Dit is het eerste wat ik specifiek over de Atheense democratie gelezen heb sinds ik in het middelbaar Grieks heb gestudeerd. Als leek in het onderwerp heb ik dit boek als een genuanceerd en kritische geschiedenis van de Atheense democratie ervaren. Uiteindelijk is het een ode ook, en wat mij betreft terecht. Zonder blind te zijn voor de beperkingen (die uitgebreid aan bod komen), is het een goede herinnering aan het belang van de Atheense democratie voor ons huidig politiek bestel. In deze tijden waar onze democratie onder zeer zware druk staat, is dit geen overbodige luxe.
Ik ben blij te zien dat aan de goddelijke status van Plato als filosoof een einde gekomen is. De ontmaskering van Plato als vijand van de democratie, reactionair en totalitair denker (zoals overtuigend betoogd in Popper's Open Society And Its Ennemies, waar trouwens naar verwezen wordt) is nu blijkbaar toch breder verspreid (zij het niet algemeen aanvaard). Tijdens mijn humaniora was dit niet het geval. Plato was een onaantastbaar denker, en alle andere filosofen waren slechts voetnoten.
Dit boek is een zeer goed voorbeeld hoe moeilijk het is om voor een auteur (specialist) om zinnige uitspraken buiten zijn vakgebied te doen. Zodra er uitspraken worden gedaan over andere historische periodes (zoals bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog), heb ik toch mijn wenkbrauwen moeten fronsen. Dit doet als dusdanig geen afbreuk aan de overtuigingskracht van het betoog zelf.
Ik zie er naar uit om andere bronnen m.b.t. de Atheense democratie te lezen. Dit lijkt mij een goed begin geweest te zijn.