Ik lees pop-filosofische boeken met veel plezier en de signaalwoorden voor dit essay zijn noch 'pop', noch 'plezier'. Het was echt werk om hier doorheen te komen. Sartre mag dan een grote filosoof zijn, dat hij zo geliefd was onder een groot deel van het Franse volk zal niet zijn gekomen door het lezen van deze enigmatische 'schets.
Ik ben blij dat vele hedendaagse popfilosofen niet schuwen om termen als 'gestalpsychologie', 'psychastheen' of 'hermeneutiek' te vermijden, ofwel helder te definiëren alvorens ze lukraak in een tekst worden geworpen.
Waar ik vooral moeite mee heb is dat de twee kernbegrippen waar de tekst om draait: 'Magie' en 'Emotie' niet afgebakend worden. Filosofen (iig klassieke ivoren-toren types) hebben de vermoeiende neiging begrippen als bewustzijn, werkelijkheid, god en ga zo maar door op originele wijze te interpreteren, maar vaak totaal niet te definiëren aan de hand van een werkdefinitie.
Desalniettemin zijn twee belangrijke perspectieven, voor zover ik denk dit essay begrepen te hebben, me bij gebleven.
1) Emoties zijn vluchtgedragingen: Een 'magische' manier om de onbuigzame werkelijkheid naar je hand te zetten, een vorm van controle of zelfbescherming zo je wil. Sartre noemt het hier, naar Freud, vluchtgedrag. Zo is woede een wijze om onrecht, de afbreuk aan je zelf-perceptie, bij te stellen en te compenseren voor iets dat jouw karakter, jouw zijn, wordt aangedaan. Denk aan het omverwerpen van een spelbord als je verliest, dat is een 'magische' manier om inbreuk op je eigenwaarde te redden. Het hoeft zich niet fysiek te uiten echter om z'n resultaat te boeken. Zo kan het gebeuren dat je gaat walgen van iemand die je hebt afgewezen... Niet omdat deze of gene per-se wel/niet walgelijke karakter-eigenschappen heeft, maar omdat je jezelf wil beschermen van een negatieve zelf-evaluatie, ofwel een inbreuk op je zelfbeeld. Jij kan ten slotte de ander geen onrecht hebben aangedaan door diegene te negeren, afwijzen, dumpen, whatever.. want dat zou betekenen dat jij 'slecht' bent. Dit proces schrijft Sartre toe aan alle emoties(ook vrolijkheid) waarbij een onderscheid gemaakt kan worden tussen reflectieve (reflexief in Sartre's termen) emoties zoals schaamte en irreflexief, zoals woede en vrolijkheid.
2) Een ander mooi inzicht, die ik ontwaar en intuïtief bij mij aansluiting vindt, is dat emotie en bewustzijn niet losgekoppeld kunnen worden. We zijn in ons Westerse verlichtingsideaal nogal trots dat we ratio en emotie als twee entiteiten kunnen inschakelen in onze menselijke gereedschapskist. Velen zullen bewustzijn als volgt kunnen bezien: i) we nemen iets waar, ii) we verwerken dat intern iii) dat roept een emotie op. Als we dat proces 'meditatief'/ reflexief volgen kunnen we emotie herkennen en compenseren/wegfilteren.
Gebeurtenis (dit heb ik bij de psycholoog meerdere malen moeten aanhoren) roept emotie, roept gedrag op. Waarbij ik dacht, maar als ik al geëmotioneerd ben, bezie ik dingen anders, vallen me andere gebeurtenissen op, verwerk ik die gebeurtenissen anders en vorm ik distinctief gedrag. Ofwel.. emotie is terug te leiden tot emotie is terug te leiden tot emotie is.. etcetera etcetera (regressio ad infinitum, in Filosofengebrabbel)
Wat Sartre betoogt is dat emotie als het ware het raam van ons bewustzijn vormt. We beschouwen alles om ons heen langs een gradiënt van emotie. Sartre noemt dit de 'intentionaliteit van ons bewustzijn - een emotie is een bepaald bewustzijn van de situatie.
Ofwel, in eigen woorden, menselijk bewustzijn = emotie.
Tot zover// de geprezen menselijke ratio.
Ik raad dit boek af aan ieder die z'n vrije tijd koestert, maar de samenvatting/duiding aan het einde juist aan voor ieder die wel houd van een potje nadenken