 sterren